INTERVIEW: LORETTA NAPOLEONI

«Het huidige politieke beleid produceert jihadstrijders»

De Italiaanse econome Loretta Napoleoni publiceerde drie jaar geleden een bestseller over de financiering van terreur. Nu doet ze opnieuw van zich spreken met een boek over meesterterrorist Al-Zarqawi in Irak. «Er is een groot verschil tussen de zelfmoordactivisten en Al-Zarqawi. Hij creëerde zich een toekomst; zij vinden slechts de dood.»

Ik reconstrueerde Al-Zarqawi’s leven stukje bij beetje, en trad zo in de sporen van de evolutie van de jihadistenbeweging, de beweging van moslimfundamentalisten», vertelt Loretta Napoleoni: «Het beeld dat zo ontstond is bizar. Al-Zarqawi is het product van twee vijanden. Namelijk de nieuwe anti-imperialistische ideologie het ‹Al-Qaedisme›, geproduceerd uit de as van al-Qaeda en de Taliban. De andere vijand is het Westen.»

De beruchtste terrorist van deze tijd dook voor het eerst op in een toespraak van de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, op 5 februari 2003 in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. In die toespraak viel tussen de eclatante misinformatie ook de naam van Al-Zarqawi, van wie niemand ooit eerder had gehoord. De Amerikanen zochten een link die Saddam Hoessein met het internationale terrorisme verbond, omdat de Iraakse wapens voor massadestructie niet bestonden. Die link werd Al-Zarqawi. Powell creëerde met zijn toespraak «de mythe Al-Zarqawi», afkomstig uit de achterbuurten van Zarqa, Jordanië. In het Westen en de moslimwereld geloofden vele jonge mensen na die toespraak dat hij de facto de al-Qaeda-man in Irak was; en ze wilden deel uitmaken van zijn netwerk, radicaal zijn. Econoom Loretta Napoleoni ziet een machtsstrijd in de jihadistenbeweging: «Aan de ene kant is er het oude leiderschap van Osama bin Laden, de radicale salafisten en Al-Maqdisi, mentor van Al-Zarqawi. Daartegenover staat de nieuwe generatie van jihadisten, met Al-Zarqawi als leider. Deze machtsstrijd is de sleutel om te kunnen begrijpen wat er echt aan de hand is. Twee uur nadat de laatste tape van Osama bin Laden was vrijgegeven, maar nog voor de cia had bevestigd dat het om Bin Ladens stem ging, haastte Dick Cheney zich te verklaren ‹dat in geen geval kon worden onderhandeld met terroristen› en dat ‹we ze gaan vernietigen›. Cheney en Al-Zarqawi praten over totale oorlog. Maar wat als Amerika op een andere manier zou antwoorden en tegen Bin Laden zou zeggen: ‹Oké, we zullen je aanbod in overweging nemen, maar bewijs ons dat je Irak tien dagen lang kunt pacificeren. Geef ons tien dagen zonder zelfmoordaanslagen. Geef ons tien dagen van vrede in Irak. Dan zullen we met je praten.› Dat kan de jihadistenbeweging splijten. Dan komen de tegenstellingen aan de oppervlakte en zullen we weten wie de touwtjes in handen heeft. Osama bin Laden die in de tribale bergen van het grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan zit, of Al-Zarqawi, die daadwerkelijk in Irak vecht.»

Voor haar onderzoek ging Napoleoni uit van primaire en originele Arabische bronnen, interviews en websites, bijgestaan door een vertaler. Loretta Napoleoni: «Ik gebruikte met opzet geen westerse media, want ik wilde niet beïnvloed worden door de propaganda. Ik ontdekte natuurlijk dat in de Arabische media ook een boel propaganda wordt bedreven. Ook Al-Jazeera is niet wat het pretendeert te zijn en manipuleert de informatie. Ze spelen het spel van de Amerikanen. Van dertig minuten tape van Bin Laden laten ze drie minuten zien, terwijl de andere 27 worden achtergehouden, waarmee je een rijke keuze hebt in de beslissing welk stukje wordt uitgezonden. De Amerikaanse autoriteiten zien die resterende 27 minuten dan weer wel.» Met haar kritiek op Al-Jazeera bevindt Napoleoni zich in het gezelschap van vele Irakezen, die er net zo over denken en Al-Jazeera zien als een zender die zich verbindt aan de terreur en het geweld.

