Een kwart eeuw zonder joke smit

Het ideaal van androgynie

Een kwart eeuw geleden overleed Joke Kool-Smit, grondlegger van de tweede feministische golf in Nederland. ‘Gelijkheidsfeministe’ Smit streefde naar een samenleving van androgyne mensen. Haar ideaal is nog altijd relevant.

Als symbolen zijn de begrippen mannelijkheid en vrouwelijkheid niet alleen tegenpolen, maar ook in het dagelijks leven is het gangbaar om mannen en vrouwen in deze twee categorieën in te delen. Ze betekenen yin of yang, mooi of stoer, kwetsbaar of sterk, zorgzaam of strijdbaar. Onder invloed van Joke Smit kwam deze bipolaire kijk op man en vrouw in de jaren zeventig in Nederland ter discussie te staan. In haar stuk ‘Het onbehagen bij de vrouw’, gepubliceerd in De Gids in 1967, maakte Smit duidelijk hoe onverenigbaar de maatschappelijke achterstelling van vrouwen was met het ideaal van gelijke rechten. Door de vele reacties op het artikel was er voor haar geen andere weg dan zich krachtig in te zetten voor meer gelijkheid tussen man en vrouw. Tien jaar later schreef ze daarover: ‘Daarmee bedoel ik niet dat we allemaal eender moeten worden of net zo als mannen. Ieder individu kan dan naar eigen aanleg functioneren, ongehinderd door de vrouwen- of mannenrol van nu.’

Mensen werden volgens Joke Smit danig gehinderd door hun vrouwen- of mannenrol: ‘Een evenwichtig mens is iemand bij wie ouder, kind en volwassene in goede harmonie met elkaar omgaan. Jammer genoeg maakt de conditionering tot vrouw of man dat mensen scheef groeien; mannen leren alleen de rationele volwassene te gebruiken, vrouwen alleen het spontane kind en de koesterende ouder.’

De schaduwzijde van het kind manifesteerde zich volgens Smit in anarchie en afkeer van spelregels. Die van de ouder in een vrijblijvend moraliseren. Smit stelde dat het moeder-kindbondgenootschap, zonder de rationele volwassene als roerganger, ertoe leidt dat vrouwen een groep blijven zonder maatschappelijke macht. Doordat bij mannen alleen de ontwikkeling van de rationele volwassene wordt gestimuleerd, ontlenen zij aan hun bezigheden hun identiteit: ‘En aangezien ze zichzelf niet kunnen koesteren en niet kinderlijk spontaan kunnen zijn, zoeken ze compensatie: status en macht zijn daarvan voorbeelden.’ Maar dit brengt ook hanengedrag ten koste van anderen met zich mee, wat kan uitlopen op geweld en oorlog. Smit stelde daar tegenover: ‘Wij zullen de androgynie serieus moeten nemen.’ Dat wil zeggen: dat mensen het verkeerde van hun rol afleren en het goede gedrag van de andere sekse aanleren. Dat zou resulteren in een samenleving waarin de aanpak van vrouwen even zwaar weegt en de manier waarop mannen het doen niet langer de norm is. Een voorwaarde was dat vrouwen de helft van de macht zouden krijgen. Het resultaat daarvan is: ‘meer verscheidenheid in plaats van minder’.

Toen Joke Smit dit schreef, een paar jaar voor haar dood, was het ideaal van androgynie al op de achtergrond geraakt ten gunste van de zogenoemde identiteitenpolitiek. Evenals andere minderheden gingen vrouwen zich voorstaan op hun eigen identiteit, waardoor juist de verschillen tussen de seksen weer op de voorgrond trad.

Vanaf de jaren negentig kwam er bovendien een stroom populaire boeken op de markt waarin wordt betoogd dat er een verband bestaat tussen de verschillende rol van man en vrouw in de voorplanting en gender-specifiek gedrag. De onderliggende centrale boodschap luidt dat onze natuur het niet toelaat dat wij androgyne mensen worden. De bestseller Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus is hiervan het ultieme voorbeeld. De verschillen daarin zijn zo groot dat er nauwelijks meer valt te spreken van een en dezelfde mensensoort.

