‘We proberen levens te redden’, vertelt Guissou Jahangiri gedecideerd. Dag en nacht werkt ze koortsachtig met een team om hun negen Afghaanse collega’s weg te krijgen uit Afghanistan. ‘We maken ons enorme zorgen. Het is de hel. Als we even gaan slapen, informeren we elkaar zodat een ander het kan overnemen. Ik slaap met de telefoon naast mijn hoofd, voor het geval ik word gebeld voor een noodsituatie.’

Jahangiri is vicevoorzitter van de International Federation for Human Rights, waarbij wereldwijd 192 mensenrechtenorganisaties zijn aangesloten. Zoals Armanshahr, dat vele jaren actief is in Afghanistan en waarvan Jahangiri directeur is. Haar lange dagen bestaan uit non-stop overleg met internationale organisaties, regeringen, het Internationaal Strafhof, de Verenigde Naties, collega’s en diplomaten. ‘We bellen, mailen, hebben meetings en schrijven brieven’, vertelt ze tijdens een video-interview vanuit haar appartement in Parijs, met op de achtergrond een kast met boeken, rapporten en kaarten. ‘Ik vecht, want ik heb hoop.’ Ze steekt een sigaret op. ‘Ik hoop dat je het niet erg vindt dat ik rook’, glimlacht Jahangiri. Haar ronde gezicht met geprononceerde wenkbrauwen en grote bril verdwijnt even in een wolkje rook.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Tjitkse Lingsma over de huidige situatie in Afghanistan. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

Constant is het team in contact met hun Afghaanse collega’s, die als mensenrechtenactivisten in gevaar verkeren sinds de Taliban op 15 augustus aan de macht zijn. ‘De Taliban hebben alle overheidsinstituten overgenomen, waar organisaties en hun staf met hun namen, adressen en kopieën van identiteitsbewijzen waren geregistreerd’, vertelt Jahangiri. ‘We drukken onze mensen op het hart het geheugen van hun telefoons te wissen en niet naar buiten te gaan.’

Het team zorgt ervoor dat ze op evacuatielijsten staan van Europese landen, Canada, de VS, buurlanden en Qatar. ‘We verkeren in een positie waarin we landen smeken. Figuurlijk hebben we ons aan hun hekken vastgeketend. We gaan door, want vastbesloten mensen kunnen bergen verzetten.’ Ze wil dat haar collega’s naar een goed opvangland gaan, en niet ergens in een militair kamp eindigen. ‘We willen hen in onze armen kunnen sluiten.’

Terwijl er veel aandacht is voor de levensbedreigende situatie waarin tolken verkeren die met buitenlandse legers werkten, is die er nauwelijks voor het lot van mensenrechtenactivisten. ‘Ik moet voorzichtig zijn’, zegt Ehsan Qaane, die voorheen onderzoeker was bij de Onafhankelijke Mensenrechtencommissie van Afghanistan. Tegenwoordig is hij medewerker van het Afghanistan Analysts Network (aan) en verblijft hij in een veilig land. Ook hij doet alles om mensen in veiligheid te brengen. ‘Veel mensenrechtenverdedigers, hun familieleden en anderen worden bedreigd vanwege hun werk, gender, etniciteit of religie. Ik denk constant aan hen. Fysiek ben ik niet in Afghanistan, maar mentaal ben ik helemaal daar’, zegt hij met zachte stem, terwijl hij zijn dochtertje troost dat moe van een dag op de crèche is thuisgekomen.

Afghanistan veranderde na de aanslagen van 9/11, die in 2001 leidden tot de War on Terror en de val van de Taliban. ‘We waren onderdeel van een sociale beweging die bij elke adem met grote vastberadenheid voor vernieuwing zorgde’, vertelt Jahangiri, die 59 jaar geleden in Teheran werd geboren en op haar vijftiende in Frankrijk ging studeren. Ze is een ‘universalist’, een levensvisie die ze van huis uit meekreeg. ‘Als kind las ik Anne Frank. Ik ben altijd doordrongen geweest van de universaliteit van haar verhaal.’ Gepassioneerd vertelt ze hoe Afghaanse ouders hun dochters naar school stuurden, hoe jongeren uit afgelegen gebieden deelnamen aan toelatingsexamens voor universiteiten die de toeloop niet aankonden, hoe Afghanen bij verkiezingen massaal naar de stembus gingen. Afghanen startten bedrijven. ‘Mensen dansten op bruiloften. Op vrijdag ging grootvader naar de moskee.’

