De affaire-Strauss-Kahn

Het hete konijn van Frankrijk

In Frankrijk wordt de zaak-DSK opgeklopt tot een cultuurclash met de Verenigde Staten. ‘Wij gaan pas iets uitzoeken als het bewezen is.’ Over privacy en publiek belang.

NEEM HET NIET! Een boek met die titel bestormde begin dit jaar de Franse bestsellerlijsten. Auteur was de 93-jarige oud-diplomaat en verzetsstrijder Stéphane Hessel. De van oorsprong Duitse Fransman, die de concentratiekampen Buchenwald en Bergen-Belsen overleefde, ergerde zich aan de apathie van zijn landgenoten. ‘Ik roep u allen op om diep verontwaardigd te zijn’, schreef hij: 'Indignez-vous!’ Om de lezer een handje te helpen kwam Hessel met een lijst misstanden waar hijzelf woedend over was: de kloof tussen arm en rijk, de Palestijnse kwestie, de afbraak van de verzorgingsstaat en de gebrekkige kwaliteit van de Franse pers. Hij raakte een open zenuw. Het pamflet, dat voor drie euro in de winkel lag en waarvan in eerste instantie een paar duizend exemplaren werden gedrukt, ging anderhalf miljoen keer over de toonbank.
Een half jaar later maakt Frankrijk zich ook daadwerkelijk kwaad. In de dagen na de arrestatie van de Franse IMF-voorzitter en gedoodverfde presidentskandidaat voor de socialistische partij Dominique Strauss-Kahn, spatte de verontwaardiging van de krantenpagina’s af. Maar het is de vraag of Hessel tevreden kan zijn. De woede van de meeste commentatoren richtte zich niet op misstanden in de Franse samenleving, maar vooral op de Amerikanen. Die waagden het om hun 'DSK’ aan de pers te tonen alsof hij 'een drugsbaron’ (volgens het Journal des debats) of 'een ordinaire crimineel’ (volgens celebrity filosoof Bernard Henri-Lévy) was. Het ontlokte Philippe Thureau-Dagin, hoofdredacteur van Le Courrier International, het mopperende commentaar dat het steeds meer leek alsof Frankrijk in een Hollywoodfilm was beland. Natuurlijk, kranten repten ook over machtsmisbruik en de slapende Franse pers die eerdere incidenten rondom Strauss-Kahn nauwelijks had opgemerkt. Maar op die punten was de toon overwegend kalm. Het land had vooral behoefte aan 'bezinning’ en 'introspectie’.
Op hun beurt toonden ook de Verenigde Staten zich verontwaardigd. Vooral het pamflet waarmee Bernard-Henri Lévy zijn 'vriend sinds twintig jaar’ verdedigde, gedupliceerd op de Amerikaanse nieuwssite The Daily Beast, zette kwaad bloed bij veel commentatoren. Justin Eliot van het online tijdschrift Salon verweet de filosoof aan 'ongefundeerd complotdenken’ te doen. New York Times-columnist Maureen Dowd haalde uit naar de verontwaardigde Fransen, terwijl ze het Amerikaanse rechtssysteem, waar een machtige man als Strauss-Kahn wordt behandeld als iedere andere verdachte, op een voetstuk plaatste.
Na de Franse boer José Bové die met zijn tractor inreed op een filiaal van hamburgerketen McDonald’s en de potsierlijke Amerikaanse discussie uit 2003 of French Fries niet voortaan 'Freedom Fries’ moesten heten, lijkt de val van DSK daarmee een nieuwe culturele aanvaring tussen L'Hexagone en The Land of the Free and the Home of the Brave. Ditmaal staan geen eetgewoonten op het spel, maar een verschil in respect voor privacy.
Althans, zo lijkt het. Want het hijgerige Amerika versus het bedachtzame Frankrijk is op het oog een mooi frame om de affaire-DSK te duiden, in werkelijkheid lijken de twee landen meer op elkaar dan de boze stukken over en weer suggereren. Ter illustratie: het was de Franse pers die de identiteit van het New Yorkse kamermeisje wist te achterhalen en publiceerde. Het geklaag in de Franse media over gebrek aan privacy voor Strauss-Kahn ging gepaard met rijk geïllustreerde artikelen waarin het privé-leven van de ex-IMF-directeur werd doorgelicht. Voor de geïnteresseerden: samen met zijn vrouw, de journaliste Anne Sinclair, bezit hij twee appartementen in Parijs, een van vier miljoen euro aan de populaire Place des Vosges in de Marais en een van tweeënhalf miljoen in het chique zestiende arrondissement. Zijn pakken - van minimaal drieduizend dollar per stuk - koopt DSK bij een kleermaker in Washington. Van terughoudendheid was kortom weinig te merken.
