Interview: Bernard-Henri Lévy, de laatste Europeaan

‘Het is één voor twaalf’

Luister naar de klachten van de mensen, zegt zelfbenoemd intellectueel klokkenluider Bernard-Henri Lévy. Maar blijf wel pal staan voor de idealen waar je in gelooft. ‘De zwijgende meerderheid weet dat er geen heil is zonder Europa.’

Al ruim twee maanden houden de gele hesjes Frankrijk in de greep. Afgelopen zaterdag marcheerden ze in Parijs, Bordeaux, Straatsburg en waar niet al. Het geweld bleef deze keer beperkt, al werd in Rouen een team journalisten van tv-zender lci aangevallen. Deze week begonnen ook de debatten die de Franse regering door het land organiseert in de hoop zo een uitlaatklep te bieden voor de woede onder de bevolking. Maakt ze zich hier niet alleen maar kwetsbaarder door? vragen commentatoren zich af.

Het wantrouwen in politiek en media is groter dan ooit tevoren, zo bleek uit een enquête van het instituut voor politieke wetenschappen Sciences Po. Het dominante sentiment onder de Fransen is ‘verslagenheid’. Ondertussen danst Macron op de rand van een wekelijks uitbarstende vulkaan. Nog slechts twintig procent van de Fransen zegt vertrouwen in de president te hebben.

Maar er is ook een tegenbeweging gaande en een prominent geluid daarin wordt vertolkt door de sterfilosoof Bernard-Henri Lévy. Hij steunt Macron door dik en dun en voert al weken een ware Twitter-campagne tegen de gele hesjes. ‘Vrijwel alle eisen die de gele hesjes naar voren brengen zijn gerechtvaardigd’, zegt Lévy bij hem thuis in Parijs, ‘zeker waar het aankomt op fiscale en sociale rechtvaardigheid.’

Het probleem is de ideologie die hij achter de beweging waarneemt. ‘Er is sprake van een sterke nationalistische beweging in Europa. Ze is anti-immigratie, antidemocratisch en anti-elite en ik denk dat deze beweging naar de ondergang leidt.’ In zakenkrant Les Echos deed Lévy er vorige week nog een schepje bovenop. Hij hield een hartstochtelijk pleidooi voor de zittende politieke elite. Voor het eerst sinds lange tijd probeerde die te begrijpen wat er aan de hand was en oplossingen aan te dragen.

13 maart staat BHL in Carré met zijn internationaal geroemde programma Looking for Europe:
Kaarten zijn verkrijgbaar via Carré

Er waren twee Frankrijken, zeker. Maar niet het Frankrijk ‘van boven’ en het Frankrijk ‘van onder’, zoals veelgeciteerde demografen als Christophe Guilluy beweren. Het was eerder het Frankrijk van 1789 versus het Frankrijk van de extreem-rechtse liga’s uit de jaren dertig. Universalisme versus fascisme. Het is Lévy’s manier van zeggen dat er nu wel genoeg is meegebogen met de populistische storm die door Europa raast. Neem de klachten van de mensen serieus, luister, maar blijf pal staan voor de idealen waar je in gelooft. Zowel waar het de liberale democratie betreft als de Europese gedachte.

Bernard-Henri Lévy (70) is een van de schaarse intellectuelen die het Europese project nog steeds zonder reserve omarmt. ‘Het is de politieke unie of de barbarij’, schreef hij ten tijde van de Russische inval in Oekraïne (2014). ‘Toen was het vijf voor twaalf’, zegt hij. ‘Nu is het één voor twaalf.’ Met het oog op de Europese verkiezingen zal ‘bhl’ vanaf maart een theatertour langs een twintigtal Europese steden ondernemen, waaronder Amsterdam. Looking for Europe luidt de titel. Het doel? De ‘Europese patriotten’ een hart onder de riem te steken. Zelf noemt hij zich nadrukkelijk zo: een Europese patriot ‘van Franse origine’. ‘In Amsterdam, in Praag, in Lissabon, in Milaan, ik weet dat er overal mensen zijn als ik, maar dat zij zich niet durven uit te spreken’, zegt Lévy. ‘Deze zwijgende meerderheid weet dat er geen heil is zonder Europa, en ze weten dat dat iets goeds is.’

