Kunst

‹Het is maar een film›

Beeldende kunst: De verbeelding van geweld

Een fragment. Aan de rand van een zandweg ligt een Afrikaanse jongen. Hij is zwaar gewond. Een kogel heeft een deel van zijn bovenlichaam verwoest; uit een gat in zijn borst stroomt bloed. Een laatste stuiptrekking golft door zijn lichaam. Dan is hij dood.

Een ander fragment. Op de achterbank van een auto ligt een man in foetushouding. Ook hij is neer geschoten, ook hij bloedt als een rund. De rode vlek op zijn overhemd groeit gestaag. Zijn gezicht is klam en bleek en vertrokken tot een grimas. Hij kermt van de pijn.

De gelijkenissen zijn evident, toch is er een verschil dat alle overeenkomsten overstemt: het eerste fragment is echt, het tweede overduidelijk fictie. Beide maken deel uit van AnAesthetic, een split-screen-dvd van de Engelse kunstenares Heather Burnett. Burnett plaatste fragmenten uit populaire Hollywood-films naast authentiek beeldmateriaal uit Sierra Leone; fictief geweld uit Reservoir Dogs, Heat, Casino en Mission Impossible afgezet tegen echt politiek geweld. AnAesthetic is te zien op Channel Zero, een tentoonstelling over geweld in de beeldcultuur, in Instituut voor Mediakunst Montevideo. Zeventien kunstenaars uit onder meer Rusland, België, Ierland, Nederland, Engeland en Servië reflecteren, deconstrueren, bekritiseren en ironiseren hier hoe de media omgaan met geweld.

In de online-catalogus schreef curator Katerina Gregos een curieus artikel. Volgens Gregos is het effect van gewelddadige beelden aan inflatie onderhevig. Door de overdaad zouden zij geen enkele indruk meer maken. Geweld, zegt Gregos, heeft iedere band met de realiteit verloren, en dient enkel nog als basis voor pervers vermaak in films en op televisie. Pervers vermaak: bedoelt Gregos daarmee de Hollywood-films uit Burnetts video? Het moet bijna wel. Geplaatst naast het rauwe geweld uit Sierra Leone kan het gesimuleerde geweld van deze films theatraal en potsierlijk overkomen. Regisseurs esthetiseren geweld. Een kunstige belichting, opzwepende muziek, geen moeite wordt gespaard om het er goed uit te laten zien. Burnett en Gregos vinden dat pervers. Volgens hen kan geweld blijkbaar alleen worden getoond zoals het is: willekeurig, banaal, lelijk. Je vraagt je af waarom. We bevinden ons hier immers in het domein van de verbeelding. Als er één plek is waar geweld opgepoetst mag worden, dan is het hier. Dat de kijker daardoor zou worden afgestompt geloof ik niet. Echt is echt en fictie is fictie. De kijker weet dat. Het is een afspraak.

Dan is Black September, een installatie van Christophe Draeger, ook op Channel Zero te zien, een stuk interessanter. Als uitgangspunt nam hij de gijzeling van de Israëlische ploeg door een stel Palestijnse terroristen tijdens de Olympische Spelen van 1972 in Duitsland. Urenlang werden de atleten vastgehouden. Velen overleefden het niet.

De gijzeling is een belangrijk moment in de geschiedenis van de media; het was één van de eerste keren dat politiek geweld live op televisie was te volgen.

Draegers werk bestaat uit twee ruimtes. In de eerste projecteert hij beelden op een wand. Authentieke journaalfragmenten worden afgewisseld met een reconstructie van de gijzeling. Een trapje leidt naar de tweede kamer. Als je er binnenstapt, ben je een kort moment gedesoriënteerd. Plat getrapte peuken, versplinterde elpees, smerige trainingspakken, bloeddoordrenkte lakens en kussenslopen – tot in de kleinste details heeft Draeger het decor van de gijzeling nagebouwd. In de hoek van de kamer staat zelfs een televisie, die, inderdaad, de journaalbeelden toont.

Journaal, beeldreconstructie en fysieke reconstructie: op drie verschillende manieren brengt Draeger de gijzeling in beeld. Zoals te verwachten vertellen ze alledrie een ander verhaal. Een gebeurtenis, zo blijkt, wordt mede gevormd door de manier waarop ze wordt gepresenteerd. Het is deze discrepantie tussen werkelijkheid en afbeelding waarmee Draeger zich bezighoudt. Wat gebeurt er precies wanneer een gebeurtenis nieuws wordt? Wat blijft er van een aanslag over wanneer die in een filmpje van nog geen vijf minuten wordt geperst? Hoeveel waarheid zit er nog in zo’n filmpje?

Wij herkennen Hollywood-geweld als fictie («Het is maar een film», zeggen we tegen de kinderen), en we nemen beelden van het journaal aan voor werkelijkheid. Steeds weer vergeten we dat die ook geselecteerd, gemanipuleerd, gemonteerd, kortom, geënsceneerd zijn. Gezien de verregaande macht van de media is het zinvol dat kunstenaars ons daar af en toe aan helpen herinneren.

‹Channel Zero›

Montevideo, Amsterdam

Tot en met 23 oktober