TELEVISIE De crisis

HET IS RUK EN HET BLIJFT RUK

In een onbekende buurt vond ik een pinautomaat. ‘Fortis’ stond erboven. De transactie voelde als ‘overval op weerloze bedelaar’ – al was het mijn eigen geld en al kreeg ik het, besefte ik pas later, uit handen van de Staat der Nederlanden. Sterker, ik was mede-eigenaar van datzelfde Fortis.
Bizarre tijden: overal IJsland-grappen. Tot aan Bos’ garantie vaak uit leedvermaak over de Ander, maar ook voortkomend uit angst en het besef dat het ons zelf had kunnen gebeuren. Want zeker anderhalf miljoen mensen moeten vaag tot serieus met de gedachte hebben gespeeld hun geld te Reykjavik te stallen. Dat kun je hebzucht noemen, een motor achter de crisis, maar ook de normale overweging van iemand die beseft dat hij door zijn eigen bank systematisch genaaid wordt. Helemaal door Mijn Postbank; hun rentestrategie komt neer op georganiseerde diefstal, inclusief een ‘rentepuntensysteem’ van gedwongen winkelnering – waar de arbeidersklasse onder leiding van Domela zo tegen gestreden heeft. Eigenlijk begrijpen mijn studenten nooit echt dat een van de wortels voor de opkomst van de nazi’s lag in de gierende inflatie van de vroege jaren twintig. Nu kan ik ze misschien met het economisch incorrecte maar psychologisch vergelijkbare Icesave-voorbeeld duidelijk maken wat zoiets teweegbrengt.
Krant en tv worden met stijgende zorg geraadpleegd. Komt deze Katrina recht op ons af of houden we het bij afgewaaide schoorstenen en een ondergelopen kelder? Journalisten zoeken duiders en slachtoffers. Op de gekste plekken. De wereld draait door kwam met roodbepruikte en doorgeblowde ‘zanger’ Armand die IJsland-reiziger bleek te zijn, en verrassend helder hun pof-economie karakteriseerde: als je daar een miljoen wint, ga je naar de bank om te vragen hoeveel je bij kunt lenen. Pauw & Witteman hadden Hans Goedkoop, wiens geld naar de geisers was gegaan. Die had het gevoel dat hij het rechtstreeks aan de Russische maffia had overgemaakt, maar was toch ook zeker geweest het via de staat terug te krijgen. We kregen een Colijn-toespraak te zien. De woorden kwamen in Goedkoop-samenvatting neer op: ‘Het is ruk en het blijft ruk: u moet het er maar mee doen.’ Andere koek dan Bos inderdaad.
Nova had het geluk van de goede keeper: hun verslaggever Rudy Bouma had ook zijn geld daar. En Bos had nog niet gegarandeerd. De speurtocht naar zijn verdwenen tegoed werkte voor de kijker veel beter dan een interview met een willekeurige gedupeerde. Het feit dat hij geen afschriften bezit maakte het lege computerscherm van de bank onaangenamer. Zijn bezoek aan de bank zelf – lege verdiepingen, rijen onbemenste computers (‘kan me niet voorstellen dat ze allemaal tegelijk een snipperdag hebben’, sprak hij bewonderenswaardig laconiek) – leverde een onaangename aanblik. Zijn vergeefse telefonades maakten machteloosheid voelbaar, zonder dat hij ook maar een seconde lamenteerde. Enfin, participerende journalistiek tegen wil en dank. En goeie.