Hoe onafhankelijk is het Nyfer-onderzoek?

Het instituut

Ministeries, gemeenten, belangenverenigingen en bedrijven laten «onafhankelijk instituut» Nyfer onderzoek doen naar zaken als sociale zekerheid, ruimtelijke ordening en de prestaties van gemeenten. Een stevig Nyfer-rapport is altijd een krachtig argument. Maar hoe betrouwbaar is Nederlands meest luidruchtige onderzoeksinstituut?

«Zoudt u de lezer eens duidelijk willen maken in welke hoedanigheid de heer E.J. Bomhoff zijn columns in NRC Handelsblad schrijft?» vroeg een briefschrijver enkele jaren geleden aan de redactie van zijn kwaliteitskrant. «Als onafhankelijk stukjesschrijver, als directeur van Nyfer of als pleitbezorger van een van zijn opdrachtgevers?» Want niet voor de eerste keer, zo merkte de briefschrijver op, schreef Bomhoff over resultaten van zijn onderzoeksinstituut die naadloos aansloten bij de belangen van de opdrachtgever, ditmaal de Duitse firma Siemens, die dolgraag een zweeftrein naar Groningen wilde aanleggen. De briefschrijver deed een suggestie: «In een huis-aan-huis-blad zou zo’n artikel door de redactie van de kop ‹advertorial› worden voorzien.»

Onderzoeksinstituut Nyfer, gelieerd aan Nederlands enige private universiteit Nyenrode, grossiert in meningen en argumenten. Met de verkiezingen en coalitiebesprekingen in zicht draait de carrousel van gesponsorde meningen weer op volle toeren. Lobbyisten verwijzen graag naar «onafhankelijk onderzoek» en dat betekent drukke tijden voor Nyfer. U wilt een zweeftrein aanleggen maar ontbeert economische onderbouwing? Bel Bomhoff. U pleit voor marktwerking in de sociale zekerheid? Nyfer verkent de mogelijkheden. Tientallen instanties — waaronder ministeries, gemeenten, belangenverenigingen en bedrijven — kloppen bij Nyfer aan voor onderzoeksrapporten. Nyfer onderzoekt uiteenlopende zaken als sociale zekerheid, ruimtelijke ordening, rendement van beleggingen en de prestaties van gemeenten. De uitbreiding van Schiphol wordt becijferd, maar ook de reorganisatie van de arbeidsbureaus. En waar het rekenmodel regeert en cijferfetisjisme welig tiert — getuige een willekeurig lijsttrekkersdebat — valt voor een bedrijf, belangenvereniging of ambtelijke afdeling een wereld te winnen met een stevig Nyfer-rapport aan zijn zijde. Maar hoe betrouwbaar is Nederlands meest luidruchtige onderzoeksinstituut? En namens wie schrijft columnist Bomhoff?

Zo’n negentig procent van Nyfers onderzoek is gesponsord, maar Nyfer doet ook op eigen initiatief onderzoek «dat bijdraagt aan het publieke debat over economie en samenleving». Zo richt Bomhoff veelvuldig zijn pijlen op het Centraal Planbureau (CPB). Zijn eerste wetenschappelijke artikel, uit 1976, ging al over het CPB, en als het CPB zijn jaarlijkse Macro-Economische Verkenningen publiceert, brengt Nyfer het Jaarverslag Nederland BV uit met concurrerende cijfers (die doorgaans slechts enkele honderdste procenten van die van het CPB verschillen). Even zag het ernaar uit dat Nyfer ook de verkiezingsprogramma’s van CDA, SP en Leefbaar Nederland zou doorrekenen, net zoals het CPB dat de laatste jaren voor bijna alle politieke partijen doet. Maar na aanvankelijke interesse stelde Nyfer dat het doorrekenen van verkiezingsprogramma’s een heilloze exercitie is en liet de eer aan zich voorbij gaan.

«Nyfer is een interessante relativering van het zwart-witdenken van planbureaus», zegt Wim Derksen, hoogleraar bestuurskunde, oud lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en directeur van het onlangs opgerichte Ruimtelijk Planbureau (RPB). «De politiek is gevangen in de mal van het rekenmodel. Politici durven geen beslissingen te nemen zonder doorberekeningen. Dat is de dood van de politiek, want rekenmodellen richten zich op zekerheden, niet op kansen of mogelijkheden.»

