De laatste loodjes van Balkenende

Het Haagse toneel wordt steeds leger

Wie van de leiders der drie grote partijen staat straks, als het stembusstof na drie verkiezingen op rij is neergedwarreld, nog op het Haagse toneel? Een trendverslag.

Nu 2005 ten einde loopt, gaan de politici een periode tegemoet van drie verkiezingen op een rij. Wat betekenen de keuzes van de kiezer bij de verkiezingen voor Gemeenteraad, Provinciale Staten en Tweede Kamer voor de politieke carrières van Jan Peter Balkenende van het CDA, Jozias van Aartsen van de VVD en PvdA-leider Wouter Bos?

Zie het als de kleine lettertjes onder een aanbieding met ronkende winstverwachtingen van een beleggingsfonds. Wie wel eens een trendwatcher voor een volle zaal op een podium bezig heeft gezien, zal de volgende be schrijving herkennen: een trendwatcher is een handig type dat met veel bravoure voor iedereen waarneembare ontwikkelingen doortrekt naar de toekomst, met evenveel bombarie zich zelf tegenspreekt als dat zo uitkomt en dat alles voor goed geld verkoopt als voorspelling.

De filosofe Hannah Arendt zei het in haar eind jaren zestig verschenen essay On Violence chiquer. Kort samengevat luidt haar definitie van een prognose zo: toekomstvoorspellingen zijn niks anders dan het doortrekken van ontwikkelingen die al gaande zijn zonder daarbij rekening te houden met het handelen van men sen of met onverwachte gebeurtenissen.

Voor de trendwatcher die zich houdt aan Arendts definitie is de vraag wie van de drie straks nog op het Haagse toneel staat een fluitje van een cent. Afgelopen weekeinde leek het alsof ook de drie betrokkenen zelf zich dat bewust waren.

Na de Tweede-Kamerverkiezingen, als laatste van de drie verkiezingen vooralsnog ge pland in het voorjaar van 2007, wordt Wouter Bos de nieuwe bewoner van het Torentje aan de Haagse Hofvijver. PvdA en Bos staan er al tijdenlang goed voor in de peilingen. Dat velen niet kiezen vóór de PvdA maar vooral stemmen tégen het huidige kabinet is niet van belang. Bos zou er uit electoraal oogpunt erg onverstandig aan hebben gedaan als hij was ingegaan tegen de huidige, paradoxale trend om van de politiek alle oplossingen voor alle problemen te verwachten terwijl de politiek juist steeds minder van invloed is. Dat deed Bos dus ook wijselijk niet. De PvdA-leider kan het premierschap gewoonweg niet meer mislopen. Hijzelf ziet dat ook zo. Daarom presenteerde hij zich afgelopen zaterdag op het PvdA-congres in Utrecht dan ook als de man die straks «uw premier wil zijn».

Bos speelde in zijn congrestoespraak de rol van de buitenstaander. Dat is een houding die het uitstekend doet bij de kiezer. «Ik vind het heel pijnlijk om te merken hoe steeds meer mensen de politiek zien als hun vijand», deinde hij vakkundig mee op de weerzin tegen het Binnenhof. Voor de hedendaagse kiezer maakt het niet uit dat Bos zelf al jarenlang deel uitmaakt van die politiek, zolang hij maar doet alsof hij er niet bij hoort. Dat Bos dit uitstekend aanvoelt, laat hij nog eens extra zien door zijn boek Dit land kan zoveel beter vrijdag niet in dat politieke konkelfoezen-nest Den Haag te presenteren, maar in zijn eigen stad Amsterdam.

Wat de kiezer ook erg waardeert, is een politicus die toegeeft dat er fouten worden ge maakt, maar dat dit niet erg is omdat daarvan kan worden geleerd. Dat geeft de politicus een menselijk gezicht. De steun voor de missie van Nederlandse troepen in Irak of het instellen van het Studiehuis werden door Bos niet met name genoemd. Al te veel details en verklaringen doen het niet goed bij de kiezer, die ge wend is aan de tv-programma’s van Talpa met voor de kijkcijfers bedoelde ruzies tussen Gordon en Gerard Joling die over niks gaan.

Ook de roep om leiderschap heeft Bos ge hoord. Ook hij vindt dat er behoefte is aan een leider. En dan niet een sterke man die even orde op zaken komt stellen. De Nederlander wil dat niet. Daarom pleit Bos voor een bindend leiderschap dat de kloof tussen de politiek en de burger kan dichten. Want die kloof waar iedereen het over heeft, is de eigentijdse politicus Bos niet ontgaan. Die moet gedicht en daarom heeft de kiezer behoefte aan leiderschap. Zoals hij ook behoefte heeft aan hoop, aan saamhorigheid en lotsverbondenheid, aan onderwijs, aan werk en aan trots. Bos beloofde het daarom allemaal, wederom zonder in te gaan op ingewikkelde details die maar zouden afleiden van de krachtige, energieke hoofdlijn.

Dat de PvdA-leider de tijdgeest goed aanvoelt, bewijst hij eveneens door niet in te gaan op het wie-met-wie-spelletje. De kiezer heeft daar een hekel aan. Dus zegt Bos dat hij op eigen kracht wil winnen. Dat is ferme taal. Bijkomend voordeel is dat Bos na de verkiezingen alle kanten op kan kijken voor een coalitiepartner, naar gelang het de PvdA het best uitkomt.

