Is een groene wereld een veiliger wereld?

Het is niet alles groen wat er blinkt

Elektrische auto’s, kernenergie, waterkracht – onafhankelijkheid van olie is niet alleen nastrevenswaardig maar ook hard nodig. Maar een groenere wereld heeft haar eigen gevaren en bedreigingen. Dus: een gids voor de groene geopolitieke crises die op ons af komen. Hoeveel groen kan de wereld verdragen?

HET GROENER MAKEN van de wereld zal ons absoluut verlossen van een paar ernstige risico’s, maar ook nieuwe creëren. Als we overgaan op elektrische auto’s zal dat bijvoorbeeld een concurrentiestrijd in gang zetten om lithium – dat ook een eindige, geografisch geconcentreerde grondstof is. De hoeveelheid water die nodig is voor sommige soorten alternatieve energie zou bepaalde regio’s kunnen droogleggen, waardoor de kans op een conflict om grondstoffen groter wordt. En nu we steeds meer emissie-vrije kerncentrales bouwen, wordt het risico groter dat terroristen gevaarlijk atoommateriaal in handen krijgen – of dat staten kernwapenprogramma’s opzetten.
De decennialange olie-oorlogen zouden tot een einde kunnen komen als het zwarte goud ten langen leste afscheid neemt, maar in onze toekomst zullen zich nieuwe soorten conflicten, controverses en onaangename verrassingen aandienen (waaronder wellicht een laatste golf olie-oorlogen met de neergang van enkele van de meer kwetsbare petrocratieën). Als een blik voorbij de horizon iets suggereert, dan is het dat de instabiliteit die het gevolg is van die ingrijpende en zeer nodige verschuiving in energievoorziening ons zal dwingen om te gaan met nieuwe varianten van onrust. Hier volgt een gids voor een paar van de mogelijke groene geopolitieke spanningen die in het verschiet liggen.

1 De groene handelsoorlogen
Er is één bron van internationale wrijvingen die zekerder bij onze energietoekomst hoort dan veel nieuwe technologieën die worden aangeprezen als the next big thing. Neem de nieuwe Amerikaanse benadering in de energie- en klimaat-wet die onlangs werd aangenomen door het Huis van Afgevaardigden, die voorzieningen bevat voor het optrekken van handelsbarrières tegen landen die geen maatregelen nemen om uitstoot te verminderen. Voorstanders zeggen dat die voorzieningen nodig zijn om de kans te verkleinen dat bedrijven verhuizen naar landen met lagere emissie-criteria en oneerlijk concurrentievoordeel krijgen. Dergelijke tariefregimes worden ook gezien als een middel om bedrijven ervan te weerhouden te verhuizen naar plaatsen waar klimaatwetten misschien iets soepeler zijn, zoals in China.
Groen protectionisme is al een groei-business. Toen de Europese Unie overwoog de invoer van biobrandstoffen aan banden te leggen op basis van een reeks van milieucriteria dreigden in het najaar van 2008 acht ontwikkelingslanden op drie continenten met juridisch ingrijpen. Er bestaat een lange traditie van zulke disputen (iemand trek in dolfijn-vriendelijke tonijn?), maar de zakengemeenschap is bang dat groen protectionisme in de komende decennia de internationale markten zou kunnen gaan bepalen. En het vooruitzicht van groene handelsoorlogen of zelfs maar het opportunistisch rommelen met handelsverdragen om lokale banen te ‘beschermen’, suggereert dat er een periode van internationale spanningen kan komen, met name tussen ontwikkelde landen en de opkomende wereld.