Napoleoni doet al jarenlang onderzoek naar terreur, maar niet in Italië, want daar vond ze geen werk. In de jaren zeventig maakte ze deel uit van een feministisch collectief in de Romeinse wijk San Lorenzo. Ze maakte zich sterk voor het toegankelijk maken van abortus. San Lorenzo staat in Rome nog steeds bekend als een linkse buurt, met een anarchistische inslag. Bewegingen uit die tijd zoals Autonomia Operaia en Lotta Continua, waar ook Napoleoni zich in bewoog, waren er kind aan huis. Nu, terwijl Italiaanse verkiezingen aanstaande zijn, wordt het hele spectrum van rechtse en linkse partijen er als vanouds met grote argwaan gadegeslagen. Napoleoni kreeg een beurs, studeerde eerst in Washington en daarna in Londen, waar ze zou blijven wonen. Ze werkte voor diverse internationale banken en internationale organisaties, en zelfs voor de US Homeland Security, het Amerikaanse veiligheidsministerie dat na de aanslagen van 11 september 2001 werd opgericht.

De financiering van terreur fascineerde haar en bleef haar leidraad. Hoe financierden de organisaties zich? Van de Italiaanse Rode Brigades kwam ze uit bij de huidige moslimfundi’s, wat in 2003 leidde tot het boek TerrorInc, vertaald als NV Terreur. Een grondige studie over de plo, via de ira tot al-Qaeda. De Nieuwe Economie van de Terreur beschreef Napoleoni als een snel groeiend economisch systeem met een omzet van $1,5 biljoen – twee maal het bruto binnenlands product van het Verenigd Koninkrijk – dat de westerse hegemonie uitdaagt. «Wat we nu zien is de globale botsing tussen twee economische systemen, het dominante westerse kapitalisme tegen het andere rebellerende systeem. Dit scenario herinnert aan de Kruistochten, toen het westerse christendom rebelleerde tegen de dominantie van de islam. Achter de religieuze razernij initieerden en steunden economische krachten de Kruistochten, waardoor het Westen zijn opmars naar dominantie kon beginnen», staat te lezen op Napoleoni’s website.

Leden van de Rode Brigades interviewde ze ongeveer drie decennia na de ontvoering van Aldo Moro: «Ze waren de best georganiseerde beweging in het Italië van de jaren zeventig. Ik had toegang tot personen binnen die organisatie omdat een vriendin van mij de ‹mol› was, de infiltrant van de Brigate Rosse in het Paleis van Justitie in Rome.»

De laatste versie van de «Rode Brigades» die in 1999 en 2001 twee regeringsfunctionarissen doodschoten in Rome en Bologna ziet ze als een onbetekenende splinter: «De Brigate Rosse stortten in met de val van de Muur van Berlijn, ze schreven eind 1992 hun verklaring over het ‹einde van de strijd›. Momenteel bestaan niet de socio-economische condities voor een dergelijke beweging. Het enige maatschappelijke segment waaruit nu zoiets zou kunnen ontstaan, wordt gevormd door de immigranten. Maar dan moeten ze zich wel organiseren in een beweging. Zij hebben de rol van de traditionele arbeidersklasse overgenomen. Het zijn immigranten die de straten vegen.»

Eind jaren negentig begon Napoleoni haar onderzoek naar de financiën achter terreurorganisaties. Pas na 9/11 kwam er een enorme groei in boeken en andere vormen van documentatie die dit onderwerp probeerden te benaderen. Volgens Napoleoni betreft het «een politieke industrie die enorme bergen propaganda produceert». Met haar onderzoek voor Terreurlegende Al-Zarqawi probeert Napoleoni in het hoofd van de jihadi te kruipen. «Ik ben enorm geschrokken toen ik eenmaal was doorgedrongen tot hun logica en hun concept van anti-imperialisme. Er is een groot verschil tussen de zelfmoordactivisten en Al-Zarqawi. Hij creëerde zich een toekomst; zij vinden slechts de dood.

De enige oplossing die ik zie voor het probleem van de jihadisten is dat er geïnvesteerd moet worden in hun integratie, opdat ze zich meer deel voelen van Europa, of de landen waar ze opgroeien. Het huidige algemene politieke beleid produceert juist jihadstrijders. Ze voelen zich deel van de grote beweging en de oorlog in Irak, waarmee ze zich identificeren. Elementen van identificatie tussen moslims wegen zwaar, evenals de invloed van de religieuze identiteit. De rellende, gemarginaliseerde jongeren in de achtersteden van Parijs zijn een veeg teken. Er moet in hen worden geïnvesteerd.»

