Het immobiliteitsbeleid van Plasterk

Bezuinigingen. Een andere reden voor het wetsvoorstel van minister Plasterk om de tweede bachelor- en masterstudie niet meer te vergoeden is moeilijk te verzinnen. Maar zelfs het bezuinigingsargument is niet legitiem nu blijkt dat de nieuwe regeling gemakkelijk valt te omzeilen.

De geplande wetswijziging is zo slecht doordacht dat je serieuze vraagtekens kunt zetten bij de visie, of het gebrek daaraan, van de minister. De Tweede Kamer heeft dit nagelaten, daar werd de wijzigingswet voor het zomerreces zonder al te veel protest aangenomen. Gelukkig is de Eerste Kamer, waar het voorstel op dit moment wordt behandeld, wél kritisch. En terecht, want zowel met het doel als de mogelijke uitvoering van het plan is nogal wat mis.
Laat ik beginnen met de principiële bezwaren tegen Plasterks voornemen. Hoe kun je beweren dat je van Nederland een kenniseconomie wilt maken als je studenten elke mobiliteit in het studietraject afneemt? Vorig jaar werd de ‘harde knip’ ingevoerd, waardoor studenten hun volledige bachelor moeten hebben afgerond voor zij aan een master kunnen beginnen. Volgend jaar zullen de meeste universiteiten de zeer populaire schakelprogramma’s - pre-masters, waarmee studenten na de hbo, of na het afronden van een andere universitaire studie met een verkort programma kunnen doorstromen naar de master - opdoeken. Deze programma’s worden niet door de overheid gesubsidieerd en zijn niet langer betaalbaar voor universiteiten, die nochtans veel tijd en geld hadden gestoken in het ontwikkelen ervan.
Met de voorgestelde nieuwe wijziging bestaat het risico dat een tweede bachelor of master onbetaalbaar gaat worden voor het gros van de studenten. Het is zelfs mogelijk dat het nu op € 1672,- gefixeerde collegegeld voor een tweede studie oploopt tot meer dan tienduizend euro. De universiteit, die niet langer wordt gesubsidieerd, mag het instellingsgeld immers doorberekenen aan de student. De reactie van Plasterk die zegt ‘geen reden te hebben om aan te nemen dat dit gebeurt’ komt nogal naïef over. Het feit dat schakelprogramma’s worden afgeschaft omdat ze te duur zijn, kan een precedent zijn voor wat gaat komen. Een ander teken aan de wand is dat het collegegeld voor dertigplussers - wier studietraject onder de huidige wet ook niet wordt gesubsidieerd - bij relatief dure bètastudies een stuk hoger is dan het wettelijk vastgestelde bedrag. Plasterk zou te allen tijde moeten voorkomen dat een tweede studie onbetaalbaar wordt, maar verkiest af te wachten en maar te zien wat ervan komt.
Het is een vreemd signaal aan gedreven studenten die hun kennis willen verdiepen en verbreden. Met deze regeling kun je beter negen jaar doen over één bachelor, dan in vijf jaar tijd twee bachelors halen. Ambities van studenten worden op deze manier in de kiem gesmoord. Daarnaast kan de wet een situatie veroorzaken waarin ‘arme’ studenten genoodzaakt zijn af te zien van een tweede studie (of zich flink in de schulden moeten steken), wat ook ongewenst is voor de verdere integratie van (financieel) kwetsbare bevolkingsgroepen. Zolang Plasterk weigert de universiteiten maxima op te leggen, kunnen dit zomaar de gevolgen zijn.
Voor de doorstroom van hbo-studenten die na een hbo-bachelor nog een universitaire bachelor willen halen kan deze regeling eveneens fnuikend werken. Ook die ambitie wordt op deze manier afgestraft. Natuurlijk is er behoefte aan studenten op de arbeidsmarkt, maar het is niet ondenkbaar dat juist studenten die doorstuderen uiteindelijk een hogere functie zullen krijgen en daarmee weer meer belasting voor de staat opbrengen. Juist de studenten die meer dan één studie doen zijn gemotiveerd om wat te bereiken en halen hun studies zonder al te veel vertraging.

Behalve deze inhoudelijke minpunten bevat de voorgestelde wetswijziging ook kinderlijke vormfouten die de uitvoering zeer zullen bemoeilijken. Toen het wetsvoorstel, dat deel uitmaakt van een groter herzieningsplan van de Wet Hoger Onderwijs, in juli door de Tweede Kamer werd aangenomen moet men daar hebben zitten slapen. De wet kent namelijk een hiaat dat studenten die twee studies willen doen een vluchtroute biedt. Universiteiten krijgen pas geen subsidie meer voor een tweede studie als de student het eerste studietraject heeft afgerond. Dit geeft studenten de kans om dat ene overgebleven vakje van de eerste studie te traineren totdat men in de afrondende fase van de tweede studie is gekomen. Dan kunnen de twee studies tegelijkertijd - en volledig gesubsidieerd - worden afgemaakt. Hiermee zal het plan niet alleen het beoogde doel voorbijgaan, ook kan het de staat op den duur meer geld gaan kosten omdat studenten al die tijd bij twee studies staan ingeschreven. Plasterk erkent dat dit misbruik mogelijk is, maar toont zich in zijn Memorie van Antwoord aan de Eerste Kamer opnieuw naïef door te stellen dat ‘de ruimte voor zogenaamd “strategisch gedrag” wordt begrensd door de onderwijs- en examenregeling van de betreffende opleiding en de studiefinanciering die een student kan genieten’. Ook hier stelt hij zelf geen eisen, maar laat deze over aan de onderwijsinstellingen, zodat er mogelijk scheve verhoudingen kunnen ontstaan.
Zoals gezegd heeft de Eerste Kamer kritisch gereageerd. Zelfs de eigen PvdA-fractie maakt zich zorgen en vraagt zich af of met het voorstel geen onbedoeld resultaat wordt bereikt: ‘financiële drempels opwerpen voor studenten die juist zeer gemotiveerd zijn om een studie te volgen’. De CDA-fractie kwam met een alternatief plan om nog twee jaar na het behalen van de eerste bachelor of master het wettelijk collegegeld in rekening te brengen. Dat zou al een flinke verbetering zijn, maar dat betekent wel dat de wet terug moet naar de Tweede Kamer. Op 21 december zal blijken of de Eerste Kamer haar bestaansrecht als chambre de réflexion waarmaakt.