Televisie

‘HET IS JOUW FILM’

TELEVISIE Bijna nooit

Bij een door het Stimuleringsfonds georganiseerde evaluatie van kunstenaarsportretten werden uitersten vertoond. In Raak me waar ik voelen kan van Simone de Vries was het onderwerp, de Amerikaanse cartoonist John Callahan, bijna voortdurend in beeld. In Dinner with Murakami van Yan Ting Yuen bleef de publiciteitsschuwe Japanse schrijver onzichtbaar en onhoorbaar. Toch constateerde filmer Ineke Smits verwantschap, omdat het intense zoektochten naar de geest van de kunstenaar betrof. Die van Callahan, vergaand verlamd door een ongeluk, uit zich in rücksichtslose tekeningen waarin hij met zijn rolstoel net zo hard over de tenen van Bush rijdt als over die van progressieve activisten; en in songs waarin onder een cynische buitenkant verrassende gevoeligheid schuilt. Murakami, geportretteerd via passages uit zijn werk en analyses daarvan, maakte zich als persoon en auteur los uit de collectivistische Japanse cultuur, maar kwam in 1995 door de aardbeving in Kobe en de metroaanslag in Tokio tot engagement met die landgenoten van wie hij zich tevoren distantieerde. Qua stijl en methode verschillende maar geslaagde films van Ikon en vpro. Ze zijn te zien op het Nederlands Film Festival en vast wel eens op Holland Doc.

Aanwezig bij de evaluatie was ook Saskia van Schaik, maakster van onder meer twee fraaie schrijversportretten. Haar nieuwste documentaire Bijna nooit Judith Herzberg heeft dichteres/toneelschrijfster Judith Herzberg als onderwerp en in zekere zin staat die tussen de films over Callahan en Murakami in. Want Herzberg bleek dan wel bereid zich door Van Schaik te laten filmen (‘op voorwaarde dat het geen ontroerende film wordt’), tijdens de opnamen valt van die bereidheid weinig te merken. Het resultaat is een curieuze productie met daarin een nog curieuzer uitspraak van Herzberg: ‘Het is jouw film.’ Diezelfde zin had Callahan uitgesproken tegen Simone de Vries, maar hij zette zich inderdaad over zijn weerstand tegen sommige scènes heen.

Herzberg is zichtbaar als Callahan, maar verzet zich daartegen als Murakami, zich bewust van elk shot dat van haar, maar ook van de omgeving waarin ze zich bevindt, wordt gemaakt – als de dood voor verkeerde interpretatie door de kijker. Al in de proloog spreekt Herzberg haar teleurstelling uit: in een filmportret zou je niet de geportretteerde moeten zien, maar ‘dat waar die van houdt en wat die ontroert’. (Hoe dat dan weer niet ontroerend zou mogen zijn is een raadsel.) Maar het maakt vooral duidelijk dat Herzberg ‘jouw film’ helemaal niet moet, maar ‘mijn film’ wil (laten) maken. Kennelijk heeft ze toch toestemming tot uitzending gegeven die de filmmaker ondanks alles – even kennelijk – toch wilde.

Mijn echtgenote betreurt dat ze Bijna nooit zag omdat de weerbarstigheid van de auteur te veel tussen de kijker (=lezer) en haar werk komt te staan. Ik vind het ook ongemakkelijk, maar tegelijk fascinerend. Niet alleen vanwege een aantal mooie, traditionele fragmenten (Herzbergs beschrijving van het joodse werkdorp Wieringen, geleid door haar ouders, waar ze als kind tussen verweesde Duitse tieners leefde; haar beschrijving van onderduik en hereniging van het gezin); maar ook vanwege de worsteling van de filmer met personage en materie, die haar ertoe dwingen een soort beginselverklaring af te leggen over wat zij in een documentaire wil en vooral ook niet wil. Déze documentaire had ze zeker niet voor ogen. Desondanks een aanrader.

Saskia van Schaik, Bijna nooit Judith Herzberg, z_ondag 30 september 23.15 uur, Nederland 2,_ Uur van de wolf, VPRO