Met die boodschap zwemt Lévy stevig tegen de eurosceptische stroom in. Alleen de Franse president Macron durft het eigenlijk nog: een ambitieuze Europese visie neerzetten. In 2017, niet lang na zijn aantreden, sprak hij in een toespraak op de Sorbonne over de noodzaak van een ‘Europese soevereiniteit’. Wil de EU zich handhaven in de nieuwe wereldorde, waar de Russische, Amerikaanse en Chinese rijken elkaar beconcurreren, dan heeft ze handelingsvermogen nodig. Macrons boodschap vond toen al weinig weerklank. Zijn collega’s hadden het druk met populisten van zich af slaan, als die niet al aan de macht kwamen, zoals afgelopen zomer in Italië. Inmiddels moet ook Macron vechten voor zijn politieke bestaan.

‘De godin Europa is in gevaar’, schrijft Lévy in de begeleidende tekst van Looking for Europe. Europa, het ‘eiland van democratie en recht’ wordt van binnenuit aangevallen door populisten en van buiten in de steek gelaten door de twee bondgenoten ‘die het continent de afgelopen eeuw tot twee keer voor de zelfmoord behoedden’. Ondertussen is het ten prooi ‘aan de manoeuvres vanuit het Kremlin’ en kwetsbaar voor de ‘zich steeds nadrukkelijker manifesterende begeerte van het Chinese imperialisme’. Urgentie genoeg dus en vandaar Lévy’s idee om zijn ‘pelgrimsstaf’ op te pakken en Europa in te trekken.

Dat klinkt nederiger dan het is. Looking for Europe wordt opgevoerd in de meest illustere zalen, zorgvuldig uitgekozen door Lévy zelf. Het Tivoli in Barcelona, het Franco Parenti in Milaan, Carré in Amsterdam. Ook zal hij optreden in Missolonghi, de plek waar Lord Byron, ‘een groot Europeaan’, stierf gedurende de Griekse onafhankelijkheidsstrijd. Samen met de schrijver, kunstverzamelaar en avonturier André Malraux behoort Lord Byron tot Lévy’s persoonlijke helden.

Het is waar een deel van de kritiek die hem al jaren treft over gaat. Lévy komt weliswaar op voor de onderdrukten, waar ook ter aarde, maar jaagt ondertussen steeds óók zijn eigen romantische droom na. Engagement, ja graag, en vol overtuiging. Maar voor minder dan Lord Byron doet hij het niet. Bij elke missie die Lévy onderneemt reist een filmploeg in zijn kielzog mee om zijn verrichtingen vast te leggen. Het maakt hem tot een dankbaar onderwerp voor spot. Zo kreeg hij de afgelopen jaren reeds verschillende aanvallen met slagroomtaarten te verwerken, zogeheten entartages. En tijdens zijn recente Twitter-campagne tegen de gele hesjes wees iemand hem erop dat hij geloofwaardiger zou zijn als hij de geolocalisatie van zijn telefoon zou uitzetten. Nu zag immers iedereen dat hij in Marrakesj zat, waar hij een zestiende-eeuws stadspaleis bezit.

Maar ondertussen staat Lévy er altijd wél. In 2011 zag ik hem bezig in rebellenbolwerk Benghazi in Libië, waar hij kritische massa voor een militaire interventie verzamelde. Later kruisten onze wegen opnieuw, nu in Iraaks Koerdistan, waar hij langs de duizend kilometer lange frontlinie met Islamitische Staat reisde. Eerder bezocht hij de farc in Colombia, rebellen in Darfur en tal van andere vergeten oorlogen. Al zo’n vijftig jaar gaat het nu zo.

Lévy, die een fortuin erfde van zijn vader, beschikt over de telefoonnummers van de machtigen der aarde en is getrouwd met een excentrieke Frans-Mexicaanse actrice. Het ene moment dineert hij met Arianna Huffington in New York; het volgende eet hij geroosterd schaap in de Libische woestijn. Het is het leven uit een jongensboek. De identificatie met grote namen uit de Europese cultuurgeschiedenis is er al vanaf het moment dat Lévy als student filosofie gehoor gaf aan een radio-oproep van de oude Malraux en zich naar Bangladesh spoedde, dat onder de voet dreigde te worden gelopen door het Indiase leger. Malraux, de oprichter van de España, het squadron waarmee de latere cultuurminister van De Gaulle in 1937 de strijd aanbond tegen de franquisten!

