Poetin voor het leven?

Het grote gissen is begonnen

Wat gaat president Vladimir Poetin doen in 2024, als zijn ambtstermijn afloopt? De grondwet verbiedt nóg een termijn. Poetin heeft haast, blijkt uit zijn 22 correcties op de grondwet.

15 januari, Poetin spreekt de Nationale Vergadering toe. © Gennadiy Gulyaev / Kommersant / Polaris / HH

Het ondenkbare lijkt afgewend: een Rusland zonder Poetin zal er niet komen, althans niet in de naaste toekomst en voor zover de wetten van de biologie het toelaten. Al een tijdje was het onrustig binnen de elite van Rusland, waarvan een kleine duizend leden op 15 januari verzameld waren in de reusachtige zaal van de Manege in Moskou, om de jaarlijkse toespraak tot de Nationale Vergadering van de Russische president, een soort troonrede, aan te horen. In vorige jaren betrapten camera’s van de staatstelevisie nog weleens toehoorders die waren ingedommeld, maar dit jaar: uitsluitend oplettende hoofden.

En met reden. Nadat de president zich door drie kwartier maatregelen ter bestrijding van de dramatisch lage geboortecijfers heen had geworsteld – verhoging van de kinderbijslag (applaus), verhoging van de baarpremie voor beginnende moeders (applaus), dagelijkse warme maaltijden voor schoolkinderen uit arme gezinnen (zwak applaus) – kwam hij bij de vraag die heel de Russische elite zich steeds bezorgder stelt: hoe moet dat als Vladimir Vladimirovitsj Poetin straks, in 2024, aan het einde van zijn huidige, vierde ambtstermijn als president is aangeland en de grondwet een vijfde verbiedt?

Ligt dan de politieke toekomst van Rusland weer open en staan alle machtsposities in bestuur, veiligheidsorganen, economie, cultuur et cetera dan op de tocht? ‘Er is Poetin – er is Rusland. Is er geen Poetin – dan is er geen Rusland’, is een befaamde uitspraak van Vjatsjeslav Volodin, vroeger hoofd van de presidentiële administratie en tegenwoordig voorzitter van de Staatsdoema, het Russische lagerhuis. In filosofische zin mag dat onzin zijn – in termen van praktische politiek zit er zeker wat in.

Onder Poetin zijn, vooral na 2012, alle politieke alternatieven van hun potentieel beroofd: verkiezingen op alle niveaus zijn gemanipuleerde vertoningen waarbij mogelijke opposanten van de lijst worden geweerd, alle grote media staan in dienst van overheidspropaganda, de rechterlijke macht is niet langer zelfstandig. De geslotenheid van het politieke proces in de Russische Federatie steekt die van de voormalige Sovjet-Unie naar de kroon. Niets, of bijna niets, weet de wereld buiten de muren van het Kremlin over hoe het toegaat aan de top, wie waarom stijgt, wie waarom valt. Zichtbaar zijn alleen de uitkomsten van het politieke proces, zoals in de dagen na Poetins toespraak het afdanken van Poetins premier (en naar het schijnt vriend) Dmitri Medvedev en Joeri Tsjaika, de procureur-generaal wiens excessieve zelfverrijking spreekwoordelijk is geworden voor heel de politieke kaste.

Het lijkt aannemelijk dat de koek van de macht verdeeld wordt onder kongsi’s binnen de elite, bijvoorbeeld rond een groot bedrijf (zoals Gazprom) of een instituut (zoals de geheime diensten fsb of GROe) of zelfs een denkrichting (hervormingsgezinde economen bijvoorbeeld). In een dergelijk informeel systeem wemelt het van rivaliteiten, zowel binnen de kongsi’s (binnen de muren van het Kremlin ‘torens’ genoemd omdat ‘clan’ zo maffia-achtig klinkt), of tussen deze groepen onderling.

