Arjen Duinker

Het is een mooie dag

De ene schrijver zegt dat hij maar wat doet: «Ik doe maar wat.»

De andere schrijver zegt dat het succes van de vaderlandse literatuur in den vreemde bijna helemaal aan hem te danken is: «Het succes van de vaderlandse literatuur in den vreemde is bijna helemaal aan mij te danken.»

Aan de overkant van het water rijden drie zwarte auto’s in verband met de begrafenis van de schrijver die zei dat hij alleen schreef voor het geld: «Ik schreef alleen voor het geld.»

Het is een mooie dag. Het is een dag die de geschiedenis zal ingaan als een mooie dag. Mannen en vrouwen drinken koffie aan kleine tafeltjes. Ze praten over bloemen en kleuren en kinderen en vakantie. Ze kijken elkaar vriendelijk aan en tonen begrip. De reikwijdte van dat begrip is de schaal met koekjes.

Het is een stinkende dag. Het is niet een dag die verleidt tot het maken van een wandeling langs de sculpturen in de stad. Het is een dag om koffie te drinken en de mannen en vrouwen aan je tafeltje te vragen naar hun plannen. Om misselijk te worden en het overgeven tegen te houden en vriendelijk te kijken. Om te zeggen: «Voor ik naar jullie plannen vraag, wil ik graag zeggen dat ik geweldig blij ben jullie weer eens te zien.»

De ene schrijver heeft geen onderwerp. De andere schrijver vertelt in zijn boeken, aan de hand van de bochten en knikken in de takken van de bomen, over zijn onomkeerbare gang naar de onsterfelijkheid. Aan de overkant van het water veegt een man in een overall blaadjes op een grote hoop.

«Weet u», zegt het meisje dat op haar hurken zit te vissen tegen de man, «ik wil later ergens anders gaan wonen, in een kleinere plaats, denk ik, ergens waar de politie niet bij je mag aanbellen. Ik wil een tuin met elk jaar nieuwe planten. Ik hoef geen groot huis, maar een washok moet er zijn. Vindt u het leuk om te fantaseren? Ik wel. Volgens de juffrouw op school zou ik mijn spreekbeurt over mezelf moeten houden. Ja, en dan zeker allerlei geheimen verklappen! Raar idee. Straks ga ik even bij Tess spelen, die zit bij mij in de klas, ze heeft cavia’s en een papegaai en een stapel puzzels, van haar nichtjes gekregen. Ik wil later ergens anders gaan wonen, ergens waar je de hele dag puzzels mag maken en waar het mooier is dan hier. Het is hier wel mooi, maar het stinkt haast altijd. Ik probeer er niet op te letten. Bij mij in de buurt is een glijbaan en een klimrek en een voetbalveldje, en onze buurvrouw kan heel lekker koken. Ik wil ook heel lekker leren koken, dan ga ik koken en voor mijn planten zorgen, en koken en fantaseren, en koken en om me heen kijken, en koken en slapen. Maar misschien gaat al dat koken wel vervelen, ik weet het niet. Ik zou hier ook kunnen blijven wonen, maar dan aan de rand van de stad. Daar stinkt het in elk geval een stuk minder. Voor mijn verjaardag wil ik net zo'n overall als die van u.»