Pim Fortuyns strategie

Het is weer gewoon vol in Nederland

Twee jaar geleden zei volgens het CBS maar liefst zeventien procent van de Nederlanders voorstander te zijn van volledige stopzetting van de toestroom van asielzoekers. Met het vreemdelingenbeleid als inzet voor de verkiezingen is de rol van Pim Fortuyn nog lang niet uitgespeeld.

«Het is met Fortuyn net als met grote voetballers. Ze zorgen voor problemen, maar kunnen wel de wedstrijd voor je winnen», zei Leefbaar Nederland-voorzitter Jan Nagel op 25 november vorig jaar op het congres waar Pim Fortuyn als lijsttrekker werd aangesteld. De enkele partijleden die nog kritiek hadden, kregen na hun plenair behandelde opmerkingen dertig seconden de tijd om de zaal van de Hilversumse schouwburg Gooiland te verlaten. Na een stemming waarvan op voorhand de uitslag duidelijk was, werd Fortuyn, begeleid door een flitsende licht- en geluidshow, onthaald als lijsttrekker. Met een ronkende redevoering wist hij iedere twijfel van de zaal weg te nemen. «Droom Fortuyn wordt waarheid», kopte de toen nog enthousiaste Telegraaf daags na het congres.

Nagels wedstrijd was al bijna gewonnen toen afgelopen weekend de partij uit elkaar klapte. Het interview dat lijsttrekker For tuyn in het bijzijn van de kennelijk onmachtige LN-campagne strateeg Kay van de Linde afgaf aan de Volkskrant bleek ook voor Nagel en consorten te gortig. Niet dat Fortuyn zoveel méér zei dan hij in zijn tientallen boekjes en pamfletten in de jaren voor de oprichting van Leefbaar Nederland al had gedaan, maar voor het eerst sinds die 25ste november liet hij zich niet muilkorven door partijbestuur, achterban of verkiezingsprogram. Van begin af aan was evenwel duidelijk dat Fortuyn met het puntenprogram van Leefbaar Nederland in zijn maag zat. Hij stak niet onder stoelen of banken dat hij het ten zeerste betreurde dat het partijcongres op de dag van zijn uitverkiezing het voorgestelde quotum van tienduizend asielzoekers (met nipte meerderheid) wegstemde. «Geen quotum kan ook nul zijn», reageerde Fortuyn indertijd. «U heeft mij gekozen, maar niet geëist dat ik mijn verstand inlever.»

Dat heeft Leefbaar Nederland geweten. Slechts twee maanden lukte het Fortuyn zich te conformeren aan het standpunt dat Nederland «druk» is in plaats van «vol». In het Volkskrant-interview van afgelopen zaterdag lapte hij de afspraken met het partijbestuur volledig aan zijn laars. «Daar moest ik me maar eens niet zoveel meer van aantrekken», had hij zich voorgenomen. Nederland is een vol land en als hij het «juridisch rond zou kunnen krijgen», dan zou Fortuyn geen moslim meer toelaten. «De islam is achterlijk, ik zeg het maar, het is gewoon een achterlijke cultuur», aldus Pim For tuyn.

«Dit is niet gewoon rechts, dit is extreem rechts», oreerde GroenLinks-leider Paul Rosenmöller afgelopen weekend gretig in reactie op de uitspraken van Fortuyn. D66-leider Thom de Graaf meende zelfs het dagboek van Anne Frank erbij te moeten halen om aan te tonen hoe fout Fortuyn zat.

Hoe het ook zij, zonder de last van het meer politiek correcte bestuur van Leefbaar Nederland ligt voor Pim Fortuyn de weg open om nog slechts zijn eigen evangelie te verkondigen. Behalve het sluiten van de grenzen voor (islamitische) asielzoekers en het vanwege de «koude oorlog tegen de islam» in de gaten houden van moslimorganisaties, betekent dat onder meer een zeer kritische kijk op Europese integratie (wel samenwerking in Europees verband, afschaffen Europees parlement, geen verdere eenwording), de terugkeer van kleinschalige onderwijs- en zorginstellingen en een ingrijpende reorganisatie van de rijksoverheid. Voor het overige verwijst Fortuyn, als het even kan, naar zijn nog voor de verkiezingen te verschijnen nieuwe boek.

