Het hoogste goed

Rabat - De Marokkaanse mensenrechtenorganisatie amdh riep onlangs op tot een nationaal debat over de laïcité, de scheiding tussen wat in Nederland kerk en staat heet. Veel van dat debat heb ik nog niet gemerkt. Het onderwerp komt wel regelmatig, zij het zijdelings, ter sprake in de media, maar nooit diepgravend.
Binnen de amdh is men er ook nog niet helemaal uit. Volgens voorzitster Khadija Ryadi zijn er binnen de vereniging twee stromingen: een die meent dat je niet kunt opkomen voor de universele rechten en vrijheden van het individu zonder ook de laïciteit op te eisen, en de tweede die meent dat het gezien de huidige ‘krachtsverhoudingen’ in het land niet opportuun is zich sterk te maken voor de invoering ervan.
Wat wordt bedoeld met die 'krachtsverhoudingen’? Dat zijn ten eerste de islamisten, die in Marokko een behoorlijke aanhang hebben, en die de laïciteit in de regel als een uitvinding van de duivel zien. Ten tweede is daar de koning zelf, wiens eigen macht ook voor een belangrijk deel is gestoeld op de islam. Mohammed VI is immers de Eerste Imam, de Leider der Gelovigen, een soort paus in eigen land. Dat wil hij ongetwijfeld graag blijven. Zijn vader, Hassan II, zei ooit: Marokko, dat is de monarchie en de islam.
Voor antropoloog Mohammed Sghir Janjar komt de oproep van de amdh niet uit de lucht vallen. Hét debat van nu in de Arabische wereld is volgens hem dat over le bien ultime, het hoogste goed. 'Iedere samenleving moet hierin een keuze maken: wat is het hoogste goed? De opvattingen daarover zullen steeds meer uiteen gaan lopen. De mensen raken beter geschoold, kijken meer naar buitenlandse tv, surfen op internet, gaan in het buitenland studeren. Als de opvattingen over het hoogste goed meer gaan verschillen, wat gaat ons dan bijeenhouden? Anders gezegd: als het niet meer de islam is, wat dan wel? Daar kan maar één antwoord op zijn: een gemeenschappelijk politiek project, oftewel de democratie.
'Toegegeven, het is pover vergeleken met de conceptie van een au delà, van een God, maar het is elementair, we hebben het nodig. We baseren ons nu al op de menselijke rede om veel zaken te regelen, en we zullen dat in de niet al te verre toekomst ook gaan doen om het eens te worden over de procedures om te bepalen wie de besluiten nemen. Er is geen andere weg.’