Verhalen over de planeet

Het is erger dan we denken

Een commandant der strijdkrachten die in een verre uitgedroogde vallei de vrede moest bewaren, en een schrijver die zijn overstroomde land ontvluchtte. Twee verhalen over één bedreigde wereld.

Drinkwaterkraan voor Syrische vluchtelingen in Ain Issa, Syrië, 2017 © Chris McGrath / Getty Images

In een uitgedroogde vallei is het moeilijk de vrede te bewaren

Drie jaar geleden gingen uitspraken van mij voor de eerste – en ook enige – keer viral op Twitter. Dat was nadat ik bij de Planetary Security Initiative, een door Nederland georganiseerde klimaatconferentie, had gesproken over de relatie tussen klimaatverandering en veiligheid. ‘Middendorp zegt dat klimaatverandering de wereldvrede bedreigt’, kopte de nostoen stellig op de website. Dat was niet zo. Ik zei alleen dat klimaatverandering indirect bijdraagt aan migratiestromen en instabiliteit. Maar de toon was gezet.

Er kwam door mijn uitspraken een debat in het parlement met de minister van Defensie, en veel mensen reageerden. Critici dachten dat ik overdreef. Anderen juichten het juist toe en nodigden mij uit voor toespraken. Ik kreeg de bijnaam ‘de groene generaal’. Toen dacht ik wel even: waar ben ik aan begonnen?

Maar spijt heb ik nooit gehad van die uitspraken. Ieder mens wil nu eenmaal voedsel, water, onderdak en veiligheid. En op het moment dat het klimaat verandert – wat duidelijk gebeurt – veranderen natuurlijke hulpbronnen. Vooral in ontwikkelingslanden verslechteren deze, moeten mensen worstelen om te overleven en verliezen ze hoop. Het gevolg is dat ze in beweging komen of ruzie krijgen over schaarse middelen. Ze moeten op andere manieren hun gezin onderhouden. Hoe dan ook komen mensen in elkaars vaarwater en ontstaan er spanningen. Conflicten liggen dan al snel op de loer. Dat is in een notendop waarom ik toen publiekelijk klimaat en veiligheid met elkaar verbond en waarom ik over dit onderwerp nog steeds regelmatig lezingen geef in binnen- en buitenland.

Vaak krijg ik na afloop van die lezingen de vraag wanneer ik me voor het eerst realiseerde wat de potentiële impact van klimaatverandering is op onze veiligheid. Dan noem ik steevast 2009, het jaar dat ik commandant was van een multinationale taskforce in de provincie Uruzgan in het zuiden van Afghanistan. We werden toen geconfronteerd met toenemende spanningen in Chora, een district in de omgeving. De Taliban dreigden daar de stad te overmeesteren en de controle over te nemen. Mijn militairen wilden de lokale bevolking beschermen en na twee dagen felle strijd tegen honderden Taliban hadden wij het gevecht gewonnen, maar niet het probleem opgelost. De spanningen bleven en de strijd kon elk moment weer oplaaien. Het kostte ons toen enkele maanden om erachter te komen wat het echte probleem was: een gebrek aan zoet water. De schaarste aan water veroorzaakte de spanningen en stelde de Taliban in staat hun macht te vestigen. Na bemiddeling over dat complexe probleem stabiliseerde de situatie in Chora en werd de vallei veiliger. Kinderen gingen weer naar school en boeren konden hun goederen weer op de markt verkopen.

In dat jaar heb ik geleerd hoe belangrijk het is om de diepere oorzaken van conflicten en instabiliteit nog beter te doorgronden. Ook zag ik welke impact de toenemende droogte heeft op andere conflictgebieden, zoals Syrië, Irak, Somalië, Soedan en Mali. Ons veranderende klimaat fungeert als een aanjager van dreigingen. Mislukte oogsten veroorzaakt door extreme droogte, of juist door overstromingen in de regenperiodes, kunnen leiden tot lokale onrust.

Dit zagen we bijvoorbeeld in Syrië. Het Syrische conflict is natuurlijk vooral veroorzaakt door politieke dictatuur, slecht bestuur en economisch wanbeheer, maar voorafgaand aan de catastrofale burgeroorlog ervoer Syrië de ergste jaren van droogte. Die waren niet voorzien in het nationale landbouwbeleid, hetgeen leidde tot verwoestende mislukte oogsten. Boeren moesten verhuizen naar steden waar ze geen werk vonden en jongeren werden vatbaarder voor extremisme. Juist in deze stedelijke periferie begonnen de eerste protesten, die uitgroeiden tot de burgeroorlog – een burgeroorlog met verstrekkende regionale en internationale gevolgen, zoals we nu allemaal weten, waaronder de ergste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog.

