Voor de volledigheid nog even gedacht aan een huis gebouwd van uien. Al heel snel draait dat uit op akelig rottende uien. Kun je ook nergens mee aankomen. Wonderlijke monumenten zijn het. Waar sommige wegen op uitkomen. Beter is het om het huis waarin je toch al aanwezig bent niet te verlaten. Warm of koud. Dat maakt niet uit. Waarom bestaat er geen schaakstuk dat ui heet? Paard slaat ui. Wit brengt uioffer. De moeite niet waard of is er ergens iemand te lui om er op het bord een paar vakken bij te maken? Is een ui soms te vergankelijk? Er is toch steeds weer een andere ui? Misschien kan deze allereerste pratende ui zijn vermogens, hoe en waar die ook allemaal vertakt zitten, wel doorgeven aan alle volgende uien. M.a.w., alle uien die ik op mijn verdere levenspad zal tegenkomen zullen tegen mij praten, en op ongehoorde wijze naar mij luisteren alsof ze één en hetzelfde ‘wat’ waren. En ik maar terug praten. Want zelfs indien ik tegen die tijd al terug verlang naar de tijd dat de ui nog niet praten kon, dan zal ik dat desondanks niet laten merken. Om niet op te vallen. Ook omdat praten tegen een volle ronde gezonde ui niet helemaal onlogisch is. Inmiddels.