MICHEL HOUELLEBECQ

Het is voldoende om even stil te staan

Alle romans van Michel Houellebecq staan in het teken van de sociale desintegratie. Ook in zijn nieuwste stelt hij problemen van de moderne samenleving scherp aan de kaak, en komt zelfs met een alternatief.

Michel Houellebecqs zojuist verschenen roman, La carte et le territoire, is een aanklacht tegen de moderne samenleving. Houellebecq wijst met een beschuldigende vinger naar de verantwoordelijken en spuwt zijn gal tegen de profiteurs die gebruik maken van de sociale wanorde. De samenleving is in ontbinding, vindt Houellebecq. Het tij moet worden gekeerd. De vraag is hoe.
Jed Martin, kunstschilder en fotograaf, heeft een armoedig atelier in het dertiende arrondissement van Parijs. Midden in de winter gaat zijn verwarming kapot. Het lukt Jed niet om een loodgieter te pakken te krijgen. Hij zit in de kou. Zijn werk stagneert. ’s Nachts maken daklozen kabaal op de binnenplaats. Ze stoken er vuurtjes om niet dood te vriezen, ze bestelen elkaar, steken elkaar een mes tussen de ribben. ’s Morgens worden de slachtoffers opgehaald.
Jed is bezig met de afronding van een project, maar ook dat loopt vast. Het betreft een serie van 22 schilderijen waarop hij sleutelmomenten van de wereldeconomie vastlegt. ‘Bill Gates en Steve Jobs in gesprek over de toekomst van de informatietechnologie’ luidt de titel van het meest aansprekende doek. Daarop is te zien hoe Bill Gates zich met gespreide armen en een brede glimlach richt tot Steve Jobs, die er in vergelijking met Gates streng, bijna gereformeerd uitziet. Tussen hen in staat een schaakspel. De stand is ongunstig voor Jobs. Gates belichaamt de cynisch-optimistische variant van het kapitalisme, Jobs de zorgelijke, protestantse kant.Op een ander schilderij heeft Jed zijn vader afgebeeld, terwijl deze afscheid neemt als directeur van het succesvolle architectenbureau dat hij lang geleden heeft opgericht. Jean-Pierre Martin staat op een verhoging tussen de ontwerpen die hij in de afgelopen tijd heeft ontwikkeld. Drie potentiële opvolgers staan om hem heen. Hun ogen zijn gericht op Jeds vader. Ze vermijden elkaars blik. Jed heeft de opstelling van de personages ontleend aan een doek van de Renaissance-schilder Lorenzo Lotto.

Michel Houellebecq geeft via de schilderijen van Jed Martin een diagnose van de samenleving van dit moment. Hij beschrijft verschijnselen van sociale ontbinding en hij wijst de schuldigen aan die het zo ver hebben laten komen. Zijn benadering is, meer dan in zijn vorige romans, beschrijvend, constaterend. 'Zo beroerd ziet de maatschappij eruit, als je objectief beschrijft wat je om je heen ziet’, lijkt hij te zeggen.
Houellebecq plaatst zichzelf in de traditie van de grote realistische romanschrijvers van de negentiende eeuw, Honoré de Balzac en Emile Zola. Hij wil, net als zij, een objectieve beschrijving geven van de eigentijdse sociale werkelijkheid. Hij stelt zich op het standpunt van een socioloog, een medicus, misschien wel van een patholoog-anatoom, want hij is ervan overtuigd dat de samenleving ernstig ziek, misschien wel dood is en hij hoopt dat de objectieve beschrijving van de misstanden bij zal dragen zo al niet aan de genezing, dan toch in elk geval aan de erkenning dat er iets ernstig mis is met de moderne samenleving. Als we iets aan de situatie willen doen, moeten we beginnen om de ernst van de kwaal onder ogen te zien.
De kwaal heet: liberalisme. Houellebecq heeft vanaf zijn allereerste roman, De wereld als markt en strijd, het liberalisme aangewezen als de wortel van de sociale ontwrichting. Nu lijkt het liberalisme op het oog een heel bona fide ideologie. Het liberalisme bepleit immers 'vrijheid in alles (in religie, in filosofie, in literatuur, in industrie, in politiek) en de triomf van het individu’, om de woorden te gebruiken van Benjamin Constant, de belangrijkste woordvoerder van het liberalisme in Frankrijk. Dat klinkt heel mooi, geeft Houellebecq als antwoord, maar in de praktijk komt onbelemmerde vrijheid neer op het recht van de sterkste. 'In een volstrekt liberaal economisch systeem vergaren sommige mensen enorme vermogens; anderen kwijnen weg in werkloosheid en armoede’, aldus Houellebecq. De liberale samenleving wordt beheerst door de wetten van de markt. Iedereen wijdt zijn leven aan het maken van producten die op de markt verhandeld worden. De sterksten hebben het meest profijt bij deze situatie; zij trekken aan het langste eind.

