Het is bijna snot

Voor ‘wie lacht niet die de mens beziet’ kunnen we sinds jaar en dag bij Michiel van Erp terecht. De vpro brengt een tweede reeks Hollands Welvaren, ‘documentary light’, waarin mensen met sympathie, mededogen, verbazing, ironie en incidenteel een snufje venijn worden geportretteerd; maar zonder het leedvermaak dat veel lollige televisie kenmerkt.

Medium kapper 2520pip 2520hollands 2520welvaren

Dit seizoen gaat over de werkvloer. Elke episode biedt twee door elkaar gesneden verhalen. In de twee afleveringen die ik zag ging het niet alleen om de protagonist maar ook om haar of zijn levens- en arbeidspartner. Bijzondere mensen en bijzondere relaties, want Van Erp en zijn redactie hebben scherp oog voor wie afwijkt van de mainstream.

In de eerste aflevering is het thema ‘opkrabbelen na de val’. Zowel kapper Bert van der Linden als couturier Monique Collignon ging failliet. Bert had met zijn Liesbeth liefst acht zaken, waarvan er nog maar één open is. Het grote Roermondse huis, waarin ze lang woonden tussen notabelen, die een kapper aanvankelijk niet zagen staan maar overstag gingen dankzij hun vele feesten, hebben ze moeten ontruimen. Liesbeth mijdt de buurt van haar gelukkigste tijd. Bert zit nooit bij de pakken neer: ‘Wij zullen doorgaan.’ Gedreven knipt hij verder met als uithangbord zijn eigen opvallende coupe (geen Hans Klok, wel veel volume). En ontwikkelt nieuwe initiatieven. Hij vraagt RTV Roermond een reportage over zijn zaak te maken en regisseert daarbij zowel de modellen en klanten die erin voorkomen, inclusief hun teksten, als de camera en tv-regisseur zelf. Liesbeth vertelt bewonderend dat hij altijd precies weet wat hij wil. Dat hij de kunstenaar en perfectionist is, maar dat zij, als hij te lang artistiek bezig is, de vaart er een beetje in moet houden. Hier vermoedt de kijker bron voor huwelijkse spanning, maar nee, ze aanbidt hem.

Als klant zou ik niet blij zijn wanneer hij tegenover kijkend Nederland zou zeggen: ‘Deze persoon heeft dermate flinterdun haar – het is bijna snot.’ Maar dan prijst hij de bezitster van die onvolmaakte dos: ‘Ze geeft zich helemaal over’, waardoor hij goed kan ‘luisteren’ naar heur haar. Je hebt ook klanten die precies zeggen hoe ze het willen: ‘Dat wordt nooit niks.’ Mijn afkeer jegens deze autoritaire, theatrale ijdeltuit smelt langzaam weg als duidelijk wordt dat het faillissement mede ontstond doordat hij te lang alle 87 werknemers in dienst wilde houden.

Voor een feest bij de opening van zijn nieuwe kappersopleiding geeft hij zijn levensmotto voor zware tijden: ‘Kijk naar je partner en blijf kijken.’ Van Erp: ‘Wat zie je dan?’ ‘Het leven; het leven, godverdomme.’ En hij weent. Net als Collignon dat doet bij haar wedergeboorteshow na de ellende van het moeten ontslaan van haar team. Ook zij wordt door dik en dun gesteund door een hondstrouwe partner. Je kunt om ze lachen, maar denkt ook: chapeau. Is dienstbare liefde soms geen liefde? In aflevering 2 een perfectionistische trouwambtenaar die alles doet om stellen een onvergetelijke dag te bezorgen, en stralend middelpunt wordt van haar eigen ‘vernieuwing van trouwbeloften’. En een upperclass ouder echtpaar dat een schoonmaakbedrijfje runt, waarbij de vrouw soppend eigenares en haar man de enige, stofzuigende werknemer is. Haar biografie kent volop gruwel en ze berust erin dat ze na een wild leven eindigt met een lieve man die bepaald niet haar prins is (hij staat ernaast als ze het zegt). Voorzichtige tragiek, maar ook zij maken er wat van. ‘Respect’, zouden straatgassies zeggen. Respect met een knipoog en lichte melancholie: Van Erps handelsmerk.


Vanaf donderdag 26 februari, NPO 1, 22.10 uur