Psychiatrisch patiënten aangetrokken door obscurantisme

Het irrationele verovert de straat

Psychiatrisch patiënten richten hun daden op politici. Dat is niet toevallig. Ze voelen zich aangetrokken tot de poel van obscurantisme waarin het publieke debat op dit moment verkeert, het debat waar het irrationele wordt gevierd.

Een bijna vergeten gewaande man zette de vrees van Bart Jan Spruyt voor een aanslag in het juiste perspectief. Kolonel Karremans verklaarde afgelopen vrijdag in het Ikon-televisieprogramma Factor dat hij Nederland was ontvlucht omdat hij zich er permanent bedreigd voelde. Spruyt, de man die ervoor pleit de wereld te verbouwen naar een beeld dat hijzelf «conservatief» noemt (zie zijn essay in De Groene Amsterdammer 42, 2003), voelt zich bedreigd door extreem-linkse jongeren die er geen been in zien de directeur van de Burke-stichting «vol lood te pompen». Bij kolonel Karremans sloeg de angst toe na een wandelingetje met zijn vrouw door de Amsterdamse binnenstad. Hij had opgevangen dat een voorbijganger tegen diens met gezel zei: «Die vent moesten ze ophangen.» Genoeg reden voor de gedecoreerde militair om de rest van zijn leven in Spanje door te brengen, een stap die bijna vijftigduizend andere Nederlandse gepensioneerden uit zichzelf al hadden gezet.

Of zij zich ervan bewust zijn of niet, Karremans en eerder hoogleraar Paul Cliteur — die zijn televisie column eraan gaf omdat een politieke metgezel zich bedreigd weet en omdat hij de opzwepende kracht van de woorden van oud-PvdA-coryfee Wöltgens vreest — beledigen hen die daadwerkelijk worden bedreigd.

Neem Hirsi Ali, of de linkse politici die kort na de moord op Fortuyn honderden haatmailtjes en ettelijke kogels ontvingen, of de voetbaltrainers en de burgemeesters die dood werden gewenst, of de bedreigden zonder publiek podium, zoals de leerkrachten op grote scholengemeenschappen die bijna dagelijks een houding moeten aannemen tegen heftige bedreigingen, zowel in de klas als op ouderavonden. Ook leden van de door Cliteur verfoeide «politiek correcte elite», zoals hij zijn tegenstanders in zijn laatste column noemde, stonden in het verleden bloot aan bedreigingen. Nadat het programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer een parodie op het Onze Vader had uitgezonden, werd Mies Bouwman zo hardnekkig en ernstig bedreigd dat de politie haar adviseerde het huis zo min mogelijk te verlaten. Haar kinderen moesten onder politiebegeleiding naar school. In ettelijke brieven werd betreurd dat de Duitsers haar, «vieze vuile jodin» waren vergeten te vergassen. Datzelfde moest Hanneke Groenteman lezen in aan haar geadresseerde post nadat zij de krakersrellen rond de inhuldiging van Beatrix lomp en partijdig had verslagen voor de radio. De brievenschrijvers vermeldden ook steevast «dat ze langs zouden komen».

Bedreigingen zijn van alle tijden. Uitzonderlijker is de daadwerkelijke aanslag, zeker met een pistool, zoals in mei 2002 geschiedde toen Volkert van der G. aspirant-premier Pim Fortuyn doodschoot. Exceptioneel aan deze aanslag was ook de toerekeningsvatbaarheid van de dader. Doorgaans gaat het om «verwarde» mannen of vrouwen, of «dwazen», zoals Het Parool afgelopen week kopte nadat VVD-fractievoorzitter Van Aartsen was aangereden. Verward was ook de man die in oktober werd opgepakt in Capelle aan den IJssel, waar hij met een mes op zak zocht naar het woonhuis van premier Balkenende. Ook de belager van Roel Pieper en diens vrouw werd in verwarde toestand aangehouden. En de man die door premier Lubbers in 1989 met handen en voeten uit zijn auto werd gewerkt, keek ook niet recht uit zijn ogen.

