Het heilige vuur van het morgenrood 100 jaar sociaal-democratie

Een eeuw georganiseerde arbeidersstrijd in Nederland. ‘Een gelukkig verschijnsel’ - maar bij sommige strijders wilde de inzet nog wel eens dramatisch ontaarden. Een galerij van de ketters en renegaten van de Nederlandse sociaal-democratie.

HENRIETTE ROLAND HOLST Heilige der zoetsappigen
‘O al wist ik, dat niemand het wist, dat niemand het ooit, ooit hoord’. Al kennen ze mij niet, al zeiden ze nooit het zacht woord van dank; ik zou het toch doen, alles doen voor hen, omdat het heerlijk moet zijn voor menschen te maken een pad naar geluk.’
Hoewel ze van huis uit alles mee had om zelf gelukkig te worden, was Henriette Roland Holst bezeten van het idee dat zij bovenal moest werken aan het geluk van gans de mensheid. Heel haar leven stond in dienst van een Ideaal; met minder dan het Absolute nam zij geen genoegen. Het was haar collega-dichter Herman Gorter die haar met de ideeen van Marx in aanraking bracht. Zij waren voor haar lange tijd het antwoord op alle vraagstukken.
In 1897 waren beiden tot de jonge SDAP toegetreden, waar zij als tempelwachters van de marxistische orthodoxie al spoedig in conflict kwamen met de meer praktisch ingestelde partijleiders. Met name partijchef Pieter Jelles Troelstra moest het ontgelden. Het was 'ein hundsgemeiner Kerl’, zoals Henriette Roland Holst hem tegenover Lenin noemde. Troelstra op zijn beurt verweet 'tante Jet’ gebrek aan levenservaring en een gebrekkig gevoel voor humor. Beide dwarsliggers, zowel tante Jet als Gorter, zo constateerde haar echtgenoot Rik, voelden zich in de praktische politiek 'katterig en lusteloos, als een visch in een emmer’.
Na de partijscheuring in 1909 poogde Henriette Roland Holst nog enkele jaren de marxistische vaan binnen de SDAP hoog te houden, om zich uiteindelijk in 1911 bij de heel wat radicalere Socialistisch-Democratische Partij aan te sluiten, die later de Communistische Partij Holland zou worden. Zij meende dat het communisme 'als een tooverzwaard de wonden, die het slaat, ook kan heelen’. Haar man begreep absoluut niet waarom zij zich inliet met obscure 'jodenjongens’ als David Wijnkoop en Jacques de Kadt.
In de jaren dertig toonde zij zich steeds gevoeliger voor de bronnen van religieuze inspiratie. De marxiste die ooit dichtte: 'Niets is teveel voor het mensengeluk/ al gaan duizendmaal duizend zielen stuk’ werd pacifiste, in de verwachting dat 'de zachte krachten zullen winnen in ’t eind’. Van petroleuse, waarvoor de bangelijke bourgeoisie haar hield, was ze 'de heilige der zoetsappigen’ geworden. (rob hartmans){
PIET WIEDIJK Marx vanaf een minaret De jonge SDAP had een schreeuwend gebrek aan ideologisch kader, want de 'twaalf apostelen’ die de partij hadden opgericht, hadden het zo druk met de organisatie dat de ontwikkeling van een eigen theorie er lelijk bij inschoot. De enige die er in zijn schaarse vrije tijd wat aan deed was Frank van der Goes, die als een expert gold omdat hij het eerste deel van Marx’ Das Kapital had vertaald.
Aan zijn positie van de Nederlandse Karl Kautsky kwam abrupt een einde toen eind 1899 de apotheker Piet Wiedijk, schrijvend onder de naam J. Saks, in De Kroniek de vloer aanveegde met Van der Goes’ interpretatie van het marxisme. In tegenstelling tot Van der Goes en vrijwel alle andere socialisten had Wiedijk ook deel twee en deel drie van Marx’ magnum opus gelezen. Sindsdien gold deze wereldvreemde, mensenschuwe hij bewoonde twee etages, waarvan hij de onderste als 'geluidsdemper’ gebruikte - en ongelooflijk erudiete pillendraaier als Nederlands grootste Marx-kenner.
