‘het is net beeldhouwen’

31 OKTOBER. De Noorderkerk in Amsterdam is steenkoud. Tussen de kerkbanken steigers en afdekplastic. Er mag niet worden gerookt van de brandweer. Achterin tafels met bier, wijn en haring. Voorin houdt Midas Dekkers een toespraak. Zijn nieuwe boek De vergankelijkheid is af. Over ouder worden, ruïnes, de dood, maar vooral over de neiging van de mens te repareren, restaureren, op te ruimen. Terwijl volgens Dekkers het belangrijkste doel van alles om ons heen juist is: stukgaan.

Na het officiële gedeelte nemen de gasten de boodschap maar al te graag serieus. Het café tegenover de kerk ziet blauw van de rook. De sterke drank vloeit. ‘Op het verval dan maar’, toast een langbenige dame. Op de achterflap van Dekkers’ boek staat: 'Wat verval lijkt, is veelal vervulling!’
Het boek gaat van hand tot hand. Er wordt gegniffeld om de kesi-kesi-aapjes en de gerimpelde oudjes in spagaat. Voor de opgezette filosoof Bentham op pagina 202 worden leesbrillen te voorschijn gehaald. Bentham had bijna tweehonderd jaar geleden bepaald dat hij opgezet wilde worden. Hij had éénentwintig jaar voor zijn dood zijn glazen ogen al uitgezocht.
De langbenige dame kan het maar niet geloven. 'Je kan ’m zo zien in Londen’, legt Erik den Boer uit, de researcher van het tv-programma Midas. 'Er stond tot voor kort ook een opgezette neger in een museum, maar die is nu teruggestuurd naar zijn geboortedorp, om alsnog te worden begraven. Want opeens vond iemand het niet kunnen, terwijl jaar in jaar uit talloze bezoekers er probleemloos langs zijn gelopen.’
ERIC VAN DEN Broek, regisseur van de tv-serie Pootjes (de voorloper van Midas bij de VPRO), heeft ooit in een aflevering Dekkers een mol op laten zetten. Na de uitzending: boze telefoontjes van ouders. Beesten opzetten, dat kon niet in een kinderprogramma. Laat staan de grap dat je dat met je opa ook zou kunnen doen. 'In plaats van zijn foto, zou je dan opa zelf van de zolder halen om hem aan je kinderen te laten zien’, schrijft Dekkers in De vergankelijkheid. De langbenige dame gruwelt bij het idee.
'Toen er nog geen foto’s, film of video bestonden, waren opgezette beesten de enige manier om kennis te maken met iets dat je anders nooit zou kennen’, zegt Van den Broek. 'In het begin ging het vaak mis. Dan nam de missionaris huiden mee van exotische beesten waar de preparateur nooit van had gehoord. Dus werd de zebra opgezet met opgetrokken voorpoten en ontblote tanden. In de aanvalshouding. De preparateur dacht dat het om een roofdier ging.’
'Het is niet alleen natuur, maar ook cultuur. En bovendien een prachtig vak’, vindt Den Boer. Hij zou na zijn dood best opgezet willen worden. 'Als anderen dat willen tenminste. Want je wordt dan toch een soort standbeeld.’ Plotseling buigt de langbenige voorover, ting Den Boers oor: 'Stel dat ze van mij zo een standbeeld willen… valt er dan wat te regelen? Wat vollere borsten, die lange latten van me tien centimeter korter en in elk geval zonder spataderen… Kan dat, denk je?’
DE NEDERLANDSE Vereniging van Preparateurs heeft twee keer per jaar een vergadering, waarbij prijzen worden toegekend in de categorieën trofeekoppen, zoogdieren, skeletten, vogels, afgietsels, biologische groepen en fakes.
Op 15 november wordt de bijeenkomst gehouden in het Ecodrome in Zwolle, waar ook nog een Publieksprijs zal worden uitreiken in het bijzijn van de landelijke pers. De secretaris van de vereniging, de heer Phaff, is niet zo dol op de pers. 'De meeste journalisten denken: preparateurs zijn viezeriken die beesten doden om ze op te zetten en er veel geld mee te verdienen. Dat vooroordeel hebben kinderen ook. Vaak blijkt dan dat ze Pluk van de Petteflet , van Annie M. G. Smidt hebben gelezen. Heel vervelend.’
Volgens Phaff zijn er nauwelijks preparateurs die zelf jagen. Vijfenenegentig procent van de beesten wordt aangebracht. Gevonden langs de weg, aan het strand of in het bos, aangereden, overleden in een dierentuin, of door stookolie of vervuilde landbouwgrond. Voor beschermde diersoorten is een vergunning van de politie nodig. Die bekijkt of het dier legaal is verkregen. Pas dan kan het worden opgezet. Daarbij wordt elke preparateur ook nog gecontroleerd door de Algemene Inspectie Dienst (AID).
