Het homoheterohuwelijk

Wij waren jarenlang hun alibi, zeggen drie ex-vrouwen van homo’s. Eigenlijk zijn het lafhartige types, geen echte mannen, vinden de verlaten en ‘verraden’ echtgenotes. ‘Hij probeerde zo dwangmatig een orgasme te krijgen. Het was regelrechte verkrachting.’
Op verzoek van de betrokkenen zijn de namen veranderd.
ANNA ONTDEKTE dat haar Jan dol was op jonge knullen. De partner van Mirjam had zich eenmaal laten ontvallen dat-ie misschien wel biseksueel was. ‘Zou hij homo zijn?’ had Connie op haar beurt eens in haar dagboek opgetekend - dit nadat haar partner terloops had opgemerkt dat hij de neiging had gevoeld om een homobar kort en klein te slaan. Er waren signalen dat hun partners homo’s waren die als hetero’s door het leven gingen, dat de dames dus in een heterohomorelatie waren verzeild. Maar hun mannen wilden er niet over spreken.

‘Ik moest het voor hem ontdekken’, zegt Mirjam, die twaalf jaar een relatie met een homo had, waarvan zes jaar samenwonend. Connie, tien jaar relatie, vijf jaar getrouwd: 'Hij gaf het pas toe toen ik hem onder druk zette. Hij huilde en was helemaal overstuur.’ En Anna, vijftien jaar samen, waarvan acht getrouwd: 'Als ik begon over zijn jonge vriendjes die zoetjesaan bij ons over de vloer kwamen, deed hij er het zwijgen toe. Of ontkende. Ik voelde het heus wel. Maar hij kon me makkelijk ompraten.’
Met z'n hoevelen zijn ze eigenlijk, die achterblijvende heteropartners? Niemand die het weet. De aandacht gaat in zulke gevallen uit naar de homoseksueel in zijn of haar coming out-proces. Daarbij niet zelden ondersteund door het COC of door De Kringen (praatgroepen) - terwijl ze in de literatuur nog eens rustig kunnen nalezen in welke fase zij zich bevinden. Voor ons, klagen de hetero-achterblijvers, is er niets.
'Dat horen wij vaker’, zegt receptioniste Marti van het Amsterdamse COC. 'Maar hoeveel belangenverenigingen zijn er dan voor hetero’s die scheiden?’ Deze achterblijvers, probeer ik voorzichtig, zeggen dat hun situatie veel complexer is. 'Ja, omdat ze de homoseksualiteit van hun partners niet accepteren’, riposteert ze. 'Dat moeten ze leren. Jeetje, ze kunnen toch ook gewoon vrienden zijn? ’t Hoeft toch niet allemaal om de seks te gaan?’
STAPELS FOTO’S op tafel. Jan en Anna, vijftien jaar geleden. Anna: jong, stralend en vol bewondering opkijkend naar een grote, blonde, stoere Jan. 'Ik adoreerde hem’, zegt Anna (39), docente. 'Jan was een grote macho-achtige man. Zeer getalenteerd en charismatisch. Hij werd verliefd op mijn verliefdheid op hem. Ik weet zeker dat hij van mij is gaan houden. Maar het is een complexe situatie: je bent zijn vriend en zijn vijand.’
Ze pakt een foto van Jan op Schiphol. 'Hier vertrok hij naar Cairo. Op die reis heeft hij Ton ontmoet. In die tijd overleed mijn vader. Ik besefte dat ik twee mannen moest inleveren. Korte tijd later wilde Jan graag ons huis laten zien aan zijn vriend Ton. We spraken af dat ik bij mijn zusje zou slapen en dat ik de volgende dag om twee uur terug zou zijn. Kom ik terug, tref ik een bende aan. Overal kleren, in de slaapkamer lege flessen wijn, volle asbakken. Ik zie die twee nog aan komen fietsen. “Anna, we zijn er!” riep Jan. Ik hoorde schuldbewustzijn in zijn stem. Het was als: “Mam, we zijn er!” Hij werd het menneke, ik de boevrouw.’
Ze mist hem. 'Vooral het leven dat wij samen hadden. Allebei interessant en creatief werk, veel reizen, leuke vrienden.’
Ook Mirjam (31) en Connie (40) zeggen een goede relatie met hun, zoals later zou blijken, homopartner te hebben gehad. Connies ex had een goedlopende advocatenpraktijk, terwijl zij een goede baan als personeelsfunctionaris had. Aan geld en genot geen gebrek. 'Kunst, mooie dingen, veel ondernemen, reizen naar Thailand of India. In de loop der jaren werd de seksualiteit minder’, zegt Connie. Daar zat ze echter niet over in. 'Dat hoort erbij. Dacht ik. De seks werd mechanisch, het werd, zoals ik het noem, plaatjesseks: we raakten geconcentreerd op de houdingen, op de poses. Toch vreeen we minimaal een keer per week. Op het laatst hadden we seksfilms nodig.’