Ten overstaan van de camera’s van Den Haag vandaag liet Fortuyn maandagavond weten het vreemdelingenbeleid en de multiculturele samenleving inmiddels afdoende te hebben behandeld. «De mensen in het land weten nu hoe ik daarover denk», zei hij in de deuropening van zijn Palazzo di Pietro te Rotterdam. Met de nasleep van de aanslagen van 11 september 2001 in het achterhoofd zullen in de verkiezingscampagne integratiepolitiek en minderhedenbeleid, en het daarmee onlosmakelijk verbonden asielbeleid, niettemin een centrale rol gaan spelen. CDA-leider Jan Peter Balkenende heeft daar met zijn kritiek op de multiculturele samenleving in feite het startschot al voor gegeven. Of Fortuyn zich hierover nu wel of niet andermaal uitlaat, zijn opvattingen zijn inderdaad bij de kiezers bekend en het zal voor andere partijen moeilijk worden de breed gevoelde onderbuikgevoelens te bestrijden.

Hoewel voor Jan Nagel vooral zwaar woog dat de lijsttrekker zich niet aan het LN-program hield, was de meeste kritiek van buiten vooral gericht op Fortuyns afwijzing van artikel 1 van de Grondwet. Op tegenstrijdigheden hierin is door verstandige wetenschappers wel vaker de aandacht gevestigd. Veel vormen van bijzonder onderwijs zouden in Nederland niet eens mogelijk zijn wanneer het verbod op discriminatie al te strak zou worden nageleefd. Maar met zijn warme pleidooi om dan maar «dat rare grondwetsartikel» af te schaffen, plaatst Fortuyn zich bewust of onbewust in de hoek van onfrisse partijen waar hij zelf niets mee te maken zegt te hebben. Uitsluitend de Centrumdemocraten van Hans Janmaat pleitten in hun verkiezingsprogramma «Trouw aan rood wit blauw!» (1998) ooit voor wijziging van grondwetsartikel 1.

Is Fortuyn extreem rechts? Paul Rosenmöller was misschien wat al te stellig, vindt onderzoeker Paul Lucardie, verbonden aan het Documentatiecentrum voor Nederlandse Politieke Partijen in Groningen. Pim Fortuyn heeft, afgaande op zijn vele boeken en boekjes, meer politieke wensen dan de partijen die zich vrijwel uitsluitend richtten op vreemdelingen. «Een extreme nationalist is hij in ieder geval», zegt Lucardie. «Fortuyns uitspraken roepen natuurlijk herinneringen op aan extreem rechtse partijen, al hebben die clubs vaak een meer gesloten ideologie. Het is de vraag wat Fortuyn met het afschaffen van artikel 1 wil bereiken. Ik heb vooralsnog niet de indruk dat hij net als het Front National in Frankrijk een voorkeursbeleid wil gaan voeren. Wat hij over de islam zegt is niet zozeer extreem rechts, als wel extreem dom.»

Extreem rechts of niet, met zijn eigen lijst kan Fortuyn inspelen op gevoelens van minder fris onbehagen die er in de Nederlandse samenleving wel degelijk zijn. De Centrumdemocraten van Hans Janmaat bereikten in de peilingen in 1993/94 een hoogtepunt met ruim vier procent, virtueel goed voor zo'n zes kamerzetels. Bij het vertrek van Janmaat uit de Nederlandse politiek, in 1998, verzuchtte menigeen dat het een zegen is geweest dat nooit een iets meer mediagenieke en in zekere zin salonfähige nationalist voet aan de grond heeft gekregen. De traditionele beginselpartijen behaalden in Nederland tot dusver nog altijd de meeste zetels, terwijl bijvoorbeeld in België Filip Dewinter met enorme zetelaantallen aan de haal ging en in Oostenrijk Jörg Haider succes op succes boekte. Nu is de Nederlandse samenleving niet echt te vergelijken met de Belgische: het Blok won mede dankzij de taalstrijd, en ook de situatie in Oostenrijk, met af en toe opborrelend neonazisme, is bepaald anders.

