Het net rond illegalen spant zich

Het grote geheim van de samenleving

Jaarlijks worden er duizenden illegalen in detentie gezet – onnodig en veel te lang. Het overkwam Rebecca, werkster in een Bloemendaalse villa, verraden door het busbedrijf. De VN-Mensenrechtenraad heeft scherpe kritiek.

Als Rebecca die ochtend, de 1ste februari 2011, opstaat, weet ze nog niet dat die dag haar leven zal veranderen. Eerst verslaapt ze zich en mist de bus. Normaal vertrekt ze elke dinsdagochtend om half acht vanuit haar vaders huis in Hoofddorp naar haar werkadres in Bloemendaal. Ze neemt rond half negen bus 300 van Connexxion naar station Haarlem, daar mist ze de connectie met bus 81, ook van Connexxion, en moet een half uur wachten tot de volgende gaat. Tegen half tien loopt ze ten slotte vanaf bushalte De Rijp in Bloemendaal nog zo’n tien minuten, langs een café op de hoek, een bejaardentehuis, een bocht in de weg, en langzaam komt ze dan in een lommerrijk gebied, met groene tuinen en grote villa’s. Hier wonen de witte mensen.

Het is winters koud die dag, ze draagt haar spijkerbroek, laarzen, een crèmekleurige coltrui, daaroverheen een zwart met rood T-shirt en haar zwarte jacket, haar sjaal heeft ze dicht om haar hals geknoopt – later zal ze al deze kleren weggooien, ze herinneren haar te veel aan wat haar is overkomen. Op dat moment vermoedt ze niets bijzonders, het lijkt een gewone dag te worden. Wel ziet ze dat er een donkere, kleine auto achter haar aan rijdt, ze let er verder niet op.

Als ze bij de villa aankomt, gaat ze direct aan het werk. Eerst doet ze altijd de kamers boven: ze leegt de prullenmanden van de kinderkamers, de ouderlijke slaapkamer, verzamelt het samen met het afval uit de kinderbadkamer en de grote badkamer. Daarna stopt ze de vuile was in de wasmachine, later op de dag moet de was in de droogtrommel, dan alles opvouwen en in de kasten leggen. Rebecca is een jonge vrouw, ze kan hard werken, is sterk. Haar stevige, korte haar stopt ze meestal onder een doek. Ze ziet de drie kinderen zelden, haar tante is hun oppas. Zo is ze ook aan dit baantje gekomen. Haar tante past al jaren op de kinderen terwijl beide ouders aan het werk zijn.

Niemand is zich op dat moment bewust van de actie van de vreemdelingenpolitie die in de buurt gaande is: de zogenoemde ‘Controle Connexxion/Schoonmakers’ of het ‘Busproject’ zoals het al snel binnen het politiebureau is omgedoopt. Rebecca al helemaal niet. Zoals de meeste illegalen leeft ze een vrij onzichtbaar leven. Haar tante is al jaren in Nederland, net als haar vader en broer. Alle drie hebben ze een verblijfsvergunning, haar vader heeft zelfs de Nederlandse nationaliteit. Rebecca niet. Ze is in de zomer van 2009 van Ghana naar Nederland gekomen, 25 jaar was ze toen. Ze wilde studeren, een opleiding in de catering. En ze wilde haar vader weer zien. Die werkte al tien jaar in het buitenland, eerst in Libië, toen hier in Sloterdijk in de havens. Eerst moest ze erg wennen, het land, de mensen, de taal, het was allemaal heel anders. Na een paar maanden vroeg haar tante of ze wilde schoonmaken in de villa in Bloemendaal. Dat doet ze nu een half jaar.

Rebecca loopt met het afval naar beneden en gooit het in de grote container in de tuin. Snel loopt ze weer naar binnen, de trap op. Rebecca werkt elke dinsdag zeven uur, soms iets langer. Ze houdt van het werk, het houdt haar bezig. Soms wacht ze tot haar tante met de kinderen komt, maar meestal gaat ze direct naar huis. De rest van de week heeft ze niets te doen, ze wacht tot het weer dinsdag is. Van studeren is het nog niet gekomen. Ze gaat zo min mogelijk de deur uit, alleen als het echt noodzakelijk is. Ze recht haar rug en gooit wat vuile kinderkleren in de wasmand.

