Het grote herdenken herdacht

Jubileum NU is te zien op het Internationaal Theaterschool Festival in en rondom de Nes in Amsterdam (Universiteitstheater, 29 en 30 juni, 12.30 uur). De voorstelling van Jubileum door De Bende komt waarschijnlijk eind mei naar Felix Meritis in Amsterdam.
Het was mijn eerste dodenherdenking sinds jaren buiten Amsterdam. In Utrecht. Op het Janskerkhof. Het is er rustig en mooi. Er staat een standbeeldje van Anne Frank. Waar een bescheiden gezelschap Utrechtenaren wat bloemen bij neerlegde. De vogels zongen, de bloesems ruisten. Anne Frank was even geen cliche meer.

Na de twee minuten stilte schoven we het Academie-theater in. Daar danste de groep Dansend Hart van Wies Merkx Largo, op muziek van Sjostakovitsj. Ze deden wat hun naam belooft: ze dansten mijn hart open. Vijf lijven staan op uit de dood, en doen het nog een keer voor. Hoe dat is, overleven. In het eerste deel zijn ze met elkaar in felle strijd, die lijven. In het tweede deel janken ze met hun hele lichaam. Largo bemoeide zich prachtig met mijn dodenherdenking.
De voorstelling was deel van een (eenmalig) project. Zeven jonge theaterformaties hebben zich een volle week laten inspireren door een toneelstuk: Jubileum van de Hongaarse auteur George Tabori. Zeven joodse doden staan op uit hun graf. Het is de vijftigste verjaardag van Hitlers staatsgreep, 30 januari 1983. Een neofascist kalkt leuzen op de muur van hun laatste rustplaats. Hij tekent de hakenkruizen fout en wordt door de opgestane joodse doden kalm gecorrigeerd (weergaloze Witz van Tabori). Daarna vertellen ze ons opnieuw de geschiedenis van hun leven, en van hun dood. Het Utrechtse theater De Kikker gaf de opdracht iets te maken, geinspireerd op Tabori’s tekst.
We kregen binnen een week zeven totaal verschillende reacties te zien op een thema. Dat thema is niet eens makkelijk in woorden te vangen. De woede over Het Grote Herdenken. De gene om je als twintiger bezig te houden met joden die onder vreselijke omstandigheden gedood zijn. De irritatie over de ‘politieke correctheid’, die in de maand mei (opnieuw) overal opduikt.
Peter Vermeulen creeerde Happy Hour, een bizarre en raak gespeelde cafesketch, met de neofascist Jurgen uit Tabori’s stuk in het centrum. Even schrijnend was de visie van Erik Snel en zijn groep Aluin op Tabori, Nederland 1, waarin allerlei mafkezen het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie opbellen met bezopen vragen - een show, doorsneden met oorspronkelijk Tabori-materiaal. Andre Lefevre maakte met twee jonge acteurs de telefoonscene uit Tabori’s Jubileum, waarin een vrouw allerlei mensen vanuit een cel opbelt, terwijl het water van de Rijn haar langzaam verstikt. Intens en fel gespeeld.
De jonge acteursformaties De Bende en ’t Barre Land bleven qua sfeer en tekstbehandeling nog het dichtst in de buurt van Tabori’s origineel. De Bende speelde in feite de tekst integraal, zonder realistische aanduiding van een kerkhof - hun decor had iets van een werkplaats, de wijze waarop de voorstelling werd gebracht was los, zonder pretenties, vol stil commentaar en vraagtekens - een nieuwsgierige wandeling door het stuk. ’t Barre Land opende hun produktie Fest met een telefoonscene van Brecht (De joodse vrouw) en eindigde met die van Tabori. Tussen die twee momenten werd een tekstcollage getoond (fragmenten uit Botho Strauss en Thomas Bernhard), die tezamen een fascinerende literaire en theatrale reactie vormden op de week van het Grote Herdenken en de zwaarte van Tabori’s stuk. Prachtig vormgegeven in een leeggeplunderde kas van de Utrechtse Hortus Botanicus.
ErikWard Geerlings gaf in de performance De jubilarissen een rauw en snoeihard commentaar op het feit dat Jubileum hem wanhopig had gemaakt en verscheurd. Moniek Merkx heeft met een klas studenten van de mime-school een strikt persoonlijk getinte collage gemaakt, Jubileum NU. Ja, het was allemaal vreselijk, die oorlog, maar hoe zit het nu dan, en welke bijdrage leveren wij zelf aan de actuele verschrikkingen? Dat leek de permanente en dringende vraag onder hun voorstelling, die moedig dicht op de huid was, en waarbij de makers zichzelf niet hebben gespaard.
Dat was het inspirerende aan deze week: stuk voor stuk stonden er voorstellingen waarvan de absolute noodzaak iedere minuut door de zalen zinderde. Een prachtig bijprodukt van de voorstellingen waren de ontmoetingen tussendoor, de gezamenlijke maaltijden, het debat. Veel jonge theatermakers die elkaar alleen van naam kenden, raakten hier voor het eerst in gesprek. Kortom: een topweek!