Het is nooit te laat voor een excuus

De Amerikaanse president Bill Clinton heeft, op reis door Afrika, zijn excuses aangeboden voor de slavernij - die Amerika groot gemaakt heeft. Zo'n excuus heeft iets gratuits, natuurlijk. Iets van de welvarende oom die toegeeft dat hij niet helemaal eerlijk aan zijn centen is gekomen. En het heeft iets makkelijks: terwijl de presidentiële mond spreekt, verstrekt de presidentiële arm de wapens waarmee in het Afrika van nu de misdaden van vandaag gepleegd worden.

Maar toch - van zo'n excuus is het in Nederland nooit gekomen.
Beste slavenhalers waren onze voorouders, dat staat vast. En strenge slavenhouders, de strengste van Zuid-Amerika. Of liever: de wreedste. De Spaanse bok mag in het Nederlandse geschiedenisboekje voor een stommiteit van Alva doorgaan, de nazaten van de Hollandse slaaf zien er toch meer het gruwelijke martelwerktuig in waarmee de minste overtreding van hun voorouders wreedaardig bestraft werd.
Maar excuses daarvoor?
In Nederland wordt daar al gauw lacherig over gedaan. Ja, kom zeg, dat is iets van mijn over-over-overgrootvader. Ik zou niet eens meer weten hoe die heette. Wat heb ik daarmee te maken? Of is het soms mijn schuld dat… einde discussie.
De achter-achter-achterkleinkinderen van de slaven, die nu in groten getale in Nederland wonen, denken daar anders over. Sommigen van hen willen, op voorspraak van Frank Martinus Arion, dat er een anti-slavernijmonument komt, als het even kan in hartje Den Haag, ongeveer op de plek waar Van Oldenbarnevelt onthoofd werd.
En ook daar wordt tamelijk lacherig over gedaan. Tegen de slavernij? Wie is daar dan voor?
En toch. Het zou goed zijn voor de toekomst van de multiculturele maatschappij als er wel zo'n historisch gedenkteken kwam. Als ook hier van hogerhand een nostra culpa onder woorden gebracht werd.
In het onlangs gepubliceerde boek van de Utrechtse hoogleraar Gert Oostindië (Het paradijs overzee) vindt de geïnteresseerde lezer een overvloed aan details die de gruwelijke wereld van toen - in al zijn natuurlijk aanwezige nuances - beschrijven. Oostindië trekt wel een lijn door naar het heden. En wie het op papier niet gelooft, hoeft maar naar de verpauperde flats in de Bijlmer te gaan om die lijn met eigen ogen te zien.
Veel Nederlanders van nu leven in de veronderstelling dat de geschiedenis begon op het ogenblik dat zij geboren werden. Alles daarvoor is oudheid - archeologisch interessant, maar even weinig verbonden met het actuele leven als de knots van de Kaninefaat of de man-vrouwverhouding onder de Batavieren.
Dat is natuurlijk niet zo. De slavernij, de facto in 1864 afgeschaft, heeft in feite en in vermomde vorm tot 1939, ja zelfs tot lang na de oorlog voortgeduurd.
Tot in het jaar 1939 werden er in Java koelies geronseld voor de suikerplantages in Suriname - zogenaamd als contractarbeiders voor vijf jaar. In feite waren het dwangarbeiders die onder valse voorwendselen uit hun dessa werden weggeronseld en die, tot op het uur van vertrek, in de mening verkeerden dat Suriname een eiland voor de kust van Java of Sumatra was.
En na de oorlog? Vorige week liet de Volkskrant een werver aan het woord die in de mooie jaren zestig Marokkanen ronselde voor fabrieksarbeid in Nederland. Het was alsof hij de oude slavenmarkt in Willemstad, Curaçao beschreef. Er werd aan tanden gevoeld, er werd op armspieren geklopt en er werd naar de volgzaamheid van het karakter geïnformeerd.
De lijn die tot de dag van vandaag doorloopt is de lijn van de dubbele moraal. De normen die voor menselijke wezens van boven circa de veertigste breedtegraad gelden, gelden niet voor de menselijke wezens daaronder. Die zijn door onze hele geschiedenis heen bekeken op hun bruikbaarheid, op hun geschiktheid om Amerika groot en Nederland rijk te maken. Een klein woord van excuus daarvoor, bij voorkeur in steen gebeiteld, kan ook in Nederland geen kwaad.