Haar organisatie Armanshahr zette in Afghanistan een uitgeverij op die boeken publiceerde over rechten van vrouwen, kinderen en gevangenen en het in Den Haag gevestigde Internationaal Strafhof, dat genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en agressie vervolgt. ‘We produceerden 160 titels, in totaal driehonderdduizend exemplaren.’ Animal Farm was een groot succes. De boeken gingen naar parlementsleden, vrouwenorganisaties en bibliotheken. ‘We droegen bij aan een mensenrechtencultuur en probeerden de verloren tijd, als gevolg van de decennia van oorlog in Afghanistan, in te halen.’ Armanshahr publiceerde duizend weekbulletins over mensenrechten. De organisatie gaf trainingen en nam deel aan het grote vrouwenfilmfestival. ‘Afghanen willen waarheid en gerechtigheid’, zegt Jahangiri. ‘Zij leveren het moeilijkste deel van de strijd, waar wij in het Westen van profiteren. Want als Afghanistan op weg is naar een rechtsstaat, is dat ook goed voor ons.’

Het land worstelde ook met enorme problemen. ‘De Amerikanen dachten dat ze democratie konden brengen door in Afghanistan warlords aan de macht te brengen’, stelt Qaane. ‘Ik heb gezien hoe de gewelddadige opstand, de terreur en het fundamentalisme groeiden. Je moet weten dat veel Taliban behoren tot de generatie die na 2001 opgroeide.’ Het lot van Afghanistan werd bezegeld toen de VS in februari 2020 in Doha een ‘vredesakkoord’ sloten. ‘Opeens zaten we allemaal in de val’, zegt Qaane.

Jahangiri zag het klimaat van angst. ‘Afghanen waren zo vaak bang. Als ouders hun kind ’s ochtends met de bus naar school lieten gaan, hoopten ze dat er inshallah geen bomexplosie was.’ Armanshahr belegde nooit ’s ochtends vergaderingen omdat aanslagen vooral dan plaatsvonden. Regelmatig moesten ze met hun kantoren verhuizen en bijeenkomsten verplaatsen. Collega’s kregen bedreigingen, werden vermoord of vluchtten. De oorlog had het land nooit verlaten. Sinds 2001 kwamen 176.000 directe oorlogsslachtoffers om: 46.319 burgers, 69.095 Afghaanse politiemensen en soldaten, 52.893 oppositiestrijders, 74 journalisten, 446 hulpverleners, 2324 Amerikaanse soldaten, 3917 huurlingen en 1144 militairen van coalitiepartners, aldus het Watson Institute van Brown University in de VS. De 67.000 oorlogsdoden in Pakistan zijn niet eens meegeteld. Straffeloosheid is de regel.

Mensenrechtenactivisten verwelkomden de bekendmaking van de aanklager van het Internationaal Strafhof (International Criminal Court, icc) in 2007; er liep een vooronderzoek naar misdrijven in Afghanistan. ‘Oorlogsslachtoffers zagen het hof als hun hoop, als een laatste kans’, zegt Qaane. Activisten en onderzoekers hielpen het hof waar ze konden. ‘Onze mensen vertelden in televisie-interviews, als sprekers op conferenties en in bijeenkomsten met andere organisaties over het belang van vervolging door het icc. We gaven op alle mogelijke manieren informatie’, legt Jahangiri uit.