Op dat moment bellen vanuit een auto op straat twee agenten van de vreemdelingenpolitie met de Gemeentelijke Basisadministratie (gba). Ze willen weten wie er op dit adres woont. Ze houden tegelijkertijd alle bewegingen van Rebecca in de villa in de gaten. Ze hadden op de Bloemendaalseweg ‘een vrouw van Afrikaanse afkomst’ zien lopen op het trottoir en waren haar gevolgd in een ‘onopvallend politievoertuig’ tot aan de villa waar ze naar binnen ging. ‘Wij zagen dat de vrouw de voordeur opende middels een sleutel’, zo verklaart de politie later in het proces-verbaal. ‘En dat ze de zeer grote villa, van begin twintigste eeuw betrad.’ Als ze horen dat op dit adres een gezin met drie kinderen woont, besluiten de twee agenten tot actie over te gaan en stappen uit de auto.

Rebecca vist net een stuk speelgoed van de vloer als de bel gaat. Ze loopt de trap af, denkt dat het tnt zal zijn met een pakje voor mevrouw. Ze opent de voordeur en ziet op de stoep een man en een vrouw staan in gewone kleren. Allebei wit. De man is lang, wel mooi vindt ze, een beetje mollig. De vrouw blond. Ze houden hun legitimatiebewijzen naar voren en zeggen dat ze van de vreemdelingenpolitie zijn. Hoewel ze Nederlands praten en Rebecca de agenten niet verstaat, begrijpt ze direct dat het foute boel is. O nee, denkt ze. Niet nu. Hier ben ik niet klaar voor.

De politievrouw schakelt over op Engels en vraagt of ze binnen mogen komen, waar de mensen van het huis zijn. Of ze zich kan legitimeren. Rebecca vertelt dat ze illegaal is en in het huis werkt als schoonmaakster. Ze moet direct mee naar het bureau. De politie laat op de ijskast een briefje achter voor de werkgevers van Rebecca – op een illegaal arbeid in huis laten verrichten staat vierduizend euro boete. In de politieauto wordt ze naar de politiecel in Haarlem gebracht. Ze moet haar tas inleveren, evenals haar telefoon. Ze wordt direct verhoord. Weer vertelt ze alles eerlijk. Dat ze al een half jaar in het huis in Bloemendaal werkt, dat haar paspoort bij haar vader thuis in Hoofddorp ligt, dat ze geen verblijfsvergunning heeft.

Dan maakt iemand foto’s van haar, neemt haar vingerafdrukken en brengt haar naar een cel op het politiebureau. Daar zit ze, met haar werkkleren nog aan. Ze kijkt rond: een matras op de grond, een laken en een deken erop, wc in de hoek, een klein raam met tralies ervoor vlak onder het plafond. Pas die nacht zal ze merken hoe koud het er zal worden. Ze zit en wacht.

