Het standbeeld van Cecil John Rhodes, stichter van de Britse kolonie Rhodesië, die hij naar zich zelf noemde, word omvergehaald in Salisbury de hoofdstad. Het land, nu Zimbabwe werd onafhankelijk en daarmee kwam een einde aan decennialang Britse koloniaal bestuur, 31 juli 1980 © Louise Gubb / AP /ANP

Hannah Arendt lijkt ervoor beducht te zijn geweest dat het imperialisme in de westerse geschiedenis vooral als een relict uit het verleden zou worden beschouwd. In het voorwoord dat ze in 1967 schreef voor het tweede deel over imperialisme van haar grote studie over het totalitarisme uit 1951 heeft ze het twee keer over een ‘bijna vergeten periode’.

Imperialisme, stelt ze, wordt vooral als scheldwoord gebruikt, maar lijkt ‘als politiek verschijnsel half vergeten’. Dat acht ze niet alleen onjuist, maar ook gevaarlijk. Ze somt een aantal voorbeelden op die de relevantie ervan voor de actuele gebeurtenissen uit die tijd duidelijk maken: de oorlog in Vietnam, de opkomst van de geheime diensten in de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, de Russische overheersing van Oost-Europa.

Wanneer ik naar mijn uitgave van The Origins of Totalitarianism kijk, leek het tot voor kort dat ik de observaties van Arendt over het vergeten en verwaarlozen van de invloed van het imperialisme alleen maar kon onderschrijven. Ik heb de gewoonte om allerlei verwijzingen en commentaren in de marges van mijn boeken te kladderen. Het eerste deel van Arendts grote studie dat over het antisemitisme gaat, staat er vol van, het laatste deel over totalitarisme ook. Alleen deel twee, met uitzondering van het hoofdstuk over ‘het einde van de rechten van de mens’, is daarentegen akelig leeg. Het leek kennelijk ook niet de moeite waard om te vertalen, zoals de andere twee delen.

Dat er nu toch een zorgvuldige vertaling van Willem Visser ligt, heeft ongetwijfeld te maken met de toenemende relevantie die het imperialisme dat Arendt beschrijft recent in de politieke werkelijkheid krijgt. Nederlanders buigen zich steeds kritischer over hun kolonialistische en imperialistische verleden in Indonesië, Belgen over genocidale praktijken in Kongo. In de grote studies hierover van David Van Reybrouck – die tegenwoordig trouwens verbonden is aan het Hannah Arendt Instituut in New York – ontdekken we steeds meer hoe het westerse imperialistische verleden nog steeds op vele wijzen in het heden doorwerkt. Om de expansiepolitiek van Poetin te begrijpen, lijken de uiteenzettingen van Arendt over het panslavisme ook van uitzonderlijk belang. We kunnen, kortom, de vertaling, Imperialisme, alleen maar toejuichen.

Natuurlijk is het een enigszins boude bewering dat een ruim zeventig jaar oude tekst essentieel is om de Russische invasie van Oekraïne te duiden. Eerlijk gezegd heb ik dat zelf ook pas zeer recent onderkend. Eerder dit jaar publiceerde ik mijn boek Ik wil begrijpen, over ‘de onbekende Hannah Arendt’, waarin ik wel aandacht besteedde aan het westerse imperialisme, maar verder niet omkeek naar ‘het continentale imperialisme’, dat Arendt als de beweging van het panslavisme analyseert. Pas toen ik de redenen voor Poetins inval in Oekraïne niet kon begrijpen, kwam de tekst van Arendt als verheldering langzaam (te langzaam voor mijn boek) naar boven. Gelukkig wijdt Marli Huijer er wel enige aandacht aan in haar verhelderende nawoord.

Waar gaat het om? Arendt wijst erop dat het panslavisme (net als het pangermanisme) zichzelf als de continentale tegenhanger beschouwde van de overzeese expansie van de westerse naties in de jaren na 1880. Tegenover de claim van Engeland om de zeeën te beheersen, lanceerde men de leus ‘Ik wil het land beheersen’. De twee modellen van imperialisme verschillen overigens aanzienlijk van elkaar. Kenmerkend voor het continentale imperialisme was dat kapitalistische motieven er nauwelijks een rol in speelden, wat volgens Arendt inhield dat er in het algemeen nauwelijks kritische aandacht aan werd besteed. Ook het kolonialistische racisme speelde hier geen grote rol. De voordelen van een witte huid in een zwarte of bruine omgeving sprongen tenslotte niet in het oog.

Waarom besteedde Arendt geen aandacht aan het Amerikaanse imperialisme?

Het panslavisme had het vooral over ‘de ziel’: er werd een ideologie opgetuigd van ‘het Heilige Rusland’, als centrum van de unieke zielskwaliteiten van ‘de Slavische broedervolken’. ‘Pseudomystieke flauwekul’, volgens Arendt, maar aangedikt met talloze totaal willekeurige historische beschouwingen bewerkstelligde het ‘een emotionele aantrekkingskracht die qua diepte en weidsheid een simpel nationalisme verre oversteeg’. Arendt munt er het begrip ‘stamnationalisme’ voor. Hierbij hoort de uitdrukkelijke vijandschap ten opzichte van het liberale individualisme van de mensenrechten. Door deze indeling in menssoorten werd een gemeenschappelijk menszijn ontkend.