‘We worden aangevallen door degenen die niet in de liberale democratie geloven en verdedigd door degenen die er niet lánger in geloven’

De Spaanse Burgeroorlog zal steeds opnieuw een referentie blijken. ‘Ze staat voor de notie dat we het fascisme hebben zien aankomen, maar niet hebben ingegrepen’, verklaart Lévy. Een dergelijk mechanisme ontwaart hij nu ook in Europa. ‘We worden aangevallen door degenen die niet in de liberale democratie geloven en verdedigd door degenen die er niet lánger in geloven’, zegt hij.

De locatie van Lévy’s woning mag uit veiligheidsoverwegingen niet worden prijsgegeven, hetgeen jammer is, want het uitzicht is gerust spectaculair te noemen. Maar sinds de aanslag op het satirisch weekblad Charlie Hebdo staat hij op een lijst met te beveiligen personen. Hij gaat nergens naartoe zonder agenten. Op het moment van mijn komst is van de heer des huizes geen spoor te bekennen. Twee in witte livrei gehulde bediendes leiden me naar een salon. Er staan met kussens beladen fluwelen bankstellen waar je diep in wegzakt. De wanden zijn behangen met opbollende antieke spiegels. Er is Aziatisch antiek, een houten boeddha in karakteristieke kleermakerszit en op een tafeltje in de hoek zit wat op een opgezette kat lijkt, die later toch blijkt te leven.

Na een minuut of twintig klinkt er gestommel in een aanpalend vertrek en zwaait een deur open. Het is Lévy, de grijze haren verward, het kenmerkende witte overhemd tot de navel opengesneden en op sokken. Het voelt wat onwerkelijk om hier te staan tegenover de man van wie ik als student Les aventures de la liberté las, een met veel vaart geschreven geschiedenis van twintigste-eeuwse Franse intellectuelen. Zeker op het moment wanneer hij ‘kun je mijn schoenen brengen, Harry?’ in de richting van de gang roept en momenten later een van de bediendes met een paar zwarte schoenen in zijn handen aan komt sloffen.

Lévy verdwijnt weer in het vertrek, dat zijn studeerkamer blijkt te zijn, en komt daar een dikke tien minuten later opgefrist uit tevoorschijn. Al snel komt het gesprek op een reis die hij in 1989 langs een vijftal ‘bevrijde’ landen uit het voormalige Oostblok maakte, waaronder Hongarije. Hij ontmoette er de huidige premier Orbán, nu vaandeldrager van een ‘illiberale democratie’, die in nationalistische kringen door heel Europa op grote belangstelling kan rekenen. Maar toen was hij nog een sympathieke dissident die niet veel anders dacht dan Václav Havel.

Zegt de evolutie van Orbán iets over de evolutie van Oost-Europa als geheel?

‘Een van mijn observaties was dat het communisme duurzame schade in de hoofden van de mensen had aangericht. Bepaalde reflexen die voor ons in het Westen vanzelfsprekend zijn, zoals het gevoel van verantwoordelijkheid, de smaak van de vrijheid en tolerantie hadden hun betekenis verloren. Het communisme was niet als een glazen plaat waaronder het lichaam intact gebleven was, het lichaam zelf was erdoor aangetast. Dat moest gerestaureerd worden, maar die culturele arbeid is nooit verricht.’

Net als veel andere Franse intellectuelen mengde Lévy zich in de jaren negentig in de discussie rond het conflict in voormalig Joegoslavië. Maar dan wel bhl-style. Hij reisde naar Sarajevo en liet zich er filmen terwijl om hem heen de kogels in het rond vlogen. Terug in Parijs wist hij president Mitterrand over te halen naar de door de Serven belegerde stad te reizen – hetgeen de weg opende voor hulptroepen van de VN.