Als je in een niet-westerse beschaving vraagt wie iemand is, krijg je als antwoord dat hij de zoon is van x, getrouwd is met y en dat hij zoveel kinderen heeft. Als je in het Westen vraagt wie iemand is, krijg je als antwoord dat hij dit of dat beroep uitoefent: hij is bankwerker, kunstenaar of personeelsconsulent. Westerlingen identificeren zich met hun werk. Ze offeren er hun familieleven aan op. Jeds vader is daar het sprekende voorbeeld van. Hij heeft carrière gemaakt als architect; hij heeft dag en nacht gewerkt om zijn bureau tot een succes te maken. Hij was vrijwel nooit thuis. Zijn gezin is uiteengevallen. Zijn vrouw pleegde zelfmoord. Jed werd opgevoed door kindermeisjes. Toen Jed het huis uit ging, bleef Jeds vader alleen achter in zijn grote en fraaie buitenhuis. Jeds vader symboliseert het succes van het liberalisme en het failliet van gezin, familie en samenleving.
Tegen deze achtergrond tekenen Jeds artistieke projecten zich af als fasen van een voortschrijdende vervreemding van de moderne mens. Zijn schilderijen tonen 'De wereld als markt’; zijn projecten kunnen worden gelezen als 'Een korte geschiedenis van het kapitalisme’, zoals de ondertitel van een van de doeken luidt.

Jed heeft een ontmoeting met zijn vader, vlak voordat deze sterft. Ze hebben voor het eerst van hun leven een echt gesprek. Het blijkt dat Jean-Pierre Martin aan het begin van zijn carrière een ideaal wilde verwezenlijken dat zich het best laat omschrijven als een gemeenschapsideaal. Zijn grote voorbeeld was de Engelse schrijver en kunstenaar William Morris. Aan het eind van de negentiende eeuw bepleitte Morris een hervorming van de maatschappij naar het model van de veertiende-eeuwse samenleving: een gemeenschap die in eigen onderhoud voorzag, die alleen produceerde wat de gemeenschap nodig had, die niet of nauwelijks gebruik maakte van geld en in alle behoeften voorzag via ruilhandel.
Morris’ ideeën vonden in Nederland veel weerklank. Franc van der Goes en Henriëtte Roland Holst vertaalden zijn boeken. Zijn ideeën sloegen vooral aan bij de 'gemeenschapskunstenaars’ die aan het eind van de negentiende eeuw actief waren in en rond het tijdschrift De Kroniek: Frederik van Eeden, Alphons Diepenbrock, Antoon Derkinderen, Hendrik Berlage. Zij voelden zich aangesproken door Morris’ idee dat kunst in dienst moest staan van de gemeenschap, dat kunst eigenlijk helemaal geen 'kunst’ met een grote K is, maar een ambacht dat net als alle andere ambachten een organische rol speelt in het gemeenschapsleven.

De Nederlandse kunstenaars probeerden in navolging van Morris om de werking van het liberalisme terug te dringen, om kapitalisme en productie voor de markt tegen te gaan. Dit ideaal werkte door tot ver in de twintigste eeuw en ontspoorde pas in de jaren dertig, toen de totalitaire systemen, communisme en fascisme, de erfenis van de gemeenschapskunstenaars gingen misbruiken voor hun politieke doeleinden.
Jeds vader ontwierp aan het begin van zijn carrière wooncomplexen in de geest van William Morris, ongeveer zoals Berlage in de jaren twintig van de vorige eeuw plannen maakte voor stadswijken die ten dienste zouden staan van de gemeenschap. Aan dat streven danken wij Amsterdam-Zuid. Maar wat Berlage lukte, lukte Jean-Pierre Martin niet. Hij slaagde er niet in om zijn ontwerpen aan de man te brengen en was gedwongen opdrachten aan te nemen voor vakantiebungalows en andere lucratieve bouwprojecten. Hij stortte zich helemaal op zijn carrière. Dat leidde tot het uiteenvallen van zijn gezin, tot de zelfmoord van zijn vrouw, de vereenzaming van zijn zoon.
Jeds kunstprojecten maken op een pakkende manier de effecten duidelijk die industrialisering en commercialisering op het gemeenschapsleven hebben gehad. Voorafgaand aan de serie 'sleutelmomenten uit de industrie’ maakte Jed de reeks 'eenvoudige beroepen’, een project dat ingegeven werd door de mooie gedachte dat elke samenleving gekarakteriseerd kan worden door enkele tientallen 'typische beroepen’. Jed heeft de Franse samenleving vastgelegd in 42 opnamen van middenstanders in hun bedrijf. Dit project heeft hij inmiddels zo'n jaar of vijftien achter zich. Veel van de eenvoudige beroepen bestaan niet meer en zijn door automatisering en schaalvergroting verdwenen.