Opgegroeid op een boerderij op het Noordhollandse Schermereiland, waar hij tijdens het waken bij een biggend varken Hoofts Granida las, had Wiedijk zich een enorme literaire en economische kennis eigengemaakt. Het pillendraaien deed hij om den brode, en met een zo duidelijke weerzin dat de klanten zijn apotheek liever meden als hij persoonlijk achter de toonbank stond.
Van 1902 tot 1913 was Wiedijk redactiesecretaris van het marxistische maandblad De Nieuwe Tijd, niet zozeer een ivoren toren alswel een minaret, van waaruit hij de gelovigen - tevergeefs - opriep Marx aan te roepen. Tijdens de tumultueuze partijtwisten tussen 1900 en 1909 fulmineerde hij tegen de pogingen van Troelstra niet alleen de arbeidersklasse, maar ook de 'kleine burgerij’ aan te spreken. Wie dijk: 'Zij beneemt aan de theorie de waarheid, aan de beweging de eenheid, aan het socialistisch gevoel het idealisme. - Eruit, uit ons nest met het kapitalistische koekoeksei!’
Maar Wijnkoops SDP, waar Wiedijk zich na de scheuring in 1909 bij aansloot, was evenmin een politiek tehuis waar hij zich thuis voelde. Tot zijn dood in 1938 schreef hij voornamelijk letterkundige opstellen en, voor Henri Wiessings tijdschrift De Mosgroene, commentaren op buitenlands-politiek gebied. (rob hartmans)
HERMAN GORTER Poetisch kanon Met zijn stijve boord, lorgnet en strooien hoedje oogde Herman Gorter niet bepaald als een proletarische held. Toch zou de predikantenzoon uit Wormerveer, landhuisbewoner te Bussum en hartstochtelijk beoefenaar van de cricket- en tennissport, uitgroeien tot een van ’s lands vurigste bepleiters van de Wereldrevolutie. 'Ik heb ’t gevonden, het mensengeluk’, schreef hij in 1897, nadat hij samen met collega-dichter Henriette Roland Holst was toegetreden tot de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. Acht jaar eerder was de toen 25-jarige leraar klassieke talen met de publikatie van zijn epische gedicht Mei in een klap de belangrijkste dichter van zijn generatie geworden. SDAP-voorman Troelstra heette hem dan ook met grote geestdrift welkom in de gelederen van de jonge arbeiderspartij.
Met Gorter was er een bezielend poetisch kanon binnengehaald, iemand die het collectieve visioen van de Nieuwe Tijd met overtuigende pathos wist te verwoorden. Al snel bleek dat de dichter een tikkeltje te wild gestemd was om het lang in de SDAP uit te houden. Steeds feller en beledigender werden zijn speeches op de partijcongressen. Zo hekelde hij Troelstra als een 'opportunist’ en een 'beginselloze reformist’.
Gorter trad toe tot de Tribune, een SDAP- orgaan van de uiterste linkervleugel. In 1909 hief de SDAP-leiding deze horzel in eigen pels op. Gorter verliet de partij en trad toe tot de Sociaal-Democratische Partij, later omgedoopt in de Communistische Partij. De SDAP, zo noteerde hij, was 'geen wezenlijke partij, maar een oploop, een samengelopen massa om een troep demagogen’.
In internationaal verband bleef zijn ster rijzen. In de lente van de Russische Revolutie mocht Lenin gaarne citeren uit het bevlogen theorieenkader van zijn Hollandse mederevolutionair. Maar toen een reeds half gebroken Gorter in 1920 per Noorse vrachtboot naar de Sovjetunie toog om de noodzaak van een wereldrevolutie te bepleiten (via 'staking, boycot, opstand en straatgevecht’) kreeg hij nul op het rekest. Lenin kritiseerde hem nu openlijk in zijn Kinderziekten van het communisme.
