Alexander von Humboldt, Kosmos: Entwurf einer physischen Weltbeschreibung

Het grotere geheel

Alexander von Humboldt

Kosmos: Entwurf einer physischen Weltbeschreibung

Eichborn Verlag, 941 blz., € 99,-

Het is een ongewoon, opvallend beeld, zelfs in deze tijd van discussie over de noodzaak langer door te werken. De adellijke geleerde Alexander von Humboldt schreef in november 1844 in Potsdam dat hij «in de late avond van een veelbewogen leven» het Duitse publiek een werk overhandigt dat bijna een halve eeuw lang door zijn hoofd had gespookt. Von Humboldt was toen 75 jaar oud en kort daarop verscheen het eerste deel van zijn Kosmos: Entwurf einer physischen Weltbeschreibung. Maar het bijzondere is dat hij vijftien jaar later nog altijd aan het schrijven was. In zijn inleiding van het vijfde deel van Kosmos noemde hij zichzelf een «bijna negentigjarige grijsaard» wiens levenskrachten afnemen. Maar hij wist toen ook dat zijn levenswerk, de beschrijving van de ganse natuur van hemel en aarde, een groot succes was geworden. Hij kon melden dat het werk inmiddels in negen talen was verschenen. Aan dat laatste, vijfde deel werkte hij tot aan zijn dood in 1859. Het verscheen in1862.

In de inleiding van dat vijfde deel legde hij nog eens uit wat hem voor ogen stond. «Ik heb in het boek gestreefd naar het volgende: een denkende beschouwing over de door ondervinding gegeven verschijnselen, een overzicht van de ontwikkelingen naar een totale natuur. Het veralgemenen van de opvattingen over het in elkaar overgaan van de reële, ononderbroken voortgaande natuurprocessen (een van de heerlijkste resultaten van onze tijd!) leidt naar het onderzoek van wetten daar waar we ze erkennen of minstens vermoeden. Een heldere en levendige taal bij de objectieve schildering van de verschijnselen en van de weerspiegeling van de natuur in het geestelijke leven in de kosmos, in de wereld van de gedachten en gevoelens, behoort tot de noodzakelijke voorwaarden van een dergelijke, ik mag wel zeggen nog nooit uitgevoerde compositie.»

Kosmos bevat allereerst een beschrijving van de gehele natuur, beginnend bij de verste nevelvlekken in het heelal en eindigend bij de levende wezens op aarde. Daarbij gaat het Von Humboldt niet om de details, ofschoon die natuurlijk van belang zijn, maar om de schildering van de verschijnselen in de natuur in hun onderlinge samenhang. De natuur moet, zegt hij, worden opgevat als een door innerlijke krachten voortbewegend en levend geheel. Verder was voor Von Humboldt de eigen ondervinding van groot belang. Hij noemt zichzelf een «reiziger die zijn kennis hoofdzakelijk te danken heeft aan het direct aanschouwen van de wereld». En elders schrijft hij: «Ik waag me niet op een terrein dat me vreemd is.»

Alexander von Humboldt (niet te verwarren met zijn twee jaar oudere, eveneens beroemde broer Wilhelm) was een «wetenschappelijke reiziger» die tussen 1799 en 1804 door grote delen van Midden- en Zuid-Amerika trok en daarbij onder meer de 6300 meter hoge Chimborazo beklom. Op deze expeditie – de «tweede ontdekking van Amerika», zoals wel wordt gezegd – volgde jaren later een reis dwars door Rusland tot aan de grens met China. Daarnaast was Von Humboldt een universeel geleerde. Astronomie, geognosie, geologie, geografie, mineralogie, natuurkunde, meteorologie, vulkanologie, plant- en dierkunde, literatuur, kunstgeschiedenis en algemene geschiedenis: er is eigenlijk geen terrein dat hem vreemd was. En al deze wetenschappen komen in Kosmos aan bod.

Maar al die opeengehoopte kennis was er niet om de natuur van haar betovering te ontdoen. Von Humboldt wilde «het genieten van de natuur vermeerderen door het diepe inzicht in haar innerlijke wezen te vergroten». Hijzelf was vol enthousiasme over de pracht en de volheid van de natuur in het tropische berglandschap van Latijns-Amerika. Schoonheid was voor hem belangrijk en een deel van Kosmos is dan ook gewijd aan de invloed van de natuur op de kunst.

De natuur valt bij Von Humboldt uiteen in twee sferen: de reële, zintuiglijk waarneembare wereld en de ideale, innerlijke wereld. «De mens verwerkt in zichzelf de materie die de zintuigen hem aanbieden.» De natuur werkt in op het gemoed van mensen, op hun «poëtisch gestemde verbeeldingskracht». En dat vindt zijn weerslag in de literatuur, in de schilderkunst, in de aanleg van botanische tuinen. En die kunst kan dan weer een stimulans zijn zich nader in de natuur te verdiepen.