Mirjam, modeontwerpster: 'Wij hebben elf jaar lang een heel goede seksuele relatie gehad. Totdat zijn, zoals later zou blijken, coming out-proces begon. Hij werd depressief en afstandelijk. Sindsdien stelde het seksueel niets meer voor. Hij was niet meer in mij geinteresseerd. Zelfs als ik op zijn schoot wilde zitten, duwde hij me opzij. Ik werd letterlijk afgewezen.’
Anna: 'De man wil een vent, maar heeft een vrouw lief. Dus krijgen de vrouwelijke kanten in die vrouw weinig aandacht. Sterker nog: ze worden ontkend. Ze zoeken je mannelijke kanten, maar ook je moederlijke kant. Met als gevolg dat je niet uitgenodigd wordt om de man te verleiden; ’t is immers eerder een vriendschap. Jan zei tegen mij: “We hebben inderdaad niet zo'n bijster seksleven. Dat komt omdat jij mij niet uitdaagt.” Kreeg ik dus de schuld. Als ik zei: “Jan, zou je eventuele homoseksualiteit niet meespelen?” dan zei hij: “Welnee. Bij veel paren wordt het vrijen in de loop der tijd minder.” Hij had moeite om een erectie te houden. Hij probeerde zo dwangmatig een orgasme te krijgen… Hij heeft mij lichamelijk geschonden, het was regelrechte rape. Hij was geobsedeerd door iets in zichzelf. ’t Licht moest uit. Hij nam een douche van tevoren, een douche naderhand. Vroeg ik hem: “Jan, als je fantaseert, wat zie je dan voor je, mannen of vrouwen?” Zei hij: “Ik zie gewoon wezens voor me.” ’
Hun ex'en, zeggen Connie en Anna, hielden van een strak en plat 'jongenslijf’. Na het beeindigen van de relatie zijn zowel Connie als Anna van cup A naar cup B gegaan. 'Eindelijk mag ik vrouwelijk worden’, zegt Connie.
HET DUURT LANG, zeggen ze, voordat de waarheid boven tafel komt - niet op de laatste plaats omdat de partners hun homoseksualiteit almaar blijven ontkennen. Mirjam besefte pas waarom haar partner zo depressief was toen een vriendin haar meedeelde dat het uit was met haar partner, omdat hij homoseksueel bleek. 'Het was net alsof ik naar mezelf zat te luisteren’, zegt Mirjam. 'Ik begon helemaal te trillen en wist: dit staat mij ook te wachten.’
Augustus 1994 wist Anna het zeker, dank zij homoseksuele kennissen die haar vertelden dat ze 'het’ al jaren wisten.
Voor Connie begon het te dagen toen haar partner regelmatig een regisseur uit Duitsland meenam op zeiltochtjes. 'Sinds die regisseur op de proppen kwam, vreeen we niet meer. Ik vond het vreemd, maar had het nog niet door. Totdat die twee op een zondagavond terugkwamen van het zeilen. Ik zag dat de regisseur intens gelukkig was. Aan zijn ogen, die straalden.’ De volgende dag zette Connie haar partner onder druk. Hij erkende dat zijn Duitse vriend liefde op het eerste gezicht was geweest - en dat het al zes maanden speelde. 'Een schok’, zegt Connie. 'Ik heb mij vreselijk bedrogen gevoeld. Als ik op het werk was, lag hij te vrijen met hem. Plus het aidsgevaar.’
Na de ontdekking volgt de zwijgplicht. De familie, de buitenwereld, niemand mocht het weten. 'Hij schaamde zich diep tegenover zijn ouders’, zegt Connie. 'Was bang voor het dorp. Voor zijn klantenkring als advocaat - achteraf onterecht. Bang voor de roddelmachine die op gang zou komen. Hij smeekte me: “Hou het geheim!” Na een jaar kwam het toch uit. Tot die tijd heb ik meegespeeld in zijn dubbelspel.’
Mirjam: 'Zijn moeder weet nog steeds van niks. Zij is zeer gelovig. Hij durft het niet te zeggen. Daarom ontloop ik zijn familie. Ik wil namelijk niet aan het toneelspelletje meedoen. Maar als ze naar mij toe zouden komen met de vraag waarom onze relatie uit is, dan zeg ik het.’
