© Foto’s Bleeker Street

In zijn boek Sleeping with Strangers uit 2019 schrijft filmjournalist David Thomson over de manier waarop film vanaf de uitvinding van het medium vervlochten is geweest met seksueel verlangen. Hij schrijft over de manier waarop films seks verbeelden, impliciet en expliciet, maar ook over de privélevens van filmmakers en acteurs. Eén hoofdstuk wijdt hij aan regisseur James Toback, een van zijn beste vrienden, zo zegt de auteur er meteen bij, en een van de mannen die in het kielzog van Harvey Weinstein werden beschuldigd van seksueel overschrijdend gedrag. De beschuldigingen zijn voor Thomson aanleiding om te schrijven over zijn vriendschap met Toback, over diens films en zijn larger than life persoonlijkheid. Toback is een ‘gambler’, schrijft Thomson, een ‘movie-mad hustler’. Hij is iemand die gevaarlijk leeft en verhalen verzint – over vrouwen, geweld en zijn vermeende banden met de maffia. Hij schetst Toback als een man met zwaktes en eigenaardigheden, een man ook van wie je je heel goed kunt voorstellen dat hij wildvreemde vrouwen onder het mom van een spontane auditie mee naar zijn hotelkamer lokte, om ze daar aan te randen. Vrouwen die hij, in het geval van actrice Selma Blair, vervolgens bedreigde met de dood, zo vertelde zij destijds aan Vanity Fair. Thomson hoeft zich niet uit te spreken over Tobacks schuld, hij schetst simpelweg het beeld van een man die schuldig is. Maar over het voorval met Blair zwijgt hij. Geen van Tobacks slachtoffers krijgt een naam, een persoonlijkheid, een verhaal.

Hoe vertel je een #MeToo-verhaal? Hoe vertel je een verhaal dat, zoals alle verhalen over overschreden grenzen, gaat over perspectief? Over ‘he said, she said’, ‘jouw verhaal tegen het zijne’. Als je een #MeToo-verhaal vertelt, welk perspectief kies je dan? Thomson heeft geen interesse in de slachtoffers van James Toback, hij wil schrijven over de complexiteit van de dader. Over de kunstenaar die grenzen opzoekt, in verhalen leeft, die de afgrond aan zijn voeten nodig heeft om zijn kunst te kunnen maken. Dat verhaal mag Thomson schrijven. De vraag is: willen we het lezen?

Bombshell (Jay Roach, 2019), een film over het #MeToo-schandaal bij Fox News, kiest expliciet het perspectief van de slachtoffers. In de opvallend lichtvoetige film, voortgedreven door humor en vaart, volgen we drie vrouwelijke medewerkers van de nieuwszender – twee anchors en ingenué Kayla – terwijl zij tot hun beslissing komen om hun baas Roger Ailes aan te klagen. Daarmee gaat Bombshell niet zozeer over slachtofferschap als wel over emancipatie – en precies daar wringt het. ‘Ik ben geen feminist’, verdedigt anchor Megyn Kelly zichzelf als haar wordt aangewreven dat ze presidentskandidaat Donald Trump kritisch bevraagt, ‘ik ben een advocaat.’ Verderop in de film krijgen we een kijkje in de kleedkamers van Fox, waar nieuwslezeressen en weervrouwen elke suggestie van hun menselijkheid wegstoppen onder lagen make-up, haarlak en full-body shapewear. Deze vrouwen, zo maakt de film duidelijk, zijn medeplichtig aan het systeem waarvan ze uiteindelijk slachtoffer worden. Het maakt hun slachtofferschap gecompliceerd, en hun emancipatie dubieus. Bombshell koos dan wel het perspectief van het slachtoffer, maar dat was, volgens feministen en filmcritici, toch weer het verkeerde perspectief. Maar dat Bomshell wringt, maakt het juist tot een interessante film.

Kayla werkt achter de schermen bij Fox News. In de belangrijkste scène uit Bombshell nodigt ze zichzelf uit bij Ailes op kantoor in een poging om haar droom waar te maken: vóór de camera staan. Het gesprek is luchtig, Kayla is op haar charmantst. Ailes vraagt of ze een rondje voor hem zou willen draaien, want ‘televisie is tenslotte een visueel medium’. Ze doet het, nog steeds charmant. Dan vraagt Ailes haar of ze haar rok een stukje op kan tillen zodat hij haar benen kan zien, nog iets hoger, en nog wat hoger. We zien Kayla’s blote benen, nog iets hoger, we zien haar onderbroek tevoorschijn komen. We zien hoe Ailes naar haar kijkt, maar bovenal zien we Kayla’s blik, die nu niet meer welwillend is, maar verward, bang, teleurgesteld. De scène speelt zich af op haar gezicht maar om haar ongemak te begrijpen hebben we ook zíjn blik nodig. De scène draait om haar perspectief, maar het zijne, dat voor even óns perspectief wordt, is essentieel.

Julia Garner als Jane in de film The Assistant, Matthew Macfadyen als Wilcock © Foto’s Bleeker Street

Juist doordat de slachtoffers in Bombshell geen feministen zijn, doordat we zien hoe ze zich voegen naar de male gaze van hun werkgevers en hun publiek, hoe ze daar zelfs gebruik van maken en eraan verdienen, krijgen we het complete patriarchale systeem te zien dat seksueel misbruik op deze schaal mogelijk maakt. We zien alle lagen van dat systeem, van de glazen tafels op de sets die zicht bieden op de blote benen van de Fox-presentatrices tot de gedwongen seksuele handelingen; van een terloopse seksistische opmerking tot de misogyne tweets van de aanstaande Amerikaanse president.