Ook Jan Peter Balkenende was dit weekeinde actief. Terwijl Bos in Utrecht zijn eigen toekomst dichterbij stond te praten, was de man die voorlopig nog «onze premier» is bezig in een grote bak met hutspot te stampen alsof hij wilde laten zien dat zijn toekomst in het vrijwilligerswerk ligt. Met Bos als de nieuwe man in het Torentje ligt het voor de hand dat de vertrekkende man omziet naar andere bezigheden. Tweede viool spelen in een kabinet van PvdA en CDA is geen aantrekkelijke optie voor iemand die al premier is geweest. Een terugkeer naar de Tweede Kamer is evenmin reëel, al wordt dit natuurlijk nadrukkelijk open gehouden omdat de man anders direct het laatste restje gezag kwijt is. De Britse premier Tony Blair mag dan ook aan zijn nadagen zijn be gonnen, gevoel voor dit soort ontwikkelingen heeft hij blijkbaar nog steeds. Dat bewees hij door bij het recente bezoek van Balkenende aan Downing Street de Nederlandse minister-president niet buiten bij de deur te willen ontvangen zoals hij met menige gast van statuur gewoon is te doen.

Voor het daadwerkelijke afscheid van Bal ken ende daar is, doen hij en het CDA er goed aan bij de komende kamerverkiezingen in te zetten op voortzetting van dit kabinet met VVD en D66. Het CDA kan het huidige kabinet net zo goed meteen opdoeken als het nu al laat blijken niet samen met de huidige coalitiepartners verder te willen. Daarvoor hebben ze geen Verdonk en Congo, geen Schipholbrand, geen rondslingerende floppy’s van de Regionale In lichtingendienst en Peter R. de Vries, geen ruzie over koopkrachtcompensatie of minis ters die met hun uitspraken het kabinetsbeleid afvallen nodig.

Zo’n vroegtijdig einde zou de PvdA overigens erg goed uitkomen. De partij zou haar virtuele winst dan sneller kunnen incasseren. Bovendien betekent de val van het kabinet ze ker het politieke einde van Balkenende. Twee keer achter elkaar premier zijn van een kabinet dat de rit niet uitzit, staat niet goed op een cv. Binnen het CDA ontbrandt dan een machtsstrijd, waarvan de afloop onzeker is. Daardoor zou de PvdA een nog grotere winst kunnen pakken dan de peilingen nu al voorspellen.

Door zich afgelopen zaterdag op een bak met stamppot te storten, bracht Balkenende overigens niet alleen zijn eigen toekomst in beeld, maar maakte hij ook, al was dat onbedoeld, een andere trend zichtbaar: die van de toenemende armoede en het groeiende aantal voedselbanken. Het was alsof hij wilde zeggen dat de schamele compensatie voor de gestegen olieprijs alleen maar kan leiden tot gaarkeukens en liefdadigheid.

Daarmee speelde hij PvdA’er Bos nog weer eens in de kaart. Deze maakte op zijn congres handig gebruik van de ruzie tussen coalitiepartijen CDA en VVD over de compensatie voor de dure olie. Bos liet zich niet afleiden door argumenten over oplopende staatsschulden, maar bleef gericht op de portemonnee van de kiezer. «Gekibbel over acht eurocent per dag», noemde hij de ruzie snerend. Alle pijlen van Bos richtten zich overigens op het CDA. Ook daaruit blijkt wederom dat Bos haarfijn de trend aanvoelt dat de VVD een te verwaarlozen grootheid is.

Waarmee de laatste van de drie hoofdrolspelers aan de beurt is. Terwijl zijn twee tegenspelers afgelopen weekeinde druk bezig waren, rustte Jozias van Aartsen uit van de ruzie tussen VVD-coryfeeën Hans Wiegel en Ayaan Hirsi Ali en het gekrakeel in zijn partij over artikel 23 van de grondwet, van de ruzie met het CDA over de koopkrachtcompensatie, van zijn eigen onhandige opmerkingen over het rekeningrijden, kortom van een heel jaar waarin hij inmiddels de politiek aanvoerder is van de liberalen. Ook deze besteding van de zaterdag is symbolisch. Van Aartsen, die maandag zei dat hij hooguit met Bos wil regeren als de VVD groter is dan de PvdA, krijgt straks zeeën van tijd. Hij verdwijnt van het politieke toneel. De VVD doet het slecht in de peilingen en er is in die partij niemand die volmondig en enthousiast zegt: Van Aartsen is onze man, laat staan dat ze praten over «onze premier».

Het meest positieve dat over Van Aartsen kan worden gezegd is dat hij op het moment inderdaad de politiek aanvoerder van de VVD is. Maar dat wil nog niet zeggen dat hij bij Tweede-Kamerverkiezingen de lijsttrekker zal zijn. Waar Van Aartsen hoogstens zijn voordeel mee kan doen, is een goede uitslag ten opzichte van de peilingen, die de afgelopen jaren schrikbarend laag waren. In die periode was Gerrit Zalm nog de politiek leider en dus was Van Aartsen daar formeel niet voor verantwoordelijk. Of de kiezer deze redenering zal pikken is de vraag. Daar staat tegenover dat een openlijke ruzie om de macht na een eventuele verkiezingsnederlaag bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart niet wervend werkt. En de trend zit de liberalen ook al niet mee: die is anti-marktdenken. Na jaren van een bijna godsdienstig geloof in de markt loopt deze kerk nu leeg. Die trend keren, zo leert de geschiedenis, is niet eenvoudig.

Samenvattend luidt op dit moment het antwoord op de vraag wie er straks na een reeks verkiezingen nog op het Haagse toneel staan als volgt: Bos wordt premier, Balkenende en Van Aartsen gaan af door de zijdeur. Natuurlijk kan het altijd anders lopen. Want de trend van de laatste jaren is dat er altijd iets onverwachts gebeurt. Gedoodverfde kandidaten voor het Torentje zoals Elco Brinkman (CDA) en Ad Melkert (PvdA) kunnen daar alles over vertellen.

T