‘het is niet zo’

DE NAAM ABEL Herzberg roept een herinnering op aan een hoogbejaarde meneer met een verwilderd kapsel, die op het televisiescherm zijn mening geeft. Bij zijn dood in 1989 was hij een bekende Nederlander.

Biograaf Arie Kuiper: ‘Abel was een indrukwekkende man. Hij was lang en hij had tot op het laatst die grote witte haardos, die hem extra lengte verleende. Felblauwe ogen. Als hij ergens kwam, viel hij op. Ik kende Abel vrij goed, omdat hij veel in De Tijd schreef. Ik kwam ook wel bij hem en zijn vrouw Thea over de vloer. Ik kon het goed met hem vinden. Ik moest alleen wel steeds harder schreeuwen naarmate hij ouder en dover werd. Hij heeft indertijd in De Tijd de Weinreb-affaire behandeld, in discussie met Aad Nuis. Maar hij schreef over de meest uiteenlopende dingen. Hij nam het in 1978 in De Tijd op voor Willem Aantjes. Abels standpunt was dat je niet over iemand kunt oordelen totdat je zelf in zijn schoenen hebt gestaan. Dat gold ook voor de critici van Aantjes.’
Herzbergs biograaf Arie Kuiper is de voormalige hoofdredacteur van weekblad De Tijd. Toen dat in september 1990 samenging met de Haagse Post had hij geen zin om deel uit te maken van de nieuwgevormde redactie. Hij verkoos de wachtgeldregeling en begon zich in Herzberg te verdiepen. Eerst stelde hij Zonder Israël is iedere jood een ongedekte cheque samen, het derde deel van Herzbergs verzameld werk. De research voor de biografie vergde drie jaar. Het schrijven van de pil van ruim zevenhonderd pagina’s kostte daarna nog eens anderhalf jaar.
Arie Kuiper: 'Mijn interesse voor Abel heeft te maken met mijn interesse in het jodendom. Ik merkte dat ik mijn eigen christendom niet kon begrijpen zonder me in het jodendom te verdiepen.
Ik was altijd erg onder de indruk van zijn werk. Hij straalde een milde wijsheid uit en hij had eigenzinnige standpunten. Met alle grote politieke discussies die in Nederland na de oorlog plaatsvonden, heeft hij zich bemoeid. Weinreb, de Drie van Breda, de Joodsche Raad. Ik heb de titel Een wijze ging voorbij niet bedacht. Die is afkomstig van de overlijdensadvertentie die Querido plaatste na Herzbergs overlijden.
Herzberg was een gepatenteerde ruziemaker. Hij schrijft ergens: “Het is jammer, maar ik heb nu eenmaal bijna altijd gelijk.”
In zijn biografie beschrijft Arie Kuiper hoe Abel Herzberg (1893-1989) zich ontwikkelde van een advocaat met als specialisme horeca-recht tot een gevierd schrijver en publicist, die in 1974 de P.C. Hooftprijs voor beschouwend proza ontving. Van 1935 tot 1939 was hij voorzitter van de Nederlandse Zionisten Bond.
De breuklijn in Herzbergs leven was de periode 1940-1945. Hijzelf, zijn echtgenote Thea Herzberg-Loeb en de drie kinderen Esther, Ab en Judith overleefden de oorlogsjaren. In 1943 doken de kinderen onder. Abel en Thea Herzberg werden gedeporteerd naar Westerbork en Bergen-Belsen, waar zij vijftien maanden verbleven. Zijn ervaringen in Bergen-Belsen vormden Abel Herzberg tot een man met een missie: nadien wilde hij vóór alles begrijpen wat de nazi’s die hij om zich heen had gezien in het kamp, tot hun daden bracht.
Kuiper: 'Na de oorlog werd hij compagnon van de advocaat Rients Dijkstra, die ook voor de helft eigenaar van De Groene Amsterdammer was. In 1947 werd het proces tegen Jozef Kramer gevoerd, de commandant van Bergen-Belsen. Herzberg ergerde zich eraan dat er alleen maar op de nazi’s werd gescholden. Hij suggereerde Dijkstra dat iemand in De Groene zou moeten schrijven over de vraag wáárom de commandant deed wat hij had gedaan. Dijkstra zei: “Waarom doe je het zelf niet?” Zo is het begonnen. Herzberg heeft heel veel in De Groene geschreven. In 1967 is hij met ruzie weggegaan, vanwege hoofdredacteur Wouter Gortzak, die tijdens de Zesdaagse Oorlog kritiek had op Israel. Dat kon niet, vond Abel.’
