Het hypnotiserend wereldbeeld van Béla Tarr

Met gepaste trots presenteert EYE Filmmuseum Till the End of the World, de eerste tentoonstelling ooit van de Hongaarse filmmaker Béla Tarr (Pécs, 1955).

Voor velen is zijn werk, dat van grote betekenis is voor een hele generatie internationaal gelauwerde cineasten na hem, hét voorbeeld van de echte auteursfilm. Béla Tarr wordt dan ook wereldwijd beschouwd als een van de invloedrijkste filmauteurs van de afgelopen dertig jaar. Tarr is de meester van het lange shot, van de prachtig in beeld gebrachte, trage, zwaarmoedige films over de condition humaine. In 1988 brak hij internationaal door met Damnation (oorspronkelijke titel: Kárhozat) om vervolgens met het zeveneneenhalf uur durende Sátántangó (1994), Werckmeister harmóniák (2000) en The Turin Horse (2011) zijn roem en aanzien verder uit te breiden.

Large karhozat   screen shot juist
Damnation, 1998 © Courtesy Béla Tarr

Ondanks deze roem besloot Tarr dat The Turin Horse zijn laatste film zou zijn. De film is dusdanig tot de essentie teruggebracht, zo uitgebeend, dat Tarr zich niet kon voorstellen ooit nog een andere film te kunnen maken. Met The Turin Horse heeft Tarr alles gezegd wat hij als filmmaker heeft willen zeggen. Tarr ziet filmmaken dan ook niet als een beroep, maar als een urgentie. Als er geen noodzaak is om iets te zeggen, kun je beter zwijgen, volgens Tarr in een variatie op Wittgensteins ‘Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen’.

De afgelopen jaren zagen we echter een onvoorstelbare en onvoorspelbare vluchtelingenstroom vanuit Syrië, Afghanistan, Irak, Eritrea, Somalië en andere landen van het Afrikaanse continent naar Europa op gang komen. Tarr werd gegrepen door de wijze waarop Europa – na een aanvankelijke positieve reactie – reageerde en zijn grenzen sloot. Europa liet letterlijk voor zijn eigen ogen een humaan drama plaatsvinden. Het land dat als een van de eerste zijn grenzen sloot was Hongarije, het geboorteland van Béla Tarr.

Wie het werk van Tarr enigszins kent, zal niet verbaasd zijn dat dit de aanleiding voor hem was om in de tentoonstelling in EYE een statement te willen maken. Niet eens zozeer een politiek statement, maar veeleer een appèl aan de mensheid, aan de Europese burgers en politici om de universele waarden van de mens te respecteren.

Tarr maakt duidelijk dat er geen ontsnappen aan is. Het leven blijft zoals het is

Het filmische oeuvre van Tarr speelt zich af in een verder niet benoemd tijdsgewricht in Oost-Europa. Desolate plaatsen en landschappen waarin het altijd regent, waait of anderszins unheimlich is, getuigen van een somber wereldbeeld waarin het menselijk leven van alle franje is ontdaan. Een leven dat zich afspeelt in de marge van de maatschappij, waar overleven belangrijker is dan leven.

Vanuit dit zwaarmoedige wereldbeeld maakt Tarr als een van de grootmeesters van de hedendaagse cinema een oeuvre dat hypnotiserend is in zijn beeldende kracht. Tarr durft als geen ander te vertrouwen op het beeld. Hij filmt sinds Damnation louter in zwart-wit, of beter gezegd in grijstinten, en gebruikt extreem lange shots waarin de camera heel langzaam een ruimte of een landschap verkent. In combinatie met het nagenoeg ontbreken van een klassieke verhaallijn versterkt deze manier van filmen de gemoedstoestand van zijn personages en de uitzichtloosheid van het bestaan. Ook al heeft Tarr onmiskenbaar een sombere visie op de maatschappij, hij toont een groot mededogen voor zijn personages door in de regen, de modder, de wind, de afbraak en de uitzichtloosheid een poëzie te brengen die van dat mededogen getuigt.

Voor EYE maakte Tarr een installatie die het midden houdt tussen een film, een theaterdecor en een installatie. Met behulp van ‘gevonden beelden’, oorlogsbeelden, fragmenten uit zijn eigen films en rekwisieten, toont Tarr zijn visie op de buitengeslotenen van onze samenleving. De tentoonstelling begint met een ruimte waarin de bezoeker wordt geconfronteerd met de onmenselijke situatie waaruit de migranten proberen te ontsnappen en waarin zij na een lange vlucht uiteindelijk weer terechtkomen. Dagelijkse bombardementen, oorlog, angst, ziekte, armoede, onderdrukking, gebrek aan alles – en vervolgens gesloten grenzen en lokale knokploegen die de migranten angst aanjagen, beroven en proberen terug te sturen. Na deze confrontatie met de wereld van de vluchtelingen treedt de bezoeker de wereld van Tarr binnen. In zijn films zien we mensen die weinig grip hebben op het eigen bestaan, dat zich afspeelt in een omgeving waar verval en desinteresse heersen. Tarrs personages leiden armoedige levens op het Hongaarse platteland. Veelal is er sprake van een buitenstaander die de ingesleten patronen van het leven in een kleine gemeenschap op scherp zet. Maar Tarr maakt ook duidelijk dat er geen ontsnappen aan is. Het leven blijft zoals het is.

Speciaal voor de tentoonstelling nam Tarr nog eenmaal de camera ter hand en filmde in een shot van elf minuten een ultieme epiloog op zijn filmoeuvre: een klein jongetje spelend op een accordeon in een anoniem winkelcentrum. Het jongetje lijkt enigszins ontsteld voor zich uit te kijken, niet wetend of hij de wereld die zich voor hem uitstrekt – maar niet zichtbaar is voor de toeschouwer – kan vertrouwen. Hiermee lijkt Tarr de vraag bij ons neer te leggen: kunnen wij een wereld maken waarin nog valt te geloven?

Béla Tarr: ‘Ik beschouw film nog steeds niet als showbusiness, maar als de zevende kunst. Ik ben nooit geïnteresseerd geweest in verhalen, omdat het verhaal altijd hetzelfde is.’