Het IMF en de rest

DE ARRESTATIE van IMF-directeur Dominique Strauss-Kahn heeft een debat losgemaakt in de internationale financiële politiek dat in sommige opzichten net zo onfris is als de manier waarop hij na zijn arrestatie is behandeld - geboeid weggeleid, gefilmd in de rechtszaal, borg ontzegd en in een beruchte gevangenis weggeborgen, alsof de impact op de carrière van deze nog steeds onschuldige man er niet toe doet. Het debat over de opvolging van ‘DSK’ is al losgebrand, maar dat is minder ranzig dan het lijkt. Strauss-Kahn zou namelijk volgens de verwachting opstappen in juni; dit incident haalt de opvolgingsstrijd alleen maar naar voren. De voornaamste vraag is of 'Europa’ een nieuwe kandidaat mag benoemen of dat die eens uit de 'rest van de wereld’ moet komen. Die 'rest’ (lees: landen zoals China, India en Brazilië) neemt namelijk een steeds groter deel van de wereldeconomie en vooral van de wereldwijde groei voor zijn rekening. In de optiek van die rest is het niet meer dan fair dat zij hun deel krijgen in de economische infrastructuur van de wereld; Europese regeringen houden vol dat er een Europeaan nodig is bij het IMF nu de euro wankelt.
Beide argumenten slaan de plank mis. Wat 'eerlijkheid’ betreft zijn de een-tweetjes tussen de Verenigde Staten en Europa evident niet eerlijk. Het IMF is onderdeel van een lappendeken aan instituties waarmee de VS de wereld na 1945 vormgaven. Die organisaties zijn internationaal, maar dragen vaak een duidelijk Europees-Amerikaans stempel, bijvoorbeeld zichtbaar in de stille overeenkomst dat de baas van de Wereldbank altijd een Amerikaan is en die van het IMF een Europeaan. Nieuwe economische machten willen hun aandeel in dit spel, maar dat verandert het fundamentele gegeven niet dat het spel niet klopt. Een kandidaat moet worden beoordeeld op zijn merites en zijn toewijding aan internationale samenwerking en internationale oplossingen, niet op zijn nationaliteit. Daar komt nog bij dat die toewijding vaak ver te zoeken is bij nieuwe economische grootmachten. China beperkt zijn internationale rol tot afzijdigheid en obstructie als het op politieke zaken aankomt, in economisch opzicht is het vooral een free rider van reuzenformaat. En India werd vorig jaar door het toonaangevende blad Foreign Policy genoemd als grootste saboteur van internationaal bestuur op vrijwel elk denkbaar terrein. Voor andere nieuwe groeiers geldt vaak hetzelfde.
Europa’s argument dat de euro een Europese IMF-topman nodig heeft, klopt evenmin. Als het IMF niet met zijn rijkelijk gevulde schatkist achter de euro was gaan staan, bestond de munt misschien al niet meer, en de euro is van groot internationaal economisch belang. Maar er is helemaal geen Europeaan nodig om dat af te wegen; het is evengoed te betogen dat Europa gebaat is bij een econoom die onbevangen naar Europa kijkt, ongebonden door het ingewikkelde spel van nationale belangen dat onder de Europese Unie ligt. Misschien is het voor Europa juist beter dat een koele Braziliaan naar de Griekse schuld kijkt dan iemand die tot zijn nek in dat spel betrokken is.