Filmlezen: The passion of the christ

Het innerlijke conflict van Jezus

Christus moet lijden omdat hij de zonden der mensen op zich heeft genomen, zo luidt de gangbare verklaring. Als we met deze uitleg geen genoegen nemen en met psychoanalytische bril kijken naar ‹The Passion of the Christ›, krijgen we een heel andere Christusfiguur te zien.

Een film die u absoluut moet gaan zien als u, om maar even in breedschermtermen te blijven, de bioscoop totaal verbijsterd wilt verlaten. Om te beginnen begrijp je al niet waarom de zaal op donderdagavond 21.30 uur zo goed gevuld is met voornamelijk twintigers en dertigers die heel braaf een raar en onbegrijpelijk verhaal, verpakt in cinematografisch geweld van matige kwaliteit, over zich heen laten komen. Een gevolg van alle publiciteit? Horrorfans? Antisemieten?

Antisemitisch is de film absoluut niet. De enige menselijke figuur is een joodse man die op het laatst van de kruisweg door Romeinse soldaten gedwongen wordt Jezus te helpen zijn kruis te dragen. Deze man keert zich, met gevaar voor eigen leven, tegen het ranselen van Jezus en weet gedaan te krijgen dat de soldaten daarmee ophouden. Even later wordt hij door een Romeinse soldaat weg gesnauwd met iets van: Verdwijn, jood!

Als de film anti is, dan toch in de eerste plaats antichristelijk. Het zijn de christenen (onze toekomstige apostelen) die Christus verraden, aan de Romeinen overleveren en hem verloochenen. Het joodse volk wordt voorgesteld als een soort F-side, dol op openbare executies en dergelijk vertier, waarbij ze nog niet eens tegen de autoriteiten, hun hogepriesters in opstand komen. Deze autoriteiten zijn alleen maar bang dat Jezus er met de volksgunst vandoor zal gaan en willen hem daarom aan het kruis nagelen. De Romeinse soldaten worden als zwakbegaafde sadisten uitgebeeld, hun leider Pilatus als een calculerende politicus, bang voor zijn opperbaas die koste wat het kost een nieuwe opstand wil voorkomen.

Zijn er dan nog interessante vrouwen? In het geheel niet. De vrouwen zijn allemaal in jutezakken gehuld, van een afstand heel meelevend, dat wel. De enige fatsoenlijk geklede dame is de vrouw van Pilatus, maar die komt niet verder dan het uitbeelden van een bange vrouw zoals die van de NSB- burgemeester op Dolle Dinsdag.

En dat de film een «ultieme schaamlap voor een orgie van bloed» is, zoals NRC Handelsblad schrijft, valt ook reuze mee. Je schrikt in het begin wat van die knallende zweepslagen. Maar juist als je goed blijft kijken zie je dat het met de aangerichte schade reuze meevalt.

Blijft over Jezus zelf. Een man die in de film wordt neergezet als iemand die al vóór zijn arrestatie en het grote martelen totaal is gebroken. Waarom en waardoor? Onbekend.

Hij voorziet kennelijk dat het slecht met hem zal aflopen, voorspelt zijn vrienden dat ze hem zullen verraden en probeert op geen enkele manier aan zijn arrestatie te ontkomen. Integendeel. Hij beveelt zijn medestanders zich niet tegen de politie te verzetten, hoewel hij natuurlijk maar al te goed weet dat de autoriteiten hem niet gunstig gezind zijn en de straffen vreselijk zullen zijn.

Tijdens de martelingen is hij voornamelijk bezig met zijn vader, waar hij kennelijk nogal wat van verwacht. Hij roept tevergeefs zijn hulp in, sommeert zijn volgelingen zijn kwelgeesten te vergeven en lijkt zijn lijden en dood uiteindelijk volkomen te accepteren. De vader laat na zijn dood inderdaad nog wel iets van zich horen: in de vorm van slecht weer, veel wind en neervallend gesteente in de synagoge. Te laat, zou je zeggen.

Als we vanuit analytische theorieën naar deze film kijken en Jezus als een gewone menselijke figuur zien, hebben we te maken met een man die voor zichzelf een vreselijke straf, zo niet de dood, organiseert. Hier moet sprake zijn van extreme schuldgevoelens resulterend in de behoefte om gestraft te worden.