In 1927 overleed 'de onderwijzer der arbeiders’ in een Brusselse hotelkamer. 'Nu dan de nederlaag geleden is/ En d'arbeiders teruggestoten zijn/ In der tirannie donkre duisternis/ Nu wil ik zingen, zacht en hel en fijn’, schreef hij in zijn laatste grote gedicht, 'De Arbeidersraad’. (rene zwaap)
JACQUES DE KADT De Lenin van het Westen 'Wij huichelen geen liefde waar we haten/ en God weet dat we haten vaak en veel.’ Toen Henriette Roland Holst deze (en andere) dichtregels van de jonge Jacques de Kadt in De Nieuwe Tijd liet afdrukken, wist zij niet dat deze rabiate toon kenmerkend zou blijven voor de zestig jaar omvattende politieke carriere van Nederlands enige echte politieke essayist.
Gehuicheld heeft De Kadt nooit, van zijn hart een moordkuil gemaakt evenmin. Er waren over een onderwerp maar twee opvattingen mogelijk: de zijne of de foute.
Toen De Kadt in 1928 lid van de SDAP werd, had hij al een roerige loopbaan binnen het wereldje van de Nederlandse communisten achter de rug. Hoewel Wijnkoop in hem 'de Lenin van het Westen’ had gezien, lag hij met iedereen overhoop; de SDAP bleek niet bereid zich aan De Kadts inzichten te conformeren. In 1932 richtte hij dan ook de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP) op. Twee jaar later was hij uitgekeken op de revolutionaire romantiek en de bijbehorende marxistische slogans en brak hij weer met deze club.
Zijn platform in de laatste zes vooroorlogse jaren werd het blad De Nieuwe Kern, dat hij met zijn vriend en strijdmakker Sal Tas volschreef. Op niveau! Het waren zijn intellectuele hoogtijdagen, resulterend in belangrijke boeken over het stalinisme en denkers als Georges Sorel. En vooral in zijn meesterwerk Het fascisme en de nieuwe vrijheid.
Na de oorlog werd De Kadt van man in de marge tot man van gewicht binnen de nieuwe Partij van de Arbeid, met name als communistenvretende buitenlanddeskundige.
Aan het eind van de jaren vijftig raakten zijn denkbeelden uit de mode. Toen de PvdA zich in de jaren zestig tot 'een quasi-radicaal clubje van over het paard getilde losbollen’ ontwikkelde, brak hij ook met deze partij. 'Tante Jet’ Roland Holst had in de vroege jaren twintig al scherp gezien dat De Kadt behoorde tot de mensen 'die toch altijd hun eigen kop volgen per slot’.
Voor hem en voor de meeste andere ketters en renegaten in de socialistische beweging gold het woord van Henri de Montherlant: 'Vox clamantis in deserto maar als ik er nu van hou om in de woestijn te roepen!’ (rob hartmans)
GERRIT JAN ZWERTBROEK Antisemitische zwerfkei De vraag is of Gerrit Jan Zwertbroek, de in 1934 weggejaagde secretaris van de Vara, altijd al gek is geweest of dat hij gek is gemaakt gek gemaakt door de 'Slijmeringen en Droogstoppels’ die zich verzetten tegen de links-radicale koers die hij de socialistische omroepvereniging wilde laten inslaan.
Hij is ten slotte gestruikeld over het door hem ingevoerde pauzeteken dat de eerste zes maten van de Internationale parafraseerde. Zijn val leidde tot spijkerharde polemieken tussen het sociaal-democratische Volk en de communistische Tribune. Zie de koppen in laatstgenoemd dagblad van 25 juni 1934: 'Zwertbroek als lid van de SDAP geschrapt’, 'Na 22 jaar eruit, want… in de SDAP is geen plaats meer voor onverzoenlijke strijders tegen oorlog en fascisme’, 'Is er gaslucht in de Heuvellaan?’, ’S-D-arbeiders! Breekt met de Alberda’s en Vliegen’s!’
