Film: ‘The Meg’

Het is een haai

‘The Meg’, regie Jon Turteltaub © Warner Bros. Pictures

In de afgelopen weken ging ik naar films die op dit moment over de wereld heen draaien, drie om precies te zijn: Skyscraper, Mission: Impossible – Fallout en het meest recent, The Meg. Wat ik zag is diep triest. Deprimerend. De domheid van verhaal en personages en de afwezigheid van ook maar een suggestie van originele visuele vormgeving zijn iets om te aanschouwen. Ik zal een voorbeeld geven: in The Meg vechten mensen tegen een prehistorische haai zo groot als een voetbalveld. Dat doen ze in de buurt van de Marianentrog. Op het moment dat het monster in beeld verschijnt – groezelig, plastic, lachwekkend – zegt een vrouwelijke marinebioloog: ‘Het is een haai!’

Tijdens het kijken schoot mij te binnen dat The Meg zó slecht is dat incompetentie onmogelijk in het spel kon zijn. Ik bedoel: het niveau is dermate laag dat de kans levensgroot is dat de betrokkenen – scenarist, regisseur, producent – hun film bewust dom hebben gemaakt. Ik heb daar ook wel bewijzen voor: een paar zomers geleden las ik de boeken van de Amerikaanse schrijver Steve Alten waar de film op gebaseerd is. Deze thrillers zijn oké als je van dit soort verhalen houdt. Zo dom als de film zijn ze zeker niet. Met andere woorden: het verhaal ís er, zelfs de teksten van de personages zijn er. Je hoeft ze alleen maar in een script te knippen en plakken om een redelijk intelligentieniveau te bereiken. Maar nee. De makers van The Meg willen een onnozele film.

Een verklaring voor dit fenomeen heeft, denk ik, te maken met de risico’s die verbonden zijn aan grote films zoals deze. Vandaar dat verstandeloosheid en gebrek aan originaliteit zich als een brandend vuurtje verspreiden: op de avond van The Meg draaiden er twee trailers, eerst Superfly, daarna Papillon. Beide voorfilms slurpten al mijn energie op; het zijn remakes. Vooral de tweede ziet er schandalig uit. De hoofdrolspelers zijn evident gekozen, omdat ze veel lijken op de acteurs uit het origineel, Franklin J. Schaffners jaren-zeventigverfilming van Henri Charrière’s cultroman met in de hoofdrollen Steve McQueen en Dustin Hoffman. Bovendien, alledrie de films waar ik het over heb zijn remakes: Skyscraper is Die Hard en The Towering Inferno; Mission Impossible herkauwt de conventies van de televisieserie uit de jaren zestig én die van Brian De Palma’s meesterlijke eerste film uit de huidige reeks; en The Meg is een bittere oprisping van Jaws, om precies te zijn Jaws III.

Populaire cinema draaide altijd al om het opnieuw vertellen van dezelfde verhalen. Maar kopiëren alsof het origineel nooit heeft bestaan, spreekt van een kil cynisme. De logica: Papillon en Jaws en Die Hard zijn meesterwerken, laten we die namaken, maar laten we het simpel houden, zodat het grootst mogelijke publiek het kan volgen. Te oordelen naar de drie films die ik heb gezien is het tijd om makers aansprakelijk te houden. Willens en wetens stompzinnige cinema maken is een schandaal en deze films zijn rotzooi van het ergste soort.


The Meg, Mission: Impossible – Fallout en Skyscraper zijn nu te zien