Interview Martin Amis

«Het is en blijft je vader»

In «Experience» mengt Martin Amis pornografie, pedofilie en zijn gebitscorrectie. Maar bovenal gaat de roman over zijn beroemde vader, de schrijver Kingsley Amis.

Martin Amis is niet meer het meedogenloze «jochie» van vroeger. Hij is ouder en wijzer, maar nog even snedig en onweerstaanbaar grappig. Zijn nieuwste boek Experience is sterk autobiografisch. Amis verhaalt over zijn controversiële verhouding met de pers, zijn scheiding, de pijnlijke renovatie van zijn gebit en zijn verbroken vriendschap met schrijver Julian Barnes. Hij beschrijft hoe na eenentwintig jaar onzekerheid duidelijk werd dat zijn nicht Lucy Partington slachtoffer was geworden van de seriemoordenaar Fred West. In diezelfde tijd ontdekte hij een buitenechtelijke dochter te hebben: Delilah Seale. Maar bovenal handelt Experience over de relatie met zijn beroemde vader en schrijver, Kingsley Amis, die in 1995 stierf.

Amis zit ontspannen in de woonkamer van zijn huis nabij Regent’s Park in Londen en draait geduldig zijn sjekkies. Zojuist heeft V.S. Naipaul Tony Blair een cultuurbarbaar genoemd. Doris Lessing vergeleek Blair daarop zelfs met Mugabe, omdat hij de culturele elite door middel van de zogenaamde klassenstrijd zou willen terugdringen. Het schijnt Amis niet te verrassen. «Alle politici zijn filistijnen, hoe kan het anders? Clinton is het minst erg; hij heeft nog een beetje cultuur. Blair valt wel mee, zeker ten opzichte van iemand als Thatcher. Ik kan me er niet echt druk om maken. Politici moeten zich sowieso niet met kunst bemoeien. In mijn boek Money is Thatcher een soort duistere aanwezigheid. Money had haar nodig, maar ik kan me geen roman voorstellen die Tony Blair nodig heeft. De politiek in dit land is zo nietszeggend geworden.»

In Experience lijkt Amis op zoek naar een objectieve waarheid en waarneming, terwijl hij die in zijn roman London Fields (1989) dood verklaarde. Amis: «Het is volkomen eerlijk geschreven. Er wordt geen spel met de lezer gespeeld. Ik denk dat het einde van het postmodernisme in zicht is. Het is een theorie, een idee, een beweging met een grote voorspellende kracht. De politiek is bijvoorbeeld volledig postmodern geworden. Maar het is verkeerd om het postmodernisme als een trend te beschouwen. Wanneer verschillende schrijvers uit verschillende landen hetzelfde doen, is dat een antwoord op een veranderende wereld. Het postmodernisme is een onderdeel van de evolutie van de roman. Het slokt zichzelf op. Het is nu tijd om verder te gaan.

Hét nieuwe thema voor de roman wordt de wetenschap, simpelweg omdat de technologie meer en meer de menselijke ervaringswereld binnendringt. Wij vertrouwen er blindelings op, ook al snappen we niet precies wat er gebeurt. Er zullen grote veranderingen optreden: in de komende twintig jaar zal het onderscheid tussen mens en machine worden herschreven. Iemand zal dit aan ons moeten uitleggen. Het is interessant te zien hoe de wetenschap is veranderd. Einstein hield de wetenschapsfilosofie bij omdat zij betekenis gaf aan zijn ontdekkingen. Hedendaagse wetenschappers verachten wetenschapsfilosofie: ze gaan hun eigen gang. Zij luisteren ook niet naar romanschrijvers, maar toch zal de mens willen weten wat de betekenis is van de veranderingen en hoe zij het mens-zijn beïnvloeden.»

Aan de nieuwe media, die de hele wereld zichtbaar maken, kleven ook politieke consequenties. Amis: «De wereld verkent op dit moment de idee van democratie. Internet is een dramatisering hiervan: iedereen is een film- en literatuurcriticus, iedereen telt mee en heeft zijn eigen domein. Ook anarchie speelt een grote rol.»