Per saldo lijkt het Kremlin nog net zo ondoorzichtig als tijdens de Sovjet-Unie

Er is echter één instantie die je niet kunt verraden, bekritiseren of anderszins tegen je in het harnas jagen, en dat is de man aan de top: Poetin. Hij is degene die, als het nodig is, gunsten en gelden verdeelt en in het uiterste geval conflicten beslecht, knopen doorhakt en belangrijke personele beslissingen neemt. Zo iemand kan eigenlijk door niemand met een beetje positie of macht gemist worden.

Een van de belangrijkste politieke organen in Rusland komt dan ook in geen enkele wet voor. Het is de ‘presidentiële administratie’ die niet voor niets in Moskou zijn intrek heeft genomen in het voormalige hoofdkwartier van het Centraal Comité uit de Sovjet-tijd. Hoofd ervan is thans een zekere Sergej Kirijenko, van wie de buitenwereld niet veel meer weet dan dat hij vroeger bij Rosatom heeft gewerkt. Formeel gaat de presidentiële administratie slechts over de agenda van de president en hoe laat de auto moet voorrijden. In werkelijkheid worden daar de plannen en beslissingen van president Poetin voorbereid en overwogen.

Dezer dagen blijkt zonneklaar dat Kirijenko en de zijnen de afgelopen tijd niet stil hebben gezeten: er is, tot opluchting van velen in de Russische elite, een scenario voor een overgang van de macht in dat fatale jaar 2024, als Poetin inmiddels 72 jaar oud zal zijn en bijna 25 jaar aan de macht – als we het tussentijdse presidentschap van Dmitri Medvedev (2008-2012) gemakshalve als een schijnbeweging beschouwen. Alleen is de precieze inhoud van dat scenario nog goeddeels onduidelijk.

Als gevolg daarvan neemt het Grote Gissen dat ‘Kremlinologie’ genoemd wordt dezer dagen weer een hoge vlucht. In de nadagen van de Sovjet-Unie, in de jaren tachtig, ging het er meestal om de pikorde binnen het Politbureau af te leiden uit wie naast wie stond op de tribune op het Rode Plein bij de 1 mei-parade, of wie binnen de bejaarde politieke top van de Sovjet-Unie als volgende de geest zou geven. Of men poogde in de urenlange redevoeringen van de sovjetleiders dat ene zinnetje te vinden dat een beleidswijziging kon aanduiden. Rusland is nu natuurlijk een ander land – geen totalitaire, ideologische dictatuur meer, maar wat de Amerikaanse Rusland-deskundige Brian Taylor ‘electoraal autoritarisme’ noemt. Per saldo lijkt het Kremlin echter nog net zo ondoorzichtig als vroeger.

Poetins toespraak op 15 januari was helemaal niet zo lang – een uurtje – en het deel waarover iedereen binnen en buiten Rusland zich thans het hoofd breekt duurde maar een kwartiertje. Poetin zei dat het tijd werd voor ‘correcties’ op de bestaande grondwet van de Russische Federatie. Die dateert uit 1993, toen nog de verwachting bestond dat Rusland een democratie zou worden, met een verkozen lagerhuis, de Staatsdoema, een hogerhuis, de Federatieraad, een verkozen president die ministers benoemde en ontsloeg, een onafhankelijke rechtspraak met een Hooggerechtshof en een Constitutioneel Hof.

Als voorzitter van een nieuw overkoepelend orgaan kan Poetin de ‘sterke man’ blijven

Omdat onder Poetin deze instituties goeddeels lege hulzen zijn geworden, leek aannemelijk dat de president eenvoudig de grondwet zou laten veranderen, met name het artikel dat zegt dat eenzelfde persoon maar ‘twee ambtstermijnen achtereen’ president kan zijn. Maar dat deed Poetin niet, integendeel. Hij zei juist uitdrukkelijk dat hij zo’n wijziging niet nodig vond.

Omdat niemand in ernst gelooft dat Poetin in 2024 de macht wil opgeven, ging de aandacht noodgedwongen uit naar andere voorstellen in de toespraak. Die klonken veelal democratisch: ministers moeten voortaan niet door de president maar door het parlement worden aangewezen, gemeentelijke en regionale bestuursorganen moeten meer bevoegdheden krijgen. Politieke ambten mogen niet meer worden bekleed door wie ook een buitenlands paspoort of zelfs maar een verblijfsvergunning in den vreemde heeft.

