Bi Feiyu, Drie zussen.

Het ‘ik’ op de achtergrond

De Chinese schrijver Bi Feiyu begon al jong met het schrijven van poëzie en journalistieke producties, maar in China werd hij bekend door het filmscript dat hij schreef voor Zhang Yimou’s Shanghai Triad. Voor de romans die volgden ontving hij prestigieuze prijzen als de Lu Xun Literary Prize en de Mao Dun Prize. In Nederland hoorden we voor het eerst van hem in 2006 toen een vertaalde editie van Maanopera verscheen. Met zijn laatste roman, Drie zussen, won hij de Man Asian Literary Prize.

Medium odriezussen terverzending

De naam van Bi Feiyu betekent ‘door het universum vliegen’. Op een dergelijke reis door het onbekende neemt Bi je mee in Drie zussen. Het decor is het platteland van China in 1971, tijdens de rustige nadagen van de Culturele Revolutie. De overspelige Wang Lianfang is sectiesecretaris van de Communistische Partij en heeft een reputatie hoog te houden als gerespecteerd kaderlid. Hij is ‘vastbesloten, zal alle moeilijkheden uit de weg ruimen en de overwinning bevechten’. Een citaat rechtstreeks uit het Rode boekje van Mao Zedong dat je op de eerste pagina’s van Drie zussen al tegemoet komt. Nee, het gaat hier niet om een oorlog die overwonnen moet worden, maar om een zoon die verwekt moet worden.

Na zeven dochters baart Wang Lianfangs vrouw tot ieders grote opluchting een jongetje. Deze zoon speelt weliswaar meteen de hoofdrol in het gezin, maar niet in het boek. Daarin komen drie novelles samen die elk het verhaal vertellen van één van de zussen Yumi, Yuxiu en Yuyang. De auctoriale verteller biedt ons een kijkje in het leven van deze zussen, die hun plek proberen te vinden in een samenleving waarin mannen overheersende posities bekleden.

De oudste van de zeven zussen is Yumi, een slimme maar harde tante, bewonderd door alle vrouwen in het dorp. ‘Met haar gezicht in de wind was ze als de rechtvaardige heldin van een propagandaposter: charmant en tegelijkertijd voor de dood niet bang.’ Altijd in de clinch met Yumi is Yuxiu, een echte ‘vossengeest’ met ‘vossenstreken’, knap, spontaan en flirterig. Dat laatste komt haar duur te staan wanneer ze in de lente, na een avondje uit naar de film, achter een hooistapel wordt verkracht door een groep jongens. In één klap is Yuxiu hiermee ‘waardeloos’ geworden en in haar val heeft ze de reputaties van haar zussen meegenomen waardoor alle hoop op het vinden van een goede man is vervlogen. Voor Yuyang, de jongste zus, is het vinden van een man (nog) niet het belangrijkste. Zij is gezegend met een goed stel hersenen en dat is dan ook haar sterkste troef, want verder is ze nergens goed in, ‘net als de meeste andere leerlingen van het platteland’.

Dat platteland, daar krijg je een goed beeld van als lezer. Het is niet zozeer dat Bi een gedetailleerde voorstelling schetst van de omgeving, dat laat hij aan de fantasie van de lezer over. Relevanter is hoe het leven op het platteland werd ingevuld tijdens de revolutie, de tijdgeest en de cultuur. Het is een voor veel westerlingen onbekende wereld, deze wereld waarin vrouwen vanzelfsprekend inferieur zijn en status, guanxi (zakelijke relaties) en klasse levensbepalende factoren zijn. Die culturele waarden weet Bi op subtiele wijze aan de lezer mee te geven, bijvoorbeeld wanneer Wang Lianfang wordt betrapt met een ander: ‘De situatie was ernstig. Normaal gesproken keek Wang Lianfang als mensen hem een sigaret aanboden altijd eerst naar het merk. Nu bood Wang Lianfang de anderen Vliegende Paard sigaretten aan en weigerde iedereen. De situatie was heel ernstig.’ Zonder pardon wordt hij door de Partij uit zijn functie ontheven.

Als het gaat om de emoties en gedachten van de personages, de innerlijke wereld, hanteert Bi een vrij droge, soms empathieloze schrijfstijl. Hiermee past hij goed in de Chinese literaire traditie, maar het zorgt er wel voor dat je soms wat psychologische diepgang mist. Hoe voelen de personages zich? En waarom? Daar laat Bi ons vooral naar raden. De Chinese lezer die de culturele achtergrond met zich meedraagt, kan zich hier iets bij voorstellen. Maar voor de Nederlandse lezer, voor wie het China van de jaren zeventig een onbekende wereld is, is dit minder makkelijk. Zonder emotionele context kunnen wij ons maar moeilijk verplaatsen in de personages en hun motieven of gedachten volgen.

De Chinese literaire vorm verwacht van de schrijver dat hij de wereld om zich heen omschrijft. Zie hier de sterke verbinding tussen de Chinese literaire en culturele traditie. De ‘wij’-cultuur die in China centraal staat, zorgt ervoor dat de persoonlijke ‘ik’ op de achtergrond verdwijnt. Zo ook met literatuur: de binnenwereld is, anders dan in westerse literatuur, minder van belang. Het ‘wat’ wordt tot in de puntjes beschreven, maar het ‘waarom’ blijft onbekend. Deze beschrijvende stijl is een van de redenen dat moderne Chinese literatuur in Nederland nog niet echt voet aan de grond heeft gekregen. Het kan intrigeren, maar ook frustreren, als toeschouwer de wereld van een afstandje aanschouwen zonder haar echt aan te raken, haar echt te begrijpen.

Wanneer Yuxiu voor de tweede keer wordt verkracht, ditmaal door de schoonzoon van haar zus, is het lastig om te begrijpen hoe ze hiermee omgaat. ‘Dat “dat” toen gebeurd was maakte Yuxiu eigenlijk niet zoveel uit. Per slot van rekening waren het er al zoveel geweest, eentje meer maakte niet uit. Wat haar pijn deed was dat hij weg was gegaan.’ Waarom maakt het niet uit? Waarom wilde ze dat haar verkrachter zou blijven? Bi laat ons achter met een unheimisch gevoel.


Bi Feiyu. Drie zussen. Uit het Chinees vertaald door Yves Menheere, De Geus, 414 blz., € 22,95.