Het huwelijk

In de boekenkast van mijn moeder, op een stapeltje papieren, ligt een envelop waarop in een bekend handschrift iets gekrabbeld is: een glimlach kwam voorbij.
Ik weet niet waarom mijn vader dit ooit opschreef. Maar als ik het stapeltje papieren doorneem, snap ik ’t een beetje. Het zijn de papieren van het Helen Dowling Instituut waar mijn vader zich toe wendde toen hij uitbehandeld was, zoals dat heet. Bij dat instituut werd het meer een psychisch ding, de kanker. Hoe ermee om te gaan. Samen met mijn moeder bezocht hij een aantal weken trouw de bijeenkomsten. Sindsdien weet ik dat mijn moeder meer van de maan houdt, en mijn vader meer van de zon.
Ik vond het eigenlijk niks voor mijn vader, om een zon op een groot vel papier te tekenen en daar dan op te gaan staan. Achteraf gezien denk ik dat het van nogal wat arrogantie getuigt om te denken te weten wat wel of niet iets is voor iemand die het doodvonnis aangezegd heeft gekregen. Arrogantie of onwetendheid.
‘Als je bij elkaar bent, dan wil je toch ook de gelukkige momenten delen?’ vroeg Jeroen Pauw vorige week aan de weduwe Bril.
Zij had net een passage voorgelezen uit Het evenwicht, het door haar samengestelde boek van Martin Bril over zijn ziekte. Een passage waarin Bril gewag maakte van het feit dat zelfs nu hij ziek was hij erin slaagde zijn gelukkige momenten zonder zijn vrouw door te brengen.
'Of is dat een romantische dwaasheid van mij?’ voegde Pauw eraan toe.
De weduwe lachte.
'Ik denk het’, zei ze.
Opeens zat Pauw erbij als die eeuwige jongen die geen weet heeft van huwelijken of anderszins langdurige verbindingen.
De weduwe, die vroeger een papieren leven leidde als 'mevrouw Bril’, maar zich nu manifesteert als Anneke Stehouwer, legde uit hoe het gaat als je al twintig jaar samen bent. Dat het dan vooral de kunst wordt 'elkaar te kunnen laten waar je bent’. Wat ik knap, en dapper, vond was dat ze ook probeerde uit te leggen dat mooie woorden niet alles zeggen.
'Meende hij dat?’ vroeg Paul Witteman, toen een fragment werd getoond waarin Martin Bril zei dat met de wetenschap van de naderende dood goed te leven viel.
'Op het moment dat hij dat zei, meende hij dat’, zei zij rustig.
Zonder het met zoveel woorden te zeggen, maakte ze duidelijk dat er verschillende waarheden naast elkaar kunnen bestaan. En dat in een huwelijk nabijheid en eenzaamheid hand in hand gaan.
'Ik lag met mijn vrouw op bed’, begint Bril een van zijn columns, opgenomen in deze bundeling. 'We lagen gewoon op ons bed en hielden elkaar vast. Dat doen getrouwde mensen.’ Belangrijk detail, dat een paar regels verderop wordt gemeld: ze waren allebei volledig gekleed, tot en met jas aan toe.
In de New York Review of Books schreef Julian Barnes een mooi essay naar aanleiding van het boek dat Joyce Carol Oates publiceerde na het overlijden van haar man. Ik had het boek ook net gelezen, en was vooral getroffen door hoe Oates schreef over de verschillende kluisjes die haar man en zij voor elkaar gesloten hielden. Als een onvermijdelijk, en daarmee niet per se slecht iets. Dat dat in de praktijk betekende dat haar man nooit haar romans las, soit. En dat zij op haar beurt na de dood van haar man een nooit gepubliceerd manuscript in zijn bureaula vond…
Tja, zou Bril schrijven.
Barnes was getroffen door iets anders. Iets wat niet ter sprake komt in het boek, maar waar een vriendin mij ook al op had geattendeerd. Het rouwjaar van Oates liep af in februari 2009, en in maart 2009 trouwde ze opnieuw. Met een 'neuroscientist’ die ze al in augustus 2008 had ontmoet, zo valt af te leiden uit een interview. In het boek zelf geen woord over Oates’ nieuwe liefde.
Dat is het moeilijke van dingen opschrijven. Bij elkaar kloppen de stukken niet. En heel veel wordt nooit opgeschreven. Ook niet als je een dagelijkse column schrijft, of een logboek bijhoudt.
Ik voel me bedrogen, mailde de vriendin.
Ook Anneke Stehouwer heeft een nieuwe liefde gevonden. Ze zegt het niet overal, waarom zou ze ook, maar NRC Handelsblad heeft het haar weten te ontfutselen. Met beroep en al erbij. Een lieve, zorgzame, trouwe man.
Barnes velt ondertussen geen moreel oordeel. 'Veel mensen hebben het nodig getrouwd te zijn, en dus ook hertrouwd.’
Hij, Julian Barnes, schreef zelf overigens een van de mooiste boeken over rouw die ik ken, verstopt in een zoektocht naar een dode schrijver, Flaubert’s Parrot. Je kunt meer over een dode schrijver dan over je eigen vrouw te weten komen, zo luidt de onderliggende boodschap van deze roman. En ook: rouwen bestaat uit tijd, niets anders dan tijd.
Voor mijn moeder heeft het nu wel lang genoeg geduurd. Vannacht droomde ze dat mijn vader haar stond op te wachten. Tot haar grote schrik herkende ze hem eerst niet.
'Hij had zo'n gekke bril op’, zei ze. 'Maar toen hij lachte, toen wist ik het.’