De voorzitter van de Vereniging, de heer Bouten, heeft het ook niet op de media. 'Op tv werd laatst gesuggereerd dat een opgezette leeuw zestigduizend gulden kost. Nou, voor viereneenhalfduizend maak ik ’m zo voor je. Dat wil zeggen, als je een vergunning hebt.’
De preparateurs druppelen na de lunchpauze de zaal binnen. Vooral mannen, vaak met baard of snor. De aanwezige vrouwelijke preparateurs, hebben alle drie rood haar.
Achterin de zaal liggen A4'tjes waarop met blauwe stift wordt gevraagd naar adders, diverse vogels en skeletten voor de heer Staffeleu, directeur van Naturalis, het nieuw te openen museum in Leiden. Aan weerskanten stands waar wordt gehandeld in glazen ogen in alle maten en kleuren, diverse huidpreparaten tegen insecten en vraat, cd’s met natuur- en junglegeluiden, plastic hoofden van giraffen, leeuwen, beren en bizons. Er is zelfs een stand van een Scandinaviër die makkelijk in elkaar te zetten vitrines aanprijst. 'If you don’t use this, you can throw your work away after a few years, especially if you smoke or touch the animal a lot.’
De heer Staffeleu klampt bij de stands collega’s aan. Het nieuwe museum moet bijna open, maar de collectie is nog steeds niet rond. 'Zeg Jan, heb jij nog een adder in je diepvries liggen? Nee? Jij ook niet, Frank?’
Bouten laat, staande voor de zaal, zien hoe hij onlangs een fe heeft opgezet. Zoon Maurice bedient het dia-apparaat. Veel te snel naar zijn vaders zin. In zo'n tempo is het toch onmogelijk het ingewikkelde procédé uit te leggen van huidbewerken, nalooien, dunsnijden, de lippen met een handmesje, het skelet met bouten, honderdvijftig kilo klei, papiermaché, schuim, vijf lagen polyesterhars, - 'Niet zo snel Maurice’ - schedel afgieten, poten afwikkelen, op z'n kop hangen, nat houden, modelleren, insoppen, nieten, plakken, schroeven passen, boren, uitschuimen, innaaien, airbrushen - 'Niet zo snel Maurice’. Op de laatste dia worden de ogen ingezet. Als bij toverslag is de giraffe niet meer van een levende te onderscheiden.
Collega-preparateurs zijn zwaar onder de indruk. 'Bouten is een van de besten in Nederland.’ 'Het is net beeldhouwen, hè.’ 'Hoelang zou hij er mee bezig zijn geweest, een half jaar minstens.’
Bouten draait onverstoord een shagje achterin de zaal. De giraffe was afkomstig uit een dierentuin. Hij had de huid en het skelet al jaren in zijn bezit. Maar er was nu pas een opdracht. Van Staffeleu van Naturalis. 'Een half jaar, wel nee, we hadden in vier weken twee giraffen klaar. Maar ja, we werken vaak lang door, hoor.’
BIJ DE prijsuitreiking meldt de directeur van het Ecodrome dat opgezette beesten het afgelopen jaar vijftigduizend bezoekers hebben getrokken. De publieksprijs gaat naar een witte ijsbeer. De jury vindt de ijsbeer eigenlijk niet zo goed afgewerkt. 'Maar ja, grote beesten, daar gaat het publiek nou eenmaal plat voor…’ Maurice Bouten wint met zijn Kaapse buffelkop een klok met opschrift, de eerste prijs in de categorie trofeekoppen. Hij wint ook de prijs voor het meest commerciële stuk. 'Zijn eerste echte prijs’, zegt vader Bouten trots. 'Er zit 'n geldbedrag aan vast.’
Na de prijsuitreiking bekijken de preparateurs de expositie van 'inheemse souvenirs’, in beslag genomen door de douane. Schoenen van slangeleer, opgezette cobra’s, schelpen, koralen, slagtanden, eierlepels van koeienhoorn, bontmutsen, paraplubakken, lampekappen. Vooral de opgezette krokodillen met ingeniete tongen van rood pluche en stijf van de lak krijgen veel commentaar. 'Dit is een belediging voor het vak!’ Twee hertekoppen uit Polen en het vel van een zwijn wekken verbazing. 'Herten zijn in sommige landen geen wild maar vee, en het zwijn is ook niet beschermd, waarom zou dat nou in beslag zijn genomen?’