Die medeplichtigheid speelde in feite gedurende de hele relatie, concludeert Anna. 'Nu zegt-ie: “Ik word nu als nicht gezien. Dat is moeilijk.” Kijk, daartoe heb ik vijftien jaar gediend, als buffer. Ik was zijn alibi. “Ik heb je nodig”, zei hij vaak. Ik was zijn buddy, ging mee in zijn dubbelleven. Ik werd verleid om medeverantwoordelijk te zijn. Net zoals de partner van iemand die depressief is: die trekt zijn partner mee in de leugen naar de buitenwereld die niet mag weten dat-ie depressief is.’
Eigenlijk zijn het, zeggen ze, lafhartige mannen, helden op sokken. Zelfs de term 'verraders’ valt. 'Het voelt als verraad, als een leugen’, zegt Mirjam. 'Ik ben enorm in hem teleurgesteld. Wees blij dat hij je niet verlaten heeft voor een andere vrouw, zeggen ze dan. Was het maar een vrouw geweest! Het feit dat je door een man opzij geschoven wordt - dat is vernederend. Net alsof ik niet voldaan heb als vrouw.’
'ALS JE MAN een andere vrouw heeft, kun je nog zeggen: zij heeft blijkbaar iets wat ik niet heb. Maar tegen een man kan ik niet concurreren’, zegt ook Connie. 'Het was zo'n fijne, veilige relatie. Iemand die ik zo door en door dacht te kennen. Ik dacht honderd procent van hem op aan te kunnen.’ Pas achteraf vielen de puzzelstukjes in elkaar: 'Hij had zijn leven lang al periodes van ongeluk, van twijfel, van vastzitten. Later is hij zich gaan realiseren dat dit kwam door zijn homoseksualiteit die hij heel diep had weggedrukt. Zijn vader had ooit bij de marechaussee gezeten en kwam met verhalen thuis over hoe ze homo’s te grazen namen… Mijn ex stelde voor het huwelijk in stand te houden, met daarnaast een vriend. Daar moest ik niet aan denken. Ik op de tweede plaats? “Misschien ben ik wel biseksueel”, zei hij. Ik wist wel beter.’
Kwaad worden op de undercover-hetero, kun je in het begin niet. 'Niemand kan er toch wat aan doen als-ie homo blijkt?’ zegt Anna. 'Je probeert begrip op te brengen. Want hij heeft een probleem. Dat jij problemen hebt, komt op een veel lager plan. Maar uiteindelijk laat iemand je wel mooi in de steek voor een ander.’ Pas later komt de woede, samen met de ontgoocheling.
Want wat is er nou waar geweest van die relatie? Heeft hij het allemaal gespeeld? 'Je hele leven staat te wankelen’, vat Connie bondig samen.
Ondersteuning is er niet, zeggen ze. Integendeel, de partner heeft hun steun en begrip nodig. 'Ik herinner mij dat hij op de bank lag, een zwarte leren bank die meebewoog op het ritme van zijn bonkende hart’, zegt Connie. 'Ik mocht geen dokter roepen. We spraken af dat ik wegging, onder het mom van studeren in Amsterdam. Ik ben naar mijn familie gegaan en zei: “Er is iets mis in onze relatie. Ik kan niet zeggen wat.” Mijn vader zei: “Zal ik eens op een hoekje van de krant schrijven wat er aan de hand is?” “Homo”, schreef hij op. Mijn vader heeft het altijd aangevoeld. Hij omschreef mijn partner als een riet dat beweegt in de wind. Hij had geen grond onder zijn voeten. Mijn vader heeft zich niet kunnen inhouden. De volgende dag heeft hij de vader van mijn partner gebeld en zei: “Je zoon is homoseksueel en dat is de reden waarom het huwelijk kapot is. Nu moeten jullie zorgen dat je hem opvangt, want jullie zijn verantwoordelijk.”
Mijn partner kon me ondanks alles niet loslaten. Ik was de vertrouweling in zijn proces. Hij bleef in zijn huis zitten. Ik moest verhuizen en alles zelf opknappen. Ik raakte financieel aan de grond. Hij hielp me niet.’
Ook Jan rekende op Anna’s steun tijdens zijn coming out. 'Hij ontdekte zijn homoseksualiteit, anders gezegd: zijn seksualiteit’, zegt Anna. 'Het zijn net pubers. En wij zijn hun moeders. Als Jan in Amsterdam het homowereldje ging verkennen, kwam hij terug en vertelde - het hoofd op mijn schoot - wat-ie had beleefd. Zulke verhalen kun je als minnares niet aanhoren. Als moe der wel.’ En Mirjam heeft haar partner uiteindelijk meegenomen naar een homobar. 'Want hij had zoveel schroom, hij durfde niet echt. Dus zijn we samen gegaan.’