Dat de toenemende watertekorten de kans op conflicten in de wereld aanzienlijk vergroten, is niet heel moeilijk te begrijpen. Droogte betekent minder drinkwater, maar ook meer ziektes omdat mensen uit wanhoop vervuild water gaan drinken. En ziektes zorgen er weer voor dat mensen niet kunnen werken of naar school kunnen. Geen regen betekent ook geen gewassen en dus geen voedsel. En geen voedsel – of op z’n best stijgende voedselprijzen – betekent burgerlijke onrust.

We kunnen het mensen die moeite hebben om voor hun gezin te zorgen niet kwalijk nemen dat zij hun geluk elders zoeken. Hun enige optie is om naar betere plaatsen te migreren of naar alternatieve inkomstenbronnen te zoeken – en dat is precies wat hen kwetsbaar maakt voor de invloed van extremistische recruiters en georganiseerde misdaad, die deze wanhopige mensen werk en voedsel aanbieden. Deelnemen aan een gewapende groep is dus soms de enige beschikbare optie voor jongeren, zoals we nu bijvoorbeeld zien in Somalië, Soedan en de Sahel-regio. Deze regio is als de kanarie in de kolenmijn: een indicator voor wat er in andere kwetsbare delen van de wereld staat te gebeuren.

Waterschaarste kan ook een bron van conflict zijn tussen staten. Zo’n zestig procent van het drinkwater wordt aangevoerd via rivieren die door meerdere landen stromen. Veel van die landen bouwen dammen om het water vast te houden voor eigen gebruik, wat weer gevolgen heeft voor de lager gelegen landen en aldus voor regionale spanningen kan zorgen. Een land als Egypte is voor 95 procent van zijn watervoorziening afhankelijk van de Nijl en heeft al gedreigd met militaire inzet als die aanvoer in gevaar komt.

—————

Ik maak me dus grote zorgen, mede omdat steeds meer onderzoek aantoont dat in de toekomst nog meer delen van de wereld onleefbaar worden vanwege hitte, droogte en extreem weer. Zo voorspelt recent onderzoek van de Wereldbank dat alleen al de komende dertig jaar 140 miljoen mensen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika op de vlucht zullen slaan als gevolg van klimaatverandering. Volgens de Verenigde Naties zullen klimaatgerelateerde migratiestromen in de loop van de eeuw oplopen tot honderden miljoenen mensen wereldwijd. En het Intergovernmental Panel on Climate Change (ipcc) schrijft in het rapport Global Warming of 1.5 Celsius dat de temperatuur in het Midden-Oosten sneller zal stijgen dan het wereldwijde gemiddelde. Zelfs als we het voor elkaar krijgen de mondiale opwarming tot anderhalve graad te beperken, zal in het Midden-Oosten de temperatuur alsnog met twee tot drie graden stijgen. Als er geen vergaande actie wordt ondernomen, zal een deel van de steden in het Midden-Oosten voor 2100 onbewoonbaar zijn.

De klimaatcrisis is daarmee het ultieme paspoortloze probleem. Stijgende temperaturen, onvoorspelbare regenpatronen en aanhoudende hittegolven hebben geen enkele boodschap aan staatsgrenzen. Conflicten over de beschikbaarheid van water zullen toenemen, waardoor grote aantallen mensen op drift raken. In Irak zagen we al dat de toegang tot watervoorraden als een machtsmiddel wordt gebruikt tegenover de lokale bevolking. Water wordt niet voor niets door sommigen ‘de nieuwe olie’ genoemd, en is dus een nieuwe bron van oorlog. Het is met andere woorden ‘erger, veel erger dan je denkt’, zoals de Amerikaanse journalist David Wallace-Wells al schreef in de opening van zijn zorgwekkende en urgente boek De onbewoonbare aarde.

En ik ben niet de enige die zich zorgen maakt over de veiligheidsconsequenties van klimaatverandering. Een wereldwijd snel groeiende groep deskundigen en onderzoeksinstituten heeft zich verenigd in de International Military Council on Climate and Security, die ik voorzit en die tot doel heeft de veiligheidsimplicaties te onderzoeken en bij te dragen aan oplossingen. Daarnaast werk ik samen met Defensie aan innovaties om de militaire ecologische voetafdruk te verkleinen en ondersteun ik een team van innovators die goedkope technologie ontwikkelen om water met behulp van zonne-energie uit woestijnlucht te winnen, een technologie met een enorme potentie.

