Het is brand, mijn liefje

Ook toen ik klein was, was alles anders. Het was de periode dat je bijvoorbeeld, als je telefoneerde, regelmatig getuige was van andermans telefoongesprekken. Als leergierige puber had ik daar veel behoefte aan, want thuis waren ze verre van open als het om de essentiële vraagstukken des levens ging.

Een van deze gesprekken heeft mijn leven bepaald. Het ging als volgt:
Hij: ‘Wendela, ik verlang naar je.’
Zij: 'Zeg dat nog eens met andere woorden.’
Hij (kort en krachtig): 'Vanavond. In de hooiberg.’
Zij zuchtte.
Hij: 'En breng de lucifers mee.’
Zij: 'Ja, reken maar, pyromaan van me…’
Na zonsondergang stond ik aan het raam van m'n jongenskamertje gekluisterd. Ik hield de hemel scherp in de gaten. De horizon lichtte nergens op. Teleurgesteld kroop ik in mijn jongensbed. Pas ’s nachts, al dromend, begreep ik de metafoor achter het afgeluisterde gesprek. Opeens stond ik zelf in vuur en vlam en speelde hoogstpersoonlijk voor vrijwillige brandweer.
Sindsdien begrijp ik de kracht van de erotiek. De jongeren van nu blijken er weinig begrip voor te hebben. Zij gedragen zich, in leer en panterdessin gestoken, uitdagend, zonder bij mij enig lustgevoel op te wekken. Want wij, ervaren erotomanen, weten maar al te goed dat vuurtorens zelden in brand vliegen.