‘Nooit op de bank zitten!’ grapt een van Jane’s collega’s op het privé-kantoor van hun baas

In Sleeping with Strangers schetst David Thomson regisseur James Toback zo overtuigend als een gemankeerd man dat je bijna zou vergeten waar #MeToo in wezen om draait: macht. Toback misbruikte zijn macht niet alleen om aan zijn gerief te komen, het machtsspel lijkt deel te zijn geweest van zijn opwinding, zoals ook de doodsbedreigingen en het gepoch met maffiaconnecties daar deel van lijken te zijn geweest. Toback legde zijn slachtoffers niet alleen het zwijgen op om aanklachten te voorkomen, het hoorde bij het seksuele spel – een machtsspel. In Bombshell draagt Ailes zijn vrouwelijke werknemers op om niet alleen seks met hém te hebben maar met iedere man die hij aanwijst. Dan heb je het niet meer over seksuele bevrediging, over zielige mannen die zich in bochten moeten wringen om aan hun trekken te komen, als een slaaf van hun hormonen – waar je het dan over hebt, is onderdrukking. De slachtoffers in Bombshell zijn sterk, slim, getalenteerd en ambitieus, en het zijn precies die eigenschappen die het aantrekkelijk maakt om ze op hun plaats te zetten.

Na Bombshell is er nu TheAssistant, het speelfilmdebuut van documentairemaker Kitty Green (van onder andere Casting JonBenet). Green kiest het perspectief van slachtoffer noch dader: ze focust op een getuige. Gedurende een dag volgen we Jane, de junior assistent van een Harvey Weinstein-achtige producer, die onder aan de hiërarchische ladder staat en dus verantwoordelijk is voor de saaiste kantoorklusjes. Dat The Assistant over perspectief gaat, wordt al verraden door de cameravoering. Jane’s handelingen – afwassen, afruimen, opruimen, uitpakken, printen en kopiëren, eindeloos printen en kopiëren – worden steeds van bovenaf gefilmd: een vertekenend perspectief, dat het ruimtelijke plat maakt. Die visuele ingreep blijkt parallel te lopen aan het scenario, waarin Jane’s blik centraal staat. Ook dat perspectief laat bepaalde informatie weg en levert daarmee een onverwacht beeld op. We zien wat Jane ziet, we horen wat zij hoort, en verder niets. Er zijn flarden van gesprekken, er is de stem van haar baas, en zijn dreigende aanwezigheid, maar we zien nooit zijn gezicht. Samen met Jane ontdekken we, stukje bij beetje, dat hij zich schuldig maakt aan machtsmisbruik, en ook dat zijn werknemers zich daar maar al te bewust van zijn. ‘Nooit op de bank zitten!’ grapt een van Jane’s collega’s op het privékantoor van hun baas.

Juist door in te zoomen, op de afwas, op een doos met waterflesjes, op de printer die headshots van actrices uitspuugt, maar ook inhoudelijk, met een scherpe focus op dit ene personage en haar dagelijkse beslommeringen, laat regisseur Green het grote plaatje zien. Net als Bombshell legt The Assistant het systeem bloot waarbinnen misbruik mogelijk is. Maar het doet ook iets anders, dat inzoomen: het maakt de film op een gekke manier indringend. Hoe alledaagser Jane’s handelingen, hoe spannender The Assistant wordt.

© Foto’s Bleeker Street

De parallel met misschien wel de belangrijkste feministische filmklassieker is evident. In 1975 maakte Chantal Akerman Jeanne Dielman, 23, quai du Commerce, 1080 Bruxelles, een film die bijna drieënhalf uur lang laat zien hoe een alleenstaande moeder aardappelen schilt, boodschappen doet, de schoenen van haar zoon poetst en, elke dag aan het einde van de middag, een man ontvangt voor betaalde seks. Je zou kunnen zeggen dat de saaiheid van haar handelingen en de lengte van de film het punt is – een gimmick. Maar Akermans ritme werkt bezwerend, vooral wanneer er heel voorzichtig versnelling in de film sluipt. Wanneer de huisvrouw de schoenen net iets verwoeder begint te poetsen.

The Assistant speelt 45 jaar later. Anders dan Jeanne zit Jane niet vast in het keurslijf van een huisvrouw en parttime prostituee. Ze heeft gestudeerd aan een prestigieuze universiteit en hoewel ze op haar werk op de laagste sport van de ladder staat, is het een ladder die onherroepelijk zal leiden naar succes. De naam van Chantal Akerman zingt vandaag de dag vaker rond dan, zeg, tien jaar geleden. Jeanne Dielman wordt weer gezien, afgelopen zomer nog in het Amsterdamse eye. Herkent een hedendaags publiek zich in Jeanne? En zo nee, maakt dat de film minder relevant? Jane leidt het leven dat Jeanne niet gegund was: ze is ambitieus en autonoom. Maar ze maakt, ongewild, nog steeds deel uit van een systeem dat draait om onderdrukken, zwijgen, wegkijken, misbruik en macht.

Er arriveert een nieuwe assistente op Jane’s kantoor, een jong meisje van buiten de stad zonder relevante werkervaring. Dit is het moment waarop Jane’s geweten begint te knagen. Het is ook het moment waarop een doodnormaal filmpersonage kan veranderen in iets anders: een held, waarop een film over misbruik kan veranderen in een film over emancipatie, zoals Bombshell. Maar de focus op Jane benadrukt juist dat ze de enige is met een geweten. Haar zorgen steken pijnlijk scherp af bij de onverschilligheid en het opportunisme waarmee ze wordt omringd. Door Jane’s perspectief te kiezen laat The Assistant niet alleen het systeem zien waarin zij een radertje is, hij laat zien wat dat betekent. Namelijk dat er meer voor nodig is dan de emancipatie van een handvol vrouwen om echt iets te veranderen.

The Assistant is nu te zien in de filmtheaters