Vlak voordat ze de politiecel in wordt gebracht, mag Rebecca haar vader bellen. Hij schakelt het advocatenkantoor Van Appia en Van der Lee uit Amsterdam in. Vreemdelingenrechtadvocate Sofie de Schutter neemt de zaak aan. Ze leest het proces-verbaal met groeiende verbazing. Rebecca is niet de enige zwarte werkster die in de buurt is opgepakt. Haar aanhouding is onderdeel van een grootscheepse actie van de vreemdelingenpolitie samen met busmaatschappij Connexxion, die al eind 2009 is begonnen. Controleurs valt het op dat elke ochtend wel een stuk of dertig zwarte vrouwen de bus vanuit Amsterdam naar Haarlem, Aerdenhout, Bloemendaal en Heemstede nemen en dat ze zich daarna in de villawijken verspreiden, zo schrijft het proces-verbaal. Veel van die vrouwen hebben geen vervoerbewijs, beweert Connexxion. Ze roepen daarop de hulp in van de vreemdelingenpolitie. In januari 2010 overleggen beide partijen op het bureau van de vreemdelingenpolitie en spreken af gezamenlijk controles uit te voeren op grond van de Wet op Personenvervoer. De politie gaat speuren in Connexxion-bussen en bij bushaltes rondom Haarlem naar Afrikaanse vrouwen op weg naar hun werk. In het jaar voordat de agenten bij Rebecca aanbellen, zijn in totaal zes illegalen – drie Ghanezen, twee Brazilianen en een Filippijnse – zonder plaatsbewijs in de bussen opgepakt. Ook vond de politie bij fouillering van een vrouw uit Oeganda briefjes met werkadressen en met tekstjes als: ‘Could you please fold the laundry. Thank you. You can put it on the bed.’ Na Rebecca zal de politie nog eens dertien illegale werksters van ‘Afrikaanse afkomst’ in de buurt aanhouden.

De Schutter stelt, zoals gebruikelijk in dit soort zaken, direct beroep in tegen de inbewaringstelling. Op grond van de Vreemdelingenwet kan iemand pas worden aangehouden als er sprake is van een naar objectieve maatstaven gemeten redelijk vermoeden van illegaal verblijf. ‘Een donkere vrouw die in een woonwijk in Bloemendaal een huis betreedt met een sleutel en daar gaat schoonmaken is dat vanzelfsprekend niet’, verklaart advocate De Schutter. ‘Waarom zou ze illegaal zijn? Waarom zou zij daar niet op straat kunnen lopen op weg naar haar eigen woning waar ze met haar eigen sleutel naar binnen gaat?’

De busactie krijgt een paar maanden later veel aandacht in de media: ‘Klopjacht op illegalen in villawijk’ (Haarlems Dagblad), ‘Twaalf illegale werksters land uit gezet’ (Volkskrant). ‘Politie bleef jagen op illegale werksters’ (Haarlems Dagblad). De verontwaardiging is groot. Toch worden illegalen veel vaker opgepakt tijdens grote, gecontroleerde invallen. Nooit eerder is ook een busmaatschappij daarbij betrokken, maar samen met de Inspectie szw, voorheen de Arbeidsinspectie, spoort de vreemdelingenpolitie regelmatig illegalen op bij de tuinbouw, landbouw, bouw, detailhandel, uitzendbranche en de horeca. Ook met de uwv, de Belastingdienst en andere overheidsinstanties werkt de vreemdelingenpolitie samen. Deze invallen vinden meestal echter plaats buiten het blikveld van de meeste mensen. Nu opeens kwam de vreemdelingenpolitie letterlijk de huiskamer binnenlopen en greep ‘onze’ werksters vanachter de stofzuigers bij de kraag.

Het net rond illegalen spant zich steeds meer. Het begon begin jaren negentig met de afschaffing van de mogelijkheid een sofinummer aan te vragen, in 1998 worden met de invoering van de Koppelingswet alle overheidsvoorzieningen gekoppeld aan een verblijfsvergunning, de Vreemdelingenwet in 2000 maakt het verkrijgen van een verblijfsvergunning nog weer moeilijker, een hele reeks maatregelen volgt, zo wordt het tewerkstellen van illegalen beboet, bij de acties Zoeklicht tegen illegale onderhuur loopt de vreemdelingenpolitie vaak mee voor het geval de illegale huurder ook illegaal verblijft. Ook de druk op organisaties en kerken die illegalen helpen, neemt toe. Veel noodopvang heeft de deuren moeten sluiten, Den Haag verbiedt gemeenten mensen zonder verblijfsvergunning te helpen.

