Interview met Marieke Bolhuis

‘Het is goed om naast de kunst een paard te hebben’

Marieke Bolhuis fotografeert historische landschappen en voegt daar zelfgemaakte kunstwerken aan toe. Door die combinatie hoopt ze mensen bewust te maken van hun roots. Bijvoorbeeld in het verre Iran.

Marieke Bolhuis is een paardenmeisje. Of paardenvrouw. Niet met de sfeer van eindeloos getut met paardenborstels en rondhangen op een manege, wel met de wind om zich heen, één met het dier waarmee ze urenlang door bossen rijdt. Met haar lange, blonde haar in een wat verwaaide creatie opent ze het hek van tuinvereniging Frankendaal in Driemond, een dorpje net naast Weesp. In een voormalig weiland staan daar enige tientallen huisjes, allemaal net iets verschillend ten opzichte van elkaar. Het ene heeft een veranda, het andere is helemaal van hout, een volgend bestaat vrijwel volledig uit glas. Tuintjes ervoor, die nu vooral bruin en modderig zijn. Een enkele overgebleven bloem fleurt het zaakje op. Een paar keer per week komt Bolhuis vanuit haar woonplaats Amsterdam naar Driemond. ‘Ik reed hier een paar jaar geleden op mijn paard langs toen er allemaal betonnen platen in het weiland lagen, de bases voor deze huisjes. Het leek me fantastisch om hier een plek te hebben, dus ik ben direct gaan informeren. En nog niet alles was bezet; ik mocht mijn eigen huis hier neer gaan zetten.’ Bolhuis draagt regenlaarzen en een dikke broek en trui. Praktische kleren. In het atelier kan het koud zijn. Het kacheltje dat ze heeft neergezet doet er een paar uur over om de ruimte van zo’n vijf bij zes meter te verwarmen. En als je daar in gewone kleren op gaat wachten, blijf je de rest van de dag verkleumd.

Het is een lichte, witte ruimte. Aan de muur hangen afdrukken van het werk dat Bolhuis maakte naar aanleiding van haar reis naar Iran in 2005. Foto’s van landschappen en bergketens, waaraan met de computer een glazen object is toegevoegd: groenblauw water in een meer, een veelkleurige berg, een vulkaan of gestapelde stenen. Kleurig, wonderlijk, vervreemdend. Boven de bergen lijken typisch Hollandse wolkenluchten te zweven.

Marieke Bolhuis: ‘Wij noemen dat zo, ja, maar misschien vinden Iraniërs het wel typisch Perzische luchten. Van wie is de lucht eigenlijk?’

Een paar van de glazen bouwsels die Bolhuis met de computer aan de foto’s toevoegt staan op de grond. Een centimeter of vijftien hoog, een diameter van zo’n dertig centimeter. Zo groot als ze op de foto lijken, moeiteloos passend bij het formaat van de bergen, zo klein zijn ze hier. Gestolde glasstromen en aan elkaar gesmolten, gekleurde, druppelvormige stukjes en scherven.

Bolhuis: ‘Ze zijn gemaakt van oud glas, flessen meestal. Glas bestaat uit zand en soda; natuurlijke materialen die gewoon al bestaan op de aarde, net als de landschappen die ik fotografeer. Door mijn reizen en de foto’s die ik ter plekke maak, neem ik iets van die verre wereld mee hier naartoe, maar ik geef ook weer wat terug.

De objecten die ik toevoeg aan een plek die ik bezocht heb, om de aandacht van de kijker er naartoe te trekken, noem ik landmarks. Om daardoor misschien een besef te voeden over de rijkdom van die plaatsen, van een verleden dat we met zo veel volkeren verspreid over zo veel verschillende landen delen. We zijn van oorsprong niet zo verschillend als we nu graag lijken te denken – om het overzichtelijk te houden misschien, of om anderen makkelijker de schuld te kunnen geven van wat dan ook.’

Bolhuis’ werk ontstaat vanuit het verlangen naar een oorsprong, naar het maken van contact met een rijke, historische plek: ‘Hetzelfde gevoel als toen Alphons Freymuth, van wie ik les kreeg op de academie in Enschede, me voor het eerst schilderijen van Permeke liet zien. Het gevoel van “opa”, van “thuis”, van “dit ben ík ook”. Het begon in Rome. Alles wat ik daar zag kwam eigenlijk ergens anders vandaan. Ik ervoer er geen authenticiteit en dacht: ik moet verder terug in de tijd. Maar in Egypte vond ik het ook niet. Toen bezocht ik een tentoonstelling in Leiden met beeldjes gemaakt door de Soemeriërs, en daar herkende ik iets in. En daardoor begreep ik dat ik naar Mesopotamië moest, waar zo veel van ons denken en handelen is begonnen. De bakermat van onze beschaving. Het gebied van de zijde- en handelsroutes. Het was fantastisch. Ik voelde die beschaving echt, voelde dat alles daar al heel lang aanwezig was. Daar ligt onze basis, maar dat bewustzijn is totaal in conflict met hoe wij nu, door Amerika, over die plekken denken en voelen. Het is vertroebeld.’