Het is ook in Sarajevo waar Looking for Europe is gesitueerd. Maar dan aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Het stuk volgt een avond uit het leven van een schrijver die de dag erop een belangrijke toespraak moet houden. Gedurende een monoloog van anderhalf uur, gespeeld door Lévy zelf, volgt het publiek zijn worsteling. Ondertussen passeren tal van bekende en minder bekende figuren uit de Europese geschiedenis de revue. Een eerste versie van het stuk werd in 2014 opgevoerd als Hôtel Europe. Bevriende media deden nog wel hun best er iets aardigs van te zeggen, maar Le Monde brandde het genadeloos af. De krant ergerde zich aan ‘de eindeloze namedropping’, en ‘het totale gebrek aan performatieve kracht’. ‘Obsceen, meer nog dan gezwollen’, luidde het eindoordeel. Het stuk sneuvelde na een paar weken. Afgelopen zomer voerde Lévy het in aangepaste variant op in Londen (titel: Last Exit Before Brexit) en aan de vooravond van de Midterms speelde hij het afgelopen najaar in New York.

Bernard-Henri Lévy noemt zichzelf een ‘intellectuele klokkenluider’. Voor die benaming valt veel te zeggen, maar dan wel een die zorgvuldig waakt over zijn imago. Daarbij hoort een initiaal (‘bhl’), een diep uitgesneden wit overhemd en een zwart pak. Het verhaal van Lévy’s komeetachtige opkomst in de Parijse intellectuele wereld is al vaak verteld. Als gastredacteur van het literaire weekblad Les nouvelles littéraires zorgde hij in 1976 voor een mediastunt zoals die daar nog niet eerder was vertoond. Hij voerde zeven jonge auteurs op die publiceerden in de boekencollectie die hij bij uitgeverij Grasset bestierde. Wat zij behalve hun jonge leeftijd met elkaar gemeen hadden, was niet direct duidelijk. Maar Lévy was op het lumineuze idee gekomen hen een aantal illustere Franse denkers te laten interviewen. Hij schreef er een voorwoord bij (ondertekend met de fameuze initialen ‘bhl’) en plakte er het etiket ‘Nieuwe Filosofen’ op, alsof het een wasmiddel betrof.

Publieke bekendheid kreeg Lévy een half jaar later toen hij te gast was in Apostrophes, het legendarische boekenprogramma van Bernard Pivot. Directe aanleiding was de publicatie, een paar weken eerder, van La barbarie à visage humain. Hierin maakte Lévy de trieste balans op van de twintigste eeuw, getekend als die was door stalinisme en fascisme. Hij wierp zich op als vertegenwoordiger van een nieuwe generatie die ernaar verlangt de politiek opnieuw te denken, dat wil zeggen, buiten de totalitaire kaders. De Apostrophes-uitzending bezorgde Lévy nationale roem, mede door zijn dandyeske voorkomen: wit overhemd, sigaret losjes in de hand, lange zwarte lokken en indringende blik. Pivot noteerde later in zijn memoires dat zijn zeventienjarige dochter hem bij thuiskomst vertelde dat ze die avond de reïncarnatie van Arthur Rimbaud had gezien.

Van La barbarie à visage humain werden enkele honderdduizenden exemplaren verkocht en spoedig stroomden uit de hele wereld journalisten toe die het fenomeen met eigen ogen wilden aanschouwen. Op YouTube staat een hilarisch filmpje van twee Amerikaanse journalisten die zich wagen aan een duiding van de ‘Mick Jagger of the brainy bunch’. bhl trakteert ze op een betoog over de Russische schrijver Solzjenitsyn, wiens Goelag Archipel een paar jaar eerder in vertaling was verschenen en voor veel beroering had gezorgd onder de Franse intelligentsia – doordrongen als die was door het ‘marxisme van Marx’. Maar Lévy vertelt het allemaal zó snel, gesticuleert zó driftig, dat de twee Amerikanen de draad kwijtraken.

Op Lévy’s stelling, namelijk dat het Westen aan de vooravond stond van een orwelliaans totalitarisme, waarin fascisme en communisme een sinister huwelijk waren aangegaan, viel overigens wel het nodige af te dingen – als er in het jaar 1977 iets op doorbreken stond, was dat het neoliberalisme. Maar het zou zijn opkomst als publieke intellectueel niet afremmen.