Zwertbroek ontwikkelde zich in een snel tempo tot een politieke zwerfkei van de eerste orde. En uiteindelijk van de Nieuwe Orde, in wier dienst hij andermaal het socialisme propageerde, zij het nu in de macabere variant die op nationale grondslag berustte. De boosdoener was andermaal 'de internationale kapitalistenklasse’, die een instrument van 'het internationale jodendom’ was geworden. Gelukkig beschikte Europa inmiddels, constateerde Zwertbroek voor de microfoon van de gelijkgeschakelde Nederlandse Omroep, over 'het grootste staatkundige genie dat de Voorzienigheid sedert eeuwen de menschheid schonk, Adolf Hitler. Eerbied, heil en dank aan deze grootste Germanenzoon aller tijden, die op de meest doeltreffende wijze zijn land van de joodsche pest heeft verlost!’
De rechter, die na de oorlog over Zwertbroek moest oordelen, was het beleefd met hem oneens.
Toen Zwertbroek na acht jaar cel weer op vrije voeten was, werd hij al snel officieel krankzinnig verklaard. Hij trok een pij aan, noemde zich broeder Gerardus Johannes en stichtte de Oostersch Orthodox-Katholieke Kerk, Syro-Chaldeeuwse Successie, Vicariaat Nederland-Belgie-Luxemburg.
Tot op hoge leeftijd trok hij, antisemitische verwensingen tierend, door de Amsterdamse binnenstad, het vleesgeworden bewijs dat zowel Onze Lieve Heer als Karl Marx rare kostgangers hebben. (martin van amerongen)
SAM DE WOLFF Zonnevlek- econoom De joodse Fries Sam de Wolff behoorde qua oppositioneel temperament eigenlijk thuis in een van die radicale splinters ter linkerzijde van de SDAP. Maar omdat hij van Rosa Luxemburg had geleerd dat het beter is een slechte dan geen arbeiderspartij te dienen, sloot hij zich aan bij de steeds minder radicaal wordende SDAP.
De Wolff was een self-made econoom met een omstreden reputatie. Via de antithese van Hegel en Marx, en via de onderzoekingen van economen als N. D. Kondratieff en H. Tugan Baranovski was hij tot de overtuiging geraakt dat de conjunctuur door korte en lange golfbewegingen wordt bepaald. Hij introduceerde bovendien het bovenaardse element van de zonnevlek, die naar zijn rotsvaste overtuiging bepalend was voor de conjunctuur van goede en minder goede graanoogsten.
Er werd om zijn theorieen dus luid gegrinnikt, zowel buiten als binnen de SDAP. Totdat in 1929 De Wolffs studie Het economisch getij verscheen, waarin de schrijver mede op grond van voornoemde zonnevlekken voorspelde dat er een economische crisis van ongekende omvang aanstaande was. Een half jaar later diende zich in Wall Street Zwarte Donderdag aan. De westerse wereld beleefde een baisse van ongekende omvang. Menige beurs leeuw stortte zich van de hoogste verdieping van zijn wolkenkrabber en ook De Wolffs collega-economen waren niet meer tot grinniken geneigd.
Het was voor hem een ware triomf. Zijn partijgenoten keken met eerbied op naar de ziener met zijn onafscheidelijke bolknak. Een echte carriere zat er ondertussen voor deze principiele lastpak niet in. Hij bracht het niet verder dan privaat-docent aan de Amsterdamse universiteit. Bij zijn inaugurale rede was demonstratief de gehele economische faculteit afwezig. 'U moet toch wel een kerel zijn, als u zoveel heren tegen u in het harnas weet te jagen’, zei een der felicitanten.
Na de oorlog bleef De Wolff 'de alleenvertegenwoordiger van het marxisme voor Nederland en Kolonien’. Echt thuis voelde hij zich niet in de nieuwe Partij van de Arbeid, waarin de ideologische kilte van een sterfhuis heerste. Waar waren zij nog, de echte linksen, behalve in De Wolffs eigen, heftig omstreden, Sociaal- Democratisch Centrum en in de democratisch-socialistische studentenvereniging Politeia? Na afloop van een 1 mei-bijeenkomst wandelde een groepje Politeianen in de richting van de binnenstad. Daar zat de oude man op het terras van Americain, met wat waterige oogjes, een sigaar tussen de stramme vingers. Met welgevallen keek hij naar de rode tulp op de revers van zijn jeugdige partijgenoten.