2 Opkomst en ondergang
van de oliemachten
We zullen ook de gecompliceerde gevolgen gaan zien van de gelijktijdige opkomst en ondergang van oliestaten. Ten eerste zal de steeds verder stijgende prijs van olie – die naar 250 dollar per vat kan schieten, volgens recente Wall Street-schattingen – hun inkomsten doen groeien. Schatkisten zullen opnieuw vol worden, en met een dollar die waarschijnlijk in de komende jaren zwak blijft, zullen de rijke olielanden goedkope Amerikaanse artikelen kopen en Amerikaanse nationalisten onrustig en ongemakkelijk maken.
Die rijke landen hebben nog een paar goede decennia voor de boeg. Over twintig jaar haalt de wereld nog steeds minstens driekwart van haar energie uit olie, en aardgas. De energie-infrastructuur van vandaag heeft jaren nodig gehad om te worden wat ze is, en zelfs met revolutionaire technologische veranderingen zal op korte termijn slechts een marginale verschuiving in de energiemix kunnen plaatsvinden. Dus hoezeer het Westen ook zijn afhankelijkheid wil verminderen van de OPEC-landen – omdat het niet goed is om te afhankelijk van iemand te zijn, omdat olie vervuilend is en het milieu verwoest, omdat het de Voorzienigheid heeft behaagd de gevaarlijkste regio’s van de wereld herkenbaar te maken door er olie onder te leggen, en omdat olie een drug is die het karakter heeft gecorrumpeerd van veel landen die olie produceren – zullen die landen in de nabije toekomst aanzienlijke macht hebben.
Maar zelfs als die staten een apotheose van hun macht bereiken als gevolg van de prijs en schaarste van olie, dan nog zien we de bui al hangen. Terugkeren naar olie is niet mogelijk zodra de piek van het aanbod eindelijk is bereikt, en waarschijnlijk komt de piek van de vraag zelfs nog eerder. Het verbranden van olie in het huidige tempo is simpelweg niet vol te houden, tenzij je in een hutje op de hei woont of in afgelegen poolgebied of als je een bedrijf bezit dat lieslaarzen produceert.
Dus zullen de oliestaten welvarend, invloedrijk en, heel paradoxaal, in verval zijn. De landen onder hen die vooruit kijken zouden de tijd die ze hebben om te plannen, kunnen gebruiken om zich in te dekken. Maar de langzame dood van de olie-economie leidt zonder twijfel tot uitbarstingen wanneer sociale druk zich vertaalt in politieke scheuringen en opportunistische politici ertoe worden aangezet op de ouderwetse manier hun rijkdom in handen te houden: door die van hun buren af te pakken.
Het is moeilijk te voorspellen waar die scheuringen zich precies zullen voordoen. Maar er is niet veel fantasie voor nodig om te concluderen dat een Rusland dat afhankelijk is van olie-export maar de vraag en de voorraden ziet slinken en wordt geconfronteerd met een demografische meltdown zonder precedent, zich aangetast zal voelen op manieren die heel goed gevaarlijk kunnen zijn voor zijn buurlanden. Of denk aan hoe de onvermijdelijke ondergang van de olie de strijd om de opvolging in Saoedi-Arabië zal beïnvloeden, dat wil zeggen als de huidige structuur niet al ingestort is onder het wanbestuur van de heersende familie en haar desinteresse voor de bevolking. Economische machten met een geologische doodstraf op hun hoofd zijn vaak verward. Op een of andere manier zullen ze de rest van ons hun pijn doen voelen. >
3 Naschokken van de komende kern-boom
We kunnen op geen enkele manier de gevolgen van klimaatverandering terugdraaien als we niet veel breder op kernenergie overgaan. Niet alleen is het ten diepste emissie-vrij, schaalbaar, en verhoudingsgewijs energie-efficiënt, bovendien levert slechts één ton uranium net zo veel energie als zo’n 3600 ton olie (tachtigduizend vaten). Het is een veel verfijnder en beter onderzochte technologie dan vrijwel alle andere nieuwe alternatieven. Dat alles heeft al geleid tot een zeer reële renaissance in kernenergie, die is geconcentreerd in de energie-hongerige Derde Wereld (meer dan tweederde van de aangekondigde projecten bevindt zich in ontwikkelingslanden).
Jammer genoeg is kernenergie ook beladen met reële en veronderstelde risico’s. De gevaren voor de veiligheid van de reactor zijn vrij minimaal, als we op de geschiedenis afgaan. Maar er spelen twee dingen. Het eerste is hoe je veilig van het afval af komt, een dilemma waarover nog steeds verhit wordt gediscussieerd door milieudeskundigen. Het tweede is hoe je de veiligheid van de brandstof in elke fase van zijn levenscyclus moet garanderen, vooral in relatief arme opkomende landen, die vaak in instabiele regio’s liggen en een vluchthaven zijn voor terroristische organisaties met eigen nucleaire ambities.
Met elk nieuw programma wordt de kans op een ongeluk groter. Het gevaar dat een onberekenbare schakel in de keten brandstof wegsluist waarmee een atoombom geproduceerd kan worden is niet onze enige nucleaire nachtmerrie. Met radioactief afval kan een vuile bom worden gemaakt met een verwoestende kracht. En rommelen met wapenprogramma’s achter gesloten deuren zou wel eens het grootste veiligheidsrisico van allemaal kunnen zijn.
Robert Gallucci, kernwapen-expert, vertelde me ooit dat het, gezien die groeiende risico’s, ‘bijna zeker’ was dat er een dodelijk terroristisch nucleair incident zou plaatsvinden. Van zo’n gebeurtenis zouden wereldwijd de naschokken voelbaar zijn, en uiteenlopende domeinen, van burgerrechten tot handel, zouden worden aangetast. Stel je bijvoorbeeld voor dat je de dag na zo’n gebeurtenis vanaf de ene plek op de wereld iets wilt vervoeren naar een andere plek. Om slechts één voorbeeld te geven: tegenwoordig wordt in de Verenigde Staten niet meer dan vijf procent van alle vervoerscontainers onderworpen aan visuele inspectie. Als er in de nasleep van een nucleaire gebeurtenis druk wordt uitgeoefend om dat toezicht absoluut te maken, kan dat er makkelijk toe leiden dat miljoenen goederen zich opstapelen in Amerikaanse havens. Daardoor worden de prijzen van consumptieartikelen opgedreven terwijl het marktaanbod afneemt.
Een nieuw nucleair non-proliferatieverdrag is al in de maak, maar ook al doet de Amerikaanse president Barack Obama zijn best om zijn droom van een kernwapenvrije wereld waar te maken, het is al duidelijk dat de risico’s die ouderwetse nationale voorraden opleveren in het niet vallen bij de gevaren van kleine groepen die gebruikmaken van scheuren in de steeds complexer wordende nucleaire infrastructuur van de wereld.