HERZBERG SPRAK zich uit over alle grote naoorlogse kwesties die te maken hadden met de jodenvervolging. In de biografie komen ze allemaal aan de orde. Het boek over Herzberg is een weerslag van de kwesties waar velen in Nederland zich voor interesseerden: de processen tegen de voorzitters Abraham Asscher en David Cohen van de Joodsche Raad in de jaren vijftig, het proces in 1961 tegen Adolf Eichmann in Jeruzalem, de kwestie Weinreb in de jaren zeventig en de discussies over de vrijlating van de Drie en later Twee van Breda uit 1972 en 1989.
Kuiper: 'Ik denk dat Herzberg een grote invloed heeft gehad op de publieke opinie in Nederland. Het staat echter ook vast dat zijn aanzien en invloed in niet-joodse kringen groter was dan in joodse. Ik geloof dat de christenen hem graag zagen als een oude, wijze rabbi. Maar die wilde hij helemaal niet zijn.
In de joodse wereld was hij omstreden. Zijn Kroniek der jodenvervolging werd in de hele Nederlandse pers de hemel in geprezen, maar in het NIW stond dat hij verraad had gepleegd aan de joodse doden. Hij was nooit kwaad op de nazi’s. Hij was altijd bezig met dat begrijpen. Het was nogal een verschil of een christen het had over vergeving of barmhartigheid, of dat hij het deed. Herzberg had het nooit over vergeving en barmhartigheid. Die verafschuwde hij. Herzberg zei tegen de joden: “Jullie moeten van die woede af. Anders hebben ze je twee keer te pakken. Eerst hebben ze je in het kamp te pakken, daarna zijn ze nog steeds de meester van je geest, omdat jij almaar kwaad blijft.” Maar als je zelf in een concentratiekamp hebt gezeten, en er komt zo'n wijze man die jou je woede afpakt, dat neem je hem niet in dank af.
Het werd hem ook kwalijk genomen dat hij voor de christenen met hun schuldcomplexen een soort erejood geworden was. Hij werd overal bijgehaald. Hij was niet weg te slaan van de radio en de televisie. Er is ook geen schrijver na de oorlog geweest die in zo veel bladen - en zo veel verschillende bladen - heeft geschreven als Abel. Onvoorstelbaar. Katholieke bladen, christelijke bladen, joodse bladen. Ik schrijf op bestelling, zei hij altijd.
Hij polemiseerde graag. Hij heeft in joodse kring met velen overhoop gelegen over de Joodsche Raad. Herzberg vond niet dat de voorzitters hadden gecollaboreerd. Hij vond dat niemand gerechtigd was een oordeel te vellen. Maar hij kon er ook niet tegen als mensen zich een oordeel over Israel aanmaten. Die konden ook een veeg uit de pan krijgen.’
Het echtpaar Herzberg is nooit naar Israel verhuisd. 'Omdat zij het niet konden’, meent Arie Kuiper. 'In 1947 schreef Abel in een brief dat in Nederland blijven eigenlijk onzedelijk was. Maar hij kon het niet. Hij was er ook al te oud voor. Hij was over de vijftig toen de oorlog afgelopen was. Het was ook zo dat hij al snel na 1947 zijn eerste successen boekte, met zijn stukken in De Groene en de publicatie van Amor fati. In Nederland was hij iemand, dáár was hij niemand. Hij heeft in 1948 nog wel een poging gedaan. Hij kreeg in Tel Aviv een baan aangeboden, maar die ging niet door. Aan alles kon je merken dat hij er eigenlijk geen zin in had.’
VOLGENS ARIE KUIPER zitten er twee hoofdthema’s in het werk van Herzberg. 'Al in 1934, nadat Hitler aan de macht gekomen was, schreef hij dat de christenen de joden niet haten omdat zij Christus hebben vermoord, maar omdat ze Christus hebben voortgebracht. Abel zei dat zij dat de joden nooit zullen vergeven. Via Christus zijn de tien geboden, een schepping van het jodendom, in de westerse wereld doorgedrongen. Maar de mensen willen de tien geboden helemaal niet! De heiden rukt aan zijn ketting. Die wil wél met zijn buurvrouw naar bed, en wil wél stelen en moorden. Herzberg was in Bergen-Belsen tot deze conclusie gekomen. Hij schrijft zelfs, in Kroniek der jodenvervolging, dat van zijn standpunt bezien Hitler groot gelijk had. Als je een nazi-samenleving wilt, waarin het recht van de sterkste en geen enkele vorm van barmhartigheid geldt, wat moet je dan doen? Dan moet je beginnen de joden te doden. Hij schrijft ergens: “Je krijgt af en toe het griezelige gevoel dat Hitler beter doorhad wat het jodendom betekent dan vele joden zelf.” Dat gaat vrij ver, hè?’