De overheid wil het verblijf van illegalen zo veel mogelijk ontmoedigen. Het aantal illegalen dat het land verlaat is echter, alle maatregelen ten spijt, al jaren ongeveer hetzelfde. Per jaar vertrekken ruim twintigduizend illegalen uit Nederland, volgens de cijfers van de Dienst Terugkeer en Vertrek (dt&v) van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zo hebben in het eerste halfjaar van 2011, aldus de laatste cijfers, 10.230 mensen zonder verblijfsvergunning het land verlaten – van wie er 3370 gedwongen zijn vertrokken, tweeduizend zelfstandig en 4870 zelfstandig zonder toezicht.

Sinds begin dit jaar is er een nieuwe wet van kracht die illegaal verblijf in Nederland in feite strafbaar stelt. Deze zogenoemde Implementatiewet Terugkeerrichtlijn die op 1 januari 2012 in werking is getreden, bepaalt dat illegale vreemdelingen een terugkeerbesluit kunnen krijgen met een Europees inreisverbod. Dat betekent dat iemand, afhankelijk van individuele omstandigheden, Nederland of een ander Schengenland moet verlaten en er voor één of meer jaren niet meer in mag. Wie zich niet aan dit inreisverbod houdt en in Nederland verblijft of weer in reist, is strafbaar – op overtreding staat maximaal zes maanden hechtenis of een geldboete tot 3900 euro.

Nederland is binnen Europa een van de strengste landen als het gaat om illegalen en wordt internationaal regelmatig op de vingers getikt door mensenrechtenorganisaties als Amnesty International, Defence for Children, Human Rights Watch en de Raad van Europa. Ook de Verenigde Naties maken zich zorgen over de mensenrechten in Nederland. Afgelopen week nog kapittelde de VN-Mensenrechtenraad in Genève tijdens de Universal Periodic Review (upr) het Nederlandse beleid ten opzichte van illegalen en asielzoekers. Er is scherpe kritiek op de Nederlandse regering die illegalen opsluit alleen omdat zij het land niet vrijwillig verlaten. Nederland zet jaarlijks duizenden vreemdelingen in detentie – niet omdat ze een strafbaar feit hebben gepleegd, maar omdat ze wachten op uitzetting of op de behandeling van hun asielverzoek. Volgens internationaal recht is vreemdelingendetentie toegestaan, maar Nederland zet mensen onnodig en veel te lang vast.

Rebecca vindt het vreselijk in de politiecel, ze is alleen, heeft niets te doen, kijkt de hele dag naar de kale muren. Ze zit er nu al twee dagen en nachten, krijgt ’s ochtends een kopje thee met een broodje kaas, ’s avonds rijst met bonen en saus. Ze denkt alleen maar aan haar situatie, hoe het verder moet. Dan eindelijk, op 3 februari, wordt ze opgehaald en van het Haarlemse politiebureau naar het detentiecentrum in Zeist gebracht. Daar is het ietsje beter, merkt ze, ze slaapt met een andere vrouw op een kamer, op een sportveldje mag ze af en toe bewegen, één keer per week mag ze zelf koken. Er zijn veel andere Ghanese vrouwen. Ze moet vaak denken aan haar moeder, in Accra. Ze mist haar. Ze wil naar huis.

‘Het oppakken van de illegale werksters in de villawijken past in de trend van het criminaliseren van illegaal verblijf’, vindt Richard Staring, bijzonder hoogleraar mobiliteit, toezicht en criminaliteit aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Eerst werden ze uit het formele leven gestoten, nu richt de overheid zich in toenemende mate op het informele circuit. Minister Gerd Leers voor Immigratie, Integratie en Asiel benadrukt weliswaar dat hij met name de overlast rond illegaliteit wil aanpakken – de huisjesmelkerij, illegale tewerkstelling en uitbuiting – maar volgens Staring is de praktijk anders. ‘Ze schieten door’, zegt hij. ‘Deze werksters worden door zo’n actie in een crimineel sfeertje getrokken. Terwijl ze nota bene gewoon bij ons komen schoonmaken. De overheid zoekt niet naar een oplossing, een manier om bepaalde groepen, waar de samenleving behoefte aan lijkt te hebben, een uitweg te bieden.’