'Zo jongens’, vroeg De Wolff, 'waar zijn jullie mee bezig?’ 'Met de revolutie, meneer De Wolff.’ 'Dat is goed, dat is heel goed, jongens’, zei De Wolff. (martin van amerongen)
FRITS KIEF Kloosterbroeder Frits Kief was in zoverre een goede marxist dat hij, net als de vereerde meester, iedereen als dom en te kwader trouw beschouwde die het waagde het met hem oneens te zijn.
Hij werd in 1908 in Rotterdam geboren als zoon van een Duitse sociaal-democraat. In de jaren dertig werd hij radencommunist, een van 'de kloosterbroeders van het marxisme’ zoals de critici hen spottend noemden. Hij hielp Duitse vluchtelingen en was vanaf het begin van de oorlog betrokken bij het verzet. Na 1945, toen hij zich aansloot bij de nieuwe Partij van de Arbeid, bleef hij een verzetsman in hart en nieren.
De PvdA, vond Kief, moest een radicale socialistische partij worden. Daarom was hij zowel bij het eerste als het tweede Sociaal-Democratische Centrum betrokken, totdat deze beweging in 1959 door de partijleiding werd verboden omdat niet kon worden geduld dat 'ratten’ aan de wortels van de beweging knaagden.
Of het nu aan zijn verleden of aan zijn eigengereid lag, feit was dat Kief met vrijwel iedereen overhoop lag. Als vaste medewerker van het socialistische weekblad De Vlam was hij bij de redactie allesbehalve gezien. Uiteindelijk werd hij toch tot redacteur benoemd, want hij was de enige die echte hoofdartikelen kon schrijven. Uiterst doorwrochte beschouwingen van politiek-filosofische aard, nee, daar had De Vlam geen gebrek aan. Maar een krachtig, puntig hoofdartikel? Kief nam op bestelling achter de schrijfmachine plaats en ramde in twee uur een vlammende tirade in elkaar, naar believen tegen Drees, Romme, Moskou of Rome.
Voor De Groene Amsterdammer versloeg Kief meermalen een PvdA-congres. Aantekeningen maakte hij niet, afkeurende opmerkingen des te meer. Uiteindelijk stond hij overal voor een gesloten deur, behalve bij de vrijdenkersomroep waar hij tot zijn dood zijn zegje heeft kunnen doen. (rob hartmans)
HAN LAMMERS Verbannen landdrost 'Een redacteur van De Groene hoort geen lid van een politieke partij te zijn’, hield Groene- redacteur Han Lammers zijn collega Wouter Gortzak streng voor nadat hem ter ore was gekomen dat de laatste zou zijn toegetreden tot de PSP. Korte tijd later bleek Lammers zelf lid geworden van de PvdA, en waren de poppen aan het dansen. Na een knetterende crisis nam de gewezen student theologie in 1969 gedwongen afscheid van De Groene. Reden: zijn verse post in het PvdA-bestuur, die hij als hoofdpropagandist van de rebellenclub Nieuw Links had bemachtigd.
Zo begon Lammers aan een lange, slepende mars door de vaderlandse instituties. De jongen van gereformeerden huize, zoon van een directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst, had zich als journalist laten kennen als een onvervalste links-radicaal. 'Han Lammers is, zoals iedereen weet, een van de progressiefste journalisten van het westelijk halfrond’, sneerde Algemeen Handelsblad. Dit nadat Lammers na een bezoek aan de DDR met opgetogen verhalen over de aldaar verrijzende heilstaat was teruggekeerd.
De journalist Lammers hekelde de 'regeergeilheid’ van de PvdA en het Nederlandse Navo-lidmaatschap, en vuurde giftige pijlen naar de staat Israel ('een onding’) en het Huis van Oranje. Maar eenmaal opgenomen in de echelons van het regentendom begon de rode wijn snel te verwateren. Tot stomme verbazing van zijn oude fans verklaarde de kersverse wethouder Publieke Werken van Amsterdam in 1970 tegenover Elseviers Weekblad: 'Inspraak heeft zijn grenzen.’
