Het hiaat van Parijs

De opening van de klimaatconferentie in Parijs is internationaal met een mengsel van hoop en twijfel begroet. Geen wonder.

Het grote doel is de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan twee graden Celcius. Maar hoe bereik je over een zo ingewikkeld probleem overeenstemming tussen de 196 deelnemende landen? Vorige conferenties, nog van beperkter omvang, zijn grotendeels mislukt. In 1997 werd na de klimaatconferentie het verdrag van Kyoto gesloten. Dat werd toen door 59 landen ondertekend. In 2005 trad het in werking.

De sfeer en het gevoel van noodzaak die nu de conferentie in Parijs kenmerken laten al zien dat Kyoto en daarop volgende conferenties feitelijk zijn mislukt. De vraag is wat daarvan de oorzaken zijn. We hebben meer haast gekregen. In Parijs zal veel worden gesproken over de maatregelen die verergering van dit wereldvraagstuk moeten voorkomen. Maar op z’n minst even belangrijk is het verzet dat een van de belangrijkste oorzaken van deze vertraging is. Hoe moet dat worden bestreden?

Indertijd heeft Amerika het verdrag van Kyoto niet getekend omdat president George W. Bush er vooral economisch nadeel van verwachtte. President Obama was bij de opening in Parijs present en het ontbreekt hem niet aan milieubewustzijn. Maar wat doet Amerika als volgend jaar een Republikein tot president wordt gekozen? Aan Donald Trump hoeven we niet eens te denken. Alles wat hij zegt werkt bij wijze van spreken als broeikasgas. Maar tot een paar weken geleden was hij wel de populairste Republikeinse kandidaat.

De mede­werking van de massa is nodig om het probleem op te lossen

De opwarming van de aarde is ook een politiek probleem. Al meer dan een halve eeuw leven we in het Westen in een samenleving die in toenemende mate is gedepolitiseerd, en dat proces is nog niet afgelopen. In Amerika is daarover veel geschreven. In 1958 is The Affluent Society (De economie van de overvloed) van John Kenneth Galbraith verschenen, het eerste van een lange reeks boeken die de veranderingen in Amerika tot onderwerp hebben. In 1998 beleefde het boek van Galbraith zijn veertigste druk.

Het heeft wel een geweldig succes maar heel weinig invloed gehad. In de loop van de vorige eeuw heeft Amerika zich tot consumptiemaatschappij ontwikkeld, met enorme supermarkten, fastfoodconcerns, de grootste auto’s en vliegtuigen, de hoogste wolkenkrabbers. In die zin is het een voorbeeld voor praktisch de hele wereld geweest, zoals we kunnen zien aan de internationale stedenbouw en de consumptie. Uit het Amerikaanse voorbeeld is langzamerhand een nieuwe, internationale ideologie ontstaan: het consumentisme. Het hoogste ongeschreven maar praktische doel van de mens is zo veel mogelijk genieten.

In het Westen heeft het bedrijfsleven op alle mogelijke manieren in die behoefte voorzien. In zekere zin hebben de grootwinkelbedrijven en de wijdvertakte industrie van het amusement de politieke partijen verdrongen. De reclame, vooral op de televisie, overtreft in duur en intensiteit alles wat de politiek nog voor zijn rekening wil of durft te nemen. En de kracht van het consumentisme blijkt uit het feit dat het zelfs was opgewassen tegen de nu achter ons liggende crisis. De consumentist heeft zich tot een nieuw type burger ontwikkeld.

Dat blijkt nu uit zijn reacties op de klimaatconferentie. De consumentist koestert een diep wantrouwen zoniet een uitgesproken vijandschap tegen de politiek. Raadpleeg de reacties op de websites die zich in het dagelijks nieuws specialiseren. Politici worden al diep gewantrouwd en uitgescholden. Zakkenvullers, plucheklevers, mensen voor wie het algemeen belang een dekmantel is om er zelf beter van te worden. Organisaties als Greenpeace en Artsen zonder Grenzen zijn in deze kringen gezworen vijanden.

En nu deze klimaatconferentie. Die wordt beschouwd als een samenzwering tegen de fatsoenlijke maatschappij. Geitenwollensokkentuig is het! Ik citeer het uit de reacties op nu.nl. Het is geen uitzondering. Zo spreekt de nieuwe stem des volks. Hoeveel de politiek in de afgelopen kwart eeuw aan geloofwaardigheid heeft ingeboet weten we niet. Maar wel is het zeker dat het klimaat een collectief probleem is en dat de medewerking van de massa nodig is om het op te lossen. Daarvoor moet de massa zich ervan bewust zijn. Dat vergt nog een andere inspanning dan de specialistische conferentie tussen politici en deskundigen, en daaraan ontbreekt het.