Uitbuiting was volgens minister Leers, naast het tegengaan van illegaal verblijf, ook de reden van de illegale-werkstersactie. ‘Het doen ophouden van het faciliteren van dit verblijf door de werkgevers van deze personen’, zo verklaart de minister in februari dit jaar in de Tweede Kamer. Dit is tekenend voor de kloof, aldus Staring, tussen het beeld dat de overheid van illegalen heeft en het beeld dat illegalen zelf hebben van hun leven. ‘Het idee is: het zijn illegalen, dus is er sprake van uitbuiting. Soms is dat inderdaad zo, maar er zijn wel twee heel verschillende perspectieven. De overheid hanteert de Nederlandse norm. Het gebied dat illegalen als uitbuiting zien is grijs. Zij hebben een andere motivatie, ze werken voor lagere lonen soms, op onregelmatige tijden, maar zien dat als een manier om geld te verdienen. De meeste illegalen zijn tevreden met hun baan, zij voelen dit lang niet altijd als uitbuiting.’

Dat geldt ook voor Rebecca. Zij verdiende tien euro per uur voor het poetswerk bij haar familie in Bloemendaal. Voor veel illegalen goed betaald. Sterker nog: het is even veel als de meeste legale werksters verdienen. De betaling varieert in het algemeen tussen de acht en vijftien euro. ‘Ik zeg niet dat je dat altijd maar moet accepteren, maar het gaat mij om de prioriteit bij de politie’, vervolgt de hoogleraar mobiliteit, toezicht en criminaliteit. ‘Als het om mensenhandel en gedwongen prostitutie gaat, dan praat je over echte slachtoffers.’ Het werkelijke probleem is volgens Staring de illegale vreemdelingen die crimineel actief zijn: ‘Maar dat is veel moeilijker, als ze die jongens al pakken, geven ze hun identiteitspapieren niet prijs en zijn daardoor niet uitzetbaar. Dus richt de politie zich op de makkelijk uitzetbare groep illegalen, om toch maar hun quota te halen. Die zijn dan het haasje.’

De meeste illegalen zijn niet crimineel, maar komen hier om te werken, daar hebben we helemaal geen last van. Er is in Nederland juist, vervolgt Staring, behoefte aan flexibele, gemotiveerde en goedkope arbeidskrachten. Dat zijn heel vaak illegalen. En zij vormen nauwelijks concurrentie voor Nederlanders. ‘Kijk nou naar het project in het Westland met de werklozen. Het was een flop.’ De Rotterdamse pvda-wethouder wilde in plaats van de Poolse arbeidskrachten die vooral in de kassen werkten duizend werklozen in het Westland aan de slag. Van de duizend die met bussen naar de tuinderijen zijn gebracht, zijn er uiteindelijk elf die de selectie en de proeftijd overleefd hebben. ‘De aanpak van de overheid is gericht op het ontmoedigen van illegaal verblijf, vanuit het idee: als we maar streng genoeg beleid invoeren, dan verdwijnt het wel’, vervolgt Staring. ‘Maar dat is niet zo. Illegalen komen en ze blijven toch. De overheid ontkent de vraag naar dergelijke arbeidskrachten en ontkent de mondiale mobiliteit.’

‘Onze huishoudelijke hulpen zijn het grote geheim van de Nederlandse samenleving’, begint Sarah van Walsum, hoogleraar migratierecht en familiebanden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Een schatting is dat bijna een vijfde van de Nederlandse huishoudens een hulp heeft. Voor haar onderzoek Decent Work for Domestic Workers: Nu Nederland nog sprak ze met ruim dertig illegale werksters uit Ghana en de Filippijnen over hun positie. Ook deze vrouwen zijn in het algemeen positief. Vaak zijn ze blij met dit schoonmaakwerk. Het is voor hen een goede manier om geld te verdienen. Ze zijn zelfstandig, flexibel, hebben geen last van een baas, hebben vaak goed contact met hun werkgevers en blijken soms ook heel goed eisen te kunnen stellen.