Snel werden de contouren van een Grieks drama duidelijk. De aanleg van het hoofdstedelijke metronet, waarvoor de Nieuwmarktbuurt moest sneuvelen, maakte hem tot de favoriete kop van Jut voor iedere progresssieve Amsterdammer. In 1975 sneuvelde de Amsterdamse linkse coalitie, na een verbeten strijd tussen de wethouders Lammers en Roel van Duijn. Mede-Nieuw-Linkser Hans van den Doel nam zijn oude trawant scherp onder vuur: 'De man heeft geen benul van wat democratie nu werkelijk is.’ Van rechterzijde werd Lammers te grazen genomen door Elsevier en consorten: die kwamen in 1976 met - later teruggetrokken - beschuldigingen dat Lammers voor de KGB had gespioneerd.
Even zag het er somber uit. Toen bood de koningin uitkomst. De man die in het Nieuw- Linkspamflet nog had gepleit voor de invoering van de republiek, werd 'landdrost’ (is commissaris van de Koningin) van de Zuidelijke IJsselmeerpolders en vervolgens burgemeester van Almere. Nog altijd zien velen daar een soort verbanning in. (rene zwaap)
PIET RECKMAN Kosmopoliticus Piet Reckman, 'de vader der actiegroepen’, was de man die halverwege de jaren zeventig in de PvdA een soort christen-leninisme introduceerde dat de partij de kabinetsformatie zou kosten. Dit ondanks het feit dat de socialisten even eerder tien volle zetels erbij hadden geboekt.
Reckman ontving zijn politieke scholing als oubaas bij de padvinderij en was daarna in de Bijzondere Jeugdzorg gegaan. Uiteindelijk werd hij de grote man van Sjaloom te Odijk. Daar werd een soort synthese tussen christendom en socialisme gepraktizeerd, waarvan de praktijk overigens uitwijst dat Gods zegen er zelden op rust.
Sociaal-democratie in de praktijk: het komt in grote trekken neer op een wat suffige, maar op de normale noden en verlangens toegesneden discussie over lonen en prijzen. Reckman reikte hoger. Zijn 'studio kosmopolitiek’ hield zich bezig met de dialoog christendom-marxisme, de folteringen in Brazilie en de voordelen van rietsuiker boven bietsuiker. De Sjaloomkindertjes werd de Donald Duck hardhandig uit de vingertjes gerukt. Hun verplichte lectuur was Sproetje zat op het toilet: Een kosmopolitiek boekje voor kinderen van 7 tot 70 jaar over milieuverontreiniging. Hun ouders waren full-time in touw met acties als Gun Allende geen ellende en Luns-time is over, ludieke ondernemingen die waar nodig werden bijgepleisterd met grappen en woordspelingen. Je moest, meende Reckman, op je rechten-van- de-mens staan, want de Tweede Kamer was een Camera Obscura geworden.
De tekst van Paalkrant 3, aangespijkerd in het kader van de koffieactie, leerde ons dat de koffiehandelaren in het rijke noorden 'hun statistiekeme gezicht’ hadden verloren. Het gevolg was, jazeker: 'Boontje komt om zijn loontje.’
Reckman maakte een 'instrumenteel’ gebruik van de parlementaire democratie, die immers van een andere, lagere orde is dan de 'maatschappelijke democratie’. Daar zit zeker iets in, althans vanuit de optiek van het Kremlin en het Vaticaan. Reckman introduceerde deze theorie binnen de Partij van de Arbeid. Hij zette, namens het principiele deel van de socialistische beweging, de kabinetsformatie van 1977 op scherp en eiste een socialistisch primaat bij de verdeling der ministersposten, waarbij acht/zeven/een was geboden en zeven/ zeven/twee (in volgorde: sociaal-democraten, christen-democraten en Democraten'66) verboden. Vele martelende vergaderingen lang bediscussieerde de PvdA deze 'meerderheidsstrategie’. Totdat Dries van Agt (CDA) en Hans Wiegel (VVD) het beu waren, een flesje wijn lieten opentrekken en Joop den Uyl (PvdA) genadeloos de oppositie inzonden. (martin van amerongen)
DREES JR. Kleurrijke splinter De enige serieuze afsplitsing van de Partij van de Arbeid was DS'70, een kwart eeuw geleden opgericht als reactie op de woelmakerij van de linkervleugel die luidruchtig verkondigde dat het zittend kader was vastgeroest, zodat het naar hun mening beter van Drees kon gaan trekken.