Sindsdien worden de sekseverschillen gecultiveerd. Vroeger had je bijvoorbeeld gewoon wit-roze geboortemuisjes, nu is er speciaal voor jongens een wit-blauwe versie bij gekomen. Je hebt ook twee soorten luiers en Zwitsal-schoonmaakdoekjes voor Boys en Girls. Elektronische apparaten, zoals gsm’s, zijn er tegenwoordig in mannen- en vrouwenuitvoering en auto’s worden sekse-specifiek op de markt gebracht. Ook de onhandige en overbodige stang op de herenfiets is nog altijd niet verdwenen. Iedereen klampt zich krampachtig vast aan het Grote Verschil, zelfs als dat niet nodig is.

Is dat nou erg? Het verschil tussen mannen en vrouwen is toch juist iets moois? Dat de geslachten ten opzichte van elkaar ‘the opposite sex’ zijn, veroorzaakt een aantrekking en een aanvulling, zo is de heersende gedachte. Ze vormen samen een complementaire harmonie en kunnen niet zonder elkaar. Haaks hierop staat een andere overtuiging die in onze cultuur diep is verankerd. Namelijk dat de relatie tussen de seksen gedoemd is te verzanden in eeuwige strijd vanwege hun van nature tegenovergestelde belangen.

Joke Smit had niets met dat idee. Het ontroerende is dat in haar ideaal van een meer evenwichtige maatschappij een belangrijk element zit van wederzijds menselijk begrip. In een terugblik op de begindagen van de tweede feministische golf schreef ze: ‘De strijd tussen de seksen werd overbodig, vrouwen en mannen zouden elkaar eindelijk begrijpen.’ In 1978 gaf de feministische organisatie Man Vrouw Maatschappij een poster uit met de titel ‘Tien voordelen van de 5-urige werkdag’. Smit had daar een belangrijke stem in. Op deze poster staat de stelling dat gelijkheid en eerlijk delen leiden naar een rijker leven. Het zorgt ervoor dat ‘verbintenissen tussen mensen hechter en gezonder worden; partners in een gelijke positie begrijpen elkaar beter’. In het lied dat Joke Smit op haar sterfbed schreef, klinkt iets door van haar verdriet over de scheiding waar ze in haar leven mee te maken kreeg. In het land waar vrouwen willen wonen zouden ‘vrouw en man elkaar niet hoeven haten, maar eindelijk bondgenoten kunnen zijn’.

Smit erkende dat er ‘psychische arbeid’ nodig was om de mensheid androgyn te maken. Tegelijk gaf ze toe dat het haar moeilijk af ging met haar eigen kroost. En ze besefte ook dat het generaties zou duren. Maar ze heeft ook, achteraf gezien, een belangrijk obstakel onvoldoende op waarde geschat. De rollen zitten in een tienduizend jaar oude patriarchale cultuur te diep om zomaar even af te schaffen. Om dat te zien is ze simpelweg te vroeg overleden. Het feminisme stelde deze rollen ter discussie, maar er was geen expliciete strategie om ermee om te gaan, zonder daar een gespleten persoonlijkheid aan over te houden. Illustratief is een uitspraak van Griet Vandermassen, een voormalige feministe die darwiniste werd, in een interview met Intermediair. Ze vertelt daarin over haarzelf en haar feministische vrienden en dat ze zich schuldig voelden als ze probeerden er mooi uit te zien. Ze vroegen zich af of ze zich daarmee plooiden naar de eisen van het patriarchaat. Voor mij is dit zeer herkenbaar. Ik zou willen dat vrouwen niet zo worden beoordeeld op hun uiterlijk, en dat oude vrouwen net zo worden gewaardeerd als jonge. Toch hecht ik er overdreven veel waarde aan zelf mooi en meisjesachtig te zijn.

