Het hart en de plaats

We moesten - het is 35 jaar geleden - de vraag beantwoorden wat we vonden van de moraliteit in het boek The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde. Dat was een pikante vraag, want tot het boek behoorde de inleiding waarin Wilde uitdrukkelijk verschillende uitspraken over moraliteit doet. Bijvoorbeeld (ik pik uit luiheid even een oude vertaling): ‘Het morele leven van de mens maakt deel uit van het onderwerp van de kunstenaar, maar de moraliteit van de kunst bestaat in het volmaakt gebruik van een onvolmaakt medium.’ En ook: 'Geen kunstenaar heeft ethische sympathieën. Ethische sympathieën in een kunstenaar is een onvergeeflijke gemaniëreerdheid van stijl.’ Er zijn er zo nog een paar. Het verhaal zelf ademt moraliteit, niet in de laatste plaats door Lord Henry Wotton, die een bijzondere genegenheid opvat voor de beeldschone Dorian Gray en hem probeert te verleiden met tamelijk hedonistische, zogenaamd amorele opvattingen.
Ik geloof dat we drie maanden achtereen over dit boek spraken. We kenden het bijna uit ons hoofd. Na die periode was de groep in tweeën gesplitst: zij die het boek afschuwelijk vonden (een goedkope driestuiversroman) en zij (waaronder ik) die er maar geen genoeg van konden krijgen.
Datzelfde deden we daarna met Multatuli - niet met één boek, maar met bijna al zijn boeken. Waar stond Douwes Dekker? Wat wilde hij? Hoe moesten wij daarover oordelen? Zagen we zijn opvattingen in zijn stijl?
Ik genoot daarvan. Ook door 'Dek’ liet ik me beïnvloeden. Dat ik nu columnist ben, komt door hem.
Literatuur speelde een grote rol in ons leven. Je leerde stelling nemen, esthetische opvattingen formuleren en verdedigen, of juist nuanceren. We oefenden ons, zoals idee 4 van Multatuli ons voorhield 'in het bepalen’. Literaire bladen waren daarom belangrijk. Literaire bijeenkomsten waren belangrijk. Voordrachtavonden waren belangrijk. Belangrijk, en dus niet 'leuk’. 'Leuk’ was een extra argument, - maar geen doel op zichzelf.
Ik hield van 'leuk’ en heb de devaluatie van het woord en het begrip meegemaakt. Misschien ben ik daar zelf ook wel schuld aan. Alles moest leuk zijn, grappig, om te lachen.
Ik vind dat nog steeds.
Maar we zijn de rest vergeten. Soms wakkert wel iets op, maar dan gaat het nergens over: of de grote dikke negertieten en negerkonten in het boek van Robert Vuijsje wel of niet racistisch zijn en dat soort onzin. Of dat Max Pam en ik heimelijke vertegenwoordigers van de PVV zijn…
Het zijn tekenen dat we weer terugvallen naar oude, achterhaalde morele oorde len. Literatuur die 'ergens over gaat’ is meestal, als ik de recensenten goed lees, 'linkse’ literatuur. Geëngageerd in sartreaanse zin. Je moet het hart op de goede plaats hebben. Als schrijver.
Als het gaat over moraliteit, stijl, opvattingen, zijn we eigenlijk al na driehonderd woorden uitgepraat. Veel recensies zijn zo: 'Deze schrijver is goed, want ik ben goed - de recensent.’
En zo worden ons soms schrijvers afgepakt.
Ik kreeg daarnet een uitnodiging van het Multatuligenootschap in mijn bus.
Er komt namelijk een symposium met als onderwerp: 'De toekomst van Multatuli’. Je denkt: dat is iets voor schrijvers om voor warm te lopen. Iets voor de nieuwe generatie. Iets voor Van der Heijden versus Grunberg, voor Holman versus Giphart, voor weet ik veel wie tegen weet ik veel wie. Het is voor grote artikelen, voor beschouwingen in literaire bladen.
Maar het rijtje sprekers is als volgt: Thomas von der Dunk (PvdA), Ronald van Raak (SP), Bert Koenders (PvdA), Elsbeth Etty (recensent), Margriet van der Linden (Opzij), Cees Fasseur (historicus), Frans Timmermans (PvdA) en Job Cohen (PvdA).
Dag Multatuli. Jammer dat je ontvoerd bent en in gijzeling wordt gehouden. Ze zullen goed voor je zorgen - tot de verkiezingen.