Het joeg een aantal bedaagde personen de PvdA uit en DS'70 in. Programmatisch kan men zich, vooral achteraf, veel van de bezwaren tegen de PvdA-koers voorstellen. Zo zal niemand meer beweren dat de staatsrechtelijke erkenning van de DDR de hoogste socialistische wijsheid is gebleken. Veel DS'70'ers werden echter voornamelijk door onbegrip en rancune gedreven. Een smalle basis voor een nieuwe politieke partij. De commentatoren wisten dus: dat wordt niks. Een partij is immers meer dan de optelsom van negatieve sentimenten. Toen meldde zich Willem Drees jr., de thesaurier-generaal van het ministerie van Financien, een man met een excellente reputatie.
Drees jr. presenteerde zich op een persconferentie als de nieuwe lijsttrekker. Hij bleek een vriendelijke man te zijn die uitstekend uit zijn woorden kon komen. Hij claimde voor DS'70 de plaats die de PvdA in de jaren vijftig had bekleed: een constructieve partij op de linkervleugel. Met elke andere constructieve partij viel samen te werken, 'maar natuurlijk niet met onmogelijke partijen als CPN, PSP, Binding Rechts of Boerenpartij’. Nee, DS'70 was geen sociaal-democratische variant van de VVD, een partij waartegen Drees grote bezwaren had: 'De VVD ademt mij teveel de sfeer van Gods water over Gods akker te laten lopen om dan die akker zo duur mogelijk te verkopen.’
Drees jr. verwachtte bij de verkiezingen vijf tot tien zetels te winnen. Het werden er acht. In het nieuwe kabinet-Biesheuvel werd hij minister van Verkeer en Waterstaat.
Met al zijn kennis en vlijt had Drees voor een politicus een nadeel: hij had geen verstand van politiek. Hij droeg zo nadrukkelijk zijn eigen gelijk uit dat de regering-Biesheuvel bin nen een jaar twistend uiteenspatte. DS'70 werd daarna een middelgrote splinter in de volksvertegenwoordiging, die zich weinig opzienbarend in de parlementaire routine voegde. De glans was eraf. Vervolgens braken binnen DS'70 - het lot van vrijwel elke splinter - een aantal kleurrijke conflicten uit. Het einde liet niet lang op zich wachten. (martin van amerongen)
IEN VAN DEN HEUVEL Vuile-handen- pacifiste 5Het verwijt dat Ien van den Heuvel tot in lengte van dagen zal worden nagedragen, is dat zij ooit zou hebben opgemerkt dat het bestaan van de Berlijnse Muur 'historisch juist’ was. Nog een keer: niet Van den Heuvel, maar haar partijgenoot Jan Nagel beschikt over de copyrights op deze DDR-lofzang, ontstaan in 1975 na een bezoek van een PvdA-delegatie aan de heilstaat van Honecker.
Er blijft echter genoeg over om Ien van den Heuvel, voorzitter van de PvdA van 1975 tot 1979, te mogen benoemen tot de meest controversiele rooie vrouw sinds de oorlog. Ze had een abonnement op woedende hoofdredactionele commentaren in het behoudende deel der vaderlandse pers, die er de gewoonte op nahield om in het geval-Van den Heuvel iedere scheet tot een donderslag op te waarderen. Zo is de loopbaan van de kleermakersdochter uit Tiel geplaveid met rellen. Een opmerking over het onderscheid tussen linkse en rechtse dictaturen (niet meer dan: 'Er is een verschil’) veroorzaakte een storm van verontwaardiging. Een vraagteken bij de rechtmatigheid van de Israelische militaire actie in het gijzelingsdrama in het Oegandese Entebbe (1976) en hop, Van den Heuvel werd bij monde van Avro’s Jaap van Meekren benoemd tot vijand nummer een van het joodse volk.
