H.J.A. Hofland

Het grote draaien

Wat is er misgegaan voor rechts Amerika, vraagt The Economist zich op zijn omslag af, bij een foto van George W. Bush waarop hij met een verbeten gezicht naar een onbekende bestemming loopt. Orkanen, een slecht verlopende oorlog, vriendjespolitiek, corruptie – de hele waslijst. En zoals The Economist dat dan pleegt te doen, volgt de goede raad die de zwaar bezochte president er weer bovenop zal helpen. Neem een voorbeeld aan Teddy Roosevelt, president van 1901 tot 1909, die zijn reputatie heeft verworven onder meer door zijn strijd tegen leugen en bedrog. Dit is de tijd om de rotzooi op te ruimen, roept The Economist de president toe.

Zou de redactie denken dat het helpt? Indertijd hebben Bill Clinton, Silvio Berlusconi en Donald Rumsfeld zich aan het dringende Britse advies om af te treden ook niets gelegen laten liggen. Een van de aardige eigenschappen van het weekblad is dat het kan doen alsof Brittannia nog altijd de wereldzeeën regeert; een andere dat het een instinct heeft voor de

wendingen van de stemming in het Westen. De vraag wat er mis is gegaan met rechts Amerika kan in werkelijkheid betekenen dat The Economist, eens pleitbezorger van de oorlog tegen Hoes sein, bezig is zich van de grote initiator af te keren.

Vorige week heeft Bush een toespraak van veertig minuten gehouden over de dreiging van het terrorisme. De terroristen blijven wreed, laf en gevaarlijk. Met de oorlog in Irak en de vestiging van de democratie gaat het de goede kant op. Amerika kan niet toelaten dat het verzet de kans wordt geboden zich van massavernietigingswapens meester te maken. De kwaliteit van het Iraakse leger neemt zichtbaar toe. Syrië en Iran moeten het niet wagen dat proces te verstoren. Alle open deuren werden door de president opnieuw ingetrapt.

The New York Times wijdde er de volgende dag een hoofdartikel van twee kolommen aan. Het was «angstaanjagend». Het was «om gek te worden van woede» om te luisteren naar zijn beschrijving van de gevaren in Irak en naar de ontkenning dat zijn eigen beleid daarvan de oorzaak is. Wat moet een land in crisis met een president die, onbereikbaar voor de werkelijkheid en doof voor de kritiek, in een waanwereld leeft? Ieder opinieonderzoek meldt dat twee op de drie Amerikanen van mening zijn dat het land op de verkeerde weg is. George W. Bush ziet geen andere.

Hoe is het gekomen dat een grote meerderheid van de Amerikanen een jaar of tweeënhalf geleden nog geloofde dat Saddam dikke vrienden met Osama bin Laden was, dat hij mvw’s had en dat als hij eenmaal was opgeruimd de terreur een zware slag zou zijn toegebracht? Hoe is het mogelijk dat de hele aanhang van de president in binnen- en buitenland erin is getrapt toen hij op 1 mei 2003 het einde van de «major operations» afkondigde?

Er is een nieuwe gemeenplaats in de buitenlandse politiek geboren. Colin Powell is de vader. Hij heeft spijt van zijn misleidingen met lichtbeelden, destijds in de Verenigde Naties. Nu onze minister Ben Bot. Als we toen hadden geweten wat we nu weten, zou het de vraag zijn geweest of we aan die oorlog waren begonnen. Heren, u had het kunnen weten. En misschien wist u het, maar u bent door de knieën gegaan voor het kabaal van George W. Bush.

Het lijkt altijd weer onwaarschijnlijk, maar het wordt onophoudelijk bewezen: de wereld zit nog drie jaar opgescheept met een wereldleider die alleen handelt naar zijn eigen voorstelling van de wereld, en dat is niet de werkelijke wereld. De nieuwste uitbreiding van zijn mondiale fata morgana is misschien Syrië, dat, althans volgens de Financial Times van 10 oktober, naar het inzicht van Bush en de zijnen toe is aan een «behavioural change», waarbij niet per se het hele regime hoeft te worden vervangen, maar in ieder geval president Assad zich beter zal moeten gedragen, wil hij niet worden afgezet. De meerderheid van de Syriërs bestaat uit soennieten die zich verwant voelen aan de soennitische minderheid in Irak, de twintig procent waaruit waarschijnlijk de opstand wordt gerekruteerd.

Zoals Stalin vroeg, toen de Heilige Vader hem dwars zat: hoeveel divisies heeft de paus? Hoeveel divisies heeft Washington beschikbaar om Assad mores te leren als hij weerbarstig mocht zijn? De Amerikaanse strijdkrachten putten zich uit in Irak. Dat zijn beroepssoldaten. Herinvoering van de dienstplicht in Amerika is voorlopig taboe. Hoeveel soennieten kun je verder tot verandering in gedrag bewegen, in aanmerking genomen dat je grootste olieleverancier, Saoedi-Arabië, voor het grootste deel soennitisch is? Hoeveel Arabieren kun je überhaupt tegen je in het harnas jaren door je gewapenderhand met hun democratisering te bemoeien en hun land te verwoesten?

Dat de politiek van deze regering van ramp naar ramp voert, is nu overweldigend bewezen, niet alleen in Irak. Ook het economische beleid, het gigantische en groeiende begrotingstekort, de manier waarop de president mensen voor de hoogste posten kiest, zijn blindheid voor manifeste willekeur in juridische zaken: alles draagt het stempel van zijn beperkte persoonlijkheid. Voor een meerderheid van het Amerikaanse publiek, ook in zijn eigen partij, begint het eindelijk te dagen. Maar hoe breng je het zijn inner circle en hemzelf aan het verstand? Het grote draaien is begonnen. Ook in zijn eigen land keert men zich van de namaak-wereldleider af. Merkt hij het zelf? Hoe stellen we de leider onder curatele? Dat is nu het probleem, voor de Amerikanen en de wereld.