Robert Serry, oud-ambassadeur in Oekraïne, belichtte in NRC (van 22 oktober) dezelfde achtergronden van de huidige oorlog. Het ging volgens hem om een ‘dekolonisatieproces’. Oekraïne is voor de Russen nog steeds ‘Malarossija’ (Klein Rusland) dat bij de ‘Roeskij Mir’ (de Russische gemeenschap) hoort, ‘waar Russisch sprekenden nu worden geterroriseerd door Oekraïense nazi’s en terroristen’. Dit beeld verklaart waarom Poetin nooit over oorlog speekt, die immers tussen landen speelt, maar over ‘een speciale militaire operatie’ om het kwaad onder de bevolking te liquideren. Daar moeten wij Nederlanders niet al te snel verontwaardigd over doen. Wij hadden het in Indonesië tenslotte ook over ‘politionele acties’, waarmee de realiteit van een bloedige koloniale oorlog werd weggemoffeld.

Hiermee werpt Serry ons terug op ons eigen imperialisme. Ondanks een interessante verwijzing naar Max Havelaar van Multatuli bespreekt Arendt dit niet rechtstreeks, omdat ons vroege koloniale begin in de zeventiende eeuw volgens haar atypisch is. Maar als het om ons verleden gaat, logen voor mij haar beschouwingen over de Zuid-Afrikaanse ‘Boeren’ met hun meedogenloze jacht op de Khoi en de San, de oorspronkelijke bewoners, er niet om. De grote helden uit mijn jeugdboeken vielen figuurlijk van hun voetstuk. Letterlijk overigens nog niet, want generaal Christiaan de Wet, naast wie ik mij vroeger trots liet fotograferen, staat nog pontificaal op de Hoge Veluwe. Hoe lang nog? Of valt de stichting van de Kaapkolonie door Jan van Riebeeck in 1652 buiten de huidige kritische discussies? In 1952 herdachten wij die nog met de uitgave van een speciale postzegel.

Als vrouwelijke filosoof die niet aarzelde om controversiële standpunten in te nemen, lag Arendt vaak hevig onder vuur van haar collega’s. Het meest bekend is de voortdurende discussie over haar typering van nazi-functionaris Adolf Eichmann als voorbeeld van ‘de banaliteit van het kwaad’. Maar ook Arendts ideeën over het imperialisme worden nog steeds fel bestreden. Deels gaat het hier om een omissie: waarom besteedde zij geen aandacht aan het Amerikaanse imperialisme ten opzichte van de oorspronkelijke bewoners van het continent?

Deels heeft dit ook te maken met haar narratieve aanpak die sterk op literatuur is gebaseerd. In het deel over imperialisme staat Heart of Darkness van Joseph Conrad centraal. Waar verwijst de titel naar? Is de verschrikking die Kurtz, de hoofdpersoon, oog in oog met de Afrikaanse ‘wilden’ ervaart, vanuit hun primitieve bloeddorstigheid te begrijpen? Of gaat het eerder om een deels materiële projectie van de westerse mens op de Afrikanen die hij niet begrijpt. Ligt ‘het hart van de duisternis’ dan niet in eerste instantie in Europa zelf? Deze laatste interpretatie van het imperialisme lijkt mij het best in de opzet van Arendts studie te passen.

Daarin staat namelijk het zogeheten ‘boemerangeffect’ centraal. De manier waarop de imperialistische naties hun ‘onderdanen’ over zee behandelden, maakte de weg vrij voor de vervolging en uitroeiing van afwijkende groepen in het ‘moederland’. De genocide op de Herero’s in de Duitse kolonie Namibië staat hierbij voor Arendt model. Dat dit zo openlijk en zonder protesten kon, vormde een duidelijke inspiratie voor het nazi-bewind.

Het lijkt onvermijdelijk dat een aantal historisch geladen beschouwingen uit Imperialisme gedateerd zijn. Wie de talloze studies over het nazisme en de Weimarrepubliek enigszins heeft bijgehouden, zal Arendts beschouwingen over ‘partij en beweging’ waarschijnlijk oppervlakkig doorbladeren. Dat geldt zeker niet voor het grote hoofdstuk over ‘Het verval van de natiestaat en het einde van de rechten van de mens’: onbedoeld is de tekst van Arendt hier uitermate actueel wanneer ze de toenmalige situaties beschrijft van de grote groepen vluchtelingen en staatlozen, waartoe ze zelf lange tijd behoorde. Beroemd is haar uitspraak dat ‘het recht op rechten’ dat de natiestaat in de eerste plaats moest garanderen centraal diende te staat in het beleid. Het algemene humanitaire idee van ‘de rechten van de mens’, biedt namelijk weinig soelaas. ’De naakte abstractie mens-zijn en niet meer dan dat’ blijkt volstrekt onvoldoende om de menselijke waardigheid te garanderen. Daar is een georganiseerde gemeenschap voor nodig en dat was in de tijd van Arendt de natiestaat. Die was echter toen al in verval en ook tegenwoordig blijft de grote vraag hoe men rechten van vluchtelingen en staatlozen het best kan waarborgen.

Ten slotte heeft Imperialisme nog één uiterst belangrijke maar zelden besproken thema’s: Arendt gebruikt de machtsanalyses van Thomas Hobbes uit de zeventiende eeuw om de burgerlijke kapitalistische ordening die toen ontstond te begrijpen. Centraal voor Hobbes is de nooit eindigende machtsstrijd tussen individuen en groepen om meer te hebben of te zijn dan de ander. Arendt ziet de Engelse superimperialist Cecil Rhodes uit Zuid-Afrika als een soort incarnatie van de hobbesiaanse logica van expansie. Zijn beroemde uitspraak ‘Ik zou de planeten annexeren als ik kon’, is niet voor niets het motto dat zij haar boek meegeeft. Elon Musk lijkt hier, niet alleen met zijn plannen om Mars te koloniseren, de perfecte opvolger. Het is de grote verdienste van Arendt dat zij in haar filosofische analyses laat zien dat de imperialistische expansie niet alleen mensen en culturen maar ook de natuur en het heelal kan vernietigen.