«Tegen gekken kun je niets doen», zei D66-fractievoorzitter Dittrich in reactie op de aanslag op Jozias van Aartsen door de «verwarde» vrouw uit Enschede. Een aannemelijke gedachte. Toch betekent dit niet dat de aanslagen van warrige mensen volkomen at random geschieden en dat er dus niets over te zeggen valt. Vooral de keuze van slachtoffers zegt wel degelijk iets over de tijd, en de tijd toont zich, op haar beurt, in de psychiatrische aandoeningen van geestelijk gestoorden. Neem ernstige psychotische identiteitsstoornissen. Tweehonderd jaar geleden kenden vele psychiatrische inrichtingen een Napoleon. Honderd jaar later was Bismarck in veelvoud in leven. Inmid dels is de eerste Ronald Reagan gesignaleerd in een inrichting in Louisiana, kort nadat een wereldwijde hausse aan Beatles was uitgewoed. En Jezus is een evergreen. Wat kun je ervan zeggen? Dat geestelijk gestoorden over het algemeen minder vindingrijk zijn dan de mare wil. En dat de keuze van slachtoffers inzicht kan verschaffen in de aard van het tijdsgewricht. Want was het toevallig dat Nederland op 26 mei 2003 voor het eerst een aanslag meemaakte op een boegbeeld van de nieuwe economie, juist toen de topinkomens van kopstukken van het bedrijfs leven in het middelpunt van de publieke belangstelling stonden en die kopstukken zelf voor het eerst publiekelijk pochten over bonus- en optieregelingen?

Dat Roel Pieper slachtoffer werd van een psychotische man is net zo min toevallig als de daad van de verwarde 59-jarige John R. Met een doos explosieven, een mitrailleur en een pistool gijzelde hij in maart 2002, nog voor de moord op Fortuyn, urenlang het kantoorpersoneel op enkele verdiepingen van de Rembrandttoren in Amsterdam. John R. eiste media-aandacht om de manipulatie aan de kaak te stellen van verkopers van breedbeeldtelevisies. Als een kijker verlost wil worden van de zwarte balken die soms in zijn beeldscherm verschijnen, dan is hij genoodzaakt een breedbeeldtelevisie te kopen. John R. zette zijn grieven uiteen in een fax aan SBS6 en aan een fotograaf van de Volkskrant. Onlangs nog bevestigde een voormalig directielid van Philips dat John R. natuurlijk gelijk had: breedbeeldtelevisies zijn een truc om nieuwe apparaten aan de man te brengen. De gekte van John R. zat ’m niet in zijn strijd, maar in de disproportio naliteit tussen doel en middelen, tussen zijn gelijk en de manier waarop hij dat trachtte te behalen. Ook de afloop van de zaak staat in een krankzinnige verhouding tot de aard van zijn gelijk. De gijzeling eindigde met de zelfmoord van de gijzelnemer.

Geconfronteerd met dit verhaal stelde de Nijmeegse hoogleraar psychiatrie C. Hoogduin de diagnose «benadelingswaan», een nieuwe aandoening die volgens Hoogduin om zich heen grijpt. Was aan het begin van de vorige eeuw hysterie nog de meest voorkomende psychiatrische klacht (vooral vrouwen konden niet tegen het strakke keurslijf dat de omgeving ze opdrong), en werd de laatste dertig jaar de spreekkamer van de psychiater gedomineerd door mensen met identiteitsproblemen en gevoelens van zinloosheid, vandaag de dag rukken de «benadelingswanen» op. Steeds vaker tonen de klachten van psychiatrische patiënten de algehele cultuur van verongelijktheid, zoals die wordt gevoed in televisieprogramma’s als Ook dat nog en Breekijzer, en zoals die wordt bevestigd in een algehele overdrijving van de notie van consumentensoevereiniteit.