Kosmos bevat meerdere historische delen. Von Humboldt vertelt hoe vanaf de oude Grieken en Romeinen de natuur een grote of kleine plaats kreeg in de kunst, waarbij hij zich geenszins beperkt tot Europa. Maar hij vertelt ook de geschiedenis van de kennis van de natuur. Het vergroten van die kennis verliep parallel aan de ontdekking en de verovering van de wereld. De veldtocht van Alexander de Grote was ook een «wetenschappelijke expeditie». De ontdekking van Amerika door Columbus (of beter herontdekking, want Von Humboldt was ervan overtuigd dat Amerika rond het jaar duizend werd ontdekt door de Noorman Leif, zoon van Erik de Rode) en de grote ontdekkingsreizen van andere zeevaarders in de vijftiende en zestiende eeuw; ze hebben alle de kennis van de kosmos vergroot. Daarnaast zijn er de ontdekkingen en uitvindingen geweest van grote geesten als Copernicus, Galilei, Kepler, Bacon, Descartes, Huygens en Newton.

Dat kennis en kolonisatie hand in hand zijn gegaan, is iets wat Von Humboldt diep betreurt. «De vooruitgang in kennis van de kosmos werd duur betaald met alle gewelddaden en gruwelen, welke de zogenaamde beschaafde veroveraars over de wereld verspreidden.» Maar dit heeft hem zijn geloof in de vooruitgang niet ont nomen. Over de wetenschap van de algemene natuurkunde noteert hij: «We treden in een innig verkeer met de buitenwereld, gaan deelnemen aan datgene wat tegelijkertijd de indu s triële vooruitgang en de intellectuele veredeling van de mensheid betekent.»

Von Humboldt was een humanist, een liberaal denkend mens, die zich keerde tegen het kolonialisme, de slavernij en het antisemitisme. Hij ging uit van de «eenheid van het mensen geslacht» en dit betekent dat er geen hogere en lagere mensenrassen bestaan. «Het principe van de individuele en politieke vrijheid is in de onuitroeibare overtuiging geworteld van de gelijke rechten van het enig mensen geslacht.»

Van Goethe is de uitspraak: «Duitsers bezitten het talent de wetenschap ontoegankelijk te maken.» De dichter uit Weimar dacht toen zeker niet aan Von Humboldt, met wie hij bevriend was en voor wie hij grote waardering koesterde. Von Humboldt hechtte grote waarde aan een helder taalgebruik. Kosmos, zo schreef hij in de inleiding, moet ook literaire kwaliteit bezitten, want natuurbeschrijvingen mogen niet kleur- en levenloos zijn. Hij wilde zijn werk schrijven voor de geïnteresseerde leek, niet voor geleerde vakbroeders.

Dat Von Humboldt in deze opzet is geslaagd, blijkt uit het feit dat uitgever Cotta in Tübingen, die tussen 1845 en 1862 de vijf delen van Kosmos op de markt bracht, uiteindelijk tachtigduizend exemplaren van het werk liet drukken. Het was een bestseller.

Maar ook bestsellers raken in de vergetelheid, en dat lot trof ook dit werk. Daarbij heeft vermoedelijk een rol gespeeld dat de kosmopoliet Von Humboldt slecht paste in het politieke landschap. Na zijn dood namen in Duitsland conservatisme, nationalisme, imperialisme en gevoelens van superioriteit steeds verder toe, zaken die Von Humboldt verafschuwde. Al tijdens zijn leven ondervond hij veel weerstand van ultraconservatieven en orthodoxe protestanten, de zogenoemde piëtisten. Von Humboldt moet eens hebben gezegd: «Ik ben een ongeliefd persoon geworden en zou allang als revolutionair en auteur van de goddeloze Kosmos zijn verbannen als mijn positie bij de koning dat niet zou verhinderen.» Hij werd gesteund door de Pruisische koning Friedrich Wilhelm III en zijn opvolger Friedrich Wilhelm IV. Aan deze laatste droeg hij Kosmos op.

Dit najaar vindt in Duitsland de herontdekking van Alexander von Humboldt plaats, en wel dankzij Hans Magnus Enzensberger. Deze bekende dichter en schrijver is ook de uitgever van Die andere Bibliotheek die vaak bijzondere boeken publiceert. Ze bestaat thans twintig jaar, wat kennelijk mede aanleiding was een Humboldt-project op stapel te zetten. Niet alleen is er nu weer Kosmos, maar eveneens zijn verschenen Ansichten der Natur (eerste uitgave 1808) en Ansichten der Kordilleren und Monumente der eingeboren Völker Amerikas, een boek dat Von Humboldt tussen 1810 en 1813 in het Frans schreef en dat nu voor het eerst in het Duits is vertaald.

Kosmos (alle vijf delen in een fraaie band met gouden letters en daarbij de Physikalischer Atlas van Heinrich Berghaus, ooit gemaakt voor de uitgave van het tweede deel van Kosmos, als toegift) is natuurlijk door de verdere ontwikkeling van de wetenschap achterhaald. Dat dit zou gebeuren, wist ook Von Humboldt. Wat we nu aan kennis van de natuur bezitten, schreef hij, is «slechts een zeer onbeduidend deel van datgene wat bij voortschrijdende activiteit en gemeenschappelijke vorming de vrije mensheid in de komende eeuwen zal verwerven». Kosmos moet dan ook gelezen worden als een historisch werk. Het geeft inzicht in wat in het midden van de negentiende eeuw bekend was over de natuur van hemel en aarde. Von Humboldt heeft dat allemaal samengevat. Jarenlang zat hij gebogen over zijn Kosmos, het werk van een «grijsaard» dat nog altijd bewondering wekt.