Boegbeeld Bomhoff, door collega’s omschreven als sociaal-democraat, is altijd goed voor een prikkelende mening. Zijn artikelen zijn scherp, liefst tegendraads en kennen de koele overtuigingskracht van heldere logica. Het is altijd interessant om Bomhoff te lezen. Derksen is het er roerend mee eens. Toch heeft hij bedenkingen: «Ik twijfel niet aan de integriteit van Bomhoff. Maar ik twijfel wél aan de integriteit van zijn opdrachtgevers. Ze weten precies waar Bomhoff voor staat, en ze weten hem te vinden als ze hun standpunten in uitkomsten van economisch onderzoek willen terugzien. Neem de omstreden Betuwelijn, waar Rotterdam zeer op gebrand was. Natuurlijk wist Rotterdam dat Bomhoff een geestdriftig voorstander is van grote infrastructurele projecten, omdat hij al jaren uitdraagt dat die in zijn ogen zorgen voor werkgelegenheid en algehele welvaart. Dus huurt Rotterdam Nyfer in om te onderzoeken of een groot infrastructureel project als de Betuwelijn zorgt voor werkgelegenheid en algemene welvaart. Vervolgens kan de opdrachtgever de boer op met een indrukwekkend rapport van de eerbiedwaardige hoogleraar.»

Enkele voorbeelden. Zoals NRC Handelsblad-redacteur Roel Janssen al eens opmerkte, schreef Bomhoff sinds 1997 in zijn NRC-column maar liefst acht keer lyrisch over de zweeftrein naar Groningen. De fabrikant van de zweeftrein is de Duitse firma Siemens. In Duitsland kreeg Siemens de peperdure zweeftrein niet verkocht, en Nederland zou een mooie tweede kans zijn. Siemens had dringend behoefte aan argumentatie. Een kolfje naar Bomhoffs hand. De elektronicagigant sponsorde enkele Nyfer-onderzoeken over ruimtelijke ordening en infrastructuur, alsmede het onderzoek Sporen naar vooruitgang. Daarin wordt beredeneerd en berekend waarom een zweeftrein Groningen en de rest van Nederland naar het eind van de regenboog zal brengen. En Nyfer weet wat de klant wil. Toen het kabinet eind 2000 aankondigde vervroegd over de zweeftrein te beslissen, maakte Nyfer de onderzoeksresultaten vervroegd bekend.

Soms gaat Nyfer verder. In 2000 leden kabelaars UPC en Casema zware verliezen: de consumenten klaagden over service en kwaliteit en tot overmaat van ramp gingen steeds meer stemmen op om de kabel open te stellen voor andere marktpartijen. UPC en Casema zagen er uiteraard niets in om hun duurbetaalde kabelaansluitingen af te staan aan concurrenten. En dus lieten UPC en Casema Nyfer een onderzoek doen naar de gevolgen van concurrentie op de kabel. De uitkomst van het onderzoek Regulation versus innovation was opvallend tegendraads: concurrentie schaadt de consument. Maar UPC en Casema kregen nog meer waar voor hun geld: onderzoeker Joost Poort schreef namens Nyfer een opiniestuk in de Volkskrant om de gunstige onderzoeksresultaten uit te venten.

Arie van der Zwan, emeritus hoogleraar Management aan Nyenrode, oud Vendex-topman en in de jaren zeventig prominent criticaster van de CPB-modellen, noemt dergelijke praktijken «zeer aanvechtbaar». Van der Zwan: «Laten we ervan uitgaan dat Nyfer integer is. Toch lijkt het mij zeer onwaarschijnlijk dat een Nyfer-medewerker op opiniepagina’s zal pleiten voor onderzoeksbevindingen die voor UPC en Casema ongunstig zijn. Nyfer is wat dit betreft echt onverstandig bezig. Je wordt zo ongewild een verlengstuk van de opdrachtgever. Het schaadt je positie als onafhankelijk instituut.» De columns van Bomhof zijn wat dat betreft onhandig: «Het is natuurlijk een zaak voor NRC Handelsblad, maar ik vind dat een directeur van een instituut als Nyfer niet over zijn eigen onderzoek moet schrijven. Toen Pim Fortuyn de politiek in ging, stuurde Elsevier hem als columnist de laan uit.»

