Op 18 januari, twee dagen voor de Europese defensietop in Ramstein, hield Vladimir Poetin een toespraak waarin hij de motivatie voor Ruslands aanval op Oekraïne nog eens uit de doeken deed. Rusland moordt om ‘deze oorlog te stoppen’, aldus de Russische president. Je vraagt je af voor wie Poetins ‘war is peace’-retoriek precies bedoeld is. Bemiddelde Russen die het risico lopen te worden gemobiliseerd ten behoeve van Poetins imperiale fantasieën ontvluchten liever het land. De huurlingen, gevangenen en jonge mannen uit Ruslands perifere gebieden worden hoe dan ook wel aan het vechten gezet. De Kremlin-elite en de kring daaromheen is ingevoerd genoeg om te beseffen hoe doorzichtig Poetins propaganda is.

Zou het kunnen zijn dat Poetin spreekt voor een buitenlands publiek? Daaronder bevinden zich velen die bereid zijn de wereld ook door Ruslands ogen te bekijken. Ze veroordelen het geweld en beweren tegelijk dat Poetin ‘een punt’ heeft. Of ze stellen zich op het ogenschijnlijk neutrale standpunt dat het toch beter zou zijn als Rusland en Oekraïne allebei inbinden en gaan onderhandelen.

Een inkijkje in hoe deze factie er in Nederland uitziet wordt gegeven in een verhaal over de pacifistische beweging in deze Groene. Wat opvalt is hoe dicht hun afschuw van geweld aanzit tegen begrip voor Poetins oorlogszucht. Ze kunnen zich voorstellen dat ‘Rusland zich in het nauw gedreven voelt’ en menen dat het land ‘getart’ wordt. In de meeste gevallen willen ze niet dat er westerse wapens naar Oekraïne gaan.

Hier toont zich een lacune in het debat over Ruslands oorlogsmisdaden. Tegenstanders van (meer) militaire steun aan Oekraïne lijken zelden bereid om ook de consequenties van hun standpunt te verwoorden. Wie wil dat Oekraïne het zelf uitzoekt, moet aanvaarden dat het land dan meer van hetzelfde wacht: executies van burgers door Russische militairen, verwoesting van steden en uiteindelijk Russische machtsovername in Kyiv.

Onderhandelen? Moet Oekraïne territorium afstaan?

Dezelfde halfslachtigheid was zichtbaar in een recente ‘oproep tot onderhandelen’ waarin figuren uit politiek, wetenschap en media de Nederlandse regering manen om − eventueel in EU-verband − Rusland en Oekraïne aan ‘de onderhandelingstafel’ te krijgen. De ondertekenaars gaven geen blijk van wat precies de inzet van die onderhandelingen moet zijn. Moet Oekraïne territorium aan Rusland afstaan? Zijn leger opgeven? Beloftes tekenen om geen economische vervlechtingen met Europa na te streven? De reden dat deze opties onbenoemd blijven is omdat ze voor Oekraïne − net als voor ieder ander land − onaanvaardbaar zijn. De gratuite oproep tot onderhandelen staat gelijk aan de aanvaarding dat Rusland de toekomst van Oekraïne mag bepalen.

In de NRC klaagden verschillende ondertekenaars dat er weinig ruimte was om een ‘afwijkend geluid’ te laten horen. Het probleem is eerder dat het ‘afwijkende geluid’ geen rekening houdt met Ruslands doel. Er worden Oekraïense weeskinderen naar Rusland gedeporteerd. Rusland rooft Oekraïense musea leeg. Oekraïense vrouwen worden verkracht. Het is Poetin te doen om het uitwissen van Oekraïne als politieke en culturele entiteit. Zijn recente toespraak, waarin hij sprak over Oekraïne als ‘ons historisch territorium’, biedt weinig hoop dat Rusland een kluif toewerpen − bijvoorbeeld in de vorm van de Krim − betekent dat het geweld zal stoppen.

Het debat hierover is geen louter theoretische exercitie. De stemming in het land bepaalt de bandbreedte waarbinnen Nederlandse steun aan Oekraïne kan plaatsvinden. Die is gelukkig ruim. In dit nummer leest u ook hoe Amsterdam de uitwijkplek is voor media die hun bestaan in Rusland niet zeker zijn. Den Haag kiest bij monde van Rutte voor het verder versterken van de defensieve capaciteiten van Oekraïne. Zo speelt Nederland wél een rol in het terugduwen van dictatuur en geweld. Oekraïne aan zijn lot overlaten past daar niet bij. Voor de bevolking daar, en voor de idealen van vrijheid en democratie in algemeen, is het gunstig dat de stemmen die vragen om Ruslands eisen in te willigen het marginale standpunt verkondigen.