Het is maar kunst

Alle kunst is een abstractie van de werkelijkheid. Neem het schilderij Fool on a Hill (1999) van de Duitse kunstenaar Daniel Richter (1962). Het forse doek (255 x 405 cm) lijkt weliswaar abstract, maar wekt tegelijk de indruk een figuratieve weergave van een abstract decor te zijn. Een witte ruimte onder in het beeldvlak wekt namelijk de illusie van een leeg podium. Daarboven wemelt het van de felgekleurde vormen – een mix van surrealistische arabesken, drippings à la Pollock, psychedelische flowerpower en graffiti. Hier moet wel sprake zijn van een verbeelding van de oerchaos: de duizelingwekkende diversiteit en ziedende overvloed van de natuur. Daniel Richter opent grootse schouwtonelen. En hoe meer hij laat zien, hoe meer door alle drukte de pijnlijke leegte van het niets schemert.

Dat geldt ook voor de imposante figuurstukken die hij vanaf de eeuwwisseling schildert. In Fun de siècle (2002) verlicht een bungalow de nachtelijke tuin waar een reusachtige messianistische figuur gitaar speelt. Het publiek bestaat uit naakte stelletjes die volledig in zichzelf opgaan; behalve de vage spiritualiteit en het hedonisme is er niets dat hen bindt. De omringende duisternis en de kale bomen met hun vergeefs naar de hemel reikende takken maken duidelijk dat werkelijke transcendentie is uitgesloten. Ook in Punktum (2003) is sprake van een messias. Te midden van een kleurrijke mensenmassa daalt een sneeuwwit silhouet op een duistere aarde neer. Getuige de angstige gezichten wordt hij echter allerminst als weldoener onthaald.

Keer op keer etaleert Richter zijn scepsis ten aanzien van grote utopieën en hun nietsontziende streven naar een nieuwe mensheid. In Captain Jack (2006) zien we het bloedrode silhouet van een geüniformeerde enkeling met pistool in de hand tegenover een kaalgeschoren menigte. Uit zijn rechterhand dwarrelt papier. Het pleidooi is afgewezen. Het oordeel geveld. Iedereen moet sterven. Hoezeer Richters personages ook naar verlossing snakken, zij ontsnappen nooit aan het strijdperk van de natuur en de geschiedenis. In Tuwenig (2004) is een vrouw in variétépakje in een nachtelijk bos omsingeld door wolfshonden. Haar bezwerende gebaar is dat van een verbijsterde dompteuse. In Pink Flag (2003) vechten honden, paarden en worstelaars tegen de achtergrond van een flatgalerij – een abstract mozaïek van vrolijke kleurvakjes.

De kracht van Richters werk schuilt in de afwisseling van zwaarmoedigheid en lichtvoetigheid, in de prachtige luminescente kleuren, ontleend aan warmtebeeldcamera’s en in het achteloze schildersgebaar waarvan hij zich bedient. Het is maar kunst, lijkt hij met dat laatste te willen zeggen. Juist die relativering maakt zijn werk nog waarachtiger.


Daniel Richter, Die Palette 1995-2007, GEM Museum voor Actuele Kunst, Den Haag, tot 23 maart