Na de dood van zijn vader koopt Jed de boerderij van zijn grootouders in de Creuse, een dunbevolkte streek in het midden van Frankrijk. Hij verlaat Parijs en vestigt zich in het huis waar hij een groot deel van zijn kindertijd heeft doorgebracht. Hij zoekt naar sporen van gemeenschapsleven en hij wijdt een kunstproject aan deze zoektocht. Dit project is, net als alle andere projecten van Jed een doorslaand succes. Hij verdient er een smak geld mee. Andere projecten, zoals de 'sleutelmomenten in de industrie’, brengen een vermogen op. De waarde van elk doek stijgt in de loop van enkele jaren tot vijftien à twintig miljoen euro. Hierdoor doet zich een onverwacht probleem voor: Jed dreigt het slachtoffer te worden van het kapitalisme dat hij in diezelfde kunstwerken zo fel veroordeelt. Zijn galerist suggereert dat hij een deel van zijn schilderijen, bijvoorbeeld een aantal van de 'sleutelmomenten’ achter kan houden, om ze in prijs te laten stijgen tot het moment waarop Jed ze kan verkopen voor het tien- of twintigvoudige van het bedrag dat ze aanvankelijk opbrachten.

Maar Jed blijkt ongevoelig voor dergelijke verleidingen. Het idee dat kunstwerken als koopwaar op de markt worden verhandeld, blokkeert hem. Het schilderij waarin Jed tijdens de koude kerstperiode blijft steken heeft als onderwerp de ontmoeting tussen Jeff Koons en Damien Hirst. De twee kunstenaars zijn afgebeeld op het moment dat ze een afspraak maken over de verdeling van de kunstmarkt. Koons zal de ludieke en levenslustige kant voor zijn rekening nemen, Hirst de beklemmende, onheilspellende, door de dood gedomineerde kant. Jed slaagt er niet in om dit schilderij te voltooien. Hij kan de kunstenaars eenvoudig niet overtuigend op het doek krijgen. Na maandenlange vergeefse pogingen erkent hij zijn falen en vertrapt hij het doek.
Alle romans van Houellebecq staan in het teken van de sociale desintegratie. In De wereld als markt en strijd proberen twee vrijgezellen zich staande te houden in de strijd om het bestaan, maar ze mislukken. De een rijdt zich te pletter, de ander draait door en wordt opgenomen in een inrichting. Elementaire deeltjes beschrijft het toenemende sociale isolement van twee halfbroers. Ze komen door gebrek aan ouderlijke zorg in de versukkeling. De een belandt in een inrichting, de ander verschanst zich in wetenschappelijk onderzoek.

In Mogelijkheid van een eiland schetst Houellebecq een uitweg uit de ellende. De oplossing zal bestaan uit het klonen van mensen. De toekomst, zegt Houellebecq in deze roman, zal een 'brave new world’ zijn waarin ziektes niet meer zullen voorkomen, waarin seksualiteit overbodig zal zijn, omdat mensen tot in het oneindige zullen worden gereproduceerd via kloning.
In zijn nieuwste roman laat Houellebecq dit malle idee gelukkig varen. Jed keert terug naar het platteland. Hij heeft niet de illusie dat hij het gemeenschapsleven terug zal vinden in de dorpjes van vroeger (als dat al ooit heeft bestaan). De toeristenindustrie heeft het platteland tot een product gemaakt. De oorspronkelijke bewoners zijn verdwenen. Maar er stromen nieuwe bewoners toe en die vestigen kleine bedrijfjes waarmee ze het platteland nieuw leven inblazen. Deze kleinschalige initiatieven bieden een sprankje hoop voor een betere toekomst.

De werkelijke sleutel voor een betere toekomst ligt volgens Houellebecq in de weigering mee te doen aan de ratrace waarin iedereen tegen wil en dank betrokken wordt. De toekomst ligt in vertraging, in initiatieven als 'slow food’, of 'slow life’, zoals de beweging heet die recentelijk in Nederland van de grond is getild.

Houellebecq bevestigt met La carte et le territoire zijn reputatie als de belangrijkste hedendaagse Franse schrijver. Hij dankt dit meesterschap aan het feit dat hij problemen van de moderne samenleving aan de kaak stelt, dat hij de oorzaken van de sociale desintegratie durft te benoemen en dat hij een alternatief voorstelt dat hij ergens een 'koude revolutie’ noemt: 'Elk mens is in staat om in zichzelf een soort koude revolutie te voltrekken, door zich voor een ogenblik aan de markt te onttrekken. Het is heel makkelijk om ten aanzien van de wereld een esthetische positie in te nemen. Je hoeft alleen maar aan de kant te gaan staan. Het is voldoende om even stil te staan; de radio uit te zetten, de televisie uit te zetten; niets meer te kopen. Het is voldoende om niet langer mee te doen, niet langer op de hoogte te blijven, om elke mentale activiteit even te onderbreken. Het is letterlijk voldoende om een paar seconden stil te staan.’