4 Wateroorlogen en erger
Op dit moment hebben 1,1 miljard mensen geen toegang tot schoon water, en volgens schattingen zal binnen twintig jaar maar liefst twee derde van de wereldbevolking wonen in een gebied waar de watervoorziening onder druk staat.
Het is inmiddels een algemene wijsheid dat water ‘de nieuwe olie’ gaat worden, zoals Dow Chemical-CEO Andrew Liveris heeft gezegd, zowel vanwege de nieuwe waarde die het zal hebben als vanwege de nieuwe conflicten die het zal genereren.
Het is ironisch dat de jacht op alternatieven voor energie die olie vervangen het waterprobleem veel erger zou kunnen maken. Sommige biobrandstoffen gebruiken aanzienlijke hoeveelheden water, zoals het overigens efficiënte suikerriet (anders dan ethanol-gigant Brazilië, dat aan regen geen gebrek heeft, moeten de meeste suikerrietproducenten irrigeren). Op dezelfde manier zijn de diverse technologieën die worden beschouwd als essentieel voor het schone gebruik van kolen waterslurpers. Plug-in hybride auto’s doen ook het watergebruik toenemen omdat ze stroom gebruiken, en de meeste soorten energiecentrales gebruiken water als koelmiddel. Zelfs schijnbaar ongerelateerde technologieën, zoals siliconenchips (essentieel voor alles van smart-grid-technologieën tot efficiënter energiegebruik), vereisen voor hun productie een heleboel water.
Veel landen zouden dit kunnen aanpakken door plannen op te stellen om water te winnen, de allerbeste manier om dit probleem het hoofd te bieden. Als alternatief zouden ze nucleaire ontziltingsinstallaties kunnen bouwen waar zout water drinkbaar wordt gemaakt. Geen van beide wegen is volmaakt. Een de facto privatisering van water heeft over de hele wereld plaatsgevonden, waardoor arme bevolkingen worden gedwongen gebotteld water te kopen om besmetting te voorkomen, maar desondanks heeft het ideaal van gratis water standgehouden en hebben regeringen het politiek onverkoopbaar gevonden om er ook maar het geringste bedrag voor in rekening te brengen. En die nucleaire ontziltingsinstallaties? Landen die die technologie hebben ingevoerd, zoals India, Japan en Kazachstan, hebben ontdekt dat ze behoorlijk duur zijn, met honderden miljoenen dollars per stuk.
5 Het grote lithiumspel
In Azië, Europa en de VS worden mensen steeds enthousiaster over de elektrische auto. Elektrische auto’s verminderen de afhankelijkheid van olie en kunnen een belangrijke rol spelen in het terugbrengen van de kooldioxide-emissies. Groot minpunt is de accu. Vele oplossingen worden overwogen, waaronder ‘lucht’-accu’s die elektriciteit opwekken door de directe reactie van lithiummetaal met zuurstof. Maar de meest waarschijnlijke optie voor dit moment is de lithium-ionen-batterij die wordt gebruikt in camera’s, computers en mobiele telefoons. Deze batterijen bieden betere opslag en een langer leven dan de oudere nikkel-metaal hybride modellen, waardoor ze ideaal zijn voor een voertuig dat lang moet rijden en beperkte ruimte heeft.
Dit alles houdt in dat lithium waarschijnlijk een hot artikel wordt in de directe toekomst. Het geval wil dat ongeveer driekwart van de wereldvoorraad aan lithium voorzover bekend is geconcentreerd in het zuiden van Latijns-Amerika – om precies te zijn, in de Atacama-woestijn, die wordt gedeeld door twee landen: Chili en Bolivia. Afgezien van die voorraden en de Spaanse taal is het enige wat deze twee landen gemeen hebben een historische animositeit, die nog werd versterkt door hun War of the Pacific, eind negentiende eeuw. Chili slaagde erin de toegang van Bolivia tot de zee af te snijden, een manoeuvre die La Paz nog steeds dwarszit.
Dat Bolivia geen kustlijn heeft zou weer een probleem kunnen worden wanneer de twee lithiumgiganten gaan vechten om investeerders. Als Bolivia en Chili gaan strijden om lithiummijnen en mogelijk om de binnenlandse productie van lithium, zou dat heel goed tot een tweede War of the Pacific kunnen leiden – om maar te zwijgen van de enorme wissel die het ontginnen van lithium trekt op het milieu. Dat soort spanningen zou Amerikaanse pogingen om elektrische voertuigen in te voeren in gevaar kunnen brengen, aangezien de VS al 61 procent van hun lithium importeren uit Chili. China en Rusland, die eveneens aanzienlijke voorraden bezitten, zouden klaarstaan om mee te doen en te profiteren van een dergelijke situatie. Bovendien zou een conflict tussen die twee Latijns-Amerikaanse staten waarschijnlijk in het voordeel zijn van batterijen die zijn gemaakt van minder efficiënte grondstoffen, zoals die worden gebruikt in nikkel-metaal hybride batterijen, of van technologieën die weer andere substanties gebruiken met hun eigen nadelen. En wat er ook gebeurt, de mogelijkheid van een regionale lithium-rush herinnert ons eraan dat, wat voor technologie zich ook aandient, de vraag zal groeien naar de schaarse artikelen waarvan ze afhankelijk zijn… en we weten heel goed waar dat toe kan leiden.

