POPMUZIEK

Het is een boze wereld en alles komt goed

Neil Young

De hoes van het nieuwe album van Neil Young is prachtig en alleszeggend. We zien, in zwart-wit, Young. Hij speelt op een elektrische gitaar. Voor hem staat een microfoon. Hij houdt zijn gitaar met de hals omhoog, een pose die volume suggereert. Tussen ons en Young zit afstand. Het is de samenvatting van het volledige album.
Le Noise is Neil Youngs eerste album met producer Daniel Lanois, bekend van legendarische albums als The Joshua Tree van U2 en Bob Dylans comebackalbum Time Out of Mind. Dat de titel van het album is afgeleid van zijn achternaam is exemplarisch: Lanois is bepaald geen anonieme producer. Hij hoort in het rijtje van Rick Rubin en Steve Albini: producers wier namen doorgaans even bekend zijn als de titels van de albums waaraan ze hebben meegewerkt.
Geldt Albini als de grote uitkleder en Rubin door zijn recentere werk met Johnny Cash en Neil Diamond ook, Lanois is dat zeker niet. In het cd-boekje van Le Noise is het tevergeefs zoeken naar muzikanten of instrumenten: hier horen we echt alleen Young en zijn gitaar. Maar niet op de Rubin-manier, niet in alle kale eenvoud. Young moet zijn omringd door een vloer vol effectpedalen, en ook met galm en echo is Lanois niet zuinig geweest. Man met alleen een gitaar, ja, maar dan wel met al het geluid dat het instrument kan voortbrengen.
Het resultaat is een album dat op een spannende manier tegelijk heel intiem en tamelijk afstandelijk klinkt. Alsof Young speelt voor de luisteraar en alleen de luisteraar zelf, maar dan soms wel op meters afstand. Young de ongrijpbare. Akoestisch, klein en verstild als het nodig is om zijn verhaal te vertellen, maar net zo vaak genadeloos raggend over een muur van vervorming.
Zijn teksten zijn direct, opsmukloos, kordaat. ‘I’ richt zich tot 'you’, in zinnen die mededelingen zijn. Ook in het lange, verhalende The Hitchhiker, een nummer dat Young bijna twintig jaar geleden al live speelde, maar nu eindelijk van een einde heeft voorzien en opgenomen.
Het openingsnummer is de uitgestoken hand van een man die steeds vaker afscheid moet nemen: 'I lost some old friends I was travelling with/ I miss the soul and the old friendship/ Walk with me.’ Hij kijkt nog steeds om zich heen, de artiest die zich in zijn decennialange carrière vaak geëngageerd toonde maar zich nooit in klassieke links-rechts-schema’s liet vangen. En wat hij dan ziet is dit: 'It’s an angry world/ And everything is going to be allright.’
In Love and War merkt Young zelf op dat hij er regelmatig over heeft gezongen, die grote wereldthema’s. Zonder illusie: 'When I sing about love and war I don’t really kwow what I’m saying.’ Wat hij wel weet is dit: 'The saddest thing in the whole wide world is to break the heart of your lover.’
In een recent interview zei Young dat een artiest nooit moet leven naar de verwachtingen van zijn fans. Die kunnen zich gelukkig prijzen met deze opvatting over het kunstenaarschap, want die heeft hem op zijn 64ste een van zijn allerbeste albums opgeleverd.

Neil Young, Le Noise (Warner)