Een mededeling aan de muur laat weten dat na de tentoonstelling alles zal worden vernietigd. Bouten vindt dat dom. 'Slagtanden van olifanten moeten niet verbrand worden maar juist voor weinig geld op de markt gegooid. Dan is de foute handel meteen afgelopen. Nu werk je het in de hand; net als bij het doordraaien van tomaten op veilingen blijft de prijs lekker hoog.’ Zo zijn wel meer zaken raar geregeld. 'Wij hebben in het Westen alles doodgeschoten en opgegeten wat we maar wilden. En nu verbieden wij de mensen in Afrika op dieren te jagen, terwijl ze net zo'n honger hebben als onze voorouders vroeger.’
Den Boer heeft op een van zijn research-reizen in Zimbabwe een projectleider van de Stichting Nederlandse Vrijwilligers bezocht. In Zimbabwe wordt voor veel geld op wild gejaagd. Een deel van het geld komt het dorp toe waar het dier is geschoten. Met het gevolg dat dorpelingen geiten in bomen hangen en alle trucs uit de kast halen om de leeuw naar hun dorp te lokken. De SNV-medewerker probeert nu een pot te creëren, zodat de inkomsten van de jacht over verschillende dorpen kunnen worden verdeeld. 'Een krankzinnige toestand, dat met ontwikkelingshulp de jacht op beschermde dieren wordt geregeld.’
EEN COLLEGA van Bouten heeft jarenlang 'Wereld-Natuurfondsdieren’ voor Prins Bernard opgezet. 'En dat waren er veel, hoor. Maar ik kan er niet mee zitten’, zegt Bouten. 'Het evenwicht in de natuur is allang verstoord. Als de mens niet ingrijpt, verzwakken de soorten. Zo hebben veel vossen nu blaasworm. De incubatietijd is tien jaar. Als je een vos prepareert, kan het dus zijn dat je er na tien jaar opeens bent geweest.’
De heer Vos is een keer doodziek geworden van een kalfskop die hij heeft opgezet. Besmet met het Q-virus. Weken opgezwollen in het ziekenhuis gelegen. Ook de heer Van Ee is bang voor ziekten. Hij prepareert niet meer zonder mondkapje en handschoenen. 'En geen apen. Deed ik toch al niet graag. Als je het vel er aftrekt, lijken jonge apen te veel op baby’s.’
De heer Vos prepareert liever geen huisdieren. 'Omdat je nooit precies weet welke oogopslag en welke gezichtsuitdrukking het beest had toen het leefde. En dan vindt de eigenaar hem niet lijken als-ie af is.’
Dekkers noemt in De vergankelijkheid nog een reden om van huisdieren af te blijven: 'Tegen de tijd dat zo'n hond af was, kwamen de bazen, allang niet meer zo bedroefd, hun hondje vaak niet eens meer halen. Dan hadden ze een nieuwe hond. Een levende.’
'Maar soms zwicht je toch’, zegt Vos. 'Ik kreeg een keer een kanariepiet van een oud vrouwtje. Haar zoon beweerde dat ze van verdriet zou sterven zonder het beestje. Die kanarie was stokoud, en zo lelijk, er hingen nog maar drie veertjes aan. Eerst wilde ik ’m mooier maken, maar de zoon stond erop dat-ie er precies zo moest uitzien als toen-ie levend was. Dat heb ik toen maar gedaan. Ik wilde er niet eens geld voor hebben, want het zag er niet uit, een kanarie met maar drie veren.’
IN VENLO, op het industrieterrein, staat bij nummer 2471 een enorme dinosaurus voor de deur. Erachter het woonhuis en de werkpaats van vader en zoon Bouten. 'Vroeger stond hier een opgezette hond. Toen kwamen ze van de gemeente hondenbelasting vragen - ze dachten dat-ie leefde.’
Zoon Maurice is bezig een helmkasuaris op te zetten, een struisvogelachtig beest van één meter zestig. 'Normaal doe ik geen vogels. Het is zo'n gepriegel en ik heb vrij grote handen. Maar deze is lekker groot, dus mocht ik ’m maken van vader.’ Dat Maurice de vogel nooit levend gezien heeft, vindt hij geen punt. Hij heeft een boek met foto’s. 'Soms ga je naar een beest kijken in de dierentuin of op video, maar met het boek erbij gaat het ook goed.’
Maurice heeft het vak van zijn vader geleerd, en die weer van zijn vader. 'Maar ik ben ook op cursus in Noorwegen geweest. Want ja, sommige dingen neem je niet zo gauw van je vader aan, hè. Mijn leraar in Noorwegen vond dat je als eerste de ogen moet inzetten. Terwijl mijn vader vindt dat je dat pas doet als je helemaal klaar bent. Ik vind het moment waarop de ogen erin gaan het mooiste. Dan gaat het beest pas echt leven.’
Maurice weet niet of hij inmiddels beter is dan zijn vader. 'Vader is heel goed in vogels, daar is hij de beste in.’