DIT ZIJN SLECHTS een paar, vluchtige, blikken in de toekomst, maar met veel geopolitieke vertakkingen van een beweging op weg naar groene energie hebben we al heel erg te maken. In India groeit de angst in de zakengemeenschap omdat de VS en China elkaar in het geheim en in het niet-zo-heel-erg-geheim ontmoeten en proberen een akkoord over klimaatverandering te sluiten. Het wordt sommige Indiërs heel snel duidelijk dat de krachtige opstelling van hun regering (die zich verzet tegen gemandateerde emissie-limieten en alleen aanbiedt dat de per capita-emissies van India op of onder de gemiddelde emissies in ontwikkelde landen zullen blijven) er in feite toe kan leiden dat het land niet mag aanzitten aan de tafel waar de belangrijkste onderdelen van een mondiale overeenkomst worden uitgewerkt in het overleg tussen de twee grootste uitstoters van de wereld plus een handvol anderen. Brazilië heeft een heel andere visie op het resultaat van zulke gesprekken omdat het erkenning wil voor zijn rol als de grootste absorbeerder van koolstof ter wereld. Ook Rusland heeft een eigen standpunt, dat van de energieleverancier, en, net als in andere landen in noordelijke klimaten, de opwarming van de aarde zou de Russische inkomsten uit toerisme kunnen doen groeien, de landbouwopbrengsten doen toenemen en andere economische voordelen opleveren.
Voeg daarbij de spanningen die gepaard gaan met verschillende visies op groen protectionisme, de toestand van belangrijke internationale instituties en de concurrentie om grondstoffen, en je kunt gemakkelijk zien hoe dit netelige klimaatgesprek de wereld in toenemende mate zal veranderen. En wie weet welke nieuwe technologieën alle speculatie van tegenwoordig overbodig kunnen maken.
De bottom line: het breken met oude vervuilende brandstoffen is de enige weg naar beheersing van enkele van de grootste bedreigingen voor de aarde, maar we moeten voorzichtig voortgaan en ervoor waken dat ons optimisme met ons op de loop gaat. Door te erkennen dat een groenere wereld nauwelijks vrij zal zijn van geopolitieke problemen en ons voor te bereiden met dat in het achterhoofd, kunnen we misschien een weg vinden om de bedreigingen van vandaag onschadelijk te maken en tegelijkertijd grotendeels de onbedoelde nadelen vermijden van de innovatie die we zo hard nodig hebben.


David J. Rothkopf, blogger voor Foreign Policy, is president en chief executive van Garten Rothkopf, een adviesbureau in Washington dat is gespecialiseerd in energie, klimaat en mondiale risico-gerelateerde vraagstukken. Hij is visiting scholar aan het Carnegie Endowment for International Peace. Zijn meest recente boek is Superclass: The Global Elite and the World They Are Making

David Rothkopf, Superclass. How the Rich Ruined our World. € 14,75