Ook de stelling dat Fransen niet geïnteresseerd zijn in wat er in de slaapkamer gebeurt, rammelt. Veel commentatoren voerden François Mitterrand op. De oud-president hield er jarenlang een buitenechtelijke relatie plus kind op na, zonder dat er een haan naar kraaide. Ook Chirac was een notoire verleider van partijgenotes, journalistes en secretaresses. En zelfs de brave Giscard d'Estaing nam het niet altijd even nauw met de traditionele opvattingen van huwelijkse trouw. In alle gevallen was er sprake van een publiek geheim, gedeeld door machthebbers en journalisten. De boodschap: in de Franse cultuur, die privé en publiek uit elkaar weet te houden, konden deze grands hommes hun politieke ambt uitoefenen. Dat mag zo zijn, maar de voorbeelden stammen uit de vorige eeuw. Inmiddels heeft Frankrijk een president die zijn privé-leven maar wat graag in de schijnwerpers zet. Als Strauss-Kahn niet tegen de lamp was gelopen, dan had de zwangerschap van presidentsvrouw Carla Bruni ongetwijfeld volop aandacht gekregen. Als het aan Sarkozy - l'americain is een van zijn bijnamen - ligt, gaat het Franse rechtsstelsel ook meer op het Amerikaanse lijken. Le roi Sarko wil graag juryrechtspraak invoeren.
Daarbij, nog niet zo lang geleden hielden de Amerikanen zelf ook vast aan een strikt onderscheid tussen publiek en privaat. Dat betoogt William Chafe, hoogleraar moderne Amerikaanse geschiedenis aan Duke University, in zijn boek Private Lives, Public Consequences. Zo liet het perskorps in Washington tijdens de presidentschappen van Ike Eisenhower en John F. Kennedy het privé-leven van de presidenten goeddeels links liggen. Op de burelen van The Washington Post en The New York Times wist men donders goed dat de prostituees het Witte Huis werden binnengesmokkeld zodra mevrouw Eisenhower naar bed was. Er werden moppen over getapt, maar er werd niet over geschreven. Hetzelfde gold voor de seksfeestjes van de Kennedy-broers, de nachtelijke telefoonsessies van JFK en Marilyn Monroe, de verkleedpartijen van FBI-chef J. Edgar Hoover, die zich graag in vrouwenkleren hulde: ze werden afgedaan als irrelevant voor het grote publiek.

DE VERMEENDE cultuurkloof tussen de twee landen zou dus wel eens minder diep kunnen zijn dan gedacht. Dat verklaart waarom Christopher Hitchens zich in zijn column op Slate.com ergerde aan de reacties op de Strauss-Kahn-affaire, die volgens de journalist doordrenkt waren van culturele stereotypen. 'Waarom lokt ieder politiek seksschandaal quasi-verfijnde commentaren uit over de zogenaamd verschillende moraal van Europeanen en Amerikanen? En waarom gaat er nog een schepje bovenop als het Franse politici betreft? Wanneer is deze irritante journalistieke gewoonte zo dominant geworden?’ Aldus Hitchens. De Amerikaan krijgt bijval van Vincent Michelot, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Lyon en Verenigde Staten-expert. Ook volgens hem zijn de verschillen belangrijker dan de overeenkomsten. Michelot: 'Beide landen hebben universele aspiraties. Amerika en Frankrijk willen allebei de wereld beheersen door middel van hun ideeën. Juist daarom komt het af en toe tot een botsing. Ik zie daarin geen oplaaiend anti-amerikanisme of anti-Franse sentimenten, maar de gevolgen van een strijd om morele superioriteit.’
