Het homohuwelijk is goed voor de Amerikaanse economie

New York - Legalisering van het homohuwelijk zal ertoe bijdragen dat ‘we ons concurrentievoordeel behouden in het aantrekken van de beste en slimste mensen ter wereld’, schreven enkele vooraanstaande lieden uit de New Yorkse zakenwereld onlangs aan het parlement van de staat New York. En het aantrekken van talent, zo stelden onder anderen Goldman Sachs-baas Lloyd Blankfein en de financier Ronald Perelman, is 'essentieel voor de economische toekomst van de staat.’ Economische argumenten worden wel vaker aangevoerd voor de legalisering van het homohuwelijk. Zo zou het leiden tot lagere sociale uitgaven, omdat bij de toekenning van bijvoorbeeld bijstand het inkomen van de juridische partner meetelt - en twee homo’s verdienen meer dan één.
Ook de huwelijksindustrie zou er beter van worden, simpelweg omdat er dan meer mensen zouden trouwen. De overheid zou weer meer verdienen dankzij overdrachtsbelastingen en commissies voor huwelijksvergunningen. Voorstanders van het homohuwelijk bezigen zelfs de term 'huwelijkstoerisme’ en wijzen op extra bezoekers aan staten die het homohuwelijk wel erkennen, zoals Massachusetts en Vermont. Volgens de Californische denktank Williams Institute heeft Massachusetts in de afgelopen vijf jaar 111 miljoen dollar verdiend dankzij homohuwelijkbezoekers. Al met al zou een landelijke legalisering van het homohuwelijk de VS in de komende tien jaar een miljard dollar aan extra inkomsten opleveren.
Het zijn argumenten waartegen in economisch opzicht weinig is in te brengen. Maar meer dan economische argumenten zijn het uiteindelijk niet. Een veel sterker argument behoort natuurlijk te zijn: het homohuwelijk zou legaal moeten zijn omdat homo’s dezelfde rechten horen te hebben als hetero’s. De trend is echter dat maatschappelijke debatten maar al te vaak in economische termen worden gevoerd, waarbij grootheden als rechtvaardigheid, algemeen nut of gewoon geluk het vaak afleggen tegen wat 'economisch haalbaar’ is. Zo hangt de toekomst van de Amerikaanse welvaartsstaat momenteel sterk af van een debat over het begrotingstekort en de staatsschuld. Daarbij worden de deelnemers aan dat debat natuurlijk heus vaak door ideologie gedreven, maar zijn de argumenten pas valide als de cijfers kloppen.
Zo lijkt de Amerikaanse politieke klasse zich - ongetwijfeld onbewust - te hebben verzoend met een systeem dat de filosoof Sheldon Wolin 'omgekeerd totalitarisme’ noemt. In deze vorm van totalitarisme bepaalt niet een demagoog of charismatische leider de waarde van de mens, maar de anonieme markt.