Een andere metafoor voor het moderne leven ziet Amis in karaoke. Men zingt niet alleen mee met Elvis, men is Elvis. Iedereen wil beroemd zijn, en niet alleen gedurende Warhols kwartiertje maar voor altijd. Echt is het evenwel niet, het is slechts een fantasie. Amis kent Big Brother niet, waarvan de Engelse variant binnenkort zal beginnen. Wel is hij (zelf geobsedeerd door faeces) zeer benieuwd of er ook op het toilet gefilmd zal worden.

De Britse schrijver mag zijn wilde haren hebben verloren, controversiële onderwerpen gaat hij niet uit de weg. Zijn roman mengt pornografie, pedofilie en de leden van het koninklijk huis, inclusief het fatale auto-ongeluk van prinses Diana. In Money (1984) en London Fields verkende hij ook al het schemergebied van de porno.

Is de aanpak hiervan na twintig jaar anders?

«Ja, de karakters in Money en London Fields waren pornoconsumenten. Nu gaat het meer om de producenten ervan. Normaal gesproken schrijf ik een artikel over het onderwerp in kwestie, zoals ten tijde van London Fields over darts, zodat je een kijkje achter de schermen kunt nemen. Hetzelfde geldt voor porno grafie: ik heb een stuk erover geschreven voor Talk, een Amerikaans tijdschrift. Ook heb ik een aantal pornoactrices ontmoet en een filmset bezocht om grip op het onderwerp te krijgen. Ik hoop dat er iets van deze ervaring in mijn onbewuste is gekropen en te voorschijn komt in de fictie.»

Het onbewuste is volgens Amis de bron van fictie, zoals het bewustzijn de bron was van zijn autobiografie. «Het verschil tussen de twee is groot. In fictie is de emotie beheerst, gedempt, terwijl bij deze autobiografie al mijn emoties op de voorgrond treden. Tijdens het schrijven van Experience veranderde mijn metabolisme helemaal. Ik kwam niet uit mijn bed voor twaalf uur ’s middags, en ik voelde me totaal anders dan normaal. Na het schrijven was ik emotioneel volkomen uitgeput, maar op een aangename manier. Ik gebruikte de waarheid en geen fictie, het bewuste en niet het onbewuste.»

Een catharsis?
«Catharsis suggereert dat er iets gezuiverd wordt. Maar de dood van een vader hoort daar niet bij: je kunt intens treuren om iemands dood, maar de pijn gaat niet weg. Het wordt nooit meer hetzelfde. Dus niets is definitief verwerkt. Het is een continu proces. Als je leest, communiceer je met de schrijver. Wan neer je werk van je dode vader leest, is dat een intensief contact. Het is een grote steun en erg ontroerend te beseffen dat hij nog altijd aanwezig is in zijn werk. Het beste van Kingsley is in zijn boeken te vinden.»

Amis schrijft daar ook over in een aangrijpende passage in Experience. De gedachte dat iemand, ook na zijn dood, in zijn geschriften is te vinden, is troostgevend. Maar Amis zelf moet deze gedachte tegelijkertijd pijn doen, wetende dat zijn vader slechts twee van zijn boeken heeft gelezen.

Is uw vader daardoor niet veel van zijn zoon misgelopen?

«Ja, dat is waar. Het was pijnlijk, zeker in het begin. Maar veel schrijvers stoppen na twee boeken omdat ze ouderlijke erkenning hebben gekregen. Ik niet. Misschien ging het inderdaad wel om ouderlijke erkenning, maar ik heb daar nooit echt naar gezocht.»

Amis senior leed aan fobieën, dronk stevig en sloeg nogal eens antisemitische taal uit. Amis junior noemde hem zelfs een «fascist». Ook leefde Kingsley voor overspel, wat uiteindelijk op een scheiding uitliep.

Heeft u geleerd van de fouten van uw ouders? «Ouders vervullen voorbeeldrollen in zowel positieve als negatieve zin. Een van de dingen waarover ik me verbaasde tijdens het schrijven van Experience was hoe zeldzaam het is dat iemand goed met zijn ouders kan opschieten. Zonder wrevel en ongeheelde wonden. Dat wil ik ook met mijn kinderen: het moet een liefdevolle, zich steeds ontwikkelende relatie zijn. Je moet elkaar accepteren, elkaar met respect behandelen. Zeer bewust ben ik me van het feit dat we gelijken zijn. Wanneer je ouder wordt, word je ongeduldiger en intoleranter. Je vindt jongeren weerzinwekkend, gekrijs van baby’s irriteert je. In tegenstelling tot Kingsley probeer ik mezelf hiertegen te beschermen.»