In Nederland ziet onze eigen veiligheidsdienst het gevaar vooral uit eigen land komen en zegt rond de honderdvijftig snel radicaliserende moslimjongeren waar te nemen. «We staan er ernstiger voor dan de andere Europese landen», zegt de aivd. Volgens de organisatie zouden geëmancipeerde moslima’s nog sneller radicaliseren dan de jongens. De Nederlandse moslima’s zouden geen last hebben van onderdrukkende rolpatronen. Ook voor hen zou de jihad in eigen land, in Nederland dus, centraal staan. Volgens de aivd kan het «zo snel gaan dat het voor de veiligheidsdienst onmogelijk is hier vat op te krijgen».

Het is de vraag of deze jongens en meisjes op de hoogte zijn van gedachtegangen à la Napoleoni. Uit Terreurlegende Al-Zarqawi: «Het lijkt erop dat de Irakezen, anders dan de Palestijnse zelfmoordterroristen, geen beloning krijgen voor hun familie. Bijvoorbeeld in de vorm van een verzekeringspremie. Degenen die in Irak sterven worden gedreven door een ideologie die de dood zelf tot beloning heeft uitgeroepen. Op die manier vormen zij een reservoir van hulptroepen die Al-Zarqawi en de zijnen niets kosten.»

De zelfmoordacties in Irak staan in het teken van een «fitna», een begrip dat oorspronkelijk stond voor een beproeving, of een bekoring, om iemands geloof te testen. Tegenwoordig, zeker in de Iraakse situatie, is het beter te vertalen als «burgeroorlog».

Al-Zarqawi is erop uit een fitna uit te lokken. In de jaren dertig vochten in Irak soennieten en sjiïeten samen tegen de Britten. Die alliantie had opnieuw kunnen ontstaan tijdens de eerste gevechten om Falluja. Maar Al-Zarqawi begreep dat hij in dat geval zou worden uitgesloten van het strijdtoneel. Hij beschuldigt liberale en democratische moslims van afvalligheid, en speelt de soennieten uit tegen sjiïeten. De fitna in Irak vindt nu zijn grondslag in de strijd om de macht tussen soennieten en sjiïeten.

Volgens Napoleoni is het conflict in Irak onoplosbaar geworden, mede door Al-Zarqawi. Napoleoni: «Tot januari werd er veel over Al-Zarqawi geschreven, maar nu heeft niemand het meer over hem. Toch heeft hij bijna zijn zin. Als de oorlog in Irak totaal degenereert in een burgeroorlog, zullen velen erheen gaan om te vechten. Tegelijkertijd zijn de Verenigde Staten onduidelijk over of ze Irak willen verlaten of niet, maar volgens mij is er voor de VS geen werkelijke noodzaak om zich terug te trekken uit Irak.»

Niet Irak, maar Iran heeft prioriteit voor de VS, meent Napoleoni: «Wegens de nucleaire kwestie, het is zeker dat er een aanval wordt voorbereid op Iran. Dat is zo klaar als een klontje. Die zal niet zoals nu in Irak met troepen worden gevoerd, maar eerder zoals in 1991 tegen Saddam Hoessein, vanuit de lucht. Een aanval op Iran zou de verzwakking inhouden van de Iraakse milities die bergen geld krijgen uit Iran. Het is nogal absurd allemaal. Daarbij is er nog Pakistan, waar laatst zware gevechten plaatsvonden in de noordelijke provincies. Die gevechten moeten worden gezien in het licht van een bezoek van Bush aan Pakistan. Musharraf heeft die zone niet onder controle, maar moest zijn spierballen wel laten zien. Pakistan ziet er bijzonder zorgwekkend uit. Er is een reconstructie gaande van de Taliban, terwijl er niet lijkt te worden gezocht naar Osama bin Laden. En de rellen over de Deense cartoons waren er uitzonderlijk fel. Pakistan heeft een explosieve lading die misschien nog gevaarlijker is dan Irak.»

=

Loretta Napoleoni

Terreurlegende Al-Zarqawi

De Arbeiderspers, 260 blz., € 18,95