Vergelijkbaar met Nederland zijn Noorwegen en Denemarken echter wél, vindt politicoloog Lucardie. In beide landen waren vorig jaar parlementsverkiezingen en in beide landen behaalden ultranationalistische partijen die het vreemdelingenbeleid inzet maakten van de verkiezingscampagnes een flinke verkiezingsoverwinning. Carl Hagen, de voorman van de Noorse Vooruitgangspartij, kwam met 26 van de 165 zetels (ca. vijftien procent) in het parlement en de Deense Volkspartij van Pia Kjaersgaard haalde twaalf procent van de stemmen en werd na de liberalen en de sociaal-democraten de derde partij in het land. Hoewel in beide landen de ultrarechtse partijen niet in de regering kwamen, werden door hun overmacht in het parlement wel enkele van hun wensen tot beleid verheven. Het altijd al strenge Deense asielbeleid is verder aangescherpt met maatregelen waarbij humanitaire motieven niet langer grond zijn voor een vluchtelingenstatus.

Wat in Nederland het potentieel is voor een partij die op een minder karikaturale manier dan Janmaat de onderhuids aanwezige vreemdelingenhaat weet te kanaliseren, is moeilijk te onderzoeken. Een representatieve steekproef van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 1999 kan echter een indicatie geven. Toen gaf maar liefst zeventien procent van de Nederlanders te kennen de toestroom van asielzoekers een volledig halt te willen toeroepen. Driekwart van de Nederlanders vond toen dat de toestroom van asielzoekers «beperkt» moest blijven. Redenen om aan te nemen dat dat cijfer nu lager is, zijn er niet.

Sinds 11 september is bovendien uit verscheidene andere peilingen gebleken dat zich van de Nederlanders een zekere islamfobie meester heeft gemaakt. Het Europees waarnemingscentrum tegen racisme en vreemdelingenhaat (EUMC) liet kort na de aanslagen in de Verenigde Staten weten dat het aantal gewelddadigheden jegens moslims en islamitische instellingen vooral in Nederland schrikbarend was toegenomen. Slechts voor een klein deel was dit toe te schrijven aan de betere Nederlandse registratie van racistisch geweld. Met zijn fixatie op de islam moet Fortuyn hiervan kunnen profiteren.

«In zekere zin heeft Nederland geluk met politici als Janmaat en Fortuyn», juichte het Landelijk Bureau ter bestrijding van rassen discriminatie deze week mogelijk ietwat voorbarig. «Beide heren zijn met een persoonlijkheid behept die een langdurige, succesvolle politieke carrière in de weg staat. Deels is dat ook de kracht van Nederland: politici met dergelijke persoonlijkheden en standpunten marginaliseren zichzelf en maken zich in de Nederlandse politiek onmogelijk.»

Pim Fortuyn heeft zich echter nog lang niet gemarginaliseerd. Uit de eerste peilingen na zijn afgedwongen vertrek bij Leefbaar Nederland blijkt in ieder geval dat hij met een eigen lijst nog altijd goed is voor minimaal tien, maximaal 23 kamerzetels. En zonder een partijbestuur dat hem op de vingers kijkt, kan hij helemaal los. Als hij voldoende serieuze kandidaten vindt die met hem op een verkiezingslijst willen, kan hij alsnog de politieke aardverschuiving teweegbrengen die hem de afgelopen maanden zo vaak is toegedicht.