Als mensen niet voor hun gezin kunnen zorgen zijn ze kwetsbaar voor extremistische recruiters

Ik wil namelijk echt iets doen aan de grootste uitdaging van deze eeuw. Niet alleen voor de mensen die nú de impact van klimaatverandering ondervinden, maar vooral ook voor onze kinderen en kleinkinderen, voor de veiligheid van toekomstige generaties. Zouden we dat niet allemaal voor ogen moeten hebben?

Tom Middendorp


Zware regenval in West-Afrika, 2017 – ‘Het regenseizoen is teruggekeerd, elk jaar heftiger’ © Ahmed Jallanzo / EPA / HH

Het klimaat is een luciferdoosje, de oorlog strijkt af

In Sierra Leone lopen dorpen leeg en worden steden steeds voller. Burgers trekken weg uit eigen land. Boeren worden taxichauffeurs. Werklozen gaan op zoek naar geluk.

In de hoofdstad kruipen we tegen elkaar aan in overbevolkte ruimten. Onze passen worden kleiner. Auto’s spugen giftige uitlaatgassen en we ademen zwarte rook in. Onze longen werken traag. We snakken naar zuivere lucht. Jonge mensen gaan op zoek naar avontuur en vertrekken naar bestemming onbekend.

Bakken met regen komen uit de hemel. Rioleringen raken verstopt, waardoor het stromende water zich ophoopt op straat. Het worstelt zich een weg naar de vrijheid en neemt mensen, bezittingen en huizen mee de oceaan in. Als de regen na dagen stopt, zijn de ravage en het verlies ongekend groot. We begraven onze doden, drogen onze tranen en gaan door met wat we altijd al deden: we voeden de oceaan met plastic en hakken bomen om.

Eén jaar was het bijzonder droog, waardoor veel boeren een enorm verlies leden. Het leek alsof het regenseizoen een paar weken uitstel kreeg. De lucht bleef hoog en wit, wat betekende dat we geen druppel water zouden krijgen. Niemand wist wat de oorzaak was, behalve mijn oom, directeur van onze basisschool. Hij verweet het de regering en de grote bedrijven die bomen omhakten en dorpelingen uit hun huizen en van hun landbouwgrond joegen om grote oppervlakten aarde te ruïneren op zoek naar diamanten, bauxiet en goud.

Het is niet vandaag begonnen. We zijn al jaren bezig onze eigen leefomgeving onbewoonbaar te maken. Toen de natuur gewond raakte, voelde de mens zijn pijn. We werden zelf ziek en raakten uit balans. Als gevolg daarvan brak de burgeroorlog uit. We vluchtten massaal uit onze dorpen naar de grote steden, naar de buurlanden en over de oceaan.

—————

Het regenseizoen is teruggekeerd, elk jaar heftiger en onstuimiger. Vanuit de hemel dendert het kletterend op ons neer. Het water raast soms met grote woede richting de oceaan, die altijd snakt naar meer. Het geluid van de oceaan is als een trein die elke minuut komt en gaat. Ik luister naar de oceaan en droom erover om hem ooit over te steken. Ik heb angst en tegelijkertijd een fascinatie voor de oceaan. Mijn angst is dat het water in de straten mij ooit zal meenemen om me te laten verdrinken in de kolkende oceaan. Mijn fascinatie komt voort uit het bijbelse verhaal over Mozes die zijn staf uitstrekt over de Rode Zee om een vluchtweg te maken voor hem en zijn volgelingen. De Israëlieten wandelen veilig tussen de watermuren door, terwijl de Egyptische farao en zijn hele leger in zee verdrinken.

Thuis zit mijn oma zwijgend te mijmeren. Ze heeft onze ellende van ver zien komen. Ze zei me ooit dat het niet de wereld is die verandert, maar dat wij mensen de wereld laten veranderen. Haar woorden over mens en natuur werken nog steeds op me in als paracetamol op zeurende hoofdpijn. Mijn oma zei me dat de wereld in zijn vorm op zichzelf constant is, maar dat wij mensen de wereld in beweging zetten en zijn oorspronkelijke vorm veranderen. ‘Hoe wij met de wereld omgaan, vertaalt zich in hoe de wereld zich aan ons openbaart.’ Haar woorden plakken nog steeds als een magneet op mijn frontale kwab.