In 2009 richtten Qaane met Armanshahr en andere organisaties de Transitional Justice Coordination Group (tjcg) op. Een coalitie van 26 organisaties om ‘de stem te laten horen van Afghanistans slachtoffers van oorlog en onderdrukking’. De tjcg sprak publiekelijk het Internationaal Strafhof toe en zette zich concreet in. >

Kabul zag het aankomen. De Afghaanse ambassade in Den Haag werd alvast uitgebreid. Op 20 november 2017 stapte de aanklager naar de rechters van het Strafhof voor toestemming om een volledig strafrechtelijk onderzoek te openen. Op de lijst stonden niet alleen oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid door de Taliban en het Haqqani-netwerk (moord, aanvallen op burgers, humanitair personeel en beschermde objecten; het ronselen van kindsoldaten; gevangennemen en vervolgen van mensen op politieke gronden en op basis van hun gender; vermoorden van tegenstanders). De Afghaanse veiligheidsdienst en politie worden verdacht van oorlogsmisdrijven zoals grootschalige foltering van gevangenen, wrede behandeling en seksueel geweld. Amerikaanse soldaten en de cia werden verdacht van oorlogsmisdrijven, met name het folteren en verkrachten van gevangenen in Afghanistan. De Amerikaanse inlichtingendienst vloog ook slachtoffers vanuit Afghanistan naar Litouwen, Polen en Roemenië, waar ze in black sites van de cia werden gemarteld en seksueel misbruikt. Al deze landen (maar dus niet de VS) zijn lid van het icc, waardoor het hof er jurisdictie heeft.

‘Afghanen willen waarheid en gerechtigheid. Zij leveren het moeilijkste deel van de strijd, waar wij in het Westen van profiteren’

Was strafrechtelijk onderzoek naar de plegers van deze misdrijven ook wat Afghanen wilden? De slachtoffers hadden slechts een maand om hun visie kenbaar te maken, zodat de rechters zich een idee konden vormen van hun wensen. ‘Maar het icc deed geen outreach’, zegt Qaane. Vanuit het hof kwamen geen informatievoorziening, consultaties of uitwisseling met de bevolking. De griffie stelde een online formulier op met vragen over het leed dat mensen was aangedaan en hoe zij dachten over een strafrechtelijk traject door het icc. Die vragenlijsten moesten door Afghanen worden ingevuld en naar het Strafhof worden gestuurd. ‘Maar een maand was te kort. Het was winter. Omdat het gevaar groot was, was reizen heel moeilijk. Als tjcg moesten we denken aan de veiligheid van collega’s en slachtoffers’, herinnert Qaane zich. Uiteindelijk gaven de rechters een maand verlenging.

Het Strafhof stuurde 699 victim representations naar de rechters. Deze documenten vertegenwoordigden 6220 personen en 1690 families, en enkele organisaties representeerden samen miljoenen slachtoffers. ‘Ondanks de immense problemen was het gelukt. Het was het grootste aantal slachtofferrepresentaties dat het icc ooit had ontvangen. Vrijwel alle mensen wilden strafrechtelijke vervolging, slechts een klein groepje was tegen. We wisten dat het icc nooit alles kan oplossen en ook dat het niet gemakkelijk zou zijn. Maar in ieder geval zou er een begin gemaakt worden waarbij sommige daders berecht zouden kunnen worden’, vertelt Qaane. Nadat de formulieren waren ingediend en veel mensen hoop hadden gekregen, werd het zoals voorheen stil aan de kant van het Strafhof. ‘Het formele argument was dat er geen strafrechtelijk onderzoek liep en er dus geen mandaat voor informatievoorziening was’, legt Qaane uit.

Intussen voerden de VS de druk op om strafrechtelijke vervolging van Amerikanen te voorkomen. In september 2018 dreigde John Bolton, nationaal veiligheidschef onder president Trump, met sancties tegen topfunctionarissen van wat hij het ‘onwettige’ Strafhof noemde. ‘We zullen het icc laten sterven’, stelde Bolton.

Op 12 april 2019 kwam het brisante nieuws: de aanklager kreeg van de rechters géén toestemming voor strafrechtelijk onderzoek. De redenen? Er was al zoveel tijd verstreken sinds de start van het vooronderzoek. De politieke scene in Afghanistan was veranderd. De aanklager kreeg al weinig medewerking. ‘De omstandigheden in Afghanistan maken de vooruitzichten voor een succesvol strafrechtelijk onderzoek en vervolging extreem beperkt’, stelden de rechters. Zo’n traject zou niet voldoen aan de wensen van slachtoffers, zou ‘frustratie’ en ‘mogelijk vijandigheid tegenover het hof creëren’ en niet in het belang van gerechtigheid zijn. Het hof moest zijn middelen richten op zaken die meer succes zouden opleveren.

