Kijken

Het hout ruikt lekker

Kijkend naar Palisade denken we aan Carl Andre en zien we hem stukken balk neerzetten en weer verslepen. En omdat Andre dat deed, maakte Krijn de Koning zijn kleurblokken.

Carl Andre, Palisade, 1976. Hout, 90 x 30 x 390 cm © Van Abbemuseum Eindhoven

De sculptuur van Carl Andre Palisade is een werk waar ik vaak aan denk. Niet meer dan dertien stukken balk van hout zijn het die rechtop tegen elkaar zijn gezet. Dat is alles. Het hout is red western cedar, robuuste balken die overal in de bouw worden gebruikt. De vaste diktemaat waarin ze gezaagd worden is 30 bij 30 centimeter. De staande hoogte die Andre doorgaans hanteert is 90 centimeter; wanneer de stukken hout liggen is dat de lengte. Dat zou namelijk ook kunnen. Die maat kan hij zelf nog dragen. Leg een balk vlak op de grond en zet daarop, op één kant op het uiteinde, precies passend, een tweede balk rechtop: dat wordt dan een rechte hoek. Die vorm bestaat uit twee gelijke delen. Er hoeft geen ingewikkeld geschroef aan te pas te komen; dat wou hij vermijden. De elementen moesten tot figuren samenvallen zoals woorden na elkaar in een zin. Of ook: zet twee balken van 90 centimeter rechtop, met als tussenruimte de 30 centimeter die een balk breed is. Leg daarop een derde balk: dat wordt een poort die zichzelf stevig overeind houdt.

Eerder in de jaren vijftig maakte Andre kleine hoekige figuren van hout, gekerfd en gezaagd, op de manier van Brancusi. Vingeroefeningen waren dat om op gang te komen. Toen had hij het door: zijn manier van verbinding en stapeling. In 1960 maakte hij, in een ruitjesschrift, een aantal droge lijntekeningen die hij Element Series noemde. Dat was precies wat het was: programma en handschrift tegelijk. De eerste vorm was een enkel staand stuk balk – een eenvoudige maar vooral complete vorm, zo compleet als een woord. Herm heette het ding. Andere waren bijvoorbeeld, met twee balken, een hoek en de poortvorm, post + lintel, met drie balken. Het duurde tot 1970 voordat die werken echt gemaakt konden worden; de middelen ontbraken. Herm werd pas in 1976 gemaakt. In de tussentijd maakte hij bodemsculpturen van baksteen en vierkante platen staal plat tegen elkaar gelegd. Toen begon ook zijn faam te groeien. Het zou kunnen dat werken van metaal moderner werden gevonden, radicaler en scherper geformuleerd. Je kon erover lopen. De stukken van hout waren romantisch met hun rustieke volume.

Krijn de Koning, 8 Blocks, 2020. Acrylverf op hout, 8 delen van verschillend formaat, samen in een gesloten blok, 45 x 30 x 25 cm © Peter Cox, Eindhoven / collectie Museum Voorlinden, Wassenaar
Andre’s werken werden ter plekke gemaakt, in de roerige werkelijkheid

We hadden in 1976 in Eindhoven een kantig werk van 25 platte platen staal verworven: 50 x 50 centimeter, een vierkant van vijf bij vijf platen. De vorm begon vanaf de wand, Twenty-fifth Steel Cardinal, en schoof vandaar geruisloos de ruimte in van de zaal. Die was twaalf meter lang, zes meter breed. Ik heb het werk nooit in het midden van de wand gelegd. Het vierkant lag daarom zo discreet dat je het terloops waarnam. Het was dan raadselachtig. Bij dit bedachtzame werk hebben we, als gezelschap, Palisade gehaald toen ik het in 1977 bij Konrad Fischer in Düsseldorf gezien had. Het werk was in 1976 ontstaan in een galerie in New York. Carl Andre verzon werken niet op papier. Ze werden altijd ter plekke gemaakt, in de roerige werkelijkheid. Daarna waren ze vrij om te gaan waar ze terechtkwamen. In New York had de ruimte het karakter van een kamer. Ook daarom is Palisade niet groot, zeker niet uitdagend. Het werk was een korte muur, een verloop van dertien balken tegen elkaar in een zaal, ongeveer de hoogte van een tafel. Bescheiden is het en volkomen vanzelfsprekend. Je ziet wat gaande is, er is geen uitleg nodig. Je komt in de buurt. Van dichtbij kijk je erop. Van een afstand kijk je eroverheen maar niet dan langs de wand. Palisade houdt je in de ruimte vast die er nooit leeg uitziet. Het volume fluistert. Het hout ruikt lekker. In de zaal ernaast ligt, veel geruislozer, het andere werk van strak glanzend staal. Ze horen in elkaars buurt.

Het museum, toen minimal art begon, was een enorm en spannend avontuur. Niemand wist eigenlijk hoe het moest. Hoe bracht je die wonderlijk ongeregelde kunst bijeen om die te exposeren zodat de dingen zichtbaar werden? Dat ging op de tast. Ik heb veel van vooral kunstenaars geleerd, die hebben geen ontzag voor kunst. Ook moest ik veel en nauwkeurig kijken. Opnieuw keek ik zo naar Palisade en dacht aan Carl Andre en zag hem stukken balk neerzetten en weer verslepen.

Krijn de Koning, 8 Blocks, 2020. Acrylverf op hout, 8 delen van verschillend formaat, samen in een gesloten blok, 45 x 30 x 25 cm © Peter Cox, Eindhoven / collectie Museum Voorlinden, Wassenaar

Dat kwam ook doordat ik onlangs het mooie werk 8 Blocks zag van Krijn de Koning. Eigenlijk zijn die hol, acht van hout gelijmde volumes die ieder verschillend zijn in omvang. Bij elkaar gepast vormen ze een staand rechthoekig lichaam. De acht delen in dit ensemble kunnen los van elkaar bewegen. Dat gebeurt met de hand. Daarom zijn de holle delen licht. Van elk ervan zijn de zes kanten steeds een andere kleur gelakt. Dat zijn dus 48 kleuren, meest met de glans van porselein. Door steeds de losse delen te verplaatsen en te verdraaien, ontstaat zo een onwaarschijnlijk kleurrijk stilleven. Je kunt het zelf maken – dat wil zeggen, het is natuurlijk de kunstenaar die het je laat maken.

De laatste zeventig jaar is er in de kunstpraktijk heel veel veranderd. Maar het wezen van kunst is hetzelfde gebleven. Krijn de Koning heeft, denk ik, zijn kleurblokken gemaakt omdat Carl Andre indertijd ineens met balken hout begon te zeulen.