Bij de aanslag op Pieper ging het om de aloude achtervolgingswaan. Toen hij twee weken geleden voor de rechter verscheen, bleek de dader al twaalf jaar in de permanente waan te verkeren dat de investeerder in high tech aan het hoofd staat van een «piramideorganisatie» die het heeft gemunt op het leven van de dader en zijn familie. Nadat de ernstig psychotische man Pieper ook op zijn werk had gezien (op Schiphol, de enige plek waar de dader zich veilig waande door alle camera’s) en hij de Mercedes van Pieper had gespot in de buurt van zijn woonhuis drong tot hem door dat moord de enige oplossing was.

Kort na de aanslag legde Pieper zelf de schuld bij het weekblad Elsevier, dat in zijn ogen een «gevaarlijk» stuk had geplaatst waarin topmensen uit het bedrijfsleven werden «gedemoniseerd» door te negatieve berichtgeving over hun stijgende inkomens. Of de dader nu Elsevier las of niet, schuld had het journaille zeker.

Sinds de moord op Fortuyn worden deze volstrekt onredelijke aantijgingen overal serieus genomen, en dringen verifieerbare noch falsifieerbare redeneringen door tot het publieke debat. Bij voortduring worden «stigmatisering» (van moslims) en «demonisering» (van columnisten vooral) gebruikt als argument. Beide begrippen zijn onbruikbaar, vooral als men er de oorzaak van bedreiging en geweld in wil zien. Door op die demonisering te anticiperen zoals Cliteur deed, omhelst hij hartstochtelijk het irrationele, wat opvallend is voor een man die bij voortduring beweert de «Verlichtingsidealen» te propageren.

Nog verder hierin gaan de redacteuren van het weekblad HP/DeTijd, bij wie Pim meer heeft losgemaakt dan waar ook. Joost Niemöller klaagde in het coverartikel van afgelopen week de «demonisering» aan van «de fatsoenlijke professor» Cliteur door «de linkse elite» en «het machtsblok van regenten». Bij Niemöller, die de lezer overspoelt met gezwollen adjectieven, is voor redelijkheid geen plaats. Een greep: «Wie zich in het linkse kamp bevindt, is veilig. Want als er in Nederland een kogel komt, dan komt die bijna altijd van links.» Hoewel er in Nederland slechts één keer een schot is gelost op een politicus (die zichzelf niet eens als «rechts» wilde zien) brengen zijn eigen verwarde roes en zijn overspannen manicheïsme Niemöller ertoe de AIVD en Hans Dijkstal bij «de linkse kerk» te zetten en te constateren dat we leven in «een wereld van moslimgekken en linkse fanatici», waarin ex-minister Borst «allerhande linkse pressiegroepen» vertegenwoordigt en waarin «linkse woordterroristen» de vrije hand krijgen van de «linkse bestuurselite», die — hoewel niet eens in de regering — aan de macht is. Veelzeggend is dat Niemöller ooit romanschrijver was. De verbeelding zit aan de schrijfmachine en onredelijkheid is de norm.

Het publieke debat wordt langzaam maar zeker de plaats voor de viering van het irrationele. «Verwarde» types voelen zich in toenemende mate tot deze poel van obscurantisme aangetrokken. Toen de politiek leek te verworden tot grauwe volkshuishouding richtten verwarde Nederlanders hun agressie op de Nachtwacht, het opperaltaar van de natie en supertrofee in de wereld van de verbeelding. Nu richten zij zich op politici, die hun irrationaliteit reflecteren. De vrouw die Van Aartsen schepte, vertoonde in verschillende e-mails aan Nova een vage, algemene onvrede met «de politiek». Daarnaast bleek ze stapelmesjogge. Ze sprak over «joodse propaganda» en tierde over «de psychiatrie». Maar de onredelijkheid viert ook hoogtij bij de gezonde politicus. Niemand reageerde geschokt toen Maxime Verhagen over het incident opmerkte dat het «past in de tendens dat publieke figuren, politici maar ook columnisten als Paul Cliteur en Bart Jan Spruyt bedreigd worden om wat ze zeggen». Verwarde mensen lopen niet meer tegen een muur van redelijkheid, maar lijken met open armen te worden ontvangen in het rijk van het obscurantisme.