Als een dergelijke hardnekkige stereotiepe behoefte kan worden verklaard uit onze natuurlijke rol in de voortplanting lijkt dat een perfecte oplossing. De ‘coup’ van de biologische lobby was dan ook welkom voor de vermoeide idealisten met hun innerlijke tegenstrijdigheden. Maar door de biologische kritiek op het androgyne ideaal is er wel iets verloren gegaan. Het heeft geleid tot pessimisme over de veranderlijkheid van de mens. De paradox is dat de evolutietheorie tegelijk juist verandering voorspelt, als er maar voldoende noodzaak toe is. Dat biologie geen enkele rol speelt, zal niemand beweren, maar misschien vormt cultuur toch een groter obstakel voor verandering. Joke Smit vond het in ieder geval werkbaarder om uit te gaan van maatschappelijke verklaringen van ongelijkheid tussen de seksen.

In de laatste periode van haar leven raakte Joke Smit steeds bezorgder over het verwezenlijken van haar idealen. Inmiddels is er ten opzichte van veertig jaar geleden veel veranderd en zijn de kansen van vrouwen in het Westen sterk toegenomen. Maar van de gewenste ‘helft van de macht’ is in de verste verte geen sprake. Daarnaast gedragen kinderen en jongeren zich in toenemende mate conform de veronderstelde eigenschappen van hun sekse. Het is de vraag welke invloed dat heeft op onze individuele vrijheid ons te gedragen zoals we willen. Ik ervaar de hernieuwde verheerlijking van mannelijkheid en vrouwelijkheid als beklemmend en frustrerend. Want hoeveel mensen kunnen er nu voldoen aan het ideaalbeeld van hun sekse?

Laten we het androgyne ideaal aangaan op een lichte en ongedwongen manier, zonder schuldgevoelens. Omdat er zo’n lange periode van overgang mee gemoeid is, van tientallen generaties op z’n minst, is het essentieel om de oude cultuur een plek te geven. Dat kan door te genieten van de oude rol, maar met een kritische noot. Te accepteren dat je conventionele verlangens en neigingen hebt, maar ze niet hernieuwd gaan ophemelen. Bedacht te zijn op wat je wel en wat je niet wilt doorgeven aan de volgende generaties, met ruimte voor een ouderwetse seksistische uitglijder op z’n tijd.

Dus ik maak mezelf mooi als het zo uitkomt, maar ik voel me daar niet toe verplicht. Als heren een frivool accent in hun kleding aandurven, geef ik ze een groot compliment. Als kleine meisjes een leuke jurk dragen geef ik ook een compliment. Maar verder besteed ik bij voorkeur weinig aandacht aan hoe ze eruitzien. Ook al stel ik kinderen daarmee teleur, in mijn verhaaltjes zijn prinsessen ook stoer en piraten ook lief. Het is schipperen, maar ik zet mijn idealen niet overboord. Ooit zullen ook vrouwen, om eens iets te noemen, op oude leeftijd net zo veel interessante en net zo goed betaalde rollen in toneelstukken en films krijgen als mannen nu.

Maar het ideaal van Joke Smit overstijgt een verbetering van de positie van vrouwen. Het is van algemene relevantie om na te denken over het gedrag dat mensen over generaties heen moeten aanleren om een prettiger wereld te krijgen. Zodat iedereen maatschappelijke macht uitoefent zonder daarbij anderen onderuit te halen. En zodat mensen niet scheefgroeien, maar naar elkaar toe groeien. Individuele verschillen zullen er altijd zijn en dat is prima. Maar een obsessie voor sekseverschillen leidt nergens toe: ik wil niet vrouwelijk zijn, maar menselijk. Mannen van Mars en vrouwen van Venus? Wat een onzin, we komen gewoon allemaal van de aarde.