‘Ik verwachtte het wel een beetje, waardoor het geen shock voor mij was’, zegt Qaane. ‘Maar sommige mensenrechtenactivisten waren totaal teleurgesteld. Het was een politiek besluit, waar geen wettelijke basis voor was.’

Het ziekenhuis na de bomaanslagen op het vliegveld. Kabul, 26 augustus © Victor J. Blue / The New York Times / ANP

De aanklager ging in beroep. Met succes. Op 5 maart 2020 gaven de rechters van de beroepskamer groen licht: de aanklager kon aan de slag. ‘Terwijl het hof nu een duidelijk mandaat had, was er helaas weer geen informatie voor de Afghaanse bevolking’, zegt Qaane. Het icc-hoofdkantoor in Den Haag functioneert als een wereldje op zich, dat vaker weinig connectie heeft met de bevolking van landen waar het onderzoek doet.

De VS, die net het Doha-akkoord met de Taliban hadden gesloten, waren furieus. Nog diezelfde dag verklaarde minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo dat de VS ‘alle noodzakelijke maatregelen zullen nemen om onze burgers te beschermen tegen dit afvallige, onwettige, zogenaamde hof’. Spoedig vloog hij naar Kabul.

Op 26 maart diende Afghanistan bij het Strafhof een verzoek tot terugverwijzing in: de Afghaanse autoriteiten wilden het strafrechtelijk onderzoek zelf doen. Omdat het Strafhof ‘complementair’ is, en alleen in actie komt als landen niet kunnen of willen vervolgen, pauzeerde de icc-aanklager het eigen onderzoek. Kabul stuurde een pakket van zeven- tot achtduizend pagina’s in Dari en Pashtun over lopende onderzoeken naar de aanklager, aldus bronnen. Die moesten vertaald worden naar Engels en Frans – de werktalen van het hof. Toen de aanklager niet overtuigd was dat de Afghaanse autoriteiten serieus bezig waren met strafzaken, stuurde Kabul nog eens drieduizend pagina’s.

Kate Clark, co-directeur van het Afghanistan Analyse Network (aan), wijst er in een artikel op dat de Afghaanse regering ‘alles’ heeft gedaan eenicc-onderzoek ‘te dwarsbomen’, en zelf weinig aan vervolging van oorlogsmisdrijven deed. Overigens kon Afghanistan vanwege de bilaterale veiligheidsovereenkomst met de VS sowieso geen Amerikanen berechten.

President Trump nam in september 2020 wraak met economische strafmaatregelen tegen de icc-aanklager en een hoge functionaris, waarbij hun eventuele bezit in de VS werd geblokkeerd en Amerikanen zonder toestemming geen transacties met hen mochten doen of diensten mochten leveren. Weliswaar trok president Joe Biden de sancties in, maar de VS blijven zich verzetten tegen het idee van berechting van Amerikanen door het Strafhof.

En toen werd Kabul door de Taliban ingenomen. Karim Khan, die net was aangetreden als nieuwe icc-aanklager, kwam meteen op 17 augustus met een verklaring. Hij maakt zich grote zorgen over de berichten over wraakmoorden op gevangenen en mensen die zich hadden overgegeven, de vervolging van vrouwen en meisjes, misdrijven tegen kinderen en de bevolking als geheel. Hij deed een beroep op de koran: ‘Wie een persoon heeft gedood… Dat is alsof hij de gehele mensheid heeft gedood.’ Dat schoot bij Jahangiri in het verkeerde keelgat. ‘Waarom die moralistische verwijzing naar de koran?’ Het hof is onafhankelijk en religie dient geen rol te spelen.

‘Het geheugen wordt gewist. Het werk van Afghanen die trachtten de oorlog te stoppen, mensen zoals jij en ik, wordt vernietigd’

Bronnen vertelden aan dat het bureau van de aanklager contact opnam met de Afghaanse ambassade in Den Haag om te vragen of Afghanistan nog in staat was oorlogsmisdrijven te onderzoeken. Het antwoord was nee, want de instituties in Afghanistan zijn ingestort. ‘De bal lag weer bij de aanklager’, zegt Clark.