‘Migratie is de geest van Europa zelf, we hebben het continent opgebouwd met behulp van immigranten’

Tot op de dag van vandaag breken biografen zich het hoofd over de vraag hoe ‘bhl’ heeft kunnen uitgroeien tot de incarnatie van wat veel mensen onder een Franse intellectueel verstaan. Daarbij is belangrijk te bedenken dat Lévy’s opkomst samenviel met twee belangrijke ontwikkelingen in de Franse intellectuele wereld. In de nasleep van het zogeheten ‘totalitarismedebat’ gingen veel marxistische intellectuelen beschaamd in exil intérieur. Tegelijkertijd overleden nagenoeg alle grote intellectuele smaakmakers: eerst Aron, Sartre en Foucault, vervolgens Bourdieu, Derrida en Baudrillard. Dat schiep een vacuüm waarin mediagenieke figuren als Lévy vrij spel kregen.

Een baanbrekend filosofisch werk heeft Lévy nimmer geschreven, maar in het tv-tijdperk was dat allemaal van minder belang. Wat telde was de performance. Daarmee was de ‘media-intellectueel’ al snel een feit. Als geen ander weet Lévy journalisten te cultiveren. En anders zorgt hij wel dat hij op goede voet staat met hun bazen. Nog altijd beschikt hij over een ongekende mediamacht. Lévy kan dan misschien niet bogen op een origineel filosofisch oeuvre, een centrale overtuiging is er wél. Die komt erop neer dat het fascisme nooit helemaal verslagen is en elk moment de kop kan opsteken.

Deze stelling formuleerde hij voor het eerst in L’idéologie française (1981). Overal ziet hij een kosmische strijd tussen Goed en Kwaad, tussen Verlichting en anti-Verlichting, tussen fascisme en universalisme. L’idéologie française werd zeer kritisch besproken, maar het boek stelde Lévy in staat om de sociaal-culturele oorzaken van de opkomst van het Front National te negeren. Ook nu thema’s als immigratie en integratie al jaren prominent aanwezig zijn in het publieke debat worstelt hij zichtbaar met het thema.

‘Het is onverkwikkelijk’, zucht Lévy wanneer ik hem een grafiekje voorleg dat stelt dat 53 procent van de Fransen vindt dat er ‘te veel’ migranten zijn en 49 procent denkt dat ze ‘mijn land veranderen op een manier die me niet aanstaat’. ‘Natuurlijk moet je discussiëren, het gesprek aangaan, overtuigen, luisteren’, zegt hij, na een opmerkelijke stilte. ‘Je moet uitleggen dat migratie de geest van Europa zelf is, dat we het continent hebben opgebouwd met behulp van (moslim)immigranten, al moeten we strikt zijn wat betreft jihadisten. Maar als het racisme betreft, denk ik dat er geen ander argument bestaat dan te zeggen: nee, daarover discussieer ik niet.’

Een (te) ruimhartig migratiebeleid is dan ook niet wat Lévy de liberale elites verwijt. ‘Als ik ze iets verwijt is het dat ze niet luid genoeg hebben gezegd dat racisme onverdraaglijk is, dat de mishandeling van vrouwen leidt tot fascisme, dat blasfemie een heilig recht is. De elites zijn eerder te timide geweest!’

Enquêtes wijzen uit dat mensen zich bedreigd voelen in hun manier van leven. Immigratie maakt hen cultureel onzeker en ze vrezen dat de welvaartsstaat eronder zal bezwijken.

‘Ja, en ik kan me voorstellen dat dat in bepaalde landen onderwerp is van parlementair debat, waarbij dan kan worden uitgelegd waarom immigratie belangrijk is, economisch en cultureel, wat het bijdraagt aan een land, dat alles moet je zeggen!’

Wat is uw eigen positie?