Een paar jaar na mijn oma’s wijze woorden over onze planeet kreeg ik op school les over de big bang, een verhaal dat regelrecht indruiste tegen de visie van mijn oma. Mijn leraar zei me dat de big bang ontstond doordat de planeten en sterren het samen oneens waren en met boosheid uit elkaar gingen. Een soort familieruzie die de planeten onafhankelijk maakte van elkaar en ze tegelijkertijd in dezelfde Melkweg deed ronddraaien. Dezelfde familie, maar uiteengevallen als individuen. Zo simpel legde mijn leraar het uit. ‘De mens had hier dus niets mee te maken’, zei hij stellig. Om rust in mijn bovenkamer te krijgen zocht ik naar een verklaring die beide theorieën kon verenigen. Waarom zou het niet zo kunnen zijn dat de slijtage van de aarde is begonnen met de komst van de mens?

Nu het nog kan

Deze essays zijn licht bewerkte voorpublicatie uit Nu het nog kan, een bundel van Extinction Rebellion Nederland, onder redactie van Eva Rovers, die 22 april verschijnt. Verder met bijdragen van o.a. René ten Bos, Mitchell Esajas, Vandana Shiva en Kate Raworth. De Bezige Bij geeft dit boek uit zonder winstoogmerk. De meeste auteurs hebben afgezien van een vergoeding en ook Extinction Rebellion zal niet financieel profiteren. De bundel wordt zo klimaatneutraal mogelijk geproduceerd.

—————

Ik vertelde mijn oma over het verhaal van de big bang en het ontstaan van de aarde. Zij geloofde er niets van en herhaalde haar visie: dat wij mensen de parasieten van de aarde zijn. Ze is ervan overtuigd dat de wereld zonder de mensheid heilig zou zijn gebleven. Mijn gedachten gingen terug naar het bijbelse verhaal over Adam en Eva, die als eersten in het aardse paradijs woonden. Eva heeft tegen Gods wil de appel van de boom geplukt; zou het klimaatprobleem hier al zijn oorsprong hebben? Was Gods bevel – ‘Blijf met je handen van de natuur af’ – gewoon een eerste klimaatkreet?

Hoewel mijn oma moslim was, vond ik haar in haar doen en laten meer animistisch. Animisme is het filosofische, religieuze of spirituele concept waarbij niet alleen mensen en dieren een ziel hebben, maar ook planten, stenen of natuurlijke fenomenen zoals donder, bergen en rivieren. Hier geloofde mijn oma heilig in. De natuur was voor haar wat God/Allah is voor moslims of christenen. ‘Wij verpesten de wereld’, zei ze vaak tegen me. ‘Wij zullen ons gedrag drastisch moeten veranderen. We moeten leren in harmonie te leven met de wereld om ons heen. En dat lukt alleen als we alle levens respecteren!’

Het klimaat is het luciferdoosje, de oorlog is degene die afstrijkt. Vluchtelingen zijn het ontstoken vuur. Om te kunnen vluchten moest ik naar de oceaan, maar ik wilde mij niet onvrijwillig laten meevoeren door het woedende water. Ik koos ervoor om mijn lot in eigen hand te nemen en stak de oceaan over. En dat zal ik weer doen. We hebben onze leefomgeving verpest en zijn niet in staat om ons te redden. We gooien olie op het vuur door tegen elkaar te vechten. Het zijn nu niet langer de planeten die het oneens zijn met elkaar, maar de mensen. We hebben ruzies over het eerlijk verdelen van natuurbronnen. Als gevolg daarvan pakt een groep mensen de wapens op en doodt elkaar. We verwoesten levens, huizen en bezit. We maken plannen om te vluchten naar de kosmos. Over een aantal jaren lezen we over de eerste Marsvluchtelingen. En het stromende water? Dat wacht geduldig om alle bewijzen uit te wissen.

Babah Tarawally


Tom Middendorp (1960) was van 2012 t/m 2017 commandant der strijdkrachten. Momenteel is hij fellow bij Instituut Clingendael en voorzitter van de International Military Council on Climate and Security, een mondiaal netwerk van senior militairen dat onderzoek doet naar klimaatverandering en veiligheid en het beleid op dit gebied ondersteunt

Babah Tarawally (1972) is schrijver, journalist en columnist voor onder andere Trouw. Hij werkt voor diverse organisaties die vluchtelingen en Nederlanders met elkaar verbinden. Zelf vluchtte hij in 1995 uit Sierra Leone vanwege het oorlogsgeweld. Hij schreef de boeken De god met de blauwe ogen (2010), De verloren hand (2016) en Gevangen in zwart wit denken (2018)