En op zijn beurt neemt Amis zijn vader af en toe in bescherming. «Kingsleys antisemitisme valt mee: het is een geërfd, reflexief bewustzijn van joden, niet een aversie. Het komt door zijn achtergrond. Hij had er boven moeten staan, maar dat lukte hem niet helemaal. Soms denk ik dat hij het alleen deed om mij woest te maken. Ik bedoel, waarom staat er niets in zijn brieven? De fobieën accepteer je gewoon. Het is en blijft je vader. En Kingsley was geen alcoholist, maar iemand die stevig dronk, uit gewoonte. Bovendien ken ik weinig alcoholisten met een oeuvre van dertig boeken. Op het laatst werd hij er gewoon te oud voor. Ik zei tegen hem: ‹You’re too old for this shit.›»

The Guardian tekende voor een voorpublicatie van een aantal opvallende fragmenten, geïllustreerd met foto’s van Martin Amis, zijn vader, een aantal ex-minnaressen en Lucy Partington, zijn vermoorde nicht. Amis is zich bewust van het feit dat hij zich hierdoor kwetsbaar maakt. «Ik ben op mijn hoede. In de afgelopen jaren zijn de media altijd tussen mij en mijn lezer gekomen. Nu heb ik het op mijn voorwaarden gedaan, met behulp van mijn bekwaamheid als schrijver. In mijn autobiografie spreek ik over dingen die al openbaar waren; ik geef alleen een waarheidsgetrouwe versie. Jammer genoeg wordt er weer te veel aandacht besteed aan de schrijver als persoon.»

Experience is in Engeland buitengewoon goed ontvangen. De critici zijn zelfs ondersteboven van Amis’ prestatie.

Is zijn verhouding met de media nu hersteld?
«Ja, ik denk dat het wel een stuk beter is geworden. Maar het heeft mij nooit echt dwarsgezeten. Toch zet Experience wel enkele dingen recht, maar dat was niet het motief om het boek te schrijven, misschien een half procent. Het is goed om hardnekkig storende invloeden te verdrijven. Mijn versie zal langer meegaan dan de krant van gisteren. Het belangrijkste voor mij was om over mijn vader te schrijven. Ik moest wel: hij is een uniek geval.»

Amis zet in Experience inderdaad een aantal zaken recht. Zo zet hij ook zijn vaders biograaf Eric Jacobs op zijn plaats, die na Kingsleys dood enkele gevoelige (en tamelijk smakeloze) anekdoten publiceerde. Amis: «Zijn reactie was pathetisch. Maar ik wilde niet wreed zijn, dus ik heb hem er redelijk gemakkelijk onderuit laten komen. Hij is een vlo.»

Een groot deel van Experience heeft Amis gewijd aan het rechtzetten van het beeld dat de media van hem creëerden toen hij een voorschot, dat hij kreeg voor The Information, gebruikte voor «esthetische chirurgie». De autobiografie laat zien dat de renovatie van zijn gebit bepaald geen pretje was. De beschrijving van de tandartsbezoeken zijn ijzingwekkend. Ook zijn schaamte geeft Amis treffend weer. Toch lijkt de aandacht die hij aan deze affaire besteedt, haar doel voorbij te schieten, omdat die zijn ijdelheid juist bevestigt. Amis: «Het zou geen eerlijke afspiegeling van mijn leven zijn als ik die episode eruit had gelaten. Geloof me, negentig procent van mijn leven beschrijf ik niet eens. Maar hieraan kon ik niet ontsnappen. Als het een ziekte was geweest die niet verward wordt met ijdelheid, hadden de mensen niet geklaagd. Ik heb er zelfs te weinig woorden aan besteed. Dingen die in je mond gebeuren, zijn erg centraal voor een mens.»