Maar dan is de volgende vraag: waar voelt deze man zich zo schuldig over? Bij de beantwoording van deze vraag moeten we ons beperken tot de informatie die de film zelf geeft. Dankzij de theorie weten we dat dergelijke schuldgevoelens zich onder meer uiten in de relaties van betrokkene. Maar het probleem is dat Jezus in deze film geen tegenspelers heeft van gelijk psychologisch gewicht, afgezien van zijn vader. Satan sluipt wel wat rond, maar vermijdt de directe confrontatie. En er is de figuur van de slang. Die hoort duidelijk bij Satan. Jezus heeft een korte ontmoeting met hem. Kort, maar zeer krachtig: hij trapt de slang dood. Een opmerkelijke daad, Jezus is immers iemand die de vrede predikt. Die slang moet dus iets heel slechts vertegenwoordigen. Wat precies, dat kunnen we alleen maar vermoeden. In ieder geval staat die slang niet gunstig bekend. We worden niettemin in het onzekere gelaten.

Dus moeten we nader kijken naar de relatie van Jezus met zijn vader. Wist Jezus bijvoorbeeld dat zijn vader van plan was hem te offeren om zo de mensen van hun zonden te verlossen? En zo ja, wat vond hij daarvan? Hij riep zijn vaders hulp in, hetgeen erop zou kunnen wijzen dat hij op dat moment aan het project twijfelde en zijn eigen wens tot leven vooropstelde. Of had hij al eerder opstandigheid tegen dit plan van zijn vader gevoeld? En voelde hij zich daar schuldig over? Jezus lijkt een innerlijke worsteling door te maken en zich uiteindelijk te verzoenen met zijn, door zijn vader beraamde, lot.

We weten te weinig over de interactie tussen Jezus en zijn vader om daar verregaande conclusies uit te mogen trekken. Het is juist opvallend dat in de film echt emotionele contacten met anderen ontbreken, terwijl het toch over the passion of the Christ gaat.

Passion betekent lijden. Dat lijden is inderdaad volop aanwezig. Het betekent ook drift, hartstocht, passie en woede. Woede zien we even in zijn uitval tegen de slang. Maar hoe zit het met de drift, hartstocht en passie? Jezus lijkt in het geheel niet geïnteresseerd in vrouwen, hoewel hij op het einde in de armen van vrouwen belandt, maar dan is hij ontdaan van iedere passie.

Wel worden we rijkelijk op zijn vlees getrakteerd en moeten we er getuige van zijn hoe zijn vlees wordt gedood. In de film wordt hiervoor alle tijd genomen en deze scènes roepen bij het publiek de meeste reacties op. Het is een zeer cruciale gebeurtenis in de film.

Om de onbewuste motieven van de hoofdpersoon in dit werk beter te begrijpen, kunnen we de film het beste zien als de verbeelding van een fantasie van de hoofdrolspeler. Dat wil zeggen dat de hoofdpersoon het zo regisseert dat hij deze marteling moet ondergaan, vanuit zijn schuldgevoel. De wijze waarop hij gemarteld wordt, zegt mogelijk iets over de aard van zijn zonden waarover hij zich schuldig voelt. Het vlees doden betekent in die benadering: de vleselijke neigingen overwinnen. We weten allen dat het vlees, mits in de juiste vorm, onze lusten, ook de verboden lusten, kan opwekken. Zo geredeneerd dient deze ranselpartij ertoe om Jezus’ verboden lusten te bedwingen. Gezien de grondigheid van de afranseling moeten die lusten wel erg verboden zijn. Dat in gedachten houdend, kan het geen toeval zijn dat hij uiteindelijk in de armen van zijn moeder ligt. Het is dus zijn moeder die hij heeft begeerd. Nu begrijpen we waarom hij deze vreselijke marteling heeft moeten ondergaan en moest sterven. Wat dat betreft doet het Passieverhaal denken aan de mythe van Oedipus, die ook in de schoot van zijn moeder belandt en zichzelf daarvoor straft door zich de ogen uit te steken.

Al deze gedachten lijken misschien vergezocht omdat de betekenis van dit verhaal al lang bekend is: Christus heeft de zonden der mensen op zich genomen. Maar als we met deze uitleg geen genoegen nemen en gewoon blijven kijken naar wat er in The Passion of the Christ gebeurt, krijgen we ineens een heel andere Christusfiguur te zien: een man die aan zijn eigen zonden ten onder gaat en geen mogelijkheden heeft gehad die van ons erbij te nemen. Hetgeen verklaart waarom dat project, zoals bekend, mislukt is. Want zondaars zijn we gebleven.