VOLGT DE CONFRONTATIE met de buitenwereld. De drie hebben ontdekt dat de vragen niet op hun partners maar vooral op hen worden afgevuurd. Doen jullie het nog samen? Wat hebben jullie dan al die tijd gehad? Hebben jullie toneel gespeeld? Hij kan toch ook biseksueel zijn? Hoe deden jullie dat in bed? 'Tot en met: we hebben het altijd al gedacht’, aldus Mirjam. 'Da’s een trap na. Alsof ik het naieve meisje was met oogkleppen op.’ Anna noemt de omgeving hypocriet. 'Als ik vraag: hoe vind je het dat jouw vriend of jouw broer homoseksueel blijkt te zijn, reageren ze met: o, heel gewoon hoor. Alleen zijn moeder zei: “Ik kan er maar niet aan wennen!” Die was tenminste eerlijk! Ik voel me meer weduwe dan gescheiden vrouw. Het is me als het ware overkomen. We hadden helemaal geen ruzie.’
Mirjam: 'Die persoon gaat dood voor jou. Je moet alle lijntjes doorsnijden. Je zat in een relatie, je had gevoelens van houden van, maar die bleken gebaseerd op drijfzand. Dat gevoel dat je zo bedrogen bent - je gaat twijfelen aan je eigen vrouw-zijn… Je kunt niks meer vertrouwen.’
Tevergeefs hebben ze naar literatuur of naar de een of andere hulporganisatie gezocht. Toch blijkt er een vereniging in Nederland waartoe zij zich hadden kunnen wenden: Orfeus. 'Voor en door mensen die met homoseksualiteit in hun huwelijk of relatie te maken hebben’, galmt een sombere zware mannenstem op de telefoonbeantwoorder van Orfeus. Hij somt een reeks namen en telefoonnummers op, van mensen in het land die kunnen helpen. Bij de eerste twee wordt niet opgenomen. Bij de derde is het raak. 'Sta ik nog op dat bandje?’ roept Jacques uit Breda verbaasd. 'Zo'n half jaar geleden heb ik gezegd dat ik er van af wil.’ Inderdaad, hij wordt zelden gebeld. Hij licht toe dat Orfeus 25 jaar geleden is opgezet met als doel stellen waarvan de een ontdekt heeft dat hij/zij homo/lesbo is, bij elkaar te houden. 'Maar in de praktijk gaat het merendeel uit elkaar.’
Het zijn vooral homo’s, zegt hij, die de thema-avonden van Orfeus bezoeken. 'Niet alle hetero’s willen meekomen. Misschien omdat het te confronterend voor ze is.’ Dat zou wel eens kunnen kloppen. Want, zeggen de drie vrouwen, hoezeer ze ook homoseksualiteit accepteren, allen hebben een fase gehad van afkeer. 'Ik was ervan overtuigd dat iedere man homoseksueel was’, zegt Connie. 'Als ik op een terras naar de voorbijlopende mannen keek, dacht ik: hij is het ook, en hij ook, en die ook.’
Mirjam: 'Ik heb een homocafe in Nijmegen bezocht om te kijken in wat voor wereld mijn ex zou komen. Ik ben bijna letterlijk kotsend naar buiten gegaan. Vanwege dat nichterige gedoe. Zo wordt hij straks ook, dacht ik.’
Anna: 'Ik voelde walging als ik een billboard zag met twee van die mannen in een strakke spijkerbroek.’
Die fase is voorbij. 'Homomannen zijn heel leuk’, zegt Mirjam. 'Het zijn sociale, gevoelige, heel aantrekkelijke mannen. Maar dit wil ik niet nog een keer meemaken. Hij had niet zo laf moeten zijn. Hoe is het mogelijk dat iemand zichzelf zo voor de gek kan houden? Het zijn eigenlijk vreemde mannen, geen echte mannen. Als ik tegenwoordig mannen leer kennen, ben ik op mijn hoede. Ik moet ervan overtuigd zijn dat hij echt hetero is.’ Anna, grijnzend: 'Ik zou zo weer een homoseksueel nemen. Het zijn zulke creatieve mannen. Je gaat met hen op ontdekkingsreis, ’t is levendig en inspirerend.’
Men zegt dat heteromannen ook zo kunnen zijn. Anna, schaterend: 'Daar hoop ik nu maar op.’