Van de ruim honderdduizend tot 125.000 vrouwen – en een paar mannen – die in particuliere huishoudens werken, werkt 75 procent zwart. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn particulieren die op parttime basis een hulp hebben niet verplicht hen voor werkloosheid of ziekte te verzekeren, bij ontslag hoeven ze geen vergunning aan te vragen. ‘Doordat deze vrouwen er zijn kunnen tweeverdieners de arbeidsmarkt op’, vervolgt de hoogleraar. ‘Het is zwaar werk, het biedt geen enkele zekerheid. Je kunt het zo laten, maar we kunnen ook ophouden met het hypocriete gedoe en het goed regelen voor de vrouwen die ons poetswerk doen’, stelt Van Walsum. ‘Als erkend zou worden dat de samenleving behoefte heeft aan deze arbeidskrachten, dat er vraag naar is, dan zouden deze vrouwen legaal met een verblijfsvergunning aan het werk kunnen.’

Vakbond fnv pleit al jaren voor regulering van de hele huishoudelijke sector. ‘Het is bij uitstek een sector waar alles in het duister gebeurt’, zegt Ron Meyer, vakbondsbestuurder en leider schoonmaakcampagne van de fnv. ‘Het is dus niet raar dat er illegaliteit voorkomt. Ons pleidooi is: zorg er eerst voor dat huishoudelijk werk als echt werk wordt beschouwd. Daarna kunnen we kijken: willen we als samenleving de ongedocumenteerden behouden? Zo niet: dan zullen veel Nederlandse vrouwen die werken in de problemen komen. Het is een politieke, en ook een morele vraag. Vertrouwen is het karakteristieke van dit werk. Het gaat om je huis, je kinderen, je bezit, het hart van je gezin. Je kunt de naar schatting 75.000 mensen – en dat is een conservatieve schatting – die illegaal in de huishouding werken niet negeren.’

Er moet in Nederland wezenlijk anders over migratie nagedacht worden, dat maakt de situatie van de illegale werksters nog eens duidelijk. De huishoudelijke sector is gedomineerd door migranten, een belangrijk deel van hen verblijft illegaal in Nederland. En er is behoefte aan hen. In de rest van Europa zijn veel landen bezig met het ontwikkelen van een systeem voor deze sector, oplossingen variëren van werkcheques tot fiscale aftrekregelingen. Afgelopen jaar is zelfs op de conferentie van de International Labour Organisation (ilo) waar het huishoudelijk werk op de agenda stond een verdrag opgesteld ter verbetering van de positie van domestic workers wereldwijd. Nederland heeft dat nog niet geratificeerd. Ron Meyer van de fnv: ‘Andere landen hebben stappen gezet, maar Nederland blijft achter. Dat is tot dusver onze trieste conclusie.’

Uiteindelijk is de overheid de positie van illegalen systematisch aan het afknijpen terwijl het aantal (niet-westerse) illegalen in Nederland niet vermindert. In 1997 waren er weliswaar zo’n tweehonderdduizend mensen zonder documenten in Nederland en in 2009, volgens de laatste schatting van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (wodc), iets minder dan honderdduizend, maar deze daling komt doordat veel Poolse, Bulgaarse en Roemeense illegalen legaal zijn geworden na de uitbreiding van de Europese Unie. De omstandigheden waarin illegalen leven worden door dit strenge beleid – waar de meerderheid van alle Nederlanders achter blijkt te staan – echter wel steeds inhumaner, angstiger en onzekerder.