‘Ik neem een tussenpositie in. Uiteraard denk ik niet dat Europa de hele wereld kan verwelkomen. Tegelijk denk ik dat een gecontroleerde immigratie voor Europa altijd zowel een roeping is geweest als goed voor Europa. Anders gezegd: ik ben voor een opname als morele plicht én voor de politieke verplichting die te reguleren, en ik ben me bewust van de spanning tussen die twee.’ Het veelgehoorde verwijt dat hij niet in contact staat met de gewone man werpt Lévy verre van zich. ‘Ik denk dat ik een substantiëler deel van mijn leven heb gewijd aan mensen die het moeilijk hebben dan meneer Mélenchon of mevrouw Le Pen (de respectievelijke aanvoerders van het uiterst linkse La France insoumise en de rechts-populistische Rassemblement National – mk). Ik heb veel meer tijd doorgebracht op ellendige plaatsen dan op plekken van welvaart en rijkdom. Of je zou moeten zeggen dat ik me voor de verkeerde armen heb ingezet, als ze dat zeggen, soit. Maar het is waar, je zou je kunnen afvragen of ik een goed beeld heb van de economische en spirituele armoede in mijn eigen land en elders op het continent. Zonder twijfel niet, en dat is een reden waarom ik dit Europese avontuur begonnen ben. Ik ga zorgen dat ik daar meer opmerkzaam op word.’

Volgens Lévy zijn veel vragen die eurosceptici stellen legitiem, maar is het probleem dat ‘professionele Europeanen’ daar nooit serieus op ingaan. ‘Wat levert Europa me op, wat pakt het me af, en wat is de balans? Dát zouden de vragen moeten zijn waarover het gaat. En ik begrijp dat je sceptisch bent wanneer je werkloos bent, of duizend euro per maand verdient, en ik denk dat Europese leiders daar veel te gemakkelijk aan voorbij zijn gegaan.’ De ‘overtuigde fascisten’ laat Lévy voor wat ze zijn. ‘Maar de mensen waar ik het net over had, de Europese burgers die zich verloren voelen, hún gaan we een antwoord bieden.’

Hij omschreef zich eens als ‘abonnee op uitzichtloze ondernemingen’. Meestal was de zaak al verloren nog voordat hij eraan begon. Zelfs het veelbelovende Libische avontuur zou uiteindelijk mislukken (Lévy erkent zijn verantwoordelijkheid hierin). Je kunt je afvragen wat dat voor Europa betekent. Is Lévy’s bemoeienis dan niet juist een slecht teken? Niet per se, verduidelijkt hij. Het is simpelweg wat eigen is aan intellectueel engagement. Engagement is als ‘een ton die naar beneden rolt en die je vervolgens weer omhoog moet rollen’. Een soort sisyfusarbeid dus. ‘De Franse en Amerikaanse schrijvers en intellectuelen die in Spanje vochten deden hun best. Maar uiteindelijk waren het de franquisten die wonnen. Je moet de morele kracht hebben om te vechten zonder garantie dat het goed afloopt.’

En zijn pensioen? Lévy denkt er geen moment aan. ‘Weet u, ik heb de Bangladeshi verdedigd, de Afghanen, de Koerden, de Libiërs. Maar nu staat ons Europese huis in brand, dus ik wil een van degenen zijn die meehelpt ervoor te zorgen dat het vuur zich niet verder verspreidt.’

Bernard-Henri Lévy: ‘Looking for Europe’

De Groene en Nexus Instituut halen Bernard-Henri Lévy naar Nederland. Zijn voorstelling, Looking for Europe, is op 13 maart te zien in theater Carré.

Een man zit op zijn hotelkamer. Het is de avond voor de Europese verkiezingen. Over enkele uren moet hij het podium op voor een beslissende toespraak. Zijn intentie is een ode aan Europa uit te spreken, maar hij twijfelt en valt ten prooi aan een intellectuele impasse. Wat volgt is een toespraak in een toespraak, een wankelen op de rand van de postmoderne afgrond.

Zo begint Looking for Europe, het stuk van Bernard-Henri Lévy, waarin de filosoof zelf de hoofdrol speelt. Hij trekt hierin ten strijde tegen de anti-Europese sentimenten. Hij vreest dat de Europese verkiezingen op 23 mei de rampzaligste ooit worden. De voorstelling was in Londen en New York binnen één dag uitverkocht. Kaarten (vanaf 25 euro) kunnen besteld worden via carre.nl