H.J.A. Hofland

Het hoge woord

«Impeach Bush» is de kop boven een stukje in de International Herald Tribune van 3 maart. Geschreven door Garrison Keillor, van wie buiten Amerika niemand heeft gehoord. Jammer dat het niet door een Nederlandse krant is overgenomen. Het is een noodkreet. Amerikanen, wat bezielt jullie dat jullie deze contactgestoorde man nog altijd als jullie leider aanvaarden? Hij zou voor oorlogsmisdaden terecht moeten staan. Omdat onder zijn verantwoordelijkheid in geheime kampen en gevangenissen systematisch wordt gemarteld. Omdat hij de Conventie van Genève aan zijn laars lapt. Omdat hij onder valse voorwendsels de oorlog tegen Irak is begonnen en hij dit land drie jaar later tot een burgeroorlog heeft gedemocratiseerd. Omdat in de zes jaar van zijn bewind het anti-Amerikanisme tot een wereldwijde beweging groeit. Omdat hij het vaderland in gevaar brengt. Deze keizer heeft geen kleren. De grondwet geeft een eenvoudig middel om hem voor de oorlogsmisdaden en nalatigheid bij de verdediging van het vaderland verantwoordelijk te stellen. Impeachment. Stel hem in staat van beschuldiging en laat de Senaat oordelen.

Geen slecht idee. Bill Clinton moest zich na bijna acht jaar van een redelijk succesvol presidentschap voor de Senaat verantwoorden wegens zijn geheime verhouding met een stagiaire. Monica Lewinsky was in de verste verte geen Mata Hari en had geen plannen in die richting. Bill was niet de eerste president die zich buitenechtelijke expedities veroorloofde. Niettemin wierpen de conservatieven en de neoconservatieven zich als tijgers op hem, waarbij hun media zich dagelijks dusdanige uitbarstingen van rauwe haat hebben veroorloofd dat ik wel eens voor het leven van die president gevreesd heb. De omvang en duurzaamheid van de nadelen die Bush de natie berokkent – en de manier waarop hij dit doet – in aanmerking genomen, geloof ik dat impeachment juridisch gemakkelijk te verdedigen zou zijn.

Maar het lukt niet. De laatste die een grote aanval op Bush en zijn gezelschap heeft gedaan, is de afgevaardigde John P. Murtha. Hij prees de dappere soldaten in Irak, stelde daarna vast dat de Amerikaanse aanwezigheid het geweld bevordert en vond daarom dat alle troepen binnen een half jaar moesten worden teruggetrokken. Dat was in november 2005, in het Huis van Afgevaardigden. Meteen daarna riep mevrouw Jean Schmidt, ook afgevaardigde: «Lafaards kiezen het hazenpad! Mariniers nooit! We’ll stay the course. We will prevail.» Die laatste korte kennisgeving is ook de titel van de presidentiële redevoeringen, gepubliceerd in een boek in 2003.

John Murtha kreeg veel bijval, maar toch hebben we sindsdien niet veel van hem gehoord. Niet veel later kwam Katrina en werd New Orleans voor de helft weggevaagd. Degenen die de hulpverlening in een chaos hadden laten ontaarden, waren volgens Bush bovenste beste kerels. En vorige week is op hoorzittingen gebleken dat de president loog toen hij voor de overstroming verzekerde dat met de dijken alles okay was. New Orleans graaft zichzelf verder uit de modder.

Terwijl in Irak het dak van een van de heiligste moskeeën af vloog, waarmee een nieuwe fase in de burgeroorlog tussen de zojuist gedemocratiseerden begon, trof onze wereldleider voorbereidingen voor zijn reis naar India en Pakistan. In India, dat het non-proliferatieverdrag terzake van de kernwapens niet heeft getekend, beloofde hij hulp bij verder kernonderzoek. President Musharraf van Pakistan, dat ook kernwapens heeft, was niet zo gelukkig. Hij moet het voornamelijk met warme vriendschapsbetuigingen doen. Over de fijnere mondiale kneepjes van deze nieuwe fase in de _prevail-_politiek zijn de Amerikaanse deskundigen het nog niet eens. Sterker: een en ander draagt bij tot de verbittering van het binnenlands Amerikaans conflict.

George W. Bush is zijn presidentiële carrière begonnen met het verwerpen van internationale verdragen. Vervolgens heeft hij het Atlantische bondgenootschap opgeblazen, om in plaats daarvan een politiek van wisselende coalities te voeren. «We’re an empire now, and when we act, we create our own reality», zei een van zijn naaste adviseurs. In de praktijk is deze werkelijkheid een chaos van mislukkingen in wording, veroorzaakt door een wereldvreemd gezelschap, bevangen door grootheidswaan.

Tony Blair ziet de bui hangen. «Uiteindelijk zal God oordelen over mijn besluit om Bush in Irak te steunen», zei hij. Tony! Wist jij niet dat je loog toen je beweerde dat Saddam Hoessein binnen drie kwartier met zijn massavernietigingswapens kon beginnen? God ziet en hoort alles. Afgezien van de vraag of Hij bestaat of niet, is het nu wel een zeldzame brutaliteit om Hem erbij te halen. Zou Hij die tienduizenden doden, de oorlogsmisdaden ook hebben gewild? Ik zal me niet verder in theologische kwesties verdiepen.

Als u dit leest, zijn hier de gemeenteraadsverkiezingen afgelopen. Waarschijnlijk is ook de zware sneeuwval voorbij. Misschien tijd om ons weer wat meer met de rest van de wereld te bemoeien. Laten we ons om te beginnen die vraag eens stellen. Kunnen we de trouwe bondgenoot zijn van een contactgestoorde wereldleider? Zo nee, hoe zouden we dan van hem af kunnen komen? En zo ja, wat moeten we doen om de nadelen tot het minimum te beperken? Dat lijkt me in het land van de vrijheid van meningsuiting een actueel en nuttig debat.