Op 27 september 2021 kwam Khan met een nieuwe verklaring. Hij had de rechters van het Strafhof toestemming gevraagd om het Afghanistan-onderzoek te herstarten. Maar niet naar alle daders. Omdat zijn bureau ‘beperkte middelen’ heeft, wil Khan zich richten op de misdrijven door de Taliban en Islamitische Staat in Khorasan (IS-K). Hij verwijst naar de bloedige aanslag door IS-K op 26 augustus bij het vliegveld van Kabul, waar duizenden wanhopige mensen zich hadden verzameld in de hoop te worden geëvacueerd, en naar de VN Veiligheidsraad die herhaaldelijk stelde dat de terroristische activiteiten van IS-K ‘een wereldwijde bedreiging van vrede en veiligheid’ zijn.

Maar andere aspecten – misdrijven door het Amerikaanse leger, de cia en Afghaanse veiligheidsdiensten – worden ‘gedeprioriteerd’. Het betekent dat Khan geen onderzoek wil doen naar bijvoorbeeld de recente Amerikaanse drone-aanval waarbij tien mensen, onder wie zeven kinderen, werden gedood.

Zijn voornemen komt hem op grote kritiek te staan van mensenrechtenorganisaties. ‘Het is cruciaal dat Afghaanse burgers die slachtoffer zijn van de afschuwelijke misdrijven door de Taliban en aanverwante groepen eindelijk gerechtigheid krijgen’, zegt Jahangiri. Maar er moet volgens haar wel gekeken worden naar ‘alle actoren’ die de afgelopen twintig jaar bij het conflict betrokken waren. Khan laadt de verdenking op zich dat hij toegeeft aan Amerikaans bullying jegens het hof, stelt Clark.

Qaane wikt en weegt. ‘Ik heb er gemengde gevoelens over. Het is ethisch gezien niet goed dat er een hiërarchie van slachtoffers wordt gecreëerd’, zegt hij. Slachtoffers van daders die behoren tot machtige partijen hebben minder kans om gerechtigheid te krijgen dan slachtoffers van zwakkere groepen en landen. ‘Het is selectieve gerechtigheid’, aldus Qaane. Het hof kreeg al eerder dat verwijt, toen het louter Afrikanen vervolgde. Inmiddels staan er vijftien situaties op de lijst van de aanklager: tien Afrikaanse conflicten, Georgië, Myanmar, Palestijnse gebieden en Israël, de Filipijnen en Afghanistan.

‘Het is ook niet goed voor Afghanistan’, zegt Qaane, ‘want nu kunnen de Taliban zeggen dat zij worden aangevallen door buitenlanders die het op hen hebben gemunt, terwijl de VS en voormalige Afghaanse veiligheidsdiensten niet aangepakt worden. Een deel van de samenleving zal hun argument accepteren.’ Maar om pragmatische redenen kan Qaane het voorstel van Khan begrijpen. ‘Ik snap dat je het onderzoek naar Amerikanen op een lager pitje zet als het zo moeilijk is om te starten met misdrijven door de VS’, zegt Qaane. Beter iets dan niets.

Er zijn sterke argumenten om Amerikanen wel strafrechtelijk te vervolgen. Kate Clark wijst erop dat de marteling ‘was geautoriseerd door juist de top van de democratisch gekozen VS-regering’. Dat maakt het ‘buitengewoon ernstig’ en ook geschikt, omdat het bij het icc gaat om individuele verantwoordelijkheid in de bevelstructuur. Mocht geld het probleem zijn, dan is er al veel bewijs vergaard van misdrijven door Amerikanen.