En zo ging het maar door. Met grote regelmaat wist Van den Heuvel de mensen de gordijnen in te jagen. 'Ik ben een pacifiste met vuile handen’, sprak ze tot het PvdA-congres bij haar aantreden als voorzitter. Consternatie alom. 'Ik zou daar nooit, nooit naartoe gaan’, zei ze na een omstreden bezoek van kameraad Duisenberg aan de Bilderberg-conferentie. Kassa. Na een bezoek aan Spanje, direct na de dood van Franco: 'Wat wij daar gezien hebben, geeft weinig hoop op echte democratie.’ Woede alom. Van den Heuvel hield er een forse aversie tegen het journaille aan over, maar stak de hand ook in eigen boezem. 'Mijn directe manier van spreken werkt misverstanden in de hand’, meende ze. Niettemin week ze geen millimeter van het spoor der polarisatie.
Als er iemand in de rode familie heeft geloofd, dan zij wel. 'Niets emotioneert mij zo verschrikkelijk als het zingen van de Internationale’, verklaarde ze anno 1977 tegen VN’s Bibeb. Alleen dat al maakte haar tot een uniek fenomeen. (rene zwaap)
FELIX ROTTENBERG Rebelse regent 'De PvdA… pffff. Ik zou op dit moment geen enkel argument kunnen verzinnen waarom iemand die geen carrierepoliticus wil worden, zich als lid zou moeten aanmelden bij de PvdA… Ik wil nooit meer een formele positie in de PvdA bekleden.’
Was getekend Felix Rottenberg, 23 februari 1990 in De Tijd. Vier jaar eerder was het gewezen wonderkind uit de hoogtijdagen van Joop den Uyl woedend opgestapt uit het partijbestuur. Hij was 'murw gebeukt door het jarenlange geouwehour zonder intelligente fasen’, diep gekwetst door de metamorfose die de partij onder Wim Kok had ondergaan. 'Ooit vertoonde de partij kenmerken van een actiepartij, maar vanaf eind jaren zeventig is de PvdA weer gewoon een kiesvereniging die mensen aantrekt en selecteert, die derhalve middelmaat in huis haalt en die andersdenkenden en mensen met een beetje wilde ideeen van zich vervreemdt.’ Het bijwonen van een PvdA-congres werd door Rottenberg ernstig ontraden: het was 'pure tijdverspilling, tijdvervuiling eigenlijk’.
Het klonk allemaal uiterst pertinent. De oprichter van het florisserende politiek-cultureel centrum De Balie leek voorgoed verloren voor de sociaal-democratische partijpolitiek. Vriend en vijand vielen dan ook van verbazing achterover toen Rottenberg krap een jaar na zijn uitval in De Tijd door zijn gewezen mentor Bram Peper als de verloren zoon werd teruggehaald bij de rode familie. In de commissie-Van Kemenade boog hij zich over het vraagstuk der partijvernieuwing. Weer een jaar later bleek die vernieuwing vooral te bestaan uit Rottenbergs benoeming tot partijvoorzitter.
Wat mag nu de gevolgtrekking zijn uit deze opmerkelijke zwenking? Huist er een rubberen ruggegraat in Rottenbergs ideele gestel? Is hij in wezen even opportunistisch gestemd als de 'patserige PvdA-technocraten’ die hij zo vaak als doelwit van zijn verbale zweepslagen koos? Was het zware anti-PvdA-geschut van de Balie-directeur dan niets anders dan een ouderwetse machiavellistische machtsgreep? Laten we het er voorlopig maar op houden dat er met de figuur van Rottenberg een ware eclecticus is binnengehaald in de PvdA-top, een man die zonder enig ongemak rebel en regent tegelijk kan zijn. Een mateloze energie kan hem in ieder geval niet worden ontzegd. De externe beeldvorming rondom de PvdA wordt er ondertussen niet minder diffuus van. (rene zwaap)