Zestien dagen nadat Rebecca is opgepakt, op 16 februari 2011, verklaart de rechter van de rechtbank Den Haag, nevenzittingsplaats Amsterdam, het beroep van advocate Sofie de Schutter gegrond. De rechtbank stelt dat er sprake was van een onrechtmatige aanhouding wegens het ontbreken van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. De maatregel van bewaring wordt opgeheven en Rebecca komt vrij. Ze krijgt een schadevergoeding van 1330 euro voor de dagen dat ze ten onrechte heeft vastgezeten. Ook de boete aan haar werkgever wordt hierop ingetrokken. Uiteindelijk, zo blijkt uit de antwoorden van minister Leers op Kamervragen van Tofik Dibi (GroenLinks) op 29 februari 2012, zijn via de Dienst Terugkeer en Vertrek door deze actie in Bloemendaal en omgeving twaalf illegale werksters uit Nederland weggegaan – zeven zijn uitgezet, twee zijn onder toezicht vertrokken en drie hebben Nederland zelfstandig verlaten.

Het allereerste wat Rebecca doet als ze vrij is, is naar haar baptistenkerk in Amsterdam-Zuidoost gaan. Ze heeft veel gebeden in haar cel. Niemand heeft ze verder iets verteld, alleen haar vader en haar advocate weten dat ze is opgepakt. Haar vriend, ook van Ghanese afkomst en legaal in Nederland, heeft haar vaak gebeld. Maar ze heeft gewacht. Pas in het detentiecentrum belde ze hem terug. Hij gaf haar hoop. Ze vertelde hem ook over haar advocate. In de kerk vraagt haar pastoor: ‘Waar ben jij geweest?’ ‘I have been around’, antwoordt ze. Het gaat niemand verder wat aan. Mensen kun je niet vertrouwen.

Rebecca zit in haar flat op de zevende etage in de Bijlmer op de zwartleren bank, in een beige trainingspak, haar korte haar strak in een zwarte doek gewikkeld en zapt van zender naar zender op de televisie. Ze is nu legaal in Nederland. Het was een tragedie. Ze denkt er niet graag aan terug, maar niets gebeurt voor niets. Uit iets slechts komt soms iets goeds. Ze gebruikte het geld van de schadevergoeding om naar Ghana te gaan, naar haar moeder in Accra, en bij de Nederlandse ambassade een Machtiging tot Voorlopig Verblijf (mvv) aan te vragen voor hereniging met haar vriend. Met hem woont ze nu ook samen. Ze deed in Accra op de ambassade inburgeringsexamen, slaagde en vloog terug naar Nederland – net op tijd: met de invoering van het inreisverbod had ze dit niet meer kunnen doen. Nu wacht ze op haar verblijfsvergunning. Ze wil hier blijven. Ze heeft al gezien dat er vlakbij een school is, als ze kinderen krijgen is dat makkelijk. Ze wil een cateringopleiding doen, en haar eigen bedrijfje beginnen. Misschien gaat ze ook wel weer schoonmaken.

Met dank aan Mikko Kuiper


Werk en inkomen

Het is illegalen niet toegestaan te werken. Voor werk is een BSN-nummer nodig, dat sinds 1992 (toen nog sofinummer) niet meer door ongedocumenteerden kan worden aangevraagd. Veel illegalen werken dus zwart of met een vervalst persoonsbewijs. Ook wordt er gehandeld in BSN-nummers. Illegalen zijn daardoor extra kwetsbaar, bijvoorbeeld voor slechte arbeidsvoorwaarden of uitbuiting. Wel vallen ze onder de cao van de betreffende sector en ze kunnen zich aansluiten bij vakbonden. Voor andere inkomsten zijn ze aangewezen op charitas. Officiële financiële bijstand is niet mogelijk.


Detentie

Detentiecentra vormen een van de meest veelbesproken aspecten van het illegale bestaan. Als illegalen worden opgepakt dienen ze zo snel mogelijk het land te verlaten. Tot die tijd kunnen ze worden opgesloten in vreemdelingendetentie. Ze blijven hier gemiddeld drie maanden, met een maximum van achttien maanden, meestal wordt er na een half jaar van uitgegaan dat uitzetting niet mogelijk is. Ongedocumenteerden worden dan ‘geklinkerd’ – op straat gezet. Zorg wordt in detentiecentra vaak ‘niet noodzakelijk’ geacht omdat uitzetting toch snel zal volgen, ook al is dat in veel gevallen niet zo.