Bomhoffs jongste NRC-column (6 april) was wederom prikkelend en overtuigend. Hij bejubelde het voornemen van de Socialistische Partij om structureel meer geld aan de zorg te besteden: «Alleen de SP wil dat de medische uitgaven stijgen met de gemiddelde groei in andere rijke landen, plus nog eens 1,5 miljard om een kwart van de bezuinigingen onder Borst weer goed te maken. Dat lijkt niet overdreven. Zelfs met het SP-programma blijft onze gezondheidszorg nog ongeveer zes miljard euro per jaar goedkoper dan in Duitsland en Zwitserland: twee landen met een vergelijkbaar systeem van verzekeringen en een veel hoger niveau van kwaliteit.»

Een verfrissende redenering. Maar een telefoontje naar Nyfer zorgt voor een zure nasmaak. Half mei, vlak na de verkiezingen, zal het onafhankelijke instituut een rapport publiceren over de gezondheidszorg. Opdrachtgevers: de Vereniging van Nederlandse Ziekenhuizen en de Orde van Medisch Specialisten. De uitkomsten laten zich raden: er moet meer geld voor de zorg komen, want al tien jaar lijdt de zorg onder te krappe budgetten en blijven de investeringen in de vermaledijde sector schromelijk achter bij de economische groei. Nyfer heeft deze mening immers vaker uitgedragen, bijvoorbeeld in het rapport Rendement van de gezondheidszorg (2000). Bomhoff brak in zijn column — zonder het onderzoek of zijn opdrachtgevers te noemen — alvast een lans voor de zaak.

Het rapport over de zorg is uitstekend getimed: in de tweede helft van mei beginnen de onderhandelingen voor het regeerakkoord en maken de Haagse lobbyisten overuren om hun wensen in het regeerakkoord bezegeld te krijgen. Op zulke momenten is het handig om een rapport van «onafhankelijk onderzoeksinstituut Nyfer» te kunnen uitdelen dat nog eens uit de doeken doet waarom extra miljarden voor de zorg nodig zijn. Nyfer levert voor enkele tienduizenden euro’s tweehonderd pagina’s kloek wetenschappelijk werk, compleet met indrukwekkende tabellen, grafieken en literatuurlijst. Indien nodig verschijnen doorwrochte stukken op de opiniepagina’s van de grote dagbladen en uiteraard kan prof. dr. Eduard Bomhoff zijn trom roffelen in de krant van bestuurlijk Nederland, NRC Handelsblad. U vraagt, wij draaien.

Onzin, zegt Leo van der Geest, directielid en rechterhand van Bomhoff. Van der Geest: «Nyfer is volstrekt onafhankelijk. Te allen tijde spreken wij met onze opdrachtgevers af dat de resultaten worden gepubliceerd, ook als de opdrachtgever ze graag anders ziet. Wij verkopen geen package deals, zoals u dat noemt, waarin uitkomsten van onderzoeken in opiniestukken worden uitgedragen. Wij schrijven opiniestukken omdat wij denken dat onze onderzoeksresultaten interessant zijn voor het publieke debat. Nyfer heeft twee bestaansredenen: creatief en degelijk onderzoek doen, en een kritische, onafhankelijke bijdrage leveren aan het publieke debat over economie en samenleving.»

Maar is het dan niet zo dat opdrachtgevers juist Nyfer uitkiezen als zij weten dat Nyfer hoogstwaarschijnlijk hun standpunt met onderzoeksresultaten zal onderbouwen? Van der Geest: «Ongetwijfeld. Maar u kunt ons niet verwijten dat wij consistent zijn in onze opvattingen en manier van onderzoek doen. Wij buigen niet voor opdrachtgevers. Wij zijn niet van één opdrachtgever afhankelijk omdat wij voor een groot aantal verschillende instanties werken. Vergelijk dat eens met het CPB, een overheidsorgaan dat al decennia een belangrijke rol speelt bij het tot stand komen van het kabinetsbeleid. Hoe kan het CPB beleid afvallen dat het jarenlang heeft helpen ontwikkelen?»

Bomhoff heeft het al weken achtereen te druk om De Groene Amsterdammer te woord te staan, maar Van der Geest laat weten dat de hoogleraar «een strikte scheiding maakt tussen zijn persoonlijke opvattingen en die van Nyfer of zijn opdrachtgevers. Als Bomhoff iets schrijft wat Nyfer ook vindt, zal hij dat niet om die reden voor zich houden. Dat is de kracht van Bomhoff en Nyfer: we schuiven onze bevindingen en inzichten nooit onder stoelen of banken. Dat komt het publieke debat ten goede.»

En natuurlijk de opdrachtgever.