Is een vermeende cultuuroorlog als gevolg van l'affaire DSK daarmee niet meer dan een hevige storm die gauw weer gaat liggen? Een mooie gelegenheid voor columnisten om de stereotypen over Franse minnaars, machtige mannen en Amerikaanse puriteinen weer eens op te poetsen? Voor de Verenigde Staten geldt dat zeker. Daar betekent de zaak-Strauss-Kahn gewoon de zoveelste publieke figuur die over de schreef gaat. Het nieuws over DSK ondervindt volop concurrentie van berichten over Arnold Schwarzenegger - had een buitenechtelijk kind - en over Ben Roethlisberger, een American football-speler die beschuldigd is van verkrachting. Maar ondertussen zindert het publieke debat in Frankrijk door. Volgens Michel Noblecourt, politiek commentator van Le Monde, zal het sneuvelen van de populaire Strauss-Kahn het land in beweging brengen. Noblecourt: 'Het belangrijkste gevolg van de zaak-DSK betreft niet de Parti Socialiste. Die komen er wel weer bovenop. Het was immers niet de partij die met een handdoek om het middel in de New Yorkse hotelkamer stond. Frankrijk staat aan het begin van een debat over de publieke moraal van het land zelf. Dat is veel belangrijker dan de handelingen van een individu.’
Tot dusver lijkt Noblecourt gelijk te krijgen. Terwijl een aantal Amerikaanse kranten Strauss-Kahn bij voorbaat veroordeelden als 'verkrachter’ houden de Fransen stevig vast aan het principe 'onschuldig, tenzij anders bewezen’. Belangrijker vinden ze de rotte plekken in de Franse publieke cultuur die dankzij de arrestatie van Strauss-Kahn meer dan ooit zichtbaar zijn geworden - en daarbij werkt de Amerikaanse moraal, een cliché of niet, als een spiegel.
Een van de onderwerpen waarover de Fransen zich achter hun oren krabben zijn de vastgeroeste man-vrouwverhoudingen in het land. Vincent Michelot: 'Op dit punt loopt Frankrijk hopeloos achter, zowel op de Verenigde Staten als op andere Europese landen. Minder dan twintig procent van het Franse parlement is vrouw’, aldus de hoogleraar. Meer nog dan in de cijfers zit er volgens Michelot iets scheef in de hoofden van de Fransen. 'Neem de opmerking van Ségolène Royal (de huidige lijsttrekker van de socialistische partij - ct). Gevraagd om een reactie op de aanklacht tegen Strauss-Kahn zei ze “vooral eerst aan de man te denken”. Wat mij betreft toont dit aan dat Frankrijk nog veel te leren heeft als het gaat om vrouwen beschermen tegen seksueel geweld.’ Royals opmerking is niet het enige voorbeeld. Ineens dook overal een interviewfragment uit 2006 op waarin de vrouw van Strauss-Kahn zei trots te zijn op geruchten dat haar man een chaud lapin ('heet konijn’) is. Voor velen het bewijs dat de Franse cultuur van machisme doordrenkt is.
Dat Frankrijk er ouderwetse seksuele mores op nahoudt, weet Guillemette Faure uit eigen ervaring. De journalist en blogger was jarenlang Amerika-correspondent in de Verenigde Staten voor de Franse krant Libération. 'Na twaalf jaar New York moest ik opnieuw wennen aan de Franse cultuur. Terloopse opmerkingen, grapjes over knappe stagiaires, het is hier allemaal veel normaler.’ Ze ergert zich aan het gemak waarmee de Amerikaanse cultuur wordt weggezet als overdreven politiek correct: 'Dat vind ik te gemakkelijk. Het gaat eerder om te veel seksisme in Frankrijk. Het is goed dat die discussie nu eindelijk wordt gevoerd.’
En als de Fransen een publieke discussie voeren, dan doen ze dat goed. In Parijs gingen het afgelopen weekend feministische actiegroepen de straat op om aandacht te vragen voor het feit dat slechts een fractie van alle verkrachtingsslachtoffers aangifte durft te doen. Het conservatieve Le Figaro startte een discussie over seksisme in de artikelen over DSK. De toon waarop deze heikele kwestie wordt besproken is - net zoals ten tijde van de arrestatie van Strauss-Kahn - gematigd. Terwijl Time Magazine opende met de vraag waarom machtige mannen zich als varkens gedragen, schreven drie - vrouwelijke - journalisten van Le Monde, Libération en Le Parisien een scherp stuk waarin ze zich afzetten tegen de openbare kruisiging van Strauss-Kahn. Alle drie hadden ze de voormalige IMF-topman wel eens geïnterviewd. Een ervaring die ze zonder kleerscheuren en betastingen overleefden. Hun stelling: niet iedere man die een blik in een decolleté werpt, is een verkrachter.