Zoals Bolhuis in haar werk werelden met elkaar verbindt, zo haakt ze al vertellend allerlei elementen uit haar leven moeiteloos tot een hecht geheel. De zomervakanties die ze als kind bij haar opa op Terschelling doorbracht. De ziekte van haar zusje. Haar onontkoombare drang om te tekenen. Het geconcentreerde, bijna meditatieve contact met haar paard Pet: ‘Een paard is een ongelooflijke spiegel van je gemoedsrust en vereist echt honderd procent aandacht. Voor mij is het heel goed om naast de kunst een paard te hebben. Het relativeert. Zo’n paard is volkomen autonoom, wars van alles.’

Dat hielp Bolhuis toen ze na een periode waarin het goed ging – ‘ik was jong en onbezonnen, straalde vrolijkheid uit en was overal welkom’ – terechtkwam in een tijd waarin het allemaal veel minder ging. Bijvoorbeeld door de zorgen om haar zieke jongere zus.

‘Mensen weten zich geen raad als het niet goed met je gaat. Ze was tien jaar lang ziek voordat ze stierf. Maar die periode ging niet over haar ziekte, maar juist over leven. Dat heeft me enorm verrijkt. Dat vind ik een voordeel van ouder worden: dat je beter in staat bent de dingen die je ervaart met je mee te dragen.’

Het had meer invloed. Na jaren alleen maar getekend en geschilderd te hebben koos Bolhuis vanaf 1986 een andere koers: ‘Ik had behoefte aan meer betrokkenheid bij de wereld om me heen, wilde meer deelnemen aan de maatschappij. Kunstproblemen als vorm en kleur kwamen over als belachelijke luxe; dat was niet waarover het in het leven ging.’

Ze maakte van wilgentakken een enorm liggend paard (twintig bij dertig meter groot, tweeënhalve meter hoog) op het strand van Terschelling en drie dobberend dansende figuren in de branding van de zee. Geïnspireerd door de zomers op Terschelling?

‘Vast ook wel. Mijn opa woonde met mijn oma in een huis bij de haven, maar had een knutselboerderijtje ergens anders op het eiland. Dat was een fantastische plek. Hier kon hij zijn gang gaan, dingen uitvinden. Hij was nieuwsgierig naar nieuwe spullen, zoals een videorecorder. Die kocht hij en dan bestudeerde hij ’m helemaal, met de dikke handleiding erbij. Hij hield van problemen en had altijd interessante oplossingen. Vooral zijn manier van leven is een inspiratie voor me geweest.’

Werken voor een baas was voor Bolhuis nooit een optie. Toch probeerden haar ouders Bolhuis in de richting van een zo normaal mogelijk beroep te krijgen. Bouwkunde studeren, of architectuur? Ze deed auditie voor de Rietveld Academie. Maar daar vonden ze haar te jong (‘Ik was zó boos!’). Toen werd het de lerarenopleiding tekenen en handvaardigheid. ‘Daar moest ik ineens meepraten over de opvoeding van twaalf- tot achttienjarigen. Terwijl ik zelf zeventien was. Dat vond ik erg schizofreen en ik ben er daarom na drie maanden mee opgehouden.’

Vervolgens gaf ze zich op voor alle kunstacademies in het land. Ze legde uiteindelijk een grillig, zelf bij elkaar gesprokkeld pad af van Rotterdam naar Enschede. ‘Mijn ouders hadden helemaal niets met hedendaagse kunst. Ik heb me daar pas heel recent bij neergelegd. Maar opa wel. Die kwam kijken, reed met z’n eigen autootje van Terschelling naar Amsterdam, ver in de tachtig.’ Hij kwam naar exposities van Bolhuis’ foto’s van landschappen met glazen fantasieboompjes, of vlinders met meisjesgezichten, zwevende paarden, sterren, twee ondergaande zonnen tegelijk, rode harten op het strand.

‘Eigenlijk gaat het me er steeds om duidelijk te maken dat veel plekken van iedereen zijn, dat dat wij-en-zij-denken zo beperkt is. Stromingen en verbanden zijn veel groter. Mijn werk is mijn manier van global thinking. Maar vroeger liepen we daar in Iran, bijvoorbeeld, allemaal bij elkaar.’

www.mariekebolhuis.com