Katherine Gallagher twittert ‘verbijsterd’ te zijn dat ze als advocaat het besluit via een persbericht moest vernemen. Zij vertegenwoordigt mannen die zonder vorm van proces al jaren op Guantanamo Bay worden vastgehouden, nadat ze waren gemarteld in geheime door de VS gerunde black sites en detentiecentra. Gallagher, verbonden aan het Center for Constitutional Rights in de VS, schrijft in een verklaring dat haar cliënten hun hoop hadden gevestigd op het icc, dat ‘ondanks een campagne van intimidatie en politieke druk door opeenvolgende Amerikaanse regeringen’ erkent dat het bevoegd is om het ‘internationale martelprogramma’ te onderzoeken, maar daar nu niets mee wil doen. Ze nodigt aanklager Khan uit de folterslachtoffers te ontmoeten en terug te komen op zijn besluit.

Guissou Jahangiri wijst erop dat het in ieders belang is dat het hof zijn werk doet. ‘Het is geen humanitair werk. Ik wil niet dat mensen denken: wat is het icc aardig voor arme slachtoffers. Nee, het is de plicht van het Strafhof. Het gaat om het wereldwijd bevorderen van de rechtsstaat. Wij hebben er allemaal baat bij als er een einde komt aan straffeloosheid, of het nu gaat om het Amerikaanse leger, de Taliban of andere strijders. Het welzijn van onze wereldgemeenschap is ermee gediend als gerechtigheid overwint.’

De afgelopen jaren hebben veel Afghanen zich volop en zichtbaar ingezet in de hoop dat het Strafhof verdachten zou gaan berechten. ‘Het icc heeft een verantwoordelijkheid voor de personen die constant klaar stonden om het hof te ondersteunen. Ik ben ook heel erg bezorgd over de tien- tot vijftienduizend slachtoffers die hebben verklaard dat ze willen dat de Taliban en IS worden vervolgd, en hun familieleden. Het Strafhof laat hen echter in de steek’, zegt Ehsan Qaane.

Het icc heeft niets gedaan voor de redding van Afghanen die zich hebben ingezet. ‘Namens de Transitional Justice Coordination Group sprak ik met een functionaris van het Strafhof die zelf zeer bereid was om te helpen met een officiële brief van het icc voor Afghanen, waarin wordt gesteld dat deze persoon geëvacueerd moet worden. Maar ze had goedkeuring van de top van het hof nodig. Het hof was bezorgd dat het uitgeven van brieven een onnodig gevaar zou opleveren’, vertelt Qaane. Het leek beter om de namen van slachtoffers en mensenrechtenactivisten die betrokken waren geweest bij het faciliteren van icc-activiteiten op de evacuatielijsten van welwillende ambassades te plaatsen. ‘De president van het hof zou contact opnemen met diplomaten van deze ambassades, maar er is niets vernomen. Ze zijn bij het icc langzaam met het nemen van een besluit. Het is zo teleurstellend.’

Hoe gaat het met de achtergebleven collega’s? ‘Onze mensen leven in angst, want er zijn in Afghanistan geen veilige gebieden waar je heen kunt vluchten. Ze duiken onder en verplaatsen zich telkens. Hun kinderen gaan niet naar school. Een van onze collega’s stond in de rij om wat geld te innen dat we hadden gestuurd. Hij werd zeer zwaar met een zweep afgeranseld door de Taliban. Omdat zijn rug zo toegetakeld was, moest hij naar een kliniek. Hij vroeg zich af of het expres was gedaan, omdat ze weten wie hij is’, vertelt Jahangiri.

Ze heeft het gevoel dat wat is opgebouwd om een betere wereld te creëren op dit moment instort. ‘We proberen onze archieven te vernietigen. We hebben foto’s en films verwoest. We hebben prijzen die we wilden uitreiken kapotgemaakt. We hebben bestanden op onze computers gewist. Wat moeten we doen met de vijftienduizend boeken? Bewijzen hebben we moeten vernietigen. Het geheugen wordt gewist’, zegt ze. ‘Het werk van Afghanen die trachtten de oorlog te stoppen, mensen zoals jij en ik, wordt vernietigd. Het is alsof het huis is weggespoeld.’

Qaane is somber. ‘Het is moei-lijk voor te stellen dat de Taliban in staat zijn vrede en stabiliteit te brengen. Ze zijn strijders, maar hebben niet de kennis en ervaring om een land te regeren of een rechtsstaat op te bouwen. Het verzet zal groeien. Wat we hebben opgebouwd is kapot.’