Tegelijkertijd vraagt de Franse pers zich af wat ze zelf kan leren uit deze geschiedenis. De kernvraag: zitten we niet iets te veel bij de machthebbers op schoot? Michelot: 'We mogen dan een republiek zijn, in veel opzichten vertonen we monarchistische trekjes. De absolute fascinatie voor macht is er daar een van. Het gevolg is een pers die veel te eerbiedig met machthebbers omgaat.’ Volgens Faure gaat dit probleem veel dieper dan een verschil in mentaliteit tussen de twee landen: 'Frankrijk heeft zeer strenge wetten die het schrijven over privé-aangelegenheden verbieden.’ Faure heeft daar last van in haar eigen werk. 'Ik schrijf momenteel een boek over de voorzitter van het Front National, Marine Le Pen. Bij alles wat ik schrijf vraag ik me af: loop ik het risico aangeklaagd te worden?’ Toch is ook zij van mening dat de Franse pers nieuwsgieriger zou kunnen zijn: 'In Frankrijk heerst de opvatting: we gaan pas iets uitzoeken als het bewezen is. Alleen een roddel is niet voldoende. Vergelijk het met de Amerikaanse situatie. Daar is een roddel juist een reden om zaken tot op de bodem uit te zoeken.’

ZE HEEFT EEN PUNT. Waar in de Verenigde Staten publieke figuren als gevolg van een nieuwsgierige pers in de rechtszaal belanden, gebeurt in Frankrijk het omgekeerde. Kort na de presidentsverkiezingen van 2008 spande Sarkozy een rechtszaak aan tegen Le Nouvel Observateur omdat de krant privé-informatie over de president had gebruikt voor een stuk. Op de G8-top deze week in de Franse kustplaats Deauville stelde Sarkozy dat wat hem betreft overheden het internet zouden moeten reguleren. Eerder, in 2007, werden Raphaëlle Bacqué en Ariane Chemin, beiden verslaggever van Le Monde, aangeklaagd vanwege hun boek over La femme fatale dat onthullingen over Ségolène Royal bevatte. In 2000 nam het Franse parlement een wet aan die het mogelijk maakte het publiceren van beelden van verdachten te bestraffen. Op papier een wet die de privacy van iedere Fransman beschermt, maar in de praktijk iets waarvan vooral de elite profiteert. Het is een instrument om negatieve aandacht tot een minimum te beperken.
Het resultaat is een verkrampte pers die de macht met zijden handschoentjes aanpakt. Vincent Michelot kan zich 'geen enkel’ voorbeeld herinneren waarbij een journalist een vooraanstaand politicus aan een kritisch vragenvuur onderwierp. Guillemette Faure omschrijft de mentaliteit van de pers in haar land als 'bourgeois’: diep neuzen in iemands privé-leven past daar niet bij.
De Franse aanpak van Strauss-Kahn zelf is wat dat betreft exemplarisch. Die bestaat hoofdzakelijk uit onschuldig leedvermaak. Je vergrijpen aan een kamermeisje als je de duurste prostituees van Parijs kunt betalen. We hebben duidelijk te maken met un homme de gauche (een 'linksmens’ in Geenstijl-Nederlands), grapte het satirische weekblad Le Canard Enchainé, inspelend op het jetsetgedrag van de IMF-topman. Geestig, dat zonder meer, maar de vraag of machthebbers niet al te veel bescherming genieten, wordt nauwelijks gesteld. Volgens Stéphanie Fontenoy, sinds 2005 Amerika-correspondent voor de katholieke krant La Croix, ligt daar het grootste probleem van de Franse journalisten: 'In de Verenigde Staten gaat de kwaliteitspers op zoek naar feiten. Fransen houden het liever bij meningen.’

Met dank aan Mars van Grunsven