In de bonte opsomming was er één voorstel dat in het bijzonder de aandacht trok. Poetin stelde voor om de Raad van State, een door hemzelf in 2000 opgericht, voornamelijk uit provinciale gouverneurs bestaand adviesorgaan waarvoor tot nu toe niemand zich interesseerde, de grondwettelijke status te geven die het ontbeert. Dat leek dé oplossing: als voorzitter van een nieuw overkoepelend orgaan kan Poetin als ‘sterke man’ de touwtjes in handen houden. Bijkomend voordeel: voor de nieuwe functie zijn geen verkiezingen nodig. Niets staat zo een levenslang leiderschap in de weg. Want ook gemanipuleerde verkiezingen zijn toch altijd een beetje een risico. Poetins dalende populariteit in de polls van de afgelopen twee jaar – gevolg van de pensioenhervorming en de dalende besteedbare inkomens – zijn een teken aan de wand.

Ook de correcties op de grondwet zullen maar beperkt worden getoetst door kiezers of gekozen organen. Omdat volgens de president aan de basisidee van de grondwet – vrije verkiezingen, rechtszekerheid, vrijheid van meningsuiting et cetera – niet getornd wordt, is een volledige parlementaire procedure niet nodig. Ook een referendum, zoals in 1993, waarbij elke correctie afzonderlijk aan de kiezer voorgelegd moet worden, komt er niet. Wel een ‘volksstemming’, over de uitslag waarover niemand zich zorgen hoeft te maken, omdat er in Rusland nauwelijks gestructureerde oppositie over is om de ‘nee’-stem te organiseren.

2024 lijkt nog ver weg, maar de president heeft haast. Daags na de toespraak kwam in het Kremlin al een ‘werkgroep’ bijeen die de correcties zou uitwerken. De geluidloze televisiebeelden toonden de 75 werkgroepleden uit alle lagen van de samenleving die, in de intimiderende pracht en praal van een Kremlin-zaal, gedwee naar hun president luisterden. Tot nu toe droegen de twee besloten vergaderingen een procedureel karakter. Dat heeft de presidentiële administratie er niet van weerhouden vijf dagen na Poetins toespraak al een lijst met in totaal 22 correcties naar de Staatsdoema te sturen, met de aankondiging dat de volksstemming op 12 april is.

Over de nieuwe rol van de Raad van State wordt daarin weinig meer duidelijk dan dat deze zich met de hoofdlijnen van binnen- en buitenlandse politiek en sociaal-economische ontwikkeling gaat bezighouden – de rest zal in een gewone wet geregeld worden. Verrassend is dat – anders dan verwacht – de bevoegdheden van de toekomstige president niet beknot zullen worden maar eerder uitgebreid: de drager van dit ambt blijft de opperbevelhebber over de strijdkrachten en hij krijgt een versterkt vetorecht over parlementaire wetgeving.

De speculaties over Poetins bedoelingen gaan dus verder – in de weinige media die nog open staan voor onafhankelijke politieke analyse. Volgens de jurist Roman Smirnov is het nog steeds denkbaar dat Poetin door een staatsrechtelijke spitsvondigheid aantreedt voor een vijfde termijn als president. Volgens de politicologe Tatjana Stanovaja weet Poetin allang wie hem gaat opvolgen als president – met hemzelf als sterke man op de achtergrond – maar zal hij de kandidaat nog drie jaar geheimhouden. De these van Poetin als oppermachtig hoofd van de Raad van State blijft toch het populairst. ‘Rusland zal voortaan geregeerd worden door een bovenparlementair orgaan’, constateert ex-senator en jurist Konstantin Dobrynin. De de facto onttakeling van het postcommunistische, in aanleg democratische Rusland, onder Poetin ingezet, dreigt nu de jure zijn voltooiing te vinden.