Het is overleefd!

De voorpret is geweldig. Speciaal voor ons ligt een veerboot achter het Centraal Station (steiger 6, spandoek: Dogtroep). Het is zo'n echte oude pont, met open dek - niet zo'n griezelig ding met automatisch sluitende deuren waarmee de reguliere Amsterdamse IJ-oversteker tegenwoordig wordt gemarteld. ‘Onze’ pont gaat om kwart over negen ook nog eens dwars tegen het waterverkeer in. Linksaf dus, naar een voorbeeld van industriële archeologie in het westelijk havengebied - vaartijd zo'n twintig minuten, met een prachtige zonsondergang en een frisse bries in het gezicht. Aankomst op een oud industrieterrein, met als voornaamste decor twee enorme kranen die als stilgevallen reuzen dit landschap overheersen. De avond kan niet meer stuk. Kopje koffie in een fabriekshal, zwaaien naar de passagiers van een dubbeldekker die naar een voorstelling in een weiland afreizen. En dan in de rij voor de tribunes A t/m E van de Dogtroep. Iets over half elf - het begint ondertussen behoorlijk koud te worden, maar what the hell, dit is ‘hot as hell’, we warmen ons aan elkaar.

De speelvloer is een kleine stad van zandkastelen waar radiografisch bestuurde voertuigjes doorheen rijden. Middenvoor staat een kubus. Een lange, kale man verft de palen van die kubus rood. Er rijdt een man op een motorfiets dwars door het landschap. Op de tonen van orgelende muziek - geproduceerd door een live orkest ergens in de buurt van vak E - komt een minibus in botsing met een van de speelgoedauto’s. Er is vuurwerk, de man in de kubus ontvangt een mechanisch fladderende vogel, die hij in een emmer water probeert te verzuipen. Dat lukt, de vogel komt later weer tot leven. Het echte landschap van de enorme kranen wordt in het decor van de voorstelling als het ware herhaald door drie kranen die achter de publiekstribunes swingende voorwerpen lanceren, en via een rijdende kraan die het speelvlak besproeit (in het landschap van kleine zandkastelen groeien ondertussen bomen). Verder is er nog een zeer dikke dame die veel heen en weer loopt en onverstaanbare teksten roept. En er is een jonge vrouw die zichzelf rood verft en heen en weer zeult met het uit elkaar vallende karkas van een man, dat in de loop van de avond plotseling tot leven komt - dé verrassing van de voorstelling, helaas de enige - zodat hij kan rondwandelen als een moderne Frankenstein (met rood oplichtende laserogen). Over een omheining - achter op de speelvloer - wandelt een meneer in maatkostuum rond. Hij telefoneert almaar via zo'n eng ding dat geloof ik GSM heet. Die man begint op een bepaald moment (vraag me niet wélk moment) te schieten. Zijn revolver komt op een bepaald moment (nogmaals: vraag me niet wélk moment) in de handen van de man uit de kubus, die ondertussen boven op een lichttoren is beland, en zo ongeveer iedereen die hij in het zicht heeft begint af te knallen.
Ik ben dan al érg ver heen (gaap, geeuw) en verlang hartstochtelijk naar (in die volgorde): de veerboot terug, warmte, mijn huis, de televisie, witte wijn. Radeloos kijk ik om me heen en signaleer louter enthousiasme. Tijdens het slotapplaus teken ik op dat het publiek zichzelf toeklapt: zo, dit hebben we uitgehouden, wat heet: overleefd! Op de veerboot terug - met een magistraal uitzicht op de duistere stad - noteer ik veel liefhebbend geformuleerde observaties met één en dezelfde strekking: er was geen touw aan vast te knopen. Ik weet het - je mag publiek niet recenseren. Maar we zijn het op die boottocht terug naar huis helemaal eens: de voorpret van Hotazel was geweldig, de napret op de veerboot was ook niet mis. De voorstelling was een luchtballon die langzaam maar zeker ontplofte.
Maar theater, nee, dat wilde deze gebeurtenis almaar niet worden.
Ik was blij dat ik bijtijds kon ontsnappen.

  • Op de jaarlijkse Parade (nog tot en met 26 juli in Utrecht, 31 juli tot en met 16 augustus in Amsterdam) speelt de groep Würz de voorstelling Jeuk, geïnspireerd op de film The Seven Year Itch van Billy Wilder. Een jonge veertiger wandelt op de grens van depressiviteit en hallucinatie, hij ontdekt lust verheven tot norm. Regie: Jules Terlingen. Inlichtingen: 033-4654577.