Vader Bouten is bezig de wensen te noteren van een Duitse mevrouw die in een plastic tasje een vos heeft meegenomen. 'Gerne laufend, und fertig mit Weihnachten, bitte.’
Van Tol, een van de werknemers van Bouten, is in de werkplaats de hersenen van een buizerd uit de schedel aan ’t peuteren. 'Ook de kleinste stukjes moeten eruit, anders gaat het rotten.’
Van Tol is minstens twee meter en heeft handen als kolenschoppen. Hij was vroeger lijfwacht. Had een wapen, maar eigenlijk kon hij met zijn blote handen ook iedereen aan. Voor niemand bang. Hoe je van lijfwacht preparateur wordt, kan hij niet uitleggen. Of het moet zijn liefde voor roofdieren zijn. 'Een dier is het mooiste wat er is.’ Hij zou graag een wolf willen hebben, een levende, maar dat gaat niet in Nederland. 'Wolven moet je niet binnen houden.’
Soms, als hij niet weet hoe een beest in elkaar zit, strekt en buigt Van Tol zijn eigen arm of been om te zien welke kant het op scharniert. 'Een wild dier is niet veel anders dan wij, hoor.’ Het vel van de buizerd is met veren en al van het lijf getrokken. Van Tol spreidt voorzichtig de vleugels en strijkt met gespreide vingers langs de veren. 'Alleen slangen, daar kom ik niet aan. Laatst was ik op cursus in Amerika, kwamen ze met een slang aan zetten. Of ik die wilde opzetten. Toen zei ik: “Find someone else.” Ik hou er gewoon niet van. Slangen zijn niet te vertrouwen.’
In de werkplaats staan diepvrieskisten, bassins voor het looien van de huid, dunsnijmachines, zaagsel om de huid te ontvetten. Ook de mal van de giraffe is er nog. De giraffe zelf is inmiddels naar Naturalis gebracht.
Bouten laat in het magazijn kant-en-klare mallen uit Amerika zien. Planken vol koppen, rompen, benen. Voor de handel. 'Het is makkelijker de huid over een mal te spannen dan met het skelet te werken en zelf te modelleren. Wel jammer dat het tegenwoordig zo gaat. Het ouderwetse wikkelen, dat is het mooiste van het vak. Bij die kant-en-klare poten hoeft dat niet meer. Maar ja, je moet nu eenmaal met je tijd mee.’
IN EEN RUIMTE naast het magazijn staan dieren voor de verhuur. 'Elanden en herten, die zijn met kerst erg gewild. Voor kerststalletjes, in restaurants of winkelcentra.’ Achterin een enorme olifant. Hoewel het in eerste instantie niet te zien is, is de huid niet echt maar van polyester. 'Toen de romp al gemaakt was, ergens in Duitsland, bleek de huid verkeerd gelooid te zijn. Niet meer te gebruiken. Dus moest er een afgietsel komen. Driehonderd kilo siliconenrubber à tachtig gulden per kilo.’
In het achterwerk van de olifant heeft Bouten een luchtcompressor verstopt, die de wieltjes onder de poten omhoog kan drukken, zodat de olifant verrijdbaar is. En een speaker met olifantsgeluiden achter z'n oren. 'Anderhalf jaar heb ik eraan gewerkt. En toen moest een gat boven de deur worden uitgezaagd, want hij kon niet meer de werkplaats uit.’
Eenmaal buiten, kwamen de honden op de olifant af. Ze schrokken zo van de olifantsgeluiden uit de speaker dat ze collectief hun plas lieten lopen. 'Dan is-ie toch aardig gelukt.’
Ook de olifant gaat naar het Naturalis-museum.
OP WEG naar de uitgang staat in een hoekje bij de deur een opgezet beest. De romp is van een pitbull en de kop van een flamingo. Bouten bedenkt en maakt allerlei fantasiebeesten voor de Duitse kunstenaar Grünfeld. Een herdershond met een schapekop, een zwaan met een konijnelijf, een vis met de kop van een eekhoorn. 'Die man is wereldberoemd met zijn tentoonstellingen van dat spul, van alles heb ik voor ’m bedacht en gemaakt. Maar deze hier is een beetje mislukt. De anatomie klopt niet. Na de feestdagen ga ik de romp van een andere hond eronder proberen.’
Dus toch? Een langbenige dame opzetten met korte benen zonder spataderen behoort tot de mogelijkheden? Bouten vertrekt geen spier. 'Alles kan.’ En voegt er dan lachend aan toe: 'Maar een mens opzetten is wel een beetje ouderwets, wist je dat? Tegenwoordig heb je plastoline. Je bloed wordt er uitgepompt, vervangen door een chemische stof en klaar. Het grote voordeel daarvan is dat alles soepel blijft en kan blijven bewegen. Bij opzetten kan dat niet meer. Maar ja, ’t is maar waar je van houdt…’