Christus is de dompteur van de heiden: dat is het ene hoofdthema van Herzbergs werk. Dat komt altijd weer terug. Kuiper: 'Zijn andere hoofdthema is dat hij wil proberen te begrijpen wat er is gebeurd, waarom mensen doen wat ze doen en waarom ze worden wat ze worden. “Ik heb geen aanleg voor rancune”, zegt hij ergens. Ik denk ook dat hij door Bergen-Belsen heen is gekomen omdat hij die mentaliteit had.
Hij heeft altijd gepleit voor de vrijlating van de Drie en later de Twee van Breda. Niet om redenen van barmhartigheid, maar gewoon omdat hij het een superieure wraak vond. Hij vond het van absoluut belang voor de rechtsstaat Nederland. Toen de Twee in 1989 uiteindelijk werden vrijgelaten, was hij in zak en as. Huub Oosterhuis kwam bij hem en zei: “Nou Abel, nu is gebeurd wat je altijd hebt gewild.” Maar Abel zei: “Nou ja, ik heb altijd wel makkelijk praten gehad. Ik heb Thea behouden en de kinderen. Wat nu als je al je familieleden in Auschwitz verloren hebt? Dan kun je toch eigenlijk zo niet denken?” Dan sloeg hij om naar de andere kant. Zijn kleinzoon Hans - Tamir Herzberg - zegt: “Hij was altijd bezig met een dialogue intérieur. Bij alle argumenten verzon hij zelf de tegenargumenten.” Hij was voortdurend in discussie met zichzelf. Een beetje als Salomon Zeitcheck in Drie rode rozen, dat een beetje een zelfportret is.’
KUIPER HEEFT ALS hoofdredacteur één keer ruzie met Herzberg gehad. Over de Joodsche Raad. 'In het begin van de jaren tachtig wilde Hans Knoop een boek schrijven over de Joodsche Raad. Hij benaderde mij met het voorstel dat samen te doen. Ik sloeg dat aanbod af omdat ik meende dat een niet-jood daar geen oordeel over kan vellen. Maar ik beloofde Knoop dat ik hem in De Tijd zou interviewen als het boek klaar was.
Het boek kwam uit in 1984. Ik interviewde Hans Knoop, die beweerde dat Asscher en Cohen de sinaasappeljoden hadden opgeofferd om de elite te sparen. Dit was zéér tegen het zere been van Herzberg. Hij schreef mij een woedende brief, waarin hij zijn gratis medewerkersabonnement op De Tijd opzegde. Een blad waarin zulke schandalige stukken stonden wilde hij nog wel lezen, maar hij wenste er in het vervolg zelf voor te betalen. Ik heb Abel er toen van kunnen overtuigen dat wanneer Hans Knoop een boek over de Joodsche Raad schrijft, dat nieuwswaarde heeft en ik dat nieuws op de cover wil. Daar kon hij het wel mee eens zijn. Maar over de Joodsche Raad kon hij niets laten passeren. Hij vond dat Asscher en Cohen veel voor de joodse gemeenschap hebben gedaan. De joden werden in feite uit de Nederlandse maatschappij gestoten. De Joodsche Raad heeft ze opgevangen. Hij heeft geprobeerd zich in te leven in hun positie. Het zal je maar gebeuren, meende Abel. “Je bent een brave huisvader, en een brave grootvader, en dan moet je deze taak op je nemen. De nazi’s hebben de vervolging op hun geweten, niet Asscher en Cohen.”
HOE BEOORDEELT de biograaf het literaire werk van Abel Herzberg?
Arie Kuiper: 'Ik vind dat Abel steeds mooier begon te schrijven. Drie rode rozen vind ik prachtig. Kees Fens noemde bij verschijnen de eerste bladzijden het mooiste wat hij in dat jaar had gelezen. Hij had als schrijver veel succes. Amor fati werd steeds herdrukt. Brieven aan mijn kleinzoon was een bestseller.
Een aantal van zijn werken zal de tand des tijds wel doorstaan. Ik verwacht dat Kroniek der jodenvervolging over een tijd nog steeds zal worden gelezen. Herzbergs literaire erfenis zou ik Genuanceerd Denken willen noemen. De zaken zijn niet zwart of wit. Het levensdevies van zijn romanpersonage Salomon Zeitcheck luidde al: “Het is niet zo.” Dit zou je op alle scholen, op